Het bewarend administratief beslag inzake btw in een nieuw jasje

Eén van de maatregelen in de strijd tegen de fiscale fraude, is de aanpassing van de bestaande regeling inzake het bewarend beslag dat btw-ambtenaren kunnen leggen op roerende goederen wanneer ze tijdens hun onderzoek feiten vaststellen die wijzen op (al dan niet georganiseerde) ernstige fraude. Denk bijvoorbeeld aan het aantreffen van carrousselgoederen in een magazijn. Het wetsontwerp van 10 april over de aanpassing van de wet is momenteel nog steeds hangende in de Kamer, maar hieronder geven we jullie reeds een overzicht van de bestaande en de nieuwe regels.   

Reeds bestaande regeling: wat schortte eraan? 
Sinds 2007 beschikken btw-ambtenaren reeds over dit strijdmiddel tegen (voornamelijk) carrouselfraude (een vorm van intracommunautaire fraude). Wanneer zij tijdens hun onderzoek ‘verdachte goederen’ ontdekken waarbij ze redelijkerwijze kunnen vermoeden dat de btw-regels niet werden nageleefd, omdat het onmogelijk is de tussenkomende partijen te identificeren (koper, leverancier, dienstverrichter, …) of de oorsprong, de hoeveelheid, de prijs of de waarde van de goederen vast te stellen, kunnen ze deze goederen en hun vervoermiddelen, in bewarend beslag nemen (huidig artikel 52bis W. BTW). Zo kan de betaling van de btw gewaarborgd worden. Van zodra echter de tussenkomende partijen worden geïdentificeerd of de oorsprong, de hoeveelheid, de prijs of de waarde van de goederen wordt vastgesteld, moet het beslag wel worden opgeheven.  

Een parlementaire onderzoekscommissie naar de grote fiscale fraudedossiers raadde echter aan om de procedure van dit administratief bewarend beslag te verfijnen. Door talloze tekortkomingen werd deze procedure immers niet optimaal benut om in real time en doeltreffend op te treden tegen belastingfraudeurs. Fraudeurs kunnen handig gebruik maken van de mazen van de wetgeving of van een nog niet ontdekte constructie, die dan gedurende een korte periode intens werd benut om hun ‘buit’ buiten het bereik van het gerecht en de fiscus te houden. Het administratief bewarend beslag wordt daarom in een nieuw jasje gestoken. Hieronder een toelichting bij de nieuwe regels die opgenomen zijn in het wetsontwerp.  

Wanneer kan administratief bewarend beslag gelegd worden? 
Onder de nieuwe regelgeving zullen btw-ambtenaren administratief bewarend beslag kunnen leggen wanneer zij tijdens een onderzoek bij een belastingplichtige feiten vaststellen die wijzen op ernstige fraude en welke bijgedragen hebben tot de overtreding van de btw-wetgeving. Hier lijkt de nieuwe regelgeving het toepassingsgebied van het administratief bewarend beslag aldus te vernauwen, gezien aanwijzingen van al dan niet georganiseerde ernstige fraude een vereiste zullen zijn.  

Op welke goederen kan in de toekomst administratief bewarend beslag gelegd worden? 
Daar waar onder huidige regelgeving enkel administratief bewarend beslag gelegd kan worden op de verdachte goederen zelf (bv. ‘in het zwart’ aangekochte goederen of goederen aangekocht met fictieve facturen) en hun vervoermiddelen, wordt het toepassingsgebied van de maatregel op dit punt erg verruimd. Administratief bewarend beslag zal immers mogelijk zijn op alle roerende goederen die bij de btw-plichtige aangetroffen worden en waarvoor tijdens het onderzoek niet is aangetoond dat ze uitsluitend aan derden toebehoren. Dus ongeacht of deze goederen verband houden met de ernstige fraude of niet. Deze uitbreiding van het toepassingsgebied is begrijpelijk. Bedoeling van het administratief bewarend beslag is immers om later de btw te kunnen invorderen die omwille van de ernstige fraude werd ontdoken en voorkomen dat fraudeurs er in tussentijd voor zouden zorgen insolvabel te zijn op het ogenblik dat de ontdoken btw daadwerkelijk wordt opgeëist.  

De bepaling van artikel 1408, §§1-2 van het gerechtelijk wetboek, dat opsomt welke levensnoodzakelijke of zeer persoonlijke goederen niet vatbaar zijn voor beslag, blijft echter ook gelden met betrekking tot dit administratief bewarend beslag. Bijvoorbeeld een bed, kleren, een kast, een wasmachine, etc. blijven niet vatbaar voor beslag.   

Welke procedure moet gevolgd worden? 
Om te vermijden dat het administratief bewarend beslag nietig zou worden verklaard, moet een strikte procedure gevolgd worden die gebonden is aan dwingende termijnen. Zo wordt de belastingplichtige beschermd tegen willekeurige inmenging in zijn eigendomsrecht en te vermijden dat onderzoeken op de lange baan worden geschoven. De regels van het gemene beslagrecht zijn hierop toepasselijk, tenzij wanneer de fiscale regels hiervan zouden afwijken. Net zoals onder de huidige regelgeving moeten de btw-ambtenaren een proces-verbaal van beslag opmaken. Echter zal dit proces-verbaal van beslag meer verplichte vermeldingen moeten bevatten dan voorheen. Een overzicht van de verplichte vermeldingen kan je hier bekijken.

De btw-ambtenaren moeten in principe onmiddellijk, op het ogenblik dat ze bewarend beslag leggen, een afschrift van Auteurdit proces-verbaal van beslag tegen ontvangstbewijs overhandigen aan de beslagene. Is het onmogelijk om dit afschrift onmiddellijk ter plekke achter te laten, dan moet het binnen veertien dagen per aangetekende brief aan de beslagene ter kennis worden gebracht. Zoniet kan het beslag nietig worden verklaard.  

Vervolgens moeten de verbaliserende ambtenaren binnen drie werkdagen (na overhandiging dan wel betekening van het proces-verbaal van beslag) een bericht van beslag opmaken en aan de beslagene verzenden. Binnen twee maanden na de kennisgeving van het proces-verbaal van beslag moet de beslagrechter de geldigheid van het beslag bekrachtigen (onder huidige regelgeving moet dit binnen één maand geschieden). Dit ter bescherming van de beslagene die geconfronteerd wordt met de onmiddellijke uitwerking van het bewarend beslag zodra de btw-administratie dit legt. De procedure voor de beslagrechter wordt, net zoals voorheen, ingeleid op eenzijdig verzoekschrift en zijn beslissing is uitvoerbaar bij voorraad. De beslagrechter zal onder meer nagaan of de waarde van de beslagen goederen niet disproportioneel is tegenover de belastingschuld die zeker is en vaststaand of vatbaar voor een voorlopige raming, en desnoods het beslag wijzigen mocht dit het geval zijn of mochten de omstandigheden zijn veranderd.  

Na geldigverklaring van het beslag door de beslagrechter en binnen drie maanden volgend op de kennisgeving van het proces-verbaal van beslag, moet, op straffe van nietigheid, een dwangbevel uitgevaardigd worden voor de betreffende schuld waarvoor het beslag gelegd werd. Door de kennisgeving/betekening van dit dwangbevel wordt het bewarend beslag automatisch omgezet in een uitvoerend beslag.  

Rechtsmiddelen tegen het beslag? 
Wanneer de beslagen schuldenaar van oordeel is dat niet voldaan is aan de voorwaarden voor het leggen van administratief bewarend beslag, kan hij beroep instellen tegen het beslag bij de beslagrechter om zo de opheffing of wijziging van het beslag te bekomen. Om ontvankelijk te zijn moet het beroep ingesteld worden binnen de drie maanden na overhandiging van het proces-verbaal van beslag of na verzending van de aangetekende brief. Het beroep wordt behandeld zoals in kortgeding. Zolang de procedure loopt blijft het beslag zijn bewarend karakter behouden. Het is perfect mogelijk dat het beroep van de beslagen schuldenaar behandeld wordt door de beslagrechter samen met de bekrachtiging van de geldigheid van het beslag.  De beslagen schuldenaar kan echter ook nog na deze beroepstermijn van drie maanden opheffing of wijziging van het beslag vragen aan de beslagrechter, als hij kan aantonen dat de omstandigheden waarin het beslag werd gelegd, zijn veranderd.  

Wat zijn de gevolgen?   
Het bewarend beslag heeft onmiddellijk uitwerking van zodra het proces-verbaal van beslag wordt afgegeven aan de beslagene of hem per aangetekende brief wordt ter kennis gebracht. De in beslag genomen goederen mogen dan niet worden vervreemd of met lasten bezwaard gedurende een periode van drie jaar.   

Conclusie 
De nieuwe regelgeving zou als gevolg moeten hebben dat btw-ambtenaren in de toekomst meer gebruik zullen maken van deze maatregel om zo de betaling van de ontdoken btw te waarborgen. Vraag is maar of dit effect ook daadwerkelijk bereikt gaat worden. Het door de btw-ambtenaren verplicht te volgen procedureel parcours - op straffe van nietigheid – bij het leggen van administratief bewarend beslag, vormt echter immers een ware speeltuin voor menig procedureadvocaat die de kleinste fout van de btw-administratie met nietigheid zal laten afstraffen. Anderzijds is een dergelijke uitgeschreven en dwingende procedure zeer gewenst zodat de beslagene de noodzakelijke bescherming krijgt tegen het toch wel zeer ingrijpende optreden van de btw-administratie.  

Terecht wordt in de rechtsleer ook reeds opgemerkt dat de vereiste van het bestaan van een belastingschuld die zeker is en vaststaand of vatbaar voor een voorlopige raming , hetwelk verplicht moet worden vermeld in het proces-verbaal van beslag, doet vermoeden dat administratief bewarend beslag niet mogelijk zal zijn voor reeds van bij het begin betwiste btw schulden. Betwiste btw schulden zijn immers niet zeker en vaststaand. De toekomst zal uitwijzen hoe de beslagrechter deze voorwaarde zal invullen, wanneer de beslagene van in het begin het bestaan van de btw-schuld zelf of minstens de raming ervan, gaat betwisten.  

Het administratief bewarend beslag vormt een goed strijdmiddel tegen werkelijke gevallen van ernstige fraude. Men zal er echter in de toekomst op moeten toezien dat niet al te vluchtig naar deze ingrijpende maatregel gegrepen wordt. Er zijn dan wel beschermingsmechanismen in de procedure ingebouwd voor de beslagene, maar deze bescherming komt altijd pas achteraf. In de periode tussen het leggen van het bewarend beslag en de toetsing en/of eventuele opheffing/wijziging ervan door de beslagrechter, kan immers veel kwaad geschieden. Voorzichtig omspringen met de maatregel, lijkt daarom aangewezen.

Een boeiende uiteenzetting rond MBI, opnieuw in oktober
Management Buy-In: spannend én uitdagend
Op Donderdag 7 juni organiseerde Moore Stephens Belgium in de Drongense S.M.A.K lounge, in samen werking met 3W Executive Interim Management alsook met onze partners Sherpa Law en het Business Coaches Network, een interactieve lezing omtrent Management Buy-In (MBI). Filip Van de Vliet kwam zijn persoonlijke Management Buy-In ervaring delen. Lars Raedschelders gaf meer duiding over de financieri
De vastgoedplanning verkeert in woelige wateren
Waardering vruchtgebruik: in volle (R)evolutie?
Er wordt de laatste jaren veel gezegd en geschreven over de waardering van vruchtgebruik en waar het fiscale schoentje knelt. Hieronder geven we een overzicht van de problematiek inzake waardering, de huidige tendensen  en  werpen we ook een blik op toekomstige vastgoedplanning. Waardering vruchtgebruik Waardering van vruchtgebruik: een wereld in verandering Vruchtgebruik is één
De 'use and enjoyment" regels concreet toegelicht
Goederenvervoer en daarmee nauw samenhangende diensten: nieuwe regels verduidelijkt in een circulaire
Op 31 oktober 2017 werd (oud) KB nr. 57, dat handelt over de plaats van de dienst voor goederenvervoerdiensten en daarmee samenhangende diensten, vervangen door een nieuw KB.  Dat KB trad in werking op 23 november 2017. Het verduidelijkt het oude KB deels en voert daarnaast een nieuwe regel in. Teneinde de (nieuwe) regels te verduidelijken en te bespreken, heeft de fiscus op 31 mei 2018 in da
Het verschil in behandeling wordt weggewerkt
VAA onroerende goederen: fiscus legt zich (voorlopig) neer bij rechtspraak
De FOD Financiën publiceerde op 15 mei 2018 een circulaire 2018/C/57 met betrekking tot de forfaitaire waardering van het voordeel van alle aard.
Krachtlijnen
Belangrijke wijzigingen in de verplichtingen voor maatschappen
De op 27 april 2018 gepubliceerde wet over de hervorming van het ondernemingsrecht brengt een aantal wijzigingen aan in het wetboek van vennootschappen en in het wetboek van economisch recht. Deze nieuwe regelgeving treedt in werking op 1 november 2018. Ook voor de maatschappen zullen er  enkele regels wijzigen. Hoewel er nog verduidelijkingen zullen worden gepubliceerd, geven wij hieronder r
UBO (Ultimate Beneficial Owner): de uiteindelijke begunstigden
Het UBO-register: nieuwe informatieverplichtingen op komst voor het bestuursorgaan van uw vennootschap
Door invoeging van artikelen 14/1 en 14/2 in het Wetboek van vennootschappen zijn alle vennootschappen er voortaan toe gehouden toereikende, accurate en actuele informatie over hun "uiteindelijke begunstigden" (ook wel “Ultimate Beneficial Owner” of “UBO” genoemd) in te winnen en bij te houden en te registreren in het nieuwe “UBO-register”: een centraal register waarin gegevens worde
De krachtlijnen op een rijtje
Onroerende verhuur met btw: vanaf 1 oktober 2018!
  Hoewel het nog maar een wetsontwerp is en dus nog onderhevig kan zijn aan wijzigingen, willen we toch al de krachtlijnen meegeven van de nakende revolutie in het btw landschap: onroerende verhuur met optie tot onderwerping aan btw. Historiek Van oudsher is de verhuur van onroerende goederen in principe vrijgesteld van btw (artikel 44 §3, 2° W.BTW). Er zijn slechts enkele, spe
De invoering van het huwelijksvermogensrecht
Einde van het finaal verrekenbeding of alsnog nieuw leven?
Over het finaal verrekenbeding is de laatste jaren al veel stof opgewaaid. Nadat het Hof van Cassatie in 2017 besliste in het voordeel van de belastingplichtige dat de vordering aftrekbaar was in het kader van de verschuldigde successierechten, heeft de Vlaamse decreetgever de fiscus een handje toegestoken door middel van een wetswijziging. 1. Wat is een finaal verrekenbeding en hoe werkt
Sneller systeemrisico's detecteren
Zonder Legal Entity Identifier doet uw bedrijf geen beurstransacties in 2018
Sinds 3 januari 2018 dient elke rechtspersoon die financiële instrumenten aan-of verkoopt te beschikken over een Legal Entity Identifier of kort LEI. 1. Legal Entity Identifier Een LEI is een unieke alfanumerieke code met 20 tekens waarmee elke juridische entiteit die actief is op de (al dan niet internationale) financiële markten op snelle wijze kan worden geïdentificeerd. De LEI st
Ook de ongelijke behandeling wordt onder de loep genomen
Voordeel alle aard bewoning: hoe anticiperen op het hoger of lager scenario?
De discriminatie met betrekking tot het voordeel van alle aard voor huisvesting is al meermaals aan bod gekomen. Meer bepaald betreft dit de ongelijke behandeling van dezelfde voordelen als het gaat om een terbeschikkingstelling door een eenmanszaak dan wel een terbeschikkingstelling door een rechtspersoon. In de meest voorkomende gevallen is het voordeel vanwege een vennootschap fiscaal zomaar ev

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief