Eindejaarsoptimalisaties: tantième, bonus of dividend?

Op het einde van het boekjaar blijkt dat de vennootschap een mooie winst heeft gemaakt. Als aandeelhouder en zaakvoerder van de vennootschap wenst u hier graag ook een stukje van mee te genieten, door een deel van de winst uit te keren naar een privé-rekening. In dit artikel bekijken we enkele veelvoorkomende technieken en lichten we zowel de voordelen, de nadelen als de juridische implicaties toe.  

1. Inleiding
We bespreken hier de situatie waarin u in uw vennootschap aandeelhouder én bedrijfsleider bent. U oefent (zonder dat u er zich misschien bewust van bent) in dit geval dus 2 functies uit in uw vennootschap. Enerzijds bent u een aandeelhouder en dus een financierder van de vennootschap. U heeft namelijk privé geld ter beschikking gesteld en in ruil daarvoor aandelen verkregen. Tegelijk bent u ook bedrijfsleider (zaakvoerder of bestuurder) en leidt u de vennootschap naar groei en winst. In deze hoedanigheid stelt u niet uw kapitaal ter beschikking van de vennootschap, maar eerder uw arbeid en uw kennis.  

2. Bezoldiging/bonus
Het bovenstaande onderscheid is van belang om de verschillende uitkeringstechnieken voor winst beter te kunnen begrijpen. Voor de prestaties die u verricht als bedrijfsleider krijgt u een vergoeding, namelijk een bezoldiging. Deze bezoldiging is in de meeste gevallen periodiek en ligt vast.

Nu kan de bezoldiging evengoed als eerste techniek gebruikt worden om de winst uit uw vennootschap te halen. Naast de periodieke bezoldiging die u reeds uitbetaald krijgt, mag de vennootschap u natuurlijk ook een niet-periodieke of eenmalige bonus toekennen. Fiscaal technisch gezien alsook boekhoudkundig gezien wordt dit gelijk gesteld met een gewone bezoldiging. Dit betekent dat de bonus in de vennootschap volledig aftrekbaar is maar dat er op deze bonus eveneens sociale bijdragen dienen te worden afgedragen door uzelf en dient de vennootschap bedrijfsvoorheffing in te houden. Aangezien er reeds rekening moet gehouden worden met de normale bezoldiging, zal de bedrijfsvoorheffing op deze bonus vaak 50% zijn, los van gemeentelijke opcentiemen en sociale bijdragen die hier nog bovenop komen. Aangezien de bonus in principe wordt betaalbaar gesteld op het moment dat de bonus wordt ingeboekt (bijvoorbeeld op de laatste dag van het boekjaar), wordt de bonus bij de bedrijfsleider ook belast op dat moment. Een bonus over het boekjaar 2016 zal ook bij de bedrijfsleider in zijn personenbelasting belast worden in inkomstenjaar 2016.

Fiscaal technisch gezien is een bezoldiging dus een vergoeding voor een prestatie. Dat wil dus zeggen dat de fiscus perfect kan nagaan of er tegen deze bonusfactuur wel effectieve prestaties staan. Dit wil dus zeggen dat voor een bonusfactuur aan te raden is om deze bonus mee op te nemen in de bestuurdersovereenkomst waarin de bezoldiging wordt besproken, en waarbij wordt gesteld dat op basis van bepaalde berekeningsmethoden een deel van de winst, cashflow of zelfs andere parameters als bonus zal worden uitbetaald. Dit om bij een latere controle een discussie met de fiscus te vermijden.

Aangezien de bonus als gewone bezoldiging wordt ingeboekt, zal een bonusfactuur de winst van de vennootschap verminderen. Stel dat puur theoretisch gezien alle winst zou worden uitgekeerd als bonus, blijft er in uw jaarrekening geen winst meer over. In sommige gevallen kan dat nadelig zijn. Uw bank zal namelijk minder snel geneigd zijn om bepaalde kredieten toe te staan gelet op het feit dat uw vennootschap blijkbaar toch niet zo winstgevend is. Soms kan dat ook voordelig zijn. Stel dat uw klanten of zelfs uw leveranciers de prijzen beginnen te beïnvloeden omdat uit uw jaarrekening blijkt dat u toch enorm winstgevend bent en een korting (in geval van de klant) er blijkbaar wel af kan of (in geval van de leveranciers) u geen korting meer krijgt. In dit geval kan het wel voordelig zijn om met een bonusfactuur een groot stuk van de winst weg te werken. Het detail hiervan staat toch niet vermeld in de jaarrekening.

Tot slot willen we er nog op wijzen dat indien u meerdere bedrijfsleiders zou hebben, dat u vrij bent in het verdelen van het resultaat via het bonussysteem. U mag perfect aan de ene bedrijfsleider een grote bonus toekennen terwijl de andere bedrijfsleider niets krijgt, zolang dit maar onderbouwd gebeurt.  

3. Tantième
Een tantième is strikt genomen een winstverdeling. De vennootschap maakt een bepaalde winst en tijdens de algemene vergadering kunnen de aandeelhouders beslissen wat er met deze winst zal gebeuren. De aandeelhouders kunnen op dat ogenblik beslissen om de winst te reserveren in de vennootschap, uit te keren als vergoeding aan de aandeelhouders (dividend) of als vergoeding aan de bestuurders (tantième).

U leest het goed. Ook een tantième is in principe een vergoeding aan bestuurders. Hoewel een tantième boekhoudkundig een winstverdeling is, wordt deze fiscaal als een vergoeding voor bestuurders bekeken. In de uitkerende vennootschap is een tantième dus eveneens aftrekbaar, maar zal het tantième evenzeer bij de bedrijfsleider worden belast als een bedrijfsleidersbezoldiging. Dus inclusief sociale bijdragen, personenbelasting tot 50% en gemeentelijke opcentiemen.

Veel verschil lijkt er op het eerste zicht dus niet met de bonus. Toch zijn er enkele opmerkelijke verschillen.

Het eerste verschil zit in de timing. Een tantième wordt geacht betaalbaar te worden gesteld op het moment van de algemene vergadering die beslist over de winst van het afgelopen boekjaar. Als we dus in de loop van 2017 onze algemene vergadering houden over het boekjaar 2016 en we beslissen om een tantième uit te keren, zal dit tantième in de vennootschap nog in mindering worden gebracht van het resultaat van 2016. Een aftrekbare kost in 2016 dus. Het tantème wordt echter betaalbaar gesteld in de loop van 2017 en zal bij de bedrijfsleider dus ook pas belastbaar zijn in inkomstenjaar 2017. U krijgt dus een jaar uitstel van belastingen.

Een tweede verschil zit in de boekhoudkundige verwerking. Aangezien een tantième boekhoudkundig een pure winstverdeling is, zal het resultaat van de vennootschap niet verminderen door de uitkering van een tantième. De winst blijft gelijk, alleen zal in de resultaatverdeling duidelijk worden dat de winst wordt uitgekeerd aan de bedrijfsleiders. Zoals bij de bonusfactuur reeds uitgelegd kan dit zowel positief als negatief zijn. Aan u om uit te maken welke overwegingen doorslaggevend zijn.

Tot slot zit er ook een verschil in de onderbouwing. Daar waar we bij de bonusfactuur duidelijk hebben gemaakt dat er een bepaalde methodiek of berekeningsmethode achter moet zitten, is dit bij een tantième niet het geval. De fiscus heeft vroeger wel eens geprobeerd om een tantième aan te vechten met als argumentatie dat er geen reële prestaties tegenover stonden. Maar die argumentatie is door het hof van Cassatie van tafel geveegd. Het Hof stelt (terecht) dat een tantième een pure winstverdeling is die enkel en alleen door de aandeelhouders wordt beslist en waar niemand een verantwoording voor hoeft af te leggen. Hier dient dus geen onderbouw voorzien te worden. Wat uiteraard niet wegneemt dat uw dossier toch steviger zal overkomen als het wel onderbouwd is.

Ook bij een tantième mag dus de verdeling ad libitum gebeuren.  

4. Dividenden
Zoals in de inleiding gesteld, oefent u waarschijnlijk 2 functies uit in uw vennootschap. Enerzijds als bedrijfsleider en anderzijds als aandeelhouder/geldverstrekker. Als bedrijfsleider heeft u met de bonusfactuur of met het tantième al een stuk van de winst gekregen. Maar als geldverstrekker wenst u natuurlijk ook rendement op uw belegging. Als rendement aan de aandeelhouders in ruil voor het ter beschikking stellen van geld, kunnen dividenden worden uitbetaald.

Daar waar dividenden boekhoudkundig vrij goed te vergelijken zijn met tantièmes, het zijn namelijk allebei winstverdelingen, zijn er toch enkele zeer belangrijke verschillen.

Los van het feit dat het hier geen vergoeding aan bedrijfsleiders is maar een vergoeding aan de aandeelhouders, zit het eerste verschil in het feit dat een dividend pro rata moet worden toegekend aan de aandeelhouders. Elke aandeel (van dezelfde categorie) moet een gelijk deel van het dividend krijgen. Fiscaal gezien geldt het grootste verschil. Aangezien een dividend geen vergoeding van een bedrijfsleidersprestatie is, maar een vergoeding van de geldelijke inleg, wordt een dividend bij de vennootschap als niet aftrekbaar beschouwd en dient er op de uitkering in de meeste gevallen roerende voorheffing te worden ingehouden. Voor de tarieven van de roerende voorheffing verwijzen we naar een vorig artikel in onze Informatief.  

5. Dividend, tantième of bonus?
Aangezien in vele kleine of KMO vennootschappen de aandeelhouders en bedrijfsleiders dezelfde personen zijn, kan er dus min of meer gekozen worden hoe men de winst of een deel van de winst wenst uit te keren. Puur fiscaal gezien zal een dividend meestal voordeliger zijn dan een tantième of een bonus. U betaalt op een dividend weliswaar 2x belasting (vennootschapsbelasting en roerende voorheffing), maar evengoed op een tantième of bonusfactuur. Een tantième of bonusfactuur is weliswaar aftrekbaar in de uitkerende vennootschap, bij de bedrijfsleider zelf dient hier personenbelasting én sociale bijdragen op te worden afgedragen. Bij een uitkering aan natuurlijke personen is dus een dividend meestal voordeliger. Enkel in geval u geen sociale bijdragen meer moet betalen (u zit al aan het maximum) en indien u geen gebruik kan maken van verlaagde tarieven roerende voorheffing is tantième of bonus soms goedkoper dan een dividend, maar dan nog zal dat afhangen van het tarief gemeentebelasting.

6. Management of bestuurdersvennootschappen
In de hierboven vermelde analyse zijn we er vanuit gegaan dat de aandelen in privé-naam worden aangehouden en dat de bedrijfsleiders in eigen naam benoemd zijn. Wij hebben dus nog geen rekening gehouden met eventuele holding en/of bestuurdersvennootschappen. Indien we wel met bestuurders of holdingvennootschappen gaan werken, blijven dezelfde principes gelden, maar met enkele belangrijke nuances.

Voor de bonus en tantièmes gelden effectief dezelfde principes, deze betalingen zijn aftrekbaar bij de uitbetalende vennootschap, en dienen volledig belast te worden als beroepsinkomen bij de genieter, maar aangezien de genieter evengoed een vennootschap is, worden de inkomsten hier tegen het tarief vennootschapsbelasting belast. De belastingdruk wordt dus bij wijze van spreken gewoon verschoven van de bestuurde vennootschap naar de bestuurdersvennootschap. Bij een verdere uitkering naar de aandeelhouders en/of natuurlijke persoon bestuurders gelden dan opnieuw de hierboven uitgelegde principes.

Bij dividenduitkeringen aan de holding vennootschap blijft het dividend niet aftrekbaar, maar indien het dividend wordt uitgekeerd aan de holding vennootschap zal in de meeste gevallen geen roerende voorheffing moeten worden ingehouden. In de holding vennootschap op zich kan op dit moment 95% van het inkomende dividend worden vrijgesteld onder de aftrek voor definitief belaste inkomsten of afgekort DBI-aftrek. Door het feit dat voorlopig nog steeds slechts 5% belast wordt, zitten we hier wel met een bijkomende belasting van 5% x 33,99% = 1,69%.

Indien dus zowel de aandelen van de exploitatievennootschap worden aangehouden door de holding/bestuurdersvennootschap alsook het bestuur wordt waargenomen door voormelde vennootschap, zal het in dit geval meestal voordeliger zijn om een bonus/tantième uit te keren.  

7. Besluit
Op basis van de huidige stand van de wetgeving hangt het er dus vanaf of de aandeelhouders en bedrijfsleiding natuurlijke personen zijn of vennootschappen. Dit zal een invloed uitoefenen op welke uitkeringstechniek fiscaal gezien het interessantste is. Maar ook niet-fiscale motieven kunnen zoals hierboven uitgelegd, meespelen.

Tot slot willen we graag aanhalen dat er in de regeringskringen vergevorderde gesprekken zijn om de vennootschapsbelasting te hervormen, waarbij dit uiteraard de vergelijking wel eens zou kunnen beïnvloeden. Wij houden jullie verder op de hoogte mocht hier iets aan wijzigen!

Waardering vruchtgebruik
Nu ook klopjacht op verkoop van vruchtgebruik?
In voorgaande edities is al geschreven over de waardering van het vruchtgebruik bij de verwerving van onroerende goederen, maar er duiken de laatste tijd ook regelmatig berichten op over controles op de waardering van het vruchtgebruik bij de doorverkoop. De rechtspraak heeft echter tot nu toe het standpunt van de belastingplichtige gevolgd. Situatieschets Er is sinds enkele jaren heel wat te
De arbeidsmarkt van de toekomst
Flexibel onbelast (bij)verdienen
In België kennen we drie wettelijke sociale statuten, (i) de werknemer, (ii) de zelfstandige en (iii) de ambtenaar. Evenwel wordt vaak de vraag gesteld of deze opdeling nog afgestemd is op de snel evoluerende arbeidsmarkt waarin flexibiliteit vereist wordt en er heel wat mensen kiezen voor een ‘freelance–statuut’ of verscheidene statuten wensen te combineren. Voka pleitte in dit kader re
Vlabel spreekt verzoenende taal
Zorgt de daling van de Vlaamse verkooprechten voor een stijging van de kosten bij aankoop vruchtgebruik?
De recente tariefdaling (naar 7,00%) voor aankopen van gezinswoningen gaat gepaard met een aantal voorwaarden. Zo moet de koper een natuurlijk persoon zijn.
Belangrijke gevolgen voor burgerlijke vennootschappen en tijdelijke handelsvennootschappen
Hervorming van het ondernemingsrecht
De wet van 15 april 2018 houdende hervorming van het ondernemingsrecht treedt in werking op 1 november 2018. Deze wet introduceert een nieuw en ruim begrip “onderneming”. Hieronder worden enkele in het oog springende gevolgen toegelicht.  De burgerlijke vennootschap verdwijnt  Vanaf 01 november 2018 verdwijnt het onderscheid tussen de burgerlijke en de handelsvennootschap uit het
Wat zijn de gevolgen?
Vlabel teruggefloten door Raad van State inzake de gesplitste verkrijging en inschrijving van blote eigendom en vruchtgebruik
Na een jarenlange betwisting tussen belastingplichtigen en Vlabel, heeft de Raad van State het standpunt van Vlabel vernietigd.
Beperking van het aantal vennootschapsvormen
Help, mijn vennootschapsvorm bestaat binnenkort niet meer!
Het WVV is op komst Op 4 juni 2018 werd het “wetsontwerp tot invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen” ingediend in de kamer, waarmee we aan de vooravond staan van de grootste hervorming van het vennootschapsrecht sinds de invoering van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen de dato 30 november 1935. Deze grondige hervorming van het vennootschapsrecht g
Is uw organisatie meldingsplichtig?
Goed begonnen is half werk: Bereid uw organisatie voor op de go live van het UBO-register
Op 31 oktober 2018 gaat het register van uiteindelijke begunstigden (het “UBO-register”) live. Wij overlopen voor u waar uw organisatie mee rekening moet houden. 
Één van de actiepunten van de ATAD-richtlijn
Impact invoering Belgische CFC wetgeving: de facto verstrenging van de transfer pricing regels?
Vanaf 1 januari 2019 (aanslagjaar 2020) zal in België, omwille van de implementatie van de ATAD-richtlijn1, de nieuw te introduceren CFC-regel in werking treden. Deze nieuwe wetgeving dient in het ruimere kader van het Zomerakkoord en de hervormingen in de Belgische vennootschapsbelasting geplaatst te worden, die net zoals de CFC-wetgeving mede voortvloeien uit de reeds ruim besproken implementat
Een kort overzicht
Wat te verwachten op (nationaal) btw-vlak?
Ondanks het feit dat velen onder ons nog in zomer(-vakantie)modus verkeren, staan we in dit artikel graag toch al eens even stil bij de btw-wijzigingen die we (mogelijks) in de nabije toekomst mogen verwachten. Het betreft hier een kort overzicht. Voor een diepgaandere toelichting kunnen jullie uiteraard steeds contact opnemen met ons btw-team.  Vouchers (1 januari 2019)  In juni 201
Afhankelijk van de aard en herhaling van de overtreding
Boeteschalen vastgelegd voor de niet-naleving van de transfer pricing documentatieplicht
Vanaf aanslagjaar 2017, meer bepaald sinds de inwerkingtreding van de verplichte transfer pricing documentatieplicht, werd onmiddellijk opgenomen dat er vanaf een tweede overtreding waarbij men niet voldoet aan de transfer pricing verplichtingen een boete kan opgelegd worden gaande  van 1.250 EUR tot 25.000 EUR (Artikel 445, §3 Wetboek Inkomstenbelastingen 1992). De schalen van de administra
Hoe aftrekbaar zijn uw restaurantkosten?Download de fiscale gids

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief