De woonfiscaliteit anno aanslagjaar 2017

Vanaf 2014 werd de ‘eigen woning’ een gewestelijke bevoegdheid. Toen al was voorspeld dat dit een serieuze versnippering en complicatie van de fiscale voordelen voor de eigen woning tot gevolg kon hebben. In 2015 begonnen er al verschillen de kop op te steken tussen de gewesten, maar vanaf inkomstenjaar 2016 kan men echt spreken van drie totaal verschillende stelsels in de woonfiscaliteit. Hieronder geven we een beknopt overzicht van de gewestelijke en fiscale voordelen voor de woonleningen, waarbij u kan doorklikken naar de overzichten in tabelvorm. Voor de volledigheid sluiten we af met een overzicht van de federale voordelen voor woonleningen.


Vlaanderen – invoering van de “geïntegreerde Vlaamse woonbonus”
Voor leningen afgesloten vóór 2016 wordt de Vlaamse woonbonus enkel toegekend voor de woning die op 31 december van het leningsjaar kwalificeert als “enige, eigen woning”. Voor leningen gesloten vanaf 2016 vervalt de voorwaarde van 'enige woning'. Dit heeft tot gevolg dat er voor 2016 maar liefst drie categorieën zijn in de woonbonus:

  • Lening afgesloten tussen 2005 en 2015: de oude Vlaamse woonbonus. Die woonbonus bedraagt maximaal € 3.120 (€ 2.280 basisbedrag + gedurende de eerste tien leningsjaren: € 760 + € 80 indien er drie kinderen zijn op 31 december van het leningsjaar). De bijkomende korven van € 760 en € 80 worden toegekend zolang de woning de enige woning blijft. De woonbonus levert een belastingvermindering op tegen het zogenaamde marginaal belastingtarief. Dat tarief is afhankelijk van het inkomen van de kredietnemer en bedraagt minstens 30% en maximaal 50%. De belastingbesparing bedraagt dus maximaal € 1.560 per kredietnemer (€ 3.120 x 50%);
  • Lening afgesloten in 2015: de nieuwe Vlaamse woonbonus van de eerste generatie. Die verlaagde woonbonus bedraagt maximaal € 2.360 (€ 1.520 basisbedrag + gedurende de eerste tien leningsjaren: € 760 en indien er drie kinderen zijn, nog eens € 80). Ook hier worden de bijkomende korven van € 760 en € 80 toegekend zolang de woning de enige woning blijft. De woonbonus levert een belastingvermindering op tegen 40%. De belastingbesparing bedraagt dus maximaal € 944 per kredietnemer (€ 2.360 x 40%);
  • Lening afgesloten in 2016: de nieuwe Vlaamse woonbonus van de tweede generatie. Het bedrag en het voordeel van de woonbonus wijzigen niet en zijn identiek aan dewelke waarop leningen gesloten in 2015 recht geven. Het toepassingsgebied van de woonbonus wordt echter verruimd tot elke eigen woning, ongeacht of het een eerste, tweede of derde woning betreft. Zolang de woning maar wordt betrokken door de kredietnemer bij de betaling van de leningsuitgaven. De reden hiervoor was om te vermijden dat men in het Vlaamse Gewest meer fiscaal voordeel kon genieten voor een tweede woning dan voor de eerste woning. Om te verzekeren dat dit onbedoelde effect van de Vlaamse woonfiscaliteit niet meer kon plaatsvinden werden er nog twee bijkomende maatregelen genomen:
    - De Vlaamse belastingvermindering voor langetermijnsparen wordt niet meer toegekend voor leningen gesloten vanaf 2016. De Vlaamse vermindering voor langetermijnsparen blijft enkel behouden voor leningen (en levensverzekeringen) die gesloten zijn uiterlijk 31 december 2015 en verdwijnt dus voor nieuwe leningen.
    - De Vlaamse gewone vermindering voor interesten tegen 40% wordt evenmin nog toegekend voor leningen gesloten vanaf 2016. Hiermee volgt Vlaanderen de andere gewesten, dewelke dit al vanaf 2015 hadden afgeschaft.

Bovendien is er nog een absoluut cumulverbod van de Vlaamse woonbonus tweede categorie (afgesloten vanaf 2016) met andere Vlaamse woonbonussen. Zodra men de woonbonus claimt voor zijn nieuwe lening gesloten vanaf 2016 is die keuze definitief en verliest hij elk Vlaams fiscaal voordeel voor zijn oude leningen gesloten vóór 2016. De keuze moet evenwel niet meteen worden gemaakt in het jaar van afsluiten van de nieuwe lening. Als men zijn nieuwe lening, gesloten in 2016, pas inbrengt in zijn belastingaangifte van 2019, kan men dus nog tot 2019 het fiscaal voordeel blijven genieten voor zijn oude lening van vóór 2016.

Een andere nieuwigheid die Vlaanderen heeft ingevoerd is een nieuwe wettelijke fictie bij hypotheekoverdracht, wanneer de oude woning na 2015 wordt verkocht, wordt de lening geacht te zijn aangegaan voor de nieuwe woning waarnaar de hypotheek werd overgedragen en dit ongeacht de datum van de (reeds bestaande) lening. Deze fictie werd ingevoerd om te vermijden dat men voor deze lening na de hypotheekoverdracht zou terugvallen op het minder gunstige federale langetermijnsparen in plaats van de voordeligere (oude) Vlaamse woonbonus. Om van deze nieuwe wettelijke fictie te kunnen genieten, moet er ook aan volgende voorwaarden worden voldaan:

  • De ‘oude’ woning waarvoor de hypothecaire lening oorspronkelijke werd gesloten, moet worden vervreemd om een andere woning te verwerven (oorzakelijk verband);
  • De ‘oude’ woning diende te kwalificeren als ‘eigen woning’ alvorens de andere woning de eigen woning wordt. Hierbij is niet vereist dat de oude woning de eigen woning blijft tot op de dag dat de nieuw verworven woning als ‘eigen woning’ kwalificeert.

Hier vind u een overzicht van de Vlaamse fiscale voordelen.

Brussels Hoofdstedelijk Gewest – een jaartje ‘rust’ voor de grote omwenteling


Voor inkomstenjaar 2016 blijven de bestaande fiscale voordelen gelden. Pas voor leningen afgesloten vanaf 1 januari 2017 komt hier de grote omwenteling, want de gewestelijke fiscale voordelen voor woonkredieten vallen vanaf dan volledig weg. Deze wordt dan vervangen door een verhoogd abattement bij de verschuldigde registratierechten bij de aankoop. Het abattement, zijnde het deel van de aankoopprijs waarop geen registratierechten worden aangerekend, wordt verhoogd van 60.000 of 70.000 euro tot 175.000 euro.

Voor de maximale korven van de verschillende gewestelijke fiscale voordelen hanteert het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, als enige gewest, nog steeds de indexatie van de bedragen:

  • Woonbonus:  belastingvermindering van 45% voor een maximale korf van € 2.300, te verhogen gedurende de eerste 10 jaren met een bijkomende korf van € 770 en nog eens € 80 wanneer er 3 kinderen ten laste zijn
  • Bouwsparen: belastingvermindering van 45% voor een maximale korf van € 2.300;
  • Lange termijnsparen: belastingvermindering van 30% voor een maximale korf van € 2.300.

Hier vind u een overzicht van de fiscale voordelen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. 

Waals Gewest – Chèque habitat
Ook het Waals Gewest heeft inmiddels gebruik gemaakt van haar bevoegdheid om de fiscale voordelen voor de eigen woning te modelleren. Vanaf inkomstenjaar 2016 werd de “Chèque Habitat” ingevoerd. Concreet betekent dit dat de “Waalse woonbonus” enkel nog kan worden toegepast op leningen afgesloten vanaf 1 januari 2005 tot en met 31 december 2015 of voor herfinancieringsleningen van dergelijke leningen na 1 januari 2016.

Voorwaarden om de fiscale voordelen voor de Chéque Habitat te kunnen genieten:

  • De lening moet zijn aangegaan na 1 januari 2016;
  • De lening moet hypothecair gewaarborgd zijn (een hypothecair mandaat volstaat niet) bij een instelling in een EER – lidstaat en moet een looptijd hebben van minimaal 10 jaar;
  • De lening moet zijn aangegaan voor de verwerving van een woning in eigendom, een loutere verbouwingslening komt dus niet in aanmerking;
  • De lening moet zijn afgesloten voor de “eigen woning” (d.w.z. dat men de woning zelf moet betrekken). Deze voorwaarde wordt elk jaar op 31 december afgetoetst. De woning wordt nog wel als “eigen” beschouwd indien deze niet zelf kan worden betrokken om wettelijke of contractuele belemmeringen of sociale of beroepsredenen;
  • De lening moet worden afgesloten voor de “enige” woning. Deze voorwaarde wordt beoordeeld op 31 december van het leningsjaar, hierbij zijn er ook enkele uitzonderingen waardoor de woning alsnog als enige woning wordt beschouwd bv. als de andere woning op 31 december van het leningsjaar te koop staat en binnen de 2 jaar wordt verkocht, wanneer de andere woning wordt verhuurd via een sociaal verhuurkantoor of wanneer men de andere woning in mede-eigendom, vruchtgebruik of blote eigendom heeft verkregen door middel van een erfenis of een schenking.

Welke zijn nu de fiscale voordelen die de Chèque Habitat verleent aan de genieter?
De Chèque Habitat geeft recht op een belastingvermindering die kan worden omgezet in een (terugbetaalbaar!) belastingkrediet. De belastingvermindering wordt toegekend vanaf het aanslagjaar dat verband houdt met het inkomstenjaar waarin de lening werd aangegaan. Wanneer u de lening aangaat in 2016, wordt de belastingvermindering toegekend vanaf aanslagjaar 2017.

De Chèque Habitat wordt toegekend gedurende maximum 20 belastbare tijdperken, te rekenen vanaf het eerste belastbare tijdperk waarvoor de wettelijke voorwaarden vervuld zijn. Zijn de wettelijke voorwaarden voor de toekenning vervuld voor een bepaald jaar, dan wordt de belastingplichtige verondersteld het fiscaal voordeel voor dat jaar genoten te hebben, ook al heeft hij de vermindering niet gevraagd in zijn aangifte! De Chèque wordt slechts toegekend indien u als belastingplichtige een belastbaar inkomen heeft dat lager of gelijk is aan € 81.000. Er is geen afbouwregeling, hetgeen tot gevolg heeft dat wanneer u een belastbaar inkomen van € 81.001 heeft, voor dat jaar het recht op de woonchèque vervalt.

Het bedrag van de in een belastingkrediet omzetbare belastingvermindering wordt bepaald volgens volgende formule:

  • per kredietnemer: € 1.520 - [(belastbaar inkomen - € 21.000 x 0,01275] met een maximum van € 1.520 verhoogd met:
  • per kind ten laste (op 1.1. aanslagjaar): € 125, waarbij een gehandicapt kind dubbel wordt geteld. 

De bedragen van de belastingvermindering van € 1.520 en € 125 worden niet geïndexeerd. Ieder jaar verkleint bijgevolg het fiscaal voordeel door de inflatie. De inkomensgrenzen van € 21.000 en € 81.000 worden pas vanaf aanslagjaar 2018 gekoppeld aan de gezondheidsindex van de maand november 2015. Het bedrag van de belastingvermindering wordt bovendien gehalveerd na het verstrijken van de eerste 10 leningsjaren!

Het bedrag van de belastingvermindering, zoals berekend volgens de formule, wordt ook nog eens beperkt tot het bedrag van de werkelijk betaalde leningsuitgaven (kapitaalaflossingen, intresten en levensverzekeringspremies die de lening waarborgen). Die beperking gebeurt per belastingplichtige en per belastbaar tijdperk. Er is, in tegenstelling tot de woonbonus, voor gehuwden of wettelijk samenwonenden dus geen sprake van een vrije verdeling van de leningsuitgaven. Enkel de leningsuitgaven betaald op het ogenblik dat de woning de eigen woning is, komen in aanmerking voor de belastingvermindering Chèque Habitat. 

Het deel van de belastingvermindering dat niet kan worden aangerekend op de Waalse personenbelasting en, na toepassing van de overflow-regeling, evenmin op de federale personenbelasting, wordt omgezet in een Waals belastingkrediet, dat terugbetaalbaar is. Voor zover de belastingvermindering wordt omgezet in een belastingkrediet, heeft die geen impact op de gemeentebelasting want het krediet wordt pas berekend na de berekening van de gemeentebelasting.

Hier vind u een overzicht van de fiscale voordelen in het Waals Gewest anno aanslagjaar 2017.

Federaal
De federale voordelen voor woningen blijven hetzelfde als in voorgaande jaren. Net als voorgaande jaren is er een indexatiestop, waardoor de grensbedragen voor de fiscale voordelen voor woonleningen onder het federale stelsel hetzelfde zijn als vorig jaar.

Hier vind u een overzicht van de federale voordelen voor woonleningen anno aanslagjaar 2017. 

Conclusie
Verhuizen van het ene gewest naar het andere gewest kan fiscaal een grote impact hebben doordat de gewestelijke fiscale voordelen nu enorm verschillend zijn en elk hun eigen ‘addertjes’ hebben. Het invullen van de codes voor de woonleningen in de aangifte wordt er alleszins niet eenvoudiger op met het verstrijken van de jaren. 

Een tweetrapsraket: 2018 & 2020
Het zomerakkoord: Wat verandert er voor de vennootschapsbelasting?
In de talrijke persberichten heeft u ongetwijfeld reeds gelezen dat onze federale regering op 26 juli 2017 een akkoord heeft bereikt omtrent de hervorming en verlaging van de vennootschapsbelasting. Andere maatregelen uit het zgn. zomerakkoord zijn de belasting op effectenrekeningen, de uitbreiding van de flexi-jobs, de optie om onroerende verhuur aan btw te onderwerpen en de hervorming van d
Maatregelen mbt zelfstandigen, sancties, spaarfiscaliteit & flexi-jobs
Het zomerakkoord: meer dan vennootschapsbelasting alleen
In de talrijke persberichten heeft u ongetwijfeld reeds gelezen dat onze federale regering op 26 juli 2017 een akkoord heeft bereikt omtrent de hervorming en verlaging van de vennootschapsbelasting. Andere maatregelen uit het zgn. zomerakkoord zijn de belasting op effectenrekeningen, de uitbreiding van de flexi-jobs, de optie om onroerende verhuur aan btw te onderwerpen en de hervorming van de spa
Positieve impact op de vastgoedmarkt tot gevolg
Zomerakkoord: onroerende verhuur mét btw nu eindelijk in zicht?
Naast de hervorming van de vennootschapsbelasting, zijn er in het zomerakkoord nog meer fiscale maatregelen terug te vinden. In het kader van de bevordering van de competitiviteit van de Belgische actoren, stelt het akkoord dat een optioneel stelsel zal worden ingevoerd om de terbeschikkingstelling van onroerende goederen aan btw te onderwerpen. Problematiek Momenteel is de verhuur van onroere
De belangrijkste hervormingen op een rijtje
Voorontwerp nieuw ondernemingsrecht en vennootschapsrecht goedgekeurd door de ministerraad
Op de ministerraad van 20 juli 2017 werd het voorontwerp voor de hervorming van het ondernemings- en vennootschapsrecht goedgekeurd. 
News flash: alle opvallende maatregelen in een notendop
Het begrotingsakkoord: fiscale en socio-economische maatregelen
Na enkele dagen vergaderen is er eindelijk een akkoord over de begroting en een reeks socio- economische en fiscale maatregelen. Hieronder een overzicht van de maatregelen waarvan wij kennis namen. Fiscale maatregelen De meest in het oog springende maatregel is ongetwijfeld de verlaging van de vennootschapsbelasting voor kmo’s van 25% (2018) naar 20% (2020). Voor grote ondernemingen zou de d
Wat zijn de gevolgen en opportuniteiten?
Onroerend goed aankopen in Nederland: fiscaal interessant?
De laatste jaren zit de aankoop van onroerend goed bij onze noorderburen in de lift. In het bijzonder denken we daarbij aan de badplaats Cadzand waar men tussen 2008 en 2020 verwacht dat er 1.500 nieuwe appartementen en woningen zullen bijgebouwd worden. Een uitgelezen kans lijkt ons om eens te bekijken wat de (fiscale) gevolgen zijn van de aankoop van vastgoed in Nederland en welke opportuniteite
Een goed strijdmiddel tegen fraude
Het bewarend administratief beslag inzake btw in een nieuw jasje
In dit artikel vindt u een overzicht van de bestaande en de nieuwe regels.   
De huidige stand van zaken op een rij
Interesten op buitenlandse spaarboekjes: België opnieuw op de vingers getikt over de vrijstelling
De huidige stand van zaken rond de belastingvrijstelling voor interesten op spaarboekjes nog even op een rijtje.
Een geheugensteuntje met de belangrijkste btw-aandachtspunten
"For free" is niet altijd VAT free
“Een gratis staaltje, een gadget met de bedrijfsnaam, de trouwe klanten en leveranciers belonen met een geschenkje,…” Elke onderneming kent het wel, maar weet ook elke onderneming welke btw-gevolgen deze gulle gebaren met zich meebrengen? Als geheugensteuntje heeft de fiscus recent een circulaire gepubliceerd waarin zij de belangrijkste btw-aandachtspunten in dit verband samenvat.  D
Sociale dumping in de transportsector
Internationaal wegtransport: loopt alles nog op wieltjes?
Het wordt stilaan dagelijkse kost als u de kranten ’s morgens openslaat: de strijd tegen sociale dumping in de transportsector woedt heviger dan ooit. Hebben de doorgevoerde controles voornamelijk een afschrikeffect tot doel? Of leiden ze toch tot een aanzienlijke aanzuivering van de Belgische staatsschuld? Staatssecretaris voor Fraudebestrijding Philippe de Backer deelde onlangs in een per

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief