De gevolgen van het zomerakkoord voor toekomstige kapitaalverminderingen

Sinds het zomerakkoord is er al fel gediscussieerd over de pro rata-regel inzake kapitaalverminderingen. Aangezien er op heden nog geen definitieve wetteksten werden gepubliceerd, bestaan er nog onduidelijkheden omtrent dit aspect van de hervorming van de vennootschapsbelasting en is het mogelijk dat er nog aanpassingen zullen gebeuren aan de voorgestelde toekomstige regeling. 

Huidige wetgeving 
Bij een kapitaalvermindering kan men thans kiezen op welk bestanddeel van het maatschappelijk kapitaal  de vermindering wordt aangerekend, wat fiscaal niet onbelangrijk is.   

Een terugbetaling van maatschappelijk kapitaal wordt immers niet als een dividend aangemerkt voor Belgische fiscale doeleinden en is dus niet onderworpen aan roerende voorheffing, indien voldaan is aan volgende twee voorwaarden:

  • de terugbetaling moet gebeuren in uitvoering van een regelmatige beslissing tot vermindering van het maatschappelijk kapitaal;
  • de terugbetaling moet voortkomen uit (het gedeelte van) het statutair kapitaal dat gevormd is door werkelijk gestorte inbrengen vanwege de aandeelhouders van de vennootschap. 

Toekomstige wetgeving 
De toekomstige wetgeving zal komaf maken met de huidige regel dat kapitaalverminderingen naar keuze aangerekend kunnen worden op het bestanddeel van het maatschappelijk kapitaal dat de vennootschap aanwijst. Een terugbetaling van maatschappelijk kapitaal wordt voortaan aan roerende voorheffing onderworpen in verhouding van het aandeel van de nog aanwezige belaste reserves in het gestort kapitaal, verhoogd met de belaste reserves buiten het kapitaal (pro rata-opdeling). Reden hiervoor is dat kapitaalverminderingen dienen te beantwoorden aan rechtmatige financiële of economische behoeften om van roerende voorheffing te zijn vrijgesteld en dat geacht wordt niet aan deze voorwaarde te zijn voldaan indien nog belaste reserves aanwezig zijn in de vennootschap. 

Aanrekening pro rata
De pro rata wordt verkregen overeenkomstig een percentage dat de verhouding uitdrukt tussen:

  • in de teller: de som van het gestort kapitaal, de uitgiftepremies en de winstbewijzen die met gestort kapitaal worden gelijkgesteld;
  • in de noemer: de som van de belaste reserves, de in het kapitaal geïncorporeerde vrijgestelde reserves en het bedrag van de teller. Het bedrag van de reserves wordt bepaald op het einde van het voorgaande belastbare tijdperk, verminderd met de tijdens het belastbare tijdperk uitgekeerde tussentijdse dividenden. 

Om de pro rata te berekenen, wordt volgens de meest recente berichtgeving géén rekening gehouden met:

  • negatieve belaste reserves, andere dan het overgedragen verlies;
  • niet in het kapitaal geïncorporeerde vrijgestelde reserves;
  • herwaarderingsmeerwaarden, in de mate dat ze niet uitgekeerd kunnen worden;
  • onderschattingen van activa/overschattingen van passiva, liquidatiereserve en bijzondere liquidatiereserve;
  • wettelijke reserve ten belope van het wettelijke minimum. 

Ook de overgangsregeling voor liquidatieboni blijft gevrijwaard. De liquidatieboni zullen bijgevolg na 8 of na 4 jaar door respectievelijk de grote of kleine vennootschappen nog steeds vrij van belastingen kunnen worden uitgekeerd. 

Inwerkingtreding
De nieuwe regeling wordt verwacht in werking te treden ‘vanaf 1 januari 2018’, wat allerminst duidelijk verwoord is. Een terugbetaling van maatschappelijk kapitaal verloopt immers in twee fasen:

  • vooreerst is er de beslissing tot vermindering van het maatschappelijk kapitaal door de algemene vergadering op de wijze die is vereist voor een statutenwijziging;
  • vervolgens is er de effectieve uitkering of terugbetaling aan de aandeelhouders. Die mag pas worden gedaan zodra de in aanmerking komende schuldeisers voldoening hebben gekregen, of zodra hun aanspraak om zekerheid te verkrijgen, bij een uitvoerbare rechterlijke beslissing is afgewezen. Om hun rechten te doen gelden, hebben de betreffende schuldeisers een termijn tot twee maanden na de bekendmaking van het besluit tot kapitaalvermindering in de bijlagen van het Staatsblad. Concreet mag de effectieve uitkering of terugbetaling aan de aandeelhouders pas gebeuren na het verstrijken van twee maanden na bekendmaking van het besluit tot kapitaalvermindering.

Volgens de meest recente berichtgeving geldt als referentiedatum, de datum van de algemene vergadering die beslist tot de kapitaalvermindering. Deze regeling zal ook de meeste rechtszekerheid bieden. Wanneer de tweede fase daarentegen als referentiedatum zou gelden, dan zou dit betekenen dat de toekomstige wetgeving ook gevolg zou hebben voor alle kapitaalverminderingen waartoe de algemene vergaderingen in november en december van dit jaar hebben beslist. Dit zou uiteraard de minste zekerheid bieden, gezien de algemene vergaderingen nog geen kennis hadden van de concrete invulling van de nieuwe regelgeving.  

Anticiperen of niet?  
Is het aangewezen om alsnog een kapitaalvermindering door te voeren om te ontsnappen aan de nieuwe regelgeving? De laatste jaren worden kapitaalverminderingen – in het bijzonder in combinatie met een voorafgaande inbreng van aandelen – geviseerd door de fiscus. Gelet op de toekomstige pro rata opdeling ingeval van een kapitaalvermindering, zal de fiscus nog meer met argusogen toekijken op kapitaalverminderingen die alsnog in 2017 plaatsvinden en deze toetsen aan de algemene antimisbruikbepaling (art. 344, §1 WIB). Als argument zal ze echter niet kunnen aanwenden dat de bedoeling van de (nieuwe) fiscale wet gefrustreerd werd, daar de bedoeling van een wet die nog niet in werking getreden is, eigenlijk ook niet gefrustreerd kan worden. Uiteraard kan de administratie wel argumenteren dat er geen economische motieven voorhanden zijn, wat bijvoorbeeld het geval kan zijn wanneer de kapitaalvermindering volgt op een eerder gedane inbreng van aandelen.  

Het risico op herkwalificatie in een pro rata aanrekening, wat een roerende voorheffing ten belope van 30% tot gevolg zal hebben, is dus wellicht nihil. Wanneer de kapitaalvermindering echter werd voorafgegaan door een inbreng van aandelen, dan spelen er andere riscofactoren. In dit geval blijft het risico bestaan dat de fiscus argumenteert dat er sprake is van een verdoken dividenduitkering, waardoor op de gehele uitkering 30% roerende voorheffing verschuldigd zal zijn. Gezien dit evenwel niet behoort tot het onderwerp van deze bijdrage, wordt er ook niet verder op ingegaan.  

Conclusie 
Als we kijken naar buitenlandse wetgeving, dan is het principe van de pro rata aanrekening niet geheel vreemd. Andere landen, zoals Luxemburg, kennen dit principe al veel langer. De gelijktijdige toepassing van de proportionaliteitsregel en de rangregeling in combinatie met een selectie aan kwalificerende reserves vereist evenwel transparante en duidelijke wetgeving. Uitgaande van het principe dat de maatregelen van toepassing zullen zijn vanaf 1 januari 2018 uitgevoerde verrichtingen, meer bepaald op door de algemene vergadering vanaf deze datum besliste kapitaalverminderingen en terugbetalingen van met kapitaal gelijkgestelde uitgiftepremies en winstbewijzen, zal de wetgever zich mogen haasten om tijdig duidelijke richtlijnen uit te schrijven. Hij staat hier ongetwijfeld voor een moeilijke uitdaging. 

Vanaf 1 mei 2019
Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen goedgekeurd
Op 28 februari 2019 heeft de Kamer het langverwachte Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (afgekort WVV) dan toch goedgekeurd. Vanaf 1 mei 2019 heeft ons land bijgevolg een nieuw vennootschapsrecht. Het huidige Wetboek van Vennootschappen - dat reeds van 7 mei 1999 dateert – is niet langer aangepast aan de hedendaagse behoeften van het bedrijfsleven. Met het WVV tracht de wetgever Belg
De revival van opstal
Opstal als stealth-vruchtgebruik?
Recent werd een opmerkelijk arrest door het Hof van Beroep van Brussel geveld inzake de belasting van te goedkope natrekking bij opstal (23 januari 2019). Ook in het verleden waren hier al een aantal uitspraken over gedaan (zie onder meer het Hof te Gent van 31 oktober 2017). De interesse omtrent het einde van opstal bestaat duidelijk bij de fiscus en de beide arresten tonen ook aan dat er soms we
Paradepaardje of toch eerder louter doekje tegen het bloeden?
Het Belgisch fiscaal consolidatieregime
Het algemene opzet met de invoering van een fiscaal consolidatieregime was duidelijk, met name het Belgische fiscale stelsel terug positief in de kijker zetten. Vele van de ons omringende landen kennen immers al jaar en dag een systeem van fiscale consolidatie en België scoorde daardoor slecht op dit punt wanneer internationale groepen een investeringslocatie moeten kiezen. De vraag die op ied
De nieuwe regels voor btw-behandeling van vouchers
De wondere wereld van btw en bonnen
Bonnen zijn een zeer populair marketing instrument. Er zijn diverse soorten bonnen: kortingsbonnen uitgegeven door een fabrikant, in te ruilen bij om het even welk verkooppunt in België, kortingsbonnen gratis verstrekt door retailers, bonnen waarmee een nieuw gelanceerd artikel gratis kan worden verkregen, cadeaucheques die kunnen worden ingewisseld voor een heel gamma producten of diensten, elek
'Pauliaanse vordering' schiet te hulp
De fiscus buitenspel zetten door het verwerpen van de nalatenschap: kan dat?
In het erfrecht hebben verschillende erfgenamen een reservataire aanspraak. Zij hebben dus recht op een minimum erfdeel. Sinds de nieuwe erfwet mag men vrij beschikken over de helft van zijn vermogen. Dit noemt men het beschikbaar deel. Als het beschikbaar deel overschreden wordt door giften, kunnen de reservataire erfgenamen de inkorting vragen. Via de inkorting eisen de reservataire erfgenamen,
Ruimere inschrijvingsplicht in de KBO
Registratie in de KBO onder het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen
In het streven naar een aantrekkelijker ondernemingsklimaat werd er gesleuteld aan het ondernemingsrecht. Het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (“WVV”) schaft het begrip ‘handelaar’ af en voert het nieuwe begrip ‘onderneming’ in. Het nieuwe ondernemingsbegrip heeft gevolgen voor de inschrijving in de KBO (Kruispuntenbank van Ondernemingen).  Ruim
Het voordeel is een belastbaar VAA
Voortaan fiches en bedrijfsvoorheffing bij voordelen toegekend door buitenlandse ondernemingen
Moet, op een voordeel ontvangen van een buitenlandse vennootschap, bedrijfsvoorheffing worden ingehouden? Die vraag dient thans in de meeste situaties negatief te worden beantwoord.
Juridisch meest correcte oplossing
Successief vruchtgebruik: Vlabel bevestigt de heffingswijze van de registratierechten
Op 10 december 2018 werd een opmerkelijk standpunt gepubliceerd op de website van Vlabel (Standpunt nr. 18083 van 26 november 2018). De vastgoedfiscaliteit wordt steeds verfijnder met steeds meer (fiscale) voordelen. De vraag moet dan ook gesteld worden of de alom gekende “eenvoudige” vruchtgebruiken niet deels zullen vervangen worden door verrichtingen met een dubbel of successief  vruch
Vanaf 1 januari 2019
Nieuw Vlaams Huurdecreet
Op 24 oktober 2018 keurde het Vlaams parlement het nieuwe Vlaamse Huurdecreet goed. In onze nieuwsbrief van 26 oktober 2017 gaven we reeds een eerste aanzet van de wijzigingen welke dit nieuwe decreet met zich meebrengen. Een van de belangrijkste veranderingen blijft het ruime toepassingsgebied van het decreet. Enerzijds wordt in een uitgebreide regelgeving voorzien voor de huur van een woning bes
Schriftelijk bevestigd aan ons kantoor
Bevestigd: zowel vruchtgebruiker als naakte eigenaar op te nemen in UBO-register
Op 31 oktober 2018 is het register van uiteindelijke begunstigden (het “UBO register”) officieel in werking getreden. Op basis van de wetteksten en de verklarende toelichting, dienen als uiteindelijke begunstigde(n) van vennootschappen in de eerste plaats te worden meegedeeld, de natuurlijke perso(o)n(en) die rechtstreeks of onrechtstreeks een toereikend percentage van de stemrechten of van he
Hoe aftrekbaar zijn uw restaurantkosten?Download de fiscale gids

Word jij onze nieuwe collega?

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief