Fiscaal co-ouderschap ook voor meerderjarige kinderen

De administratie heeft begin dit jaar een circulaire gepubliceerd waarbij de wetswijziging wordt toegelicht aan het artikel dat toelaat dat het fiscaal co-ouderschap nu ook kan worden toegepast voor meerderjarige kinderen.

1. Korte historiek


Tot vóór de wet van 3 augustus 2016 was de fiscale co-ouderschapsregeling beperkt tot de kinderen die nog onder het ouderlijk gezag stonden. Hierdoor kwamen alleen de gemeenschappelijke, niet-ontvoogde minderjarige kinderen van de twee ouders in aanmerking voor het fiscaal co-ouderschap. Vanaf de meerderjarigheid (of de ontvoogding voor dat tijdstip) was het niet langer mogelijk om het fiscaal co-ouderschap toe te passen.

2. Wetswijziging en circulaire

Een meerderjarig kind kan echter juist meer financiële inspanningen vergen van de ouders, denk hierbij maar aan de kosten voor het verder studeren en op kot gaan, kledij … De wetgever vond deze situatie ook onrechtvaardig en heeft de terminologie van artikel 132bis WIB, het artikel dat het fiscaal co-ouderschap regelt, aangepast met de wet van 3 augustus 2016. Vanaf dan is er niet langer sprake van “gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag over een kind”, maar werd dit vervangen door het begrip “onderhoudsplicht van een kind” waardoor ook ontvoogde of meerderjarige kinderen hiervoor in aanmerking komen.

In haar circulaire van 20 januari 2017 bespreekt de administratie tot wanneer de onderhoudsplicht over kinderen, zoals vastgelegd in artikel 203 van het Burgerlijk Wetboek, loopt. Op basis hiervan zal het fiscaal co-ouderschap kunnen worden toegepast voor ontvoogde minderjarige kinderen en voor meerderjarige kinderen, tot zolang de opleiding van het kind op 1 januari van het aanslagjaar niet voltooid is en de overige voorwaarden voor het fiscaal co-ouderschap vervuld zijn. Deze wijziging is van toepassing vanaf aanslagjaar 2017.

3. Afwegingen in de praktijk: fiscaal co-ouderschap versus aftrek onderhoudsgelden.

De wetswijziging is alleszins een positieve wending die één van de pijnpunten van het fiscaal- co-ouderschap heeft weggewerkt. Wanneer er wordt gekozen voor het fiscaal co-ouderschap, moet er echter nog steeds rekening mee worden gehouden dat dit als gevolg heeft dat er geen onderhoudsgelden in aftrek kunnen worden genomen door de ouder bij wie de kinderen niet ten laste zijn.

Hierboven werd reeds opgemerkt dat er bij meerderjarige kinderen hogere onderhoudskosten kunnen zijn, waardoor het mogelijk is dat de aftrek van onderhoudsgelden fiscaal voordeliger uitkomt dan de toepassing van het fiscaal co-ouderschap. Bij fiscaal co-ouderschap wordt de belastingvrije som verdeeld over beide ouders, maar deze heeft enkel een effect op de laagste tarieven in de personenbelasting. De aftrek van onderhoudsgelden (80% van de regelmatig betaalde onderhoudsgelden) daarentegen is een aftrekbare uitgave, die een effect heeft in de hoogste belastingschijven.

Vooraleer er voor de meerderjarige kinderen massaal wordt geopteerd voor de aftrek van onderhoudsgelden, willen we nog wel volgende bedenking meegeven. De keerzijde van de aftrekbaarheid van 80% van de onderhoudsgelden is dat 80% van de onderhoudsgelden ook belastbaar zijn bij de ontvanger (het kind) en een effect kunnen hebben op het feit of de meerderjarige kinderen nog als ten laste kunnen worden aangemerkt bij de ouder waarbij ze gedomicilieerd zijn. Hierbij moet ook rekening worden gehouden met de inkomsten uit studentenjobs (boven de eerste vrijgestelde schijf van € 2.660 voor inkomstenjaar 2017), dewelke ook meetellen als netto bestaansmiddel om te bepalen of het kind al dan niet ten laste is.

Een voorafgaand overleg en berekening van de fiscale effecten bij alle betrokkenen (zowel ouders als kinderen) is dus aangewezen.

Ook de ongelijke behandeling wordt onder de loep genomen
Voordeel alle aard bewoning: hoe anticiperen op het hoger of lager scenario?
De discriminatie met betrekking tot het voordeel van alle aard voor huisvesting is al meermaals aan bod gekomen. Meer bepaald betreft dit de ongelijke behandeling van dezelfde voordelen als het gaat om een terbeschikkingstelling door een eenmanszaak dan wel een terbeschikkingstelling door een rechtspersoon. In de meest voorkomende gevallen is het voordeel vanwege een vennootschap fiscaal zomaar ev
Om zo financiële last te verminderen
Starterskorting op sociale bijdragen voor zelfstandigen
De starterskorting is een onderdeel van het zomerakkoord en is ingegaan op 1 april 2018. Via deze weg wil de regering de financiële last van startende zelfstandigen, die bij het begin van hun activiteit vaak lage inkomsten hebben, verminderen en zo het ondernemerschap stimuleren.  Welke zelfstandigen komen in aanmerking?  De kortingsmaatregel geldt voor alle startende zelfstandigen
Een volledig overzicht
Uw woonlening in de aangifte personenbelasting aanslagjaar 2018
Het nieuwe aangifteformulier in de personenbelasting voor aanslagjaar 2018 is inmiddels gepubliceerd en dus is het hoog tijd om na te gaan hoe u uw woonlening correct kan invullen in uw aangifte personenbelasting. De grootste wijziging in 2017 heeft zich voorgedaan in de woonfiscaliteit van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De overige gewesten hebben een status quo gehanteerd tegenover vorig jaa
Het doolhof in de personenbelasting overzichtelijker gemaakt
De aangifte in de personenbelasting: wijzigingen in het formulier voor aanslagjaar 2018
Op 6 april 2018 werd het model van het aangifteformulier voor de personenbelasting met betrekking tot aanslagjaar 2018 gepubliceerd. 
Revolutionair arrest
Belgische administratie wordt teruggefloten: exit “subject-to-tax clause”?
Het Hof van Cassatie heeft op 25 januari 2018 een opmerkelijke uitspraak gedaan in het kader van de toewijzing van heffingsbevoegdheid voor beroepsinkomen in een internationale context. De betwisting Concreet handelde de zaak over het beroepsinkomen verkregen door een professionele wielrenner. In de periode 2007-2009 was de wielrenner door een Belgische werkgever tewerkgesteld en nam hij deel
We bekijken de krachtlijnen van deze hervorming
Na het nieuwe erfrecht volgt de ‘ingrijpende’ verlaging van de erfbelasting… of nog niet?
In navolging van de erfrechthervorming werd ook een aanpassing van de erfbelasting aangekondigd door de Vlaamse regering. 
Modernisering van het btw-stelsel
Europa kondigt grootse btw-hervorming aan: eerste wijzigingen in werking vanaf 1 januari 2019
Vanuit het besef dat het huidige btw-systeem niet meer aangepast is aan de steeds sneller evoluerende digitale en mobiele economie, ijvert de Europese Commissie sinds jaren voor een diepgaande modernisering van het btw-stelsel. Een grondige studie en zoektocht naar de manier waarop dit concreet vorm kon gegeven worden, resulteerden in december 2016 in een voorstel van de Commissie waarin vereenvou
Breaking news
Verhuur met btw mogelijk vanaf 1 oktober 2018
Het kabinet van Minister Van Overtveldt heeft meegedeeld dat de btw-regels inzake onroerende verhuur vanaf 1 oktober 2018 worden gewijzigd. Dit weekend zou hierover binnen de regering en in het kader van de begrotingscontrole een akkoord zijn bereikt. Dit voorstel lag al op tafel bij het zomerakkoord, maar heeft toen de eindmeet niet gehaald. Deze nieuwe regelgeving kan enkel maar worden toegej
Een pand vestigen op roerende goederen wordt makkelijker
De nieuwe pandwet: invoering van het bezitloos pand en uitbreiding van het eigendomsvoorbehoud
Per 1 januari 2018 trad de nieuwe pandwet in werking. Het wordt makkelijker om een pand te vestigen op roerende goederen dankzij de invoering van een pandregister.
De gevolgen voor vennootschappen
Btw op eigen werk in onroerende staat: wetswijziging toegelicht
Op 29 november 2017 werd het BTW – Wetboek gewijzigd op enkele punten. Op 12 februari heeft de administratie deze wetswijziging toegelicht (Circulaire 2018/C/20). In dit artikel willen we even stilstaan bij de gevolgen van de wetswijziging voor vennootschappen die hun eigen bedrijfsgebouw oprichten of hieraan zelf herstellings-, onderhouds- of reinigingswerken uitvoeren. Vroegere situatie Wa

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief