Het zomerakkoord: meer dan vennootschapsbelasting alleen

In de talrijke persberichten heeft u ongetwijfeld reeds gelezen dat onze federale regering op 26 juli 2017 een akkoord heeft bereikt omtrent de hervorming en verlaging van de vennootschapsbelasting. Andere maatregelen uit het zgn. zomerakkoord zijn de belasting op effectenrekeningen, de uitbreiding van de flexi-jobs, de optie om onroerende verhuur aan btw te onderwerpen en de hervorming van de spaarfiscaliteit, met de nadruk op het stimuleren van beleggen in aandelen. De hervorming wordt doorgevoerd in twee stappen: een eerste reeks maatregelen treedt volgend jaar reeds in werking, op de tweede fase is het wachten tot 2020. 

Voorlopig is dit een politiek akkoord. Er zal pas meer duidelijkheid komen omtrent de concrete impact en timing van de verschillende fiscale maatregelen wanneer deze technisch uitgewerkt worden en vertaald zijn in wetteksten. Hierna schetsen wij alvast een overzicht van de voornaamste wijzigingen aan de fiscale regels, gebaseerd op de op dit moment publiek beschikbare informatie. 

Meer dan vennootschapsbelasting alleen

Maatregelen die betrekking hebben op zelfstandigen 
Naar wij vernemen, zouden zelfstandigen te maken krijgen met enkele beperkingen die tot nu toe alleen voor vennootschappen golden, met name inzake autokosten en de stopzettingsregeling (er zal met name geen ‘desaffectatie’ van beroepsactiva meer mogelijk zijn om belasting te vermijden). Daar staat tegenover dat zelfstandigen een extra voordeel zullen krijgen door een hervorming van het beroepskostenforfait. Hoe die hervorming er exact zal uitzien, is vooralsnog koffiedik kijken, maar de regering spreekt van een “harmonisering” van de regeling voor loontrekkers en zelfstandigen. 

Specifieke maatregelen met betrekking tot sancties 
De sanctie voor het niet indienen van een belastingaangifte wordt opgetrokken. De forfaitaire minimumwinst waarop men in dat geval kan belast worden, klimt – in twee stappen – van € 19.000 naar € 40.000 (art. 182 § 2 KB/WIB 92). Al zal de vermindering van het vennootschapsbelastingtarief uiteraard de financiële gevolgen van het optrekken van de sanctie iets temperen.  

Daarnaast is het de bedoeling dat er voortaan effectief belasting betaald moet worden op een belastingsupplement dat gevestigd wordt naar aanleiding van een controle. Ook dat supplement vormt dus een minimale belastbare basis. Verliezen mogen er bijvoorbeeld niet meer van afgetrokken worden. De regering wil bedrijven er op die manier toe aan zetten om alles ‘correct’ aan te geven. Voorts wordt de basisrentevoet voor voorafbetalingen verhoogd van 1% naar 3%. Vennootschappen die niet voorafbetalen, zullen dus méér betalen.  

Daartegenover staat wel dat de moratorium- en nalatigheidsinteresten hervormd worden. De vaste rentevoet van 7% wordt verlaten. Het tarief wordt nu gekoppeld aan de OLO-rente, met een minimum van 2% voor moratoriuminteresten. Nalatigheidsinteresten zullen steeds 2% hoger liggen dan de moratoriuminterest. Het zal het dus niet meer lonen om ‘te veel’ belastingen te betalen enkel en alleen met de bedoeling om dan hoge moratoriuminteresten te ontvangen als de fiscus moet terugbetalen.   

Spaarfiscaliteit hervormd 
Vanaf 2018 zal een “abonnementstaks op effectenrekeningen” ingevoerd worden. Beleggers die over één of meerdere effectenrekeningen beschikken met een totale waarde van € 500.000 of meer (te beoordelen per belastingplichtige), zullen belast worden tegen een tarief van 0,15% op de waarde van de effectenrekeningen. De heffing is bedoeld voor aandelen, obligaties en fondsen. Pensioenspaarfondsen en niet-beursgenoteerde aandelen worden vrijgesteld.

Voor de gereglementeerde spaarrekeningen zal de fiscale vrijstelling verlaagd worden van € 1.880 naar € 940. Vooral bij een toekomstige rentestijging zal dit voelbaar zijn bij de modale spaarder. Anderzijds wordt er een vrijstelling voor de eerste € 627 aan ontvangen dividenden geïntroduceerd. Op deze manier wenst de regering de burger als het ware aan te zetten om naast het klassieke spaarboekje ook andere horizonten te verkennen, en met name meer te beleggen in risicokapitaal.  

Ook het pensioensparen wordt flexibeler. Zo zal er voortaan de keuze bestaan om € 1.200 te sparen waarbij de belastingvermindering 25% bedraagt (ofwel € 300), ofwel om het klassieke bedrag van € 940 te sparen tegen een fiscaal voordeel van 30%, ofwel € 282. Met ongeveer hetzelfde fiscale voordeel – in absolute termen – zal men dan tot een hoger eindbedrag kunnen komen. Deze in het oog springende maatregelen worden gecombineerd met minder opvallende maar daarom niet minder belangrijke maatregelen zoals een verhoging van de beurstaksen (van 0,27% naar 0,35% voor aandelen en van 0,09% naar 0,12% voor obligaties). Voorts wordt de kaaimantaks aangescherpt, zodat onder meer de zgn. dubbelstructuren kunnen worden aangepakt. 

Meer flexi-jobs 
Het systeem van de flexi-jobs, dat tot nu toe alleen in de horeca bestond, zou vanaf 1 januari 2018 uitgebreid worden tot nagenoeg “alle handelsactiviteiten”. Het zou gaan om de detailhandel, de zelfstandige kleinhandel, de kleinhandel in voedingswaren, grote kleinhandelszaken en warenhuizen. De regering noemt als voorbeelden een bakker, een krantenwinkel en een kapsalon. In al die handelszaken kunnen mensen die al elders een volwaardige job hebben, dus voortaan (onbeperkt) belastingvrij bijklussen. En het regime wordt ook opengesteld voor gepensioneerden. 

Bovendien zou er een soortgelijke belastingvrijstelling komen ­– weliswaar beperkt tot inkomsten van € 6.000 per jaar – voor alle inkomens uit vrijetijdswerk en bepaalde functies in de non-profitsector, en voor diensten van particulieren aan particulieren. Goed nieuws is ook dat de mogelijkheid van btw-aftrek ingevoerd wordt voor het bouwen of verwerven van voor verhuur bestemde gebouwen. Onroerende verhuur is in principe vrijgesteld van btw (op enkele uitzonderingen na), hetgeen betekent dat er in principe ook geen recht is op btw-aftrek. Maar ondernemers zouden nu de optie krijgen om te kiezen voor onderwerping van de onroerende verhuur aan btw en op die manier ook hun aftrek veiligstellen. De regering wil daarmee “een einde stellen aan de competitiviteitshandicap van de Belgische operatoren”.  

Tot slot wil de regering het fiscaal aantrekkelijker maken om werknemers te laten delen in de winst van de onderneming, en wordt de tax shelter voor starters uitgebreid tot ‘groeibedrijven’. We kijken dan ook reikhalzend uit naar de uiteindelijke wetgevende teksten die het zomerakkoord in de praktijk moeten uitwerken. We houden jullie in ieder geval op de hoogte.  

Een boeiende uiteenzetting rond MBI, opnieuw in oktober
Management Buy-In: spannend én uitdagend
Op Donderdag 7 juni organiseerde Moore Stephens Belgium in de Drongense S.M.A.K lounge, in samen werking met 3W Executive Interim Management alsook met onze partners Sherpa Law en het Business Coaches Network, een interactieve lezing omtrent Management Buy-In (MBI). Filip Van de Vliet kwam zijn persoonlijke Management Buy-In ervaring delen. Lars Raedschelders gaf meer duiding over de financieri
De vastgoedplanning verkeert in woelige wateren
Waardering vruchtgebruik: in volle (R)evolutie?
Er wordt de laatste jaren veel gezegd en geschreven over de waardering van vruchtgebruik en waar het fiscale schoentje knelt. Hieronder geven we een overzicht van de problematiek inzake waardering, de huidige tendensen  en  werpen we ook een blik op toekomstige vastgoedplanning. Waardering vruchtgebruik Waardering van vruchtgebruik: een wereld in verandering Vruchtgebruik is één
De 'use and enjoyment" regels concreet toegelicht
Goederenvervoer en daarmee nauw samenhangende diensten: nieuwe regels verduidelijkt in een circulaire
Op 31 oktober 2017 werd (oud) KB nr. 57, dat handelt over de plaats van de dienst voor goederenvervoerdiensten en daarmee samenhangende diensten, vervangen door een nieuw KB.  Dat KB trad in werking op 23 november 2017. Het verduidelijkt het oude KB deels en voert daarnaast een nieuwe regel in. Teneinde de (nieuwe) regels te verduidelijken en te bespreken, heeft de fiscus op 31 mei 2018 in da
Het verschil in behandeling wordt weggewerkt
VAA onroerende goederen: fiscus legt zich (voorlopig) neer bij rechtspraak
De FOD Financiën publiceerde op 15 mei 2018 een circulaire 2018/C/57 met betrekking tot de forfaitaire waardering van het voordeel van alle aard.
Krachtlijnen
Belangrijke wijzigingen in de verplichtingen voor maatschappen
De op 27 april 2018 gepubliceerde wet over de hervorming van het ondernemingsrecht brengt een aantal wijzigingen aan in het wetboek van vennootschappen en in het wetboek van economisch recht. Deze nieuwe regelgeving treedt in werking op 1 november 2018. Ook voor de maatschappen zullen er  enkele regels wijzigen. Hoewel er nog verduidelijkingen zullen worden gepubliceerd, geven wij hieronder r
UBO (Ultimate Beneficial Owner): de uiteindelijke begunstigden
Het UBO-register: nieuwe informatieverplichtingen op komst voor het bestuursorgaan van uw vennootschap
Door invoeging van artikelen 14/1 en 14/2 in het Wetboek van vennootschappen zijn alle vennootschappen er voortaan toe gehouden toereikende, accurate en actuele informatie over hun "uiteindelijke begunstigden" (ook wel “Ultimate Beneficial Owner” of “UBO” genoemd) in te winnen en bij te houden en te registreren in het nieuwe “UBO-register”: een centraal register waarin gegevens worde
De krachtlijnen op een rijtje
Onroerende verhuur met btw: vanaf 1 oktober 2018!
  Hoewel het nog maar een wetsontwerp is en dus nog onderhevig kan zijn aan wijzigingen, willen we toch al de krachtlijnen meegeven van de nakende revolutie in het btw landschap: onroerende verhuur met optie tot onderwerping aan btw. Historiek Van oudsher is de verhuur van onroerende goederen in principe vrijgesteld van btw (artikel 44 §3, 2° W.BTW). Er zijn slechts enkele, spe
De invoering van het huwelijksvermogensrecht
Einde van het finaal verrekenbeding of alsnog nieuw leven?
Over het finaal verrekenbeding is de laatste jaren al veel stof opgewaaid. Nadat het Hof van Cassatie in 2017 besliste in het voordeel van de belastingplichtige dat de vordering aftrekbaar was in het kader van de verschuldigde successierechten, heeft de Vlaamse decreetgever de fiscus een handje toegestoken door middel van een wetswijziging. 1. Wat is een finaal verrekenbeding en hoe werkt
Sneller systeemrisico's detecteren
Zonder Legal Entity Identifier doet uw bedrijf geen beurstransacties in 2018
Sinds 3 januari 2018 dient elke rechtspersoon die financiële instrumenten aan-of verkoopt te beschikken over een Legal Entity Identifier of kort LEI. 1. Legal Entity Identifier Een LEI is een unieke alfanumerieke code met 20 tekens waarmee elke juridische entiteit die actief is op de (al dan niet internationale) financiële markten op snelle wijze kan worden geïdentificeerd. De LEI st
Ook de ongelijke behandeling wordt onder de loep genomen
Voordeel alle aard bewoning: hoe anticiperen op het hoger of lager scenario?
De discriminatie met betrekking tot het voordeel van alle aard voor huisvesting is al meermaals aan bod gekomen. Meer bepaald betreft dit de ongelijke behandeling van dezelfde voordelen als het gaat om een terbeschikkingstelling door een eenmanszaak dan wel een terbeschikkingstelling door een rechtspersoon. In de meest voorkomende gevallen is het voordeel vanwege een vennootschap fiscaal zomaar ev

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief