Reeks fiscale eindejaar optimalisaties – anticipeer op de verhoging roerende voorheffing

We gaan weer de laatste maand van het jaar in, en voor het gros van de vennootschappen betekent dat eveneens de laatste maand van het boekjaar. Dit is het moment waarop nog een en ander kan worden geoptimaliseerd vooraleer het boekjaar effectief ten einde loopt. In deze reeks lichten we enkele mogelijke fiscale optimalisatietechnieken toe.

1. Inleiding

Zoals u allicht al regelmatig zal vernomen hebben in de media, zal de roerende voorheffing (hierna RV) vanaf 1 januari 2017 stijgen tot 30 procent. Mocht dit gekaderd worden in een algehele hervorming van de vennootschapsbelasting, met een daling van het nominaal tarief, was dit perfect verdedigbaar geweest. Nu echter de hervorming van de vennootschapsbelasting voorlopig is uitgesteld en de verhoging van de RV toch zal worden doorgevoerd, blijft hiervan niet veel meer over dan nogmaals een loutere belastingverhoging voor alle personen met roerend inkomen, met uitzondering van de gewone interesten op spaardeposito’s die de vrijgestelde som overschrijden. Deze verhoging RV zal allicht (de wetgeving is namelijk nog niet gepubliceerd) ingaan vanaf 1 januari 2017.

2. Roerende voorheffing op interesten

De stijging RV zal dus ingaan voor alle interesten die vanaf 1 januari 2017 betaalbaar of beschikbaar worden gesteld. Qua fiscale optimalisatie kan u dus best al wat voorbereidend werk verrichten. In het programma of het Excel werkblad waarin u de interesten berekent, kan u al de bewegingen van de rekening-courant of de leningen gaan ingeven voor zover ze reeds bekend zijn (rekening courant) of voorspelbaar zijn (aflossingen van leningen). Zodoende kan u op 31/12 nog de laatste verrichtingen opnemen en de interest boeken op 31 december 2016. Daarna heeft u nog tijd tot 15 januari 2017 om de aangifte RV voor de interesten te doen en de bijhorende RV te betalen aan het huidige tarief van 27%.  

3. Roerende voorheffing op “gewone” dividenden

Hetzelfde geldt voor dividenden, waarde RV ook stijgt naar 30%. Vennootschappen die geen gebruik kunnen maken van de verlaagde tarieven onder de VVPRbis regeling of de liquidatiereserve, zullen er voordeel aan doen om nu in december nog een tussentijds dividend uit te keren aan 27% RV. 

De regering hoopt hier trouwens op! Een deel van de verwachte inkomsten is toegekend aan de RV voor 2016 in de optiek of verwachting dat heel wat belastingplichtigen zullen anticiperen op de verhoging van de RV door reeds in 2016 een tussentijds dividend uit te keren. 

4. Roerende voorheffing onder de VVPRbis regeling

Vennootschappen die gebruik kunnen maken van de VVPRbis regeling zullen in de meeste gevallen een voordeel tarief krijgen, aangezien deze tarieven niet wijzigen. Enkel de dividenden uitgekeerd uit de winstverdeling van het jaar van oprichting of kapitaalverhoging en de dividenden uitgekeerd uit de winstverdeling van het jaar daarop volgend zijn onderworpen aan de gemeenrechtelijke tarieven, die wel tot 30% zullen stijgen vanaf 1 januari 2017. 

Wat is juist weer de VVPRbis regeling? De VVPRbis regeling geldt voor vennootschappen die vanaf 1 juli 2013 zijn opgericht of sinds die datum een kapitaalverhoging hebben ondergaan met uitgifte van nieuwe aandelen op naam. De inbreng moet vertegenwoordigd zijn door een inbreng in geld en mag niet voorafgegaan zijn door een kapitaalvermindering. Uiteraard zijn er nog een aantal andere voorwaarden waaraan voldaan moet zijn om de VVPRbis regeling te mogen toepassen. Indien u hier praktische vragen over heeft, of meer informatie over wenst, neem gerust contact met ons op! 

Indien een vennootschap onder de VVPRbis regeling valt, kan de vennootschap dus genieten van verlaagde tarieven RV, behoudens voor de voormelde eerste 2 boekjaren. Voor boekjaar nummer 3 (het tweede boekjaar volgend op het boekjaar van oprichting of inbreng) kunnen dividenden aan 20% RV worden uitgekeerd, vanaf het jaar daarop zelfs aan 15% RV. In de wet staat dat de voordeeltarieven gelden voor dividenden uitgekeerd “uit de winstverdeling van boekjaar…”. Wij hebben echter een intern schrijven van de fiscus ontvangen waarin bevestigd worden dat ook dividenden tijdens dat betreffende boekjaar al van de voordeeltarieven kunnen genieten. 

5. Roerende voorheffing onder de liquidatiereserve

Voor wat betreft de liquidatiereserve, die door kleine vennootschappen conform artikel 15 wetboek vennootschappen kan worden aangelegd, is er wel een wijziging van de tarieven. In het kader van de liquidatiereserve kan een kleine vennootschap het geheel of een gedeelte van haar winst overboeken naar een afzonderlijke liquidatie-reserverekening. Bovenop de vennootschapsbelasting betaalt de betreffende vennootschap 10% afzonderlijke heffing op de aangroei van de liquidatiereserve. Door het feit dat er reeds 10% vooraf werd betaald, is de latere uitkering van deze reserve aan een gunsttarief onderworpen. Namelijk 17% RV bij uitkering binnen de 5 jaar, 5% bij uitkering meer dan 5 jaar na aanleg van de reserve, en indien de uitkering geschiedt naar aanleiding van een liquidatie, dan dient er zelfs helemaal geen RV meer te worden ingehouden en betaald. 

Die 17% bij uitkering binnen de 5 jaar wijzigt nu naar 20% voor de reserves die worden aangelegd vanaf aanslagjaar 2018. Dus voor alle boekjaren die starten vanaf 1 januari 2017. Dit geeft uiteraard een bijkomende optimalisatiemogelijkheid. Indien u namelijk over het resultaat van boekjaar 2016 (aanslagjaar 2017) een normaal dividend wenst uit te keren, zal dit pas in 2017 geschieden bij de gewone algemene vergadering. Dit dividend wordt dan betaalbaar gesteld in 2017 en zal onderworpen zijn aan het 30% RV tarief. Indien echter de algemene vergadering beslist om geen gewoon dividend uit te keren, maar een liquidatiereserve aan te leggen, dient hier “onmiddellijk” 10% op te worden betaald. Onmiddellijk is in dit geval niet echt onmiddellijk, want hoewel deze 10% effectief onmiddellijk in de cijfers moet worden opgenomen, zal  dit pas effectief betaald worden bij ontvangst van uw aanslagbiljet. Dus dit zal allicht pas ergens in de loop van oktober of november 2017 zijn. Deze liquidatiereserve wordt echter aangelegd over boekjaar 2016, aanslagjaar 2017 en zal bij uitkering binnen de vijf jaar dus nog steeds van het tarief van 17% RV kunnen genieten in plaats van de 20% RV.

Enkele weken later roept u een bijzondere algemene vergadering samen waarop beslist wordt een tussentijds dividend uit te keren, uit de liquidatiereserve aangelegd voor aanslagjaar 2017 – boekjaar 2016 (indien u natuurlijk geen oudere liquidatiereserves heeft). Hierop is dan nog slechts 17% RV te betalen aangezien deze reserve wordt uitgekeerd binnen de vijf jaar. 

Totaalkost van deze uitkering: indien u 100 winst na belastingen heeft, kan u hiervan 90,91 opnemen in de liquidatiereserve waardoor u hierop 9,09 afzonderlijke heffing betaalt (10% van de aanleg van 90,91, welke samen met de 9,09 exact 100 vormt). Bij uitkering zal u nog bijkomend 17% moeten betalen, maar slechts op de 90,91 die u uitkeert. Hierdoor betaalt u slechts 15,45 wat de totaalkost brengt op 24,54. Dit betekent een besparing van 5,46% ten opzichte van het normale dividend aan 30% RV.

6. Besluit

Anticiperen op de verhoging van de roerende voorheffing is dus een win-win situatie. U bespaart op de roerende voorheffing, en de regering krijgt in bepaalde gevallen nog dit jaar extra inkomsten binnen, iets waar ze in de begrotingscontrole reeds rekening mee hebben gehouden. 

Een interessante manier om kapitaal voordeliger te verkrijgen?
De Belgische fiscale behandeling van de afkoop van Nederlandse pensioenen in eigen beheer
Nog net voor het einde van het jaar heeft de belastingadministratie eindelijk de knoop doorgehakt en een circulaire gepubliceerd.
Nieuwe fiscale spelregels
De nieuwe wetgeving inzake autofiscaliteit: de motor op volle toeren
Traditiegetrouw staat de maand januari in België in teken van de auto. Het autosalon lokt jaarlijks 100.000en autoliefhebbers naar de Heizel. Dit jaar staan niet enkel de nieuwste automodellen in de schijnwerpers, maar ook de nieuwe wetgeving inzake autofiscaliteit gaat met de aandacht lopen. Immers op kerstdag van vorig jaar werd de nieuwe Wet tot hervorming van de vennootschapsbelasting bekrach
Wie moet deze kassa nu verplicht gebruiken?
De lang verwachte circulaire inzake de witte kassa gepubliceerd
Over het geregistreerd kassasysteem (de "witte kassa") is de laatste jaren al veel inkt gevloeid. In ruil voor een tariefverlaging voor restaurant- en cateringdiensten naar 12 % (i.p.v. 21 % - dranken uitgezonderd), werd vereist dat horecazaken met een geregistreerd kassasysteem zouden gaan werken om zo de fraude in de sector tegen te gaan. De vraag stelde zich de laatste jaren voornamelijk wie
Eenvoudig en flexibel bonus toekennen
De winstpremie sinds 1 januari 2018
De nieuwe winstpremie geeft ondernemingen de mogelijkheid om op een eenvoudige en flexibele wijze een deel van hun winst als bonus toe te kennen aan hun werknemers. De werknemers ontvangen een premie, die neerkomt op ofwel een vastgestelde som ofwel een percentage van hun loon, zonder dat aan de betrokken werknemer een stemrecht in de onderneming wordt toegekend. Begrip winstpremie en voorwaard
Verlaagd tarief vennootschapsbelasting: voordeel of nadeel voor de belastingplichtige?
Een nieuwe vereiste rond minimumbezoldiging
Het Zomerakkoord, gedeeltelijk vertaald in de Wet tot hervorming van de vennootschapsbelasting van 25 december 2017 (gepubliceerd in het Belgische Staatsblad van 29 december 2017), introduceert een verlaagd tarief vennootschapsbelasting dat tegen aanslagjaar 2021 daalt tot 25%. Onder welbepaalde voorwaarden kan een kleine vennootschap zelfs genieten van een verlaagd tarief van 20% op haar eerste s
Een aantal gereglementeerde beroepen werden afgeschaft
Afschaffing beroepsbekwaamheid in Vlaanderen: de gevolgen op een rijtje
Volgens de huidige vestigingswetgeving in België/Vlaanderen moet elke kmo, natuurlijke persoon of rechtspersoon die een handelsactiviteit wenst uit te oefenen, de nodige ondernemersvaardigheden bewijzen.
Vier actiepunten uitvoerig toegelicht
De invloed van de ATAD-richtlijn(en) op het zomerakkoord
Het is inmiddels geen nieuws meer dat het zomerakkoord de Belgische vennootschapsbelasting grondig zal hervormen. De voorgestelde hervormingen zoals opgenomen in de voorbereidende teksten van de Programmawet en de Relancewet werden op 27 oktober goedgekeurd in de Ministerraad. Het wetsontwerp van de Programmawet werd op 6 november 2017 door de regering ingediend in de Kamer van Volksvertegenwoordi
Het begrip, de invoering en de loonbetaling nader toegelicht
Glijdende uurroosters: eindelijk een wettelijk kader
Sinds de invoering van de wet kan de onderneming ervoor kiezen om een glijdend uurrooster in te voeren. 
Het decembervoorschot & het optioneel btw-stelsel komen aan bod
Kort btw-nieuws
Het decembervoorschot voor kwartaalaangevers.  Btw-belastingplichtigen die periodieke maandaangiften indienen, zijn al langer gekend met het fenomeen van het decembervoorschot. Binnenkort zullen ook de kwartaalindieners voor de eerste keer met deze verplichting rekening moeten houden. In het kader van een verdere vereenvoudiging van de btw-regelgeving en –administratie besliste de minister
De gevolgen van een onjuiste of onvolledige inschrijving
De noodzaak van een correcte inschrijving in de kruispuntenbank voor ondernemingen
Elke onderneming heeft er belang bij haar  inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) up to date te houden. De KBO is een centraal register van de FOD economie waarin alle basisgegevens van ondernemingen en hun vestigingseenheden worden verwerkt. De gegevens in de KBO worden verspreid naar de verschillende overheidsdiensten (BTW, RSZ, belastingkantoren,….).  Wie moet z

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief