De 'Bonus voor diensten aan huis': Uw poetsvrouw of tuinman laten betalen door uw werkgever

Werkgevers en werknemers zijn  de laatste jaren steeds  op zoek naar aanvullende en alternatieve verloningsvormen die voor beide partijen voordelig zijn, m.a.w. een optimalisatie van het rendement en het genot voor de werknemer en een minimalisatie van de werkgeverslasten waardoor de kostprijs voor de werkgever gedrukt wordt.Een mooi recent ontwikkelde,  fiscaal en sociaal afgetoetste extralegale verloningsvorm is de ‘bonus voor diensten aan huis’. 

1. Quid?

De werkgever sluit met een facilitymanagementbedrijf een kaderovereenkomst af voor een bepaald budget dat het mogelijk maakt een aantal werkuren af te nemen voor de uitvoering van bepaalde diensten aan huis. Het betreft voornamelijk volgende diensten: Poets- en schoonmaakdiensten, diensten geleverd door dienstmeisjes en huishoudpersoneel, chauffeurs, glazenwassers, tuinman en diensten inzake kleine herstellingen (loodgieterij, elektriciteitswerken, schilderwerken,…).

De werkgever kan aan haar werknemers of bedrijfsleiders deze werkuren aanbieden, waarbij de werknemer of bedrijfsleider hierop zal belast worden voor een voordeel van alle aard. Het voordeel alle aard wordt forfaitair vastgesteld en is dus niet gerelateerd aan de werkelijke kostprijs.

De werknemer of bedrijfsleider zal via de werkgever de dienst moeten aanvragen bij het facilitymanagementbedrijf, dewelke via een systeem van onderaannemers het nodige doet om de gevraagde dienst te laten uitvoeren. De betaling van de dienst gebeurt door de werkgever aan het facilitymanagementbedrijf dat op zijn beurt de uitvoerder betaalt.

2. Bepaling van het voordeel alle aard

Zoals vaak het geval is, wordt het voordeel alle aard ook in deze kwestie anders bepaald al naargelang het voor fiscale of sociale doeleinden is. De marktleider in deze sector heeft zowel voor de fiscale als voor de sociaalrechtelijke aspecten een ruling bekomen, waardoor zowel de werkgever als de werknemer zekerheid hebben omtrent de fiscale gevolgen in geval zij gebruik maken van de door het facilitymanagement geleverde diensten.

  • Fiscale forfaitaire raming:

Voor de bepaling van het voordeel alle aard voor fiscale doeleinden is men uitgegaan van het forfaitair voordeel alle aard dat bestaat voor het gratis ter beschikking stelling van een dienstbode, waarbij het voordeel is vastgesteld op € 5.950 per jaar voor een voltijdse tewerkstelling (1700u).

Wanneer men dit nu omrekent naar een voordeel alle aard van 1 uur, dan bekomt men een fiscaal voordeel van € 3,5  per uur (€ 5.950 / 1700 u).

De Dienst Voorafgaande beslissingen (DVB) heeft deze waardering aanvaard voor zowel werknemers als bedrijfsleiders en specifiek voor volgende (limitatief opgesomde) diensten:

Poets- en schoonmaakdiensten, diensten geleverd door dienstmeisjes en huishoudpersoneel, chauffeurs, glazenwassers, tuinman en diensten inzake kleine herstellingen.

Let wel, de kost voor eventueel gebruikte materialen en goederen die nodig zijn voor de levering van de gevraagde diensten dient wel afzonderlijk betaald te worden door de werknemer / bedrijfsleider die hiervoor een factuur van de uitvoerder zal ontvangen (bv. de aankoop planten in het kader van tuinonderhoud).

  • Sociale forfaitaire raming:

Ook de RSZ aanvaardt een forfaitaire raming van het voordeel alle aard voor de berekening van de in te houden sociale bijdragen. De RSZ heeft in haar ruling, in tegenstelling tot de DVB voor de fiscale raming, geen limitatieve opsomming gegeven van de diensten die hieronder vervat zitten, maar er wordt verwezen naar de prestaties die verricht kunnen worden via dienstencheques en PWA-cheques (deze laatste verschillen van gemeente tot gemeente), dus:

- Dienstencheques: schoonmaken met inbegrip van de ramen, wassen en strijken, verstelwerk van strijkgoed, bereiden van maaltijden, boodschappen doen, hulp bij vervoer van personen met een beperkte mobiliteit;

- PWA-cheques: hulp voor bewaking of begeleiding van zieken of kinderen, hulp voor het verrichten van administratieve formaliteiten, hulp bij klein onderhoud van de tuin, kleine herstellings- en onderhoudswerken aan de woning, bewaken en verzorgen van dieren tijdens de afwezigheid van de eigenaars (als er geen dierenhotel in de omgeving beschikbaar is).

Let wel: Het standpunt van de RSZ is uiteraard enkel maar van toepassing op werknemers en niet op bedrijfsleiders.

De (informele) ruling afgeleverd door de RSZ aanvaardt een, voorlopige forfaitaire raming van € 8,54 per uur, gebaseerd op de waarde van een diensten- en PWA-cheque.

Ook het RSVZ heeft zich inmiddels ook akkoord verklaard met de door het RSZ aanvaarde forfaitaire raming.

3. Wat betekent dit nu concreet voor de werkgever en de werknemer?

Om het voordeel voor de werknemer te verduidelijken wordt in de hieronder schematisch weergegeven simulatie uitgegaan van volgende parameters, waarbij de totale loonkost voor de werkgever € 1.000 bedraagt:

RSZ – werkgever:         34,70%

RSZ – werknemer:        13,07%

Bedrijfsvoorheffing:      53,50%

Forfaitaire fiscale waardering gepresteerde facility-dienst:                        € 3,5  / u

Forfaitaire RSZ – waardering gepresteerde facility-dienst:                         € 8,54  / u

Coördinatievergoeding facilitymanagementbedrijf per opdracht:             € 22,71  

Er zal blijken dat het voordeel voor de werknemer toeneemt bij een stijgend uurtarief voor de gepresteerde dienst, bv. doordat beroep gedaan moet worden op dienstverleners met verschillende uurtarieven waardoor minder uren zouden kunnen gebruikt worden met een zelfde budget (vergelijking € 30 en € 60 per uur) voor bepaalde prestaties: de reden hiervoor is dat de voordelen voor fiscale en sociale redenen forfaitair zijn vastgesteld per uur, onafhankelijk van de werkelijke kost voor een uur geleverde prestatie.

Voor een relatief kleine ‘loonsverhoging’ in de vorm van een bonus voor diensten aan huis, krijgt de werknemer veel in de plaats doordat de fiscale en sociale druk op aanzienlijk lagere forfaitaire bedragen wordt berekend.

Bij een gewone loonsverhoging voor een bedrag van € 1.000  aan werkgeverskost, blijft  er namelijk netto maar € 300 over. Indien de werknemer beroep doet op bepaalde diensten aan € 30 / u, zal hij met deze verhoging slechts 10 uur aan diensten kunnen betalen.

Indien gewerkt wordt met een bonus voor diensten aan huis  voor eenzelfde kostprijs voor de werkgever, zal de werknemer, afhankelijk van het aantal verschillende opdrachten (vaste coördinatievergoeding verschuldigd per opdracht), met deze verhoging  bijna steeds beroep kunnen doen op minstens 20 uur aan diensten met een kostprijs van € 30 / u of zelfs minstens 12 uur aan diensten met een kostprijs van € 60 / u.

Tevens kan de werknemer er zeker van zijn dat met correcte en bekwame dienstenleveranciers samengewerkt wordt.

Het voordeel voor de werkgever bestaat er uiteraard in dat het verschil tussen de effectieve kostprijs en het geldelijk genoten voordeel aanzienlijk groter is voor de werknemer (€ 300 in vergelijking met € 837 of € 914 kan al tellen) waardoor hij, mits een minimale extra kost, het dagelijks comfort van zijn werknemer verhoogt.

De huidige marktleider die deze ‘diensten aan huis’ aanbiedt, aanvaardt dat de uitvoerders van de gevraagde diensten door de genieter van de bonus zelf aangebracht worden. Indien de genieter kiest voor eigen uitvoerders zal hij voorafgaand zelf prijsafspraken maken met de uitvoerder en die bij de opdrachtdefinitie specifiëren.  Uiteraard beschikt het facilitymanagementbedrijf over een lijst van gekwalificeerde dienstverleners waarop de genieter beroep kan doen en die dan door het facilitymanagementbedrijf wordt aangewezen rekening houdende met de aard van de opdracht en de tevredenheidsscore die eerdere genieters hebben aangeduid voor de betreffende uitvoerder. Op die manier creëert het facilitymanagementbedrijf ook een kwaliteitslabel ten gunste van de genieters van ‘bonus voor diensten aan huis’.

4. Conclusie

Deze nieuwe vorm van verloning biedt heel wat mogelijkheden om het dagelijks comfort van de werknemer te verbeteren doordat hij op een financieel voordelige wijze beroep kan doen op bekwame dienstverleners zonder hiervoor al te veel inspanning te moeten leveren inzake beschikbaarheid en administratie.

Gelet op de beperking inzake het aantal fiscaal aftrekbare dienstencheques  die de voorbije jaren in de verschillende gewesten werden ingevoerd, kan deze formule zeker een goede aanvulling zijn voor werknemers die reeds aan het maximale bedrag / aantal cheques komen via hun ‘gewoonlijke’ aangekochte dienstencheques. Dienstencheques komen gezien de subsidie van de overheid nog licht voordeliger uit dan de ‘bonus voor diensten aan huis’ voor een werkuur poetshulp, tenzij de betaling van deze dienst als extra bonus ‘bovenop’ komt en hiermee een besparing inhoudt in de netto loon uitgaven.

Heeft het nieuw ondernemingsbegrip gevolgen voor u?
Ruimere inschrijvingsplicht in de KBO – verduidelijking voor ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid
In een vorig artikel lichtten we al toe dat de invoering van het begrip ‘onderneming’ in het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) ook gevolgen heeft voor de inschrijving in de KBO (Kruispuntbank van Ondernemingen). Hier willen we dieper ingaan op de inschrijvingsplicht voor ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid.  Gevolg verruimd ondernemingsbegrip  Door h
Voelbare gevolgen op fiscaal vlak
Impact van de Brexit op de registratie- en erfbelasting
De spanning in het Verenigd Koninkrijk is te snijden. De initiële datum van de Brexit, 29 maart 2019, werd inmiddels opgeschoven. Naargelang er een akkoord wordt goedgekeurd of niet op 29 maart, wordt de datum van de Brexit opgeschoven naar 12 april in geval van een harde Brexit (zonder akkoord) en naar 22 mei in geval van een zachte Brexit (met akkoord). Het is een evidentie dat de Brexit z
Een versoepeling voor KMO's
Nieuwe interestaftrekbeperking biedt vooral ook opportuniteiten
Als onderdeel van de hervorming van de vennootschapsbelasting van eind 2017 werd ook een nieuwe interestaftrekbeperking ingevoerd.
Enkele belangrijke tijdstippen uitgelicht
Het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen
Reeds geruime tijd werd het nieuwe vennootschaps- en verenigingsrecht aangekondigd en op 28 februari 2019 werd de wet goedgekeurd door de Kamer. Hieronder geven we een korte toelichting over enkele belangrijke tijdstippen die gepaard gaan met de inwerkingtreding van deze nieuwe wetgeving.   Invoering van de nieuwe wetgeving  De wet tot invoering van het Wetboek van Ven
Vanaf 1 mei 2019
Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen goedgekeurd
Op 28 februari 2019 heeft de Kamer het langverwachte Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (afgekort WVV) dan toch goedgekeurd. Vanaf 1 mei 2019 heeft ons land bijgevolg een nieuw vennootschapsrecht. Het huidige Wetboek van Vennootschappen - dat reeds van 7 mei 1999 dateert – is niet langer aangepast aan de hedendaagse behoeften van het bedrijfsleven. Met het WVV tracht de wetgever Belg
De revival van opstal
Opstal als stealth-vruchtgebruik?
Recent werd een opmerkelijk arrest door het Hof van Beroep van Brussel geveld inzake de belasting van te goedkope natrekking bij opstal (23 januari 2019). Ook in het verleden waren hier al een aantal uitspraken over gedaan (zie onder meer het Hof te Gent van 31 oktober 2017). De interesse omtrent het einde van opstal bestaat duidelijk bij de fiscus en de beide arresten tonen ook aan dat er soms we
Paradepaardje of toch eerder louter doekje tegen het bloeden?
Het Belgisch fiscaal consolidatieregime
Het algemene opzet met de invoering van een fiscaal consolidatieregime was duidelijk, met name het Belgische fiscale stelsel terug positief in de kijker zetten. Vele van de ons omringende landen kennen immers al jaar en dag een systeem van fiscale consolidatie en België scoorde daardoor slecht op dit punt wanneer internationale groepen een investeringslocatie moeten kiezen. De vraag die op ied
De nieuwe regels voor btw-behandeling van vouchers
De wondere wereld van btw en bonnen
Bonnen zijn een zeer populair marketing instrument. Er zijn diverse soorten bonnen: kortingsbonnen uitgegeven door een fabrikant, in te ruilen bij om het even welk verkooppunt in België, kortingsbonnen gratis verstrekt door retailers, bonnen waarmee een nieuw gelanceerd artikel gratis kan worden verkregen, cadeaucheques die kunnen worden ingewisseld voor een heel gamma producten of diensten, elek
'Pauliaanse vordering' schiet te hulp
De fiscus buitenspel zetten door het verwerpen van de nalatenschap: kan dat?
In het erfrecht hebben verschillende erfgenamen een reservataire aanspraak. Zij hebben dus recht op een minimum erfdeel. Sinds de nieuwe erfwet mag men vrij beschikken over de helft van zijn vermogen. Dit noemt men het beschikbaar deel. Als het beschikbaar deel overschreden wordt door giften, kunnen de reservataire erfgenamen de inkorting vragen. Via de inkorting eisen de reservataire erfgenamen,
Ruimere inschrijvingsplicht in de KBO
Registratie in de KBO onder het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen
In het streven naar een aantrekkelijker ondernemingsklimaat werd er gesleuteld aan het ondernemingsrecht. Het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (“WVV”) schaft het begrip ‘handelaar’ af en voert het nieuwe begrip ‘onderneming’ in. Het nieuwe ondernemingsbegrip heeft gevolgen voor de inschrijving in de KBO (Kruispuntenbank van Ondernemingen).  Ruim
Hoe aftrekbaar zijn uw restaurantkosten?Download de fiscale gids

Word jij onze nieuwe collega?

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief