Transfer Pricing Brief

Introductie

Welkom bij de eerste editie van Over Interne Verrekenprijzen (Transfer Pricing Brief), een overzicht dat wij hebben opgesteld om het belang van interne verrekenprijzen in uw internationale fiscale planning toe te lichten. Als gevolg van de BEPS-rapporten ('BEPS' staat voor base erosion and profit shifting of grondslaguitholling en winstverschuiving) die de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) eind 2015 heeft gepubliceerd, zijn de Europese landen hun eigen wetgeving beginnen aan te passen om die af te stemmen op de nieuwe richtlijnen van de OESO. Deze publicatie biedt u een overzicht van de belangrijke veranderingen in dit domein in verschillende Europese landen.

Wenst u meer informatie over de vermelde landen of bespreekt u graag de implicaties ervan voor u of uw onderneming? Neem dan contact op met de persoon die wordt vermeld onder het desbetreffende land of item. Het materiaal dat we in deze nieuwsbrief bespreken, is uitsluitend bedoeld als algemene informatie. Gebruik ze niet zonder eerst professioneel advies in te winnen dat is aangepast aan uw specifieke behoeften.

1. Waarover gaat het eigenlijk?

Multinationals gebruiken interne verrekenprijzen tussen entiteiten van de groep in verschillende rechtsgebieden om hun winst wereldwijd te spreiden en zo het wereldwijde belastingtotaal te beperken. Zij proberen hun belastbare basis in landen met hoge belastingtarieven uit te hollen door winst door te schuiven naar landen die lage of zelfs geen belastingen heffen. Er is maar één belangrijke beperking waar ze aan moeten voldoen: multinationals moeten rekening houden met het zogeheten arm's-lengthprincipe of gelijkheidsbeginsel, wat betekent dat de voorwaarden voor transacties tussen verbonden entiteiten dezelfde moeten zijn als identieke of vergelijkbare transacties tussen onderling onafhankelijke entiteiten. Multinationals moeten in de meeste rechtsgebieden in de wereld bewijzen en documenteren dat ze aan dat principe voldoen om te vermijden dat hun lokale belastingautoriteiten eenzijdige aanpassingen gaan opleggen, met belastingverhogingen (en dubbele belastingheffingen) tot gevolg.

Door die herziene OESO-richtlijnen over interne verrekenprijzen (die de meeste landen volgen) en de Europese Richtlijn Bestrijding Belastingontwijking (European Anti-Tax Avoidance of ATAD), zullen fiscale planning en zeker de planning van interne verrekenprijzen nooit meer zijn wat ze waren. We kunnen op fiscaal vlak echt wel over een pre-BEPS- en een post-BEPS-periode spreken.

Het actieplan tegen grondslaguitholling en winstverschuiving (‘het BEPS-actieplan’), dat eind 2016 werd afgerond, resulteerde in 15 rapporten. Die kunnen we echter globaal samenvatten in drie basisprincipes: coherentie, substantie en transparantie. Coherentie is erop gericht de verschillende wetten van individuele landen nauwer op elkaar af te stemmen om achterpoortjes en hiaten te sluiten. Het belang van substantie kunnen we omschrijven als het feit dat winsten (en de overeenkomstige winstbelastingen) moeten worden toegewezen aan de plaats en het rechtsgebied waar de toegevoegde waarde eigenlijk wordt gecreëerd. Ten slotte zal meer transparantie op het internationale niveau ervoor zorgen dat nationale overheden de realiteit en de cijfers van multinationals beter kunnen analyseren, zodat ze ondernemingen ertoe kunnen aanzetten in elk land het correcte bedrag aan belastingen te betalen.

Het aspect transparantie beslaat een volledig hoofdstuk (actieplan 13) over het documenteren van interne verrekenprijzen. Het doet aanbevelingen voor belastingautoriteiten en multinationale bedrijven over hoe ze kunnen documenteren op welke manier zij tot een correcte prijszetting voor interne transacties zijn gekomen, door gebruik te maken van een groepsdossier en een lokaal dossier. Voor bedrijvengroepen die een omzet realiseren van meer dan EUR 750 miljoen werd een verplichte rapportering per land (country-by-country of CbC reporting) ingevoerd. Het landenrapport moet informatie bevatten zoals de globale winst, betaalde en toerekenbare belastingen, cashflow, groepsinvesteringen en het aantal werknemers in elk land waar de groep actief is. Bovendien moeten de belangrijkste functies van elke rechtspersoon of vaste inrichting worden toegelicht. Ook bijkomende informatie over de groepsactiviteit en de interactie tussen de geledingen van de groep moet verplicht worden vermeld. Deze drieledige documentatie moet worden overgemaakt aan de lokale belastingautoriteit van de uiteindelijke moedermaatschappij. Vervolgens wordt die lokale belastingautoriteit verondersteld die informatie te delen met de andere landen waar rechtspersonen van de groep gevestigd zijn. Meer dan 100 belastingautoriteiten hebben al een overeenkomst ondertekend waardoor ze zich ertoe verbinden dit soort inlichtingen uit te wisselen.

Onthulling van deze informatie betekent ook dat nationale overheden heel wat bijkomende informatie verkrijgen, waardoor ze een heel goed zicht krijgen op de plaats waar de winsten worden gemaakt en de belastingen worden betaald. Elke betrokken overheid zal onvermijdelijk een deeltje van de taart voor zich willen en belastingbetalers zullen hun strategie voor de interne verrekenprijzen op diverse fronten moeten verdedigen. Belastingplichtigen zullen ervoor moeten zorgen dat deze drie documenten (lokaal dossier, groepsdossier en landenrapport) onderling een logische samenhang vertonen. Een grondige voorbereiding op internationaal niveau zal dan ook cruciaal zijn om problemen met lokale belastingcontroles te vermijden en de compliancekosten te beperken.

Actieplannen 8, 9 en 10 gaan dan weer volledig over de techniek van interne verrekenprijzen. De richtlijnen inzake interne verrekenprijzen werden verfijnd, deels herschreven en aangevuld met tal van voorbeelden. Zoals een Belgische belastinginspecteur onlangs zei: de belastingdiensten hebben een sterk wapen gekregen in de strijd tegen winstverschuiving en grondslaguitholling in hun landen.

De focus en nadruk in de nieuwe richtlijnen over interne verrekenprijzen kunnen kort als volgt worden samengevat. De achterliggende gedachte is dat ondernemingen moeten worden belast op de plaats waar de waarde wordt gecreëerd. De OESO adviseert iedere interne transactie binnen een groep apart te onderzoeken om de relevante economische kenmerken ervan te analyseren en om de correcte arm’s-lengthprijs ervan te bepalen. De partijen moeten zich gedragen volgens intercompanyovereenkomsten en doen ze dat niet, dan wordt de substantie belangrijker dan de vorm. In uitzonderlijke gevallen, wanneer geen commerciële argumenten kunnen worden aangevoerd voor de transactie, kunnen transacties zelfs volledig worden genegeerd (voor de doeleinden van interne verrekenprijzen althans).

Een ander punt gaat over risico-identificatie. Entiteiten die meer risico's nemen, verwachten ook meer winst en hebben eigenlijk recht op alle extra winst boven de reguliere winst. Een volledig hoofdstuk wordt gewijd aan een aanpak van de risicoanalyse, met verwijzing naar het belang van functies van personen, de financiële capaciteit om de risico's aan te kunnen en het bepalen van wie verantwoordelijk is voor de gevolgen van die functies en capaciteit.

Er wordt aandacht geschonken aan specifieke onderwerpen zoals ‘locatiebesparingen’, ‘groepssynergieën’ en ‘grondstoftransacties’. Zelfs met de recente verduidelijkingen in de richtlijnen blijven al die elementen echter moeilijk toe te passen, staan ze vaak ter discussie en zullen ze de onzekerheid blijven voeden.

Maar het deel van het actieplan dat beschrijft hoe immateriële activa moeten worden behandeld, is veel duidelijker en is doorspekt met voorbeelden. Immateriële activa worden frequent gebruikt als middel voor winstverschuiving naar rechtsgebieden met lagere belastingtarieven en de nieuwe richtlijnen zijn erop gericht de spelregels drastisch te verstrengen of zelfs te herschrijven. Volgens de richtlijnen mag de wettelijke eigendom op zich de betrokken rechtspersoon geen rechten geven op enige winst uit de intellectuele eigendom, maar moet de entiteit die de functies ontwikkeling, verbetering, onderhoud, bescherming en exploitatie (development, enhancement, maintenance, protection and exploitation of DEMPE) uitoefent, de entiteit die de belangrijke economische risico's beheert (en de financiële draagkracht heeft voor dat risico) en de entiteit die de activa daadwerkelijk in bezit heeft, recht hebben op een return in verhouding tot hun bijdrage aan de waarde van de eigendom. Moeilijk te waarderen immateriële activa (zijn er andere?) waarvan de waardering gebaseerd is op financiële projecties die onzeker zijn op het moment waarop ze worden gemaakt, kunnen op bepaalde voorwaarden en in bepaalde omstandigheden ex post in vraag worden gesteld door belastingcontroleurs. Ook hier kunnen we verdere geschillen tussen belastingbetalers en de belastingdiensten verwachten.

Ten slotte lijkt het standpunt van de OESO over intragroepsdiensten met lage toegevoegde waarde, die de kostprijs plus 5% veiligheidsmarge voorstelt, op het eerste gezicht een versoepeling vergeleken met de honderden pagina's technische beschrijvingen. Maar belastingplichtigen letten toch maar beter op, want de kans is heel groot dat tal van landen eigen, afwijkende meningen zullen hebben over de aftrekbaarheid van beheerkosten en uitgaven van de hoofdzetel.

Aanvankelijk was het BEPS-actieplan bedoeld om grote spelers zoals de Apples, Googles en Starbucksen van deze wereld aan te pakken. Het werd gebruikt om de internationale structuren te analyseren en bloot te leggen die multinationals gebruiken om minder belastingen te betalen (die zij als kosten beschouwen) aan de hand van vernuftige en creatieve technieken waar enkel groepen met een kritieke grootte gebruik van kunnen maken. Onder druk van de publieke opinie, ngo's en belastingdiensten is de reikwijdte echter uitgebreid, waardoor alle multinationals nu met een nieuwe maatschappelijke verantwoordelijkheid voor bedrijven te maken krijgen, in het bijzonder met betrekking tot het feit dat ze ‘eerlijke belastingen moeten betalen’, hoe ze ook wordt bepaald.

Als wereldwijd netwerk van consultants die voornamelijk advies verstrekken aan kleine en middelgrote ondernemingen, zijn wij goed geplaatst om u door deze post-BEPS-wereld te gidsen. Wij zijn ervan overtuigd dat internationaal actieve groepen uit de middencategorie in het kader van deze nieuwe realiteit ook kunnen profiteren van een optimalisering van hun structuur en hun beleid inzake interne verrekenprijzen. Aangezien de documentatie voor een internationale groep in verhouding moet staan tot zijn grootte, biedt Moore Stephens Europe zijn klanten een praktische en op maat gemaakte oplossing voor interne verrekenprijzen aan.

Wij hopen dat u deze nieuwsbrief Transfer Pricing Brief nuttig vindt.

Koen Van Dorpe

Moore Stephens Europe Transfer Pricing Steering Group

7 gevolgen van een foutieve inschrijving
Het belang van een correcte KBO-inschrijving anno 2019
Elke onderneming heeft zijn unieke inschrijving in de KBO, vaak wordt echter vergeten deze inschrijving up-to-date te houden. Dit kan onaangename gevolgen hebben. ​De Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) is een register van de FOD Economie waarin alle basisgegevens van ondernemingen en hun vestigingseenheden verzameld zijn. Ze centraliseren de basisgegevens en vestigings
Is het nu 50% of 100% aftrekbaar?
Receptiekosten van een publicitair evenement slechts beperkt aftrekbaar
Volgens de letter van de wet (art. 53, 8° WIB) zijn beroepsmatig gedane receptiekosten slechts voor 50% aftrekbaar. Er bestaat sinds lange tijd discussie over de vraag of die aftrekbeperking ook geldt als de receptiekosten worden gemaakt in het kader van een publicitair evenement. Behouden deze kosten de aard van receptiekosten, ook als ze een publicitair doel hebben? Of vallen ze onder een
Juridisch is dit niet zo vanzelfsprekend
Herstructureren? Denk aan uw bestuursmandaten
Bij de herstructurering van vennootschappen komt heel wat kijken. Een element dat daarbij geregeld uit het oog wordt verloren betreft de bestuursmandaten die de overgenomen vennootschap waarneemt in een aantal andere vennootschappen. De vraag is wat het lot is van deze bestuursmandaten eens de besturende vennootschap verdwijnt ingevolge fusie of splitsing. In vele gevallen is het de bedo
Vanaf 1 jan 2020 enkel nog nieuwe formulieren
Nieuwe publicatieformulieren voor het Belgisch Staatsblad
Vennootschappen, verenigingen en stichtingen die teksten, zoals bv. oprichtingsaktes, benoemingen bestuurders etc., moeten neerleggen op de griffie van de ondernemingsrechtbank dienen hiervoor speciale formulieren te gebruiken. Op 30 april 2019 verscheen in het Belgisch Staatsblad het nieuwe Koninklijk Besluit van 29 april 2019 tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
Dit jaar zal het vaker voorkomen dat er moet gereageerd worden
Voorstel van vereenvoudigde aangifte? Kijk goed na en reageer tijdig!
Reeds sinds enkele jaren zit het aantal voorstellen van vereenvoudigde aangifte in de lift. Dit jaar zullen meer dan 3,2 miljoen Belgen zo’n voorstel krijgen. Als er niets moet worden gewijzigd, moet u ook niet reageren. Maar als er toch iets moet worden aangepast (lees: de fiscus heeft onjuiste of onvolledige gegevens), dan moet u tijdig reageren. Dit jaar zal het&
Ook ondernemingen moeten nu uitdrukkelijk de procedure volgen
Belangenconflict in het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen
Sinds 1 mei 2019 is het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) in werking getreden. Het WVV voorziet in een ruimere en strengere regeling inzake de belangenconflicten die zich mogelijks kunnen voordoen binnen een onderneming. De verruiming bestaat erin dat de bestuurders van coöperatieve vennootschappen, vzw’s&nb
Belangrijke tips bij een schenking
Enkele do’s en don'ts bij de bankgift
De bankgift is nog steeds een zeer geliefde techniek voor de overdracht van geld bij wijze van schenking. Dit is niet zo verwonderlijk aangezien de bankgift een geldige schenking geeft zonder (al te veel) formalisme en zonder schenkbelasting, indien deze volgens de regels van het spel wordt uitgevoerd. Toch zijn er enkele spelregels die roet in het eten dreigen te gooien, indien ze niet corre
Het verdere verloop van de relatie tussen het VK, de EU en de EER
Welke impact heeft de Brexit op uw vennootschapsbelasting?
Op vandaag hoort het Verenigd Koninkrijk (VK) nog steeds tot de Europese Unie (EU) evenals tot de Europese Economische Ruimte (EER). Intussen kreeg het VK namelijk tot ten laatste 31 oktober 2019 de tijd om de Brexit te realiseren. Dit betekent dan ook dat grensoverschrijdende transacties die met het VK worden verricht nog steeds binnen het toepassingsgebied van de Europese richtlijnen vallen. Na
Minder streng circulaire voor horecasector
Nieuw circulaire voor BTW tarief bij restaurant- en cateringdiensten
Op 1 januari 2010 werd het btw tarief voor restaurant- en cateringdiensten verlaagd naar 12%. Dit tarief geldt enkel voor het eten. De dranken (ook de niet-alcoholische en de koffie en thee) zijn nog onderworpen aan het standaard btw-tarief van 21%. De Administratie publiceerde op 23 december 2009 een toelichting waarin ze besprak hoe een enige prijs voor een menu (inclusief drank) voor het bepale
Wordt uw bestuurdersaansprakelijkheid eindelijk beperkt?
Bestuurdersaansprakelijkheid in het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen
Wordt uw bestuurdersaansprakelijkheid eindelijk beperkt onder het nieuwe WVV? Het nieuw Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) werd, na een hobbelig parcours te hebben doorlopen, op 28 februari 2019 gestemd in de Kamer. Een van de meest in het oog springende vernieuwingen die het WVV doorvoert is de invoering van een beperking op de bestuurdersaansprakelijkheid in artikel 2:57. Va
Hoe aftrekbaar zijn uw restaurantkosten?Download de fiscale gids

Word jij onze nieuwe collega?

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief