De nieuwe aftrek voor innovatie-inkomsten toegelicht

Naar aanleiding van het BEPS-actieplan diende België zijn bestaande aftrek voor octrooi-inkomsten te toetsen aan de principes uit de OESO-aanbevelingen en de nodige hervormingen door te voeren tegen 30 juni 2016. Naar aanleiding van deze operatie werd de bestaande aftrek voor octrooi-inkomsten afgeschaft en vervangen door de nieuwe aftrek voor innovatie-inkomsten.

Korte historiek
De zomer van 2016 luidde het einde in van het Belgische fiscale gunstregime voor inkomsten uit intellectuele eigendomsrechten zoals we dit tot dan kenden. Dankzij dit gunstregime, de zogenaamde ‘aftrek voor octrooi-inkomsten’ konden ondernemingen 80% van hun bruto-inkomsten uit octrooien in mindering brengen van hun winst van het belastbaar tijdperk. De belasting op deze octrooi-inkomsten bedroeg dus 33,99% van 20% van de inkomsten, hetgeen neerkwam op een reële belastingdruk van slechts 6,80%.

Onder invloed van het BEPS-plan van de OESO (actiepunt 5) dienden lidstaten ten laatste tegen 30 juni 2016 hun respectievelijke fiscale gunstregimes voor inkomsten uit intellectuele rechten verkregen uit activiteiten van onderzoek en ontwikkeling te herevalueren. Vanaf 1 juli 2016 werden de lidstaten van de OESO geacht hun IP-regimes te hebben hervormd, zodat deze voldoen aan de principes die neergeschreven zijn in de OESO-aanbevelingen.

Op de ministerraad van 2 december 2016 bereikten de regeringspartijen een akkoord over het nieuwe IP-regime dat voortaan de ‘aftrek voor innovatie-inkomsten’ zal heten. Dit regime is van toepassing met ingang van 1 juli 2016. Inkomsten uit octrooien aangevraagd vanaf 1 juli 2016 en verbeterde octrooien en licenties verworven na 1 juli 2016 komen dus niet langer in aanmerking voor de voormalige octrooi-aftrek. Voor belastingplichtigen wiens inkomsten uit intellectuele eigendom vóór 1 juli 2016 reeds konden genieten van de oude octrooi-aftrek voorziet de wetgeving in een overgangsregime van 5 jaar (tot 30 juni 2021).

Op 2 februari werd het wetsontwerp goedgekeurd in het parlement. Op 20 februari werd de wet tot invoering van een aftrek voor innovatie-inkomsten gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. De wet heeft uitwerking vanaf 1 juli 2016.

De belangrijkste kenmerken van de nieuwe aftrek voor innovatie-inkomsten zijn de volgende:

1. Kwalificerende begunstigden
De nieuwe aftrek innovatie-inkomsten is van toepassing op Belgische vennootschappen of Belgische inrichtingen van buitenlandse vennootschappen die volle eigenaar, mede-eigenaar, vruchtgebruiker of licentie- of (exclusieve) rechtenhouder zijn.

2. Kwalificerende intellectuele eigendomsrechten
De nieuwe aftrek voor innovatie-inkomsten kent een ruimer toepassingsgebied dan de oude octrooi-aftrek (dewelke enkel beperkt was tot octrooien en aanvullende rechten, hetgeen quasi de hele softwaresector uitsloot van de aftrek). De aftrek innovatie-inkomsten vindt toepassing op volgende intellectuele rechten:

  • octrooien of aanvullende beschermingscertificaten;
  • kwekersrechten;
  • weesgeneesmiddelen;
  • data- of marktexclusiviteiten;
  • auteursrechtelijk beschermde software: mits deze voortkomt uit een Onderzoek- & Ontwikkelingsproject of -programma zoals gedefinieerd in de regeling voor de gedeeltelijke vrijstelling van de doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor wetenschappelijk onderzoek of mits een bindend advies werd ontvangen van Belspo. De software mag nog geen inkomsten hebben voortgebracht vóór 1 juli 2016. Eventuele aanpassingen of verbeteringen van voor 1 juli 2016 bestaande software waaruit inkomsten voortvloeien na 1 juli 2016 komen wel in aanmerking. Evenwel enkel ten belope van de inkomsten die kunnen worden toegewezen aan de aanpassing of verbetering.

De nieuwe aftrek kan worden toegepast op inkomsten uit intellectuele eigendomsrechten ongeacht het land waar het product, de dienst of de werkwijze bescherming geniet. Dit nieuwe regime is (behalve voor octrooien die eerder reeds van de octrooi-aftrek konden genieten) van toepassing voor zover de voornoemde rechten zijn verworven of aangevraagd sinds 1 juli 2016.

Belangrijk op te merken is ook dat reeds een deel van de winsten kan worden vrijgesteld vanaf het moment dat een aanvraag wordt ingediend voor een intellectueel eigendomsrecht, daar waar de octrooi- aftrek slechts voor een erkend octrooi mogelijk was. In dit geval zal een tijdelijke vrijstelling worden toegekend bij wijze van vrijgestelde reserve, in afwachting van de uiteindelijke goedkeuring van het intellectuele recht (zij het onder voorbehoud van terugbetaling als het intellectuele eigendomsrecht uiteindelijk niet wordt verkregen).

3. Kwalificerende inkomsten
De aftrek voor innovatie-inkomsten is van toepassing op inkomsten die voortkomen uit de kwalificerende intellectuele eigendomsrechten. In vergelijking met de vroegere octrooi-aftrek kent de nieuwe aftrek een veel ruimere waaier aan kwalificerende inkomsten: licentievergoedingen, royalty's inbegrepen in de prijs van (beschermde) goederen of diensten, royalty's voor (beschermde) producten of werkwijzen inbegrepen in het 'productieproces' van de gecommercialiseerde goederen of diensten, inkomsten uit de verkoop van intellectuele eigendomsrechten en schadevergoedingen naar aanleiding van een inbreuk op een intellectuele eigendomsrecht.

4. Berekening van de aftrek innovatie-inkomsten:
Tarief
De aftrek voor innovatie-inkomsten staat toe dat 85% (in vergelijking met 80% bij de octrooi-aftrek) van de netto-inkomsten (in vergelijking met bruto-inkomsten bij de octrooi-aftrek) uit intellectuele eigendom wordt afgetrokken van de belastbare basis van de betrokken vennootschap of vaste inrichting in de vennootschapsbelasting.

Aftrek van netto-inkomsten
De aftrek voor innovatie-inkomsten wordt berekend op het nettobedrag van de inkomsten uit intellectuele eigendomsrechten. Dit houdt in dat de inkomsten uit intellectuele rechten worden verminderd met de uitgaven van onderzoek en ontwikkeling die de betrokken vennootschap of vaste inrichting in het betrokken jaar heeft gedaan. Daarnaast dient men ook de historische kosten van onderzoek en ontwikkeling uit voorgaande belastbare tijdperken (voor zover deze eindigen na 30 juni 2016) in mindering te brengen. Voor de historische kosten voorziet de wetgever wel in de mogelijkheid om deze kosten te spreiden over maximum 7 aanslagjaren. Op deze manier kunnen belastingplichtigen met belangrijke kosten en investeringen in de beginfase toch reeds van het gunstige fiscale regime genieten op de inkomsten die uit hun intellectuele eigendomsrechten voortkomen. De keuze om de historische kosten te spreiden en het aantal jaren waarover wordt afgeschreven zijn onherroepelijk. Indien de vermindering van de inkomsten met de voornoemde kosten van onderzoek- en ontwikkeling zou leiden tot een negatief saldo, wordt dit saldo overgedragen naar volgende jaren.

Nexus-benadering
De belangrijkste wijziging die door het nieuwe fiscale regime van de aftrek voor innovatie-inkomsten wordt doorgevoerd is dat de berekening van de nieuwe aftrek gekoppeld is aan de zogenaamde Nexus-breuk. Deze wijziging is noodgedwongen ingevoerd op basis van de richtlijnen uitgevaardigd door de OESO in het kader van het BEPS-plan. Het doel van deze richtlijnen bestaat erin de fiscale gunstregimes voor te behouden aan vennootschappen die lokaal voldoende economische substantie hebben.

Concreet betekent het voorgaande dat de berekening van de aftrek onderworpen wordt aan een breuk die de verhouding weergeeft tussen de kosten voor de zelf uitgevoerde onderzoeks-en ontwikkelingsactiviteiten (teller) en het totaal van de kosten voor onderzoek- en ontwikkeling (noemer). Onder de kosten voor zelf uitgevoerde onderzoeks-en ontwikkelingsactiviteiten vallen tevens deze betaald aan niet-verbonden ondernemingen of betaald aan een verbonden onderneming indien deze laatste de ontvangen vergoeding zonder marge doorstort aan een niet-verbonden onderneming. De teller van de Nexus-ratio zal automatisch worden verhoogd met 30% (de zogenaamde ‘uplift’), maar kan nooit meer bedragen dan het totale bedrag van de kosten besteed aan onderzoek- en ontwikkeling uit de noemer. Om de Nexus-breuk samen te stellen moeten alle in voorgaande belastbare tijdperken gedragen uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling onbeperkt worden opgenomen en behouden blijven.

Tot slot dient te worden opgemerkt dat de Nexus-benadering wordt beschouwd als een weerlegbaar vermoeden. Indien de belastingplichtige kan aantonen dat de breuk leidt tot een te lage aftrek voor innovatie-inkomsten op basis van de concrete elementen, kan een afwijking van de Nexus-breuk worden aangevraagd. Dergelijke afwijking wordt enkel toegestaan via een Voorafgaande Beslissing.

5. Administratieve verplichtingen
De nieuwe aftrek innovatie-inkomsten brengt een niet te onderschatten administratieve opvolging en documentatieplicht mee voor de belastingplichtigen die hiervan gebruik wensen te maken. Het bepalen van de innovatie-inkomsten, alsook van de uitgaven die daar rechtstreeks mee verbonden zijn (voor het bepalen van de Nexus-breuk) moeten per intellectueel eigendomsrecht afzonderlijk worden bepaald. Per uitzondering kan worden toegestaan dat de documentatieplicht wordt bijgehouden per type product of dienst dat wordt ontwikkeld. Om aan deze bijzondere administratieve verplichtingen te voldoen zal een specifiek formulier moeten worden toegevoegd aan de aangifte vennootschapsbelasting, zowel door kmo’s als door grote ondernemingen.

6. Fiscale verwerking van de aftrek voor innovatie-inkomsten
De bewerking van de aftrek voor innovatie-inkomsten in de aangifte vennootschapsbelasting zal volgen op deze van de DBI-aftrek en voorafgaan aan de bewerking van de notionele intrestaftrek.

Het niet-gebruikte saldo van de aftrek voor innovatie-inkomsten kan (in tegenstelling tot de octrooi-aftrek) onbeperkt worden overgedragen naar de volgende aanslagjaren.

De aftrek zal voortaan ook niet meer verloren gaan ingeval van herstructurering (fusie, splitsingen, …) van de betrokken belastingplichtige.

Tot slot merken wij ook op dat de toepassing van de aftrek voor innovatie-inkomsten de toepassing van de investeringsaftrek met betrekking tot hetzelfde intellectueel eigendomsrecht niet in het gedrang brengt.

Keuze voor het oude of het nieuwe stelsel voor inkomsten uit intellectuele eigendomsrechten?
Sommige belastingplichtigen zullen voor bepaalde intellectuele eigendomsrechten kunnen kiezen voor het overgangsregime van de voormalige octrooi-aftrek of voor de nieuwe aftrek voor innovatie-inkomsten. Afhankelijk van de specifieke feitelijke kenmerken per geval en meer bepaald de structuur van bepaalde ondernemingsgroepen zal het soms voordeliger zijn om te kiezen voor de oude octrooi-aftrek. Indien een belastingplichtige de keuze maakt voor het overgangsregime van de oude octrooi-aftrek is dit een onherroepelijke keuze en kan de belastingplichtige voor 30 juni 2021 niet alsnog overschakelen naar de aftrek innovatie-inkomsten.

Tot slot geven wij mee dat het voor sommige belastingplichtigen zal voorvallen dat zij in eenzelfde aangifte zowel de ‘oude’ octrooiaftrek als de ‘nieuwe’ aftrek voor innovatie-inkomsten toepassen, hetgeen mogelijk is zolang dit niet voor dezelfde eigendomsrechten wordt gedaan.

Een samenvatting van de belangrijkste verschillen tussen het oude en nieuwe regime:

 

De belangrijkste wijzigingen voor u opgelijst
Onroerende verhuur met btw | versie 2.0
Het wetsontwerp van 30 maart 2018 werd na advies van de Raad van State nog op diverse punten aangepast en op 31 juli 2018 ingediend bij het Parlement. Hieronder geven we de belangrijkste wijzigingen mee. Optie tot verhuring van gebouwen met btw  Basisvoorwaarden De basisvoorwaarden om de optie tot verhuur van een gebouw met btw te kunnen uitoefenen blijven ongewijzigd: Het moet g
Het verschil in behandeling wordt weggewerkt
VAA onroerende goederen: fiscus legt zich (voorlopig) neer bij rechtspraak
De FOD Financiën publiceerde op 15 mei 2018 een circulaire 2018/C/57 met betrekking tot de forfaitaire waardering van het voordeel van alle aard.
Een boeiende uiteenzetting rond MBI, opnieuw in oktober
Management Buy-In: spannend én uitdagend
Op Donderdag 7 juni organiseerde Moore Stephens Belgium in de Drongense S.M.A.K lounge, in samen werking met 3W Executive Interim Management alsook met onze partners Sherpa Law en het Business Coaches Network, een interactieve lezing omtrent Management Buy-In (MBI). Filip Van de Vliet kwam zijn persoonlijke Management Buy-In ervaring delen. Lars Raedschelders gaf meer duiding over de financieri
De vastgoedplanning verkeert in woelige wateren
Waardering vruchtgebruik: in volle (R)evolutie?
Er wordt de laatste jaren veel gezegd en geschreven over de waardering van vruchtgebruik en waar het fiscale schoentje knelt. Hieronder geven we een overzicht van de problematiek inzake waardering, de huidige tendensen  en  werpen we ook een blik op toekomstige vastgoedplanning. Waardering vruchtgebruik Waardering van vruchtgebruik: een wereld in verandering Vruchtgebruik is één
De 'use and enjoyment' regels concreet toegelicht
Goederenvervoer en daarmee nauw samenhangende diensten: nieuwe regels verduidelijkt in een circulaire
Op 31 oktober 2017 werd (oud) KB nr. 57, dat handelt over de plaats van de dienst voor goederenvervoerdiensten en daarmee samenhangende diensten, vervangen door een nieuw KB.  Dat KB trad in werking op 23 november 2017. Het verduidelijkt het oude KB deels en voert daarnaast een nieuwe regel in. Teneinde de (nieuwe) regels te verduidelijken en te bespreken, heeft de fiscus op 31 mei 2018 in da
Krachtlijnen
Belangrijke wijzigingen in de verplichtingen voor maatschappen
De op 27 april 2018 gepubliceerde wet over de hervorming van het ondernemingsrecht brengt een aantal wijzigingen aan in het wetboek van vennootschappen en in het wetboek van economisch recht. Deze nieuwe regelgeving treedt in werking op 1 november 2018. Ook voor de maatschappen zullen er  enkele regels wijzigen. Hoewel er nog verduidelijkingen zullen worden gepubliceerd, geven wij hieronder r
UBO (Ultimate Beneficial Owner): de uiteindelijke begunstigden
Het UBO-register: nieuwe informatieverplichtingen op komst voor het bestuursorgaan van uw vennootschap
Door invoeging van artikelen 14/1 en 14/2 in het Wetboek van vennootschappen zijn alle vennootschappen er voortaan toe gehouden toereikende, accurate en actuele informatie over hun "uiteindelijke begunstigden" (ook wel “Ultimate Beneficial Owner” of “UBO” genoemd) in te winnen en bij te houden en te registreren in het nieuwe “UBO-register”: een centraal register waarin gegevens worde
De krachtlijnen op een rijtje
Onroerende verhuur met btw: vanaf 1 oktober 2018!
  Hoewel het nog maar een wetsontwerp is en dus nog onderhevig kan zijn aan wijzigingen, willen we toch al de krachtlijnen meegeven van de nakende revolutie in het btw landschap: onroerende verhuur met optie tot onderwerping aan btw. Historiek Van oudsher is de verhuur van onroerende goederen in principe vrijgesteld van btw (artikel 44 §3, 2° W.BTW). Er zijn slechts enkele, spe
De invoering van het huwelijksvermogensrecht
Einde van het finaal verrekenbeding of alsnog nieuw leven?
Over het finaal verrekenbeding is de laatste jaren al veel stof opgewaaid. Nadat het Hof van Cassatie in 2017 besliste in het voordeel van de belastingplichtige dat de vordering aftrekbaar was in het kader van de verschuldigde successierechten, heeft de Vlaamse decreetgever de fiscus een handje toegestoken door middel van een wetswijziging. 1. Wat is een finaal verrekenbeding en hoe werkt
Sneller systeemrisico's detecteren
Zonder Legal Entity Identifier doet uw bedrijf geen beurstransacties in 2018
Sinds 3 januari 2018 dient elke rechtspersoon die financiële instrumenten aan-of verkoopt te beschikken over een Legal Entity Identifier of kort LEI. 1. Legal Entity Identifier Een LEI is een unieke alfanumerieke code met 20 tekens waarmee elke juridische entiteit die actief is op de (al dan niet internationale) financiële markten op snelle wijze kan worden geïdentificeerd. De LEI st
Hoe aftrekbaar zijn uw restaurantkosten?Download de fiscale gids

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief