De verzekeringsgift: nieuw “Vlaanderenschokkend” standpunt van de Vlaamse Belastingdienst

Sinds 1 januari 2015 heeft het Vlaamse Gewest - ingevolge de regionalisering van de fiscaliteit - een verruimde bevoegdheid op vlak van registratie- en erfbelasting. Uit de administratieve standpunten die de Vlaamse Belastingdienst op haar website publiceert, blijkt een eigenzinnige invulling van deze bevoegdheid. Zo nam de Vlaamse Belastingdienst bijvoorbeeld recent de vroeger geaccepteerde figuur van “de verzekeringsgift” , op de korrel op een wijze die op zijn minst bekritiseerbaar is en die de rechtszekerheid niet ten goede komt.

1. De figuur van de verzekeringsgift
Stel: een vader Fons (A), inwoner van het Vlaamse Gewest, sloot in 2013 een levensverzekering af met als verzekerde zichzelf en als begunstigde zijn dochter Mieke (B) (een zogeheten AAB-polis).

Naar aanleiding van een gesprek omtrent vermogens-en successieplanning met zijn fiscale adviseur, werd het Fons duidelijk dat de uitkering die aan Mieke zal toekomen op grond van de levensverzekeringspolis naar aanleiding van zijn overlijden, belast zal worden met erfbelasting.  Het verzekerde kapitaal hoort op het ogenblik van zijn overlijden niet (meer) tot de  nalatenschap van Fons (want dit is eigendom van de verzekeringsmaatschappij). Evenwel zal de uitkering die Mieke op grond van een dergelijk “beding ten behoeve van een derde” krijgt, toch belast zijn met erfbelasting (maximaal tarief van 27%), en dit op grond van een zogeheten “fictiebepaling”, met name oud artikel 8 van het Vlaamse Wetboek successierechten (hierna: W. Succ.) (sinds 1 januari 2015 artikel 2.7.10.6. van de Vlaamse Codex Fiscaliteit (hierna: VCF)).

Op aanraden van zijn fiscaal adviseur deed Fons in 2014 een “verzekeringsgift” voor een Belgische notaris: hij schonk alle rechten als verzekeringnemer (bijvoorbeeld recht op afkoop, op aanduiding van de begunstigden,…) aan Mieke. Op de afkoopwaarde op het ogenblik van de schenking werd 3% schenkbelasting betaald.  Fons bleef het verzekerde hoofd zodat een uitkering pas zal volgen bij zijn overlijden.

2. De houding van de administratie
Tot vóór 12 oktober jl. werd algemeen (ook door de (federale) belastingadministratie) aanvaard dat - door een dergelijke  verzekeringsgift te doen - er op het ogenblik van het overlijden van Fons geen erfbelasting verschuldigd zal zijn op de uitkering (in casu ook niet ingeval van overlijden van Fons binnen de 3 jaar na de schenking gelet op de betaling van 3% schenkbelasting).  Er is immers niet langer sprake van een beding ten behoeve van een derde, maar wel van een beding ten behoeve van zichzelf. AAB is BAB geworden. Dit werd ook bevestigd door de (federale) belastingadministratie in een niet-gepubliceerd schrijven van 9 april 2013.
Bovendien geldt in voormelde casus dat schenkbelasting betaald werd over de afkoopwaarde van de verzekering, waardoor de heffing van erfbelasting bij overlijden uitdrukkelijk uitgesloten was op grond van het vijfde lid van oud artikel 8 W. Succ..

Op 12 oktober jl. maakte de Vlaamse Belastingdienst (hierna: Vlabel) evenwel haar andersluidend (Vlaanderenschokkend) standpunt bekend: de uitkering op het ogenblik van overlijden zal toch belast worden met erfbelasting op grond van artikel 2.7.10.6.,§ 1 VCF. Het voorwerp van de uitkering is immers niet hetzelfde als het voorwerp van de (met schenkbelasting belaste) schenking. Bijgevolg kan geen toepassing worden gemaakt van voormeld principe dat de heffing van schenkbelasting de heffing van erfbelasting uitsluit (bevrijdende werking van de betaling van schenkbelasting).

Pas een goede maand later bleek het (bekritiseerbare) toepassingsgebied in de tijd van dit gewijzigde standpunt: dit zou gelden voor alle overlijdens vanaf januari 2016, ongeacht het tijdstip van de verzekeringsgift, onder het argument dat voor de erfbelasting het fiscaal aanknopingspunt altijd de datum van overlijden is. Op 4 december jl. werd de inwerkingtreding evenwel gewijzigd. Dit standpunt zal gelden voor overlijdens vanaf 1 maart 2016.

3. Kritische bemerkingen op dit nieuwe standpunt
In voormeld standpunt gaat Vlabel vooreerst geheel voorbij aan het algemeen aanvaarde principe dat ingevolge de overdracht van alle rechten verbonden aan de polis, een AAB-polis (beding ten behoeve van een derde) wordt omgevormd naar een BAB-polis (beding ten behoeve van zichzelf) en bijgevolg buiten het toepassingsgebied van artikel 2.7.10.6. VCF valt.

Ten tweede wordt het principe van de bevrijdende werking van de betaling van schenkbelasting verlaten. Vlabel lijkt daarbij de gehele uitkering met erfbelasting belastbaar te stellen zonder rekening te houden met de met schenkbelasting belaste afkoopwaarde, noch met de betaalde schenkbelasting.

Indien dit (te betwisten) standpunt ongewijzigd blijft, betekent dit vooreerst dat in de toekomst een dergelijke verzekeringsgift uitgesloten is, want leidt tot 2 x belastingheffing (schenkbelasting én erfbelasting).

Ten tweede zullen uitkeringen van levensverzekeringen die in het verleden werden afgesloten maar inmiddels weggeschonken werden door personen die na 31 februari 2016 nog in leven zijn, in principe belast worden met erfbelasting, ook indien op de verzekeringsgift schenkbelasting werd betaald. Want: “Vlabel heeft beslist dat de betaalde schenkbelasting niet bevrijdend is voor de erfbelasting” dixit mevrouw Annick Ghysens van Vlabel.

4. Uitzonderingsgevallen
Valt nog te ontkomen aan erfbelasting op de verzekeringsgift en op welke wijze dan (anders dan door een overlijden van de schenker vóór 1 maart 2016)?

Op 4 december jl. publiceerde Vlabel op haar website 2 gevallen waarin toch géén erfbelasting verschuldigd zal zijn. De eerste uitzondering betreft de afkoop van een levensverzekering gevolgd door de (geregistreerde) schenking van de afkoopwaarde (in plaats van de schenking van de rechten). Voor reeds geschonken levensverzekeringen of verzekeringen waarvan de polis niet wordt afgekocht, aanvaardt Vlabel de  wijziging van de begunstigde(n) van de levensverzekering (2).

  1. Afkoop van de geschonken levensverzekering

Een afkoop kent volgende (mogelijke) nadelen:

  • eventuele kosten (bancaire kosten maar mogelijks ook roerende voorheffing aan 25% (vanaf 1 januari 2016 27%)  indien het bijvoorbeeld een tak 21 betreft met een looptijd van minder dan 8 jaar).
  • verlies van een (historisch hoger) gewaarborgd rendement;
  • indien de begunstigde een nieuwe polis zou afsluiten: verzekeringstaks (2%) en instapkosten;
  • indien de schenking van de afkoopwaarde niet (tijdig) wordt geregistreerd (heffing van 3% schenkbelasting), is de begunstigde alsnog erfbelasting verschuldigd op de geschonken waarde ingeval de schenker komt te overlijden binnen de 3 jaar na het overlijden. Toepassing wordt dan gemaakt van een andere fictiebepaling in de VCF, met name artikel 2.7.1.0.5, §1 VCF (oud artikel 7 W. Succ.). Na het verstrijken van voormelde termijn van 3 jaar, bestaat het risico op de heffing van erfbelasting niet langer.                         
  1. Wijziging van de begunstigde(n)

In onze casus zou Mieke  volgens Vlabel ook (een) andere begunstigde(n) (bijvoorbeeld haar kind(eren)) kunnen aanduiden (toevoeging van een bijlage bij de oorspronkelijke polis). Hierdoor wordt de uitkering niet langer belast in de nalatenschap van Fons indien Mieke kan aantonen dat zij de polis kosteloos heeft bedongen in het voordeel van haar kind(eren) (artikel 2.7.1.0.6, §2, derde lid, 4° VCF).

De herbevestiging van Mieke als begunstigde wordt niet aanvaard. De tijdelijke benoeming van een andere begunstigde, “die dan kort daarna opnieuw de eerste persoon als begunstigde aanduidt”, wordt beschouwd als ontwijking waarop de antimisbruikbepaling van toepassing is. Ons inziens gebeurt de wijziging van de begunstiging evenwel door de verzekeringnemer en niet door de begunstigde zoals Vlabel dit stelt.

5. Besluit
Indien u in het verleden een verzekeringsgift deed, raden wij veiligheidshalve aan dat de begiftigde(n) één van voornoemde maatregelen neemt (nemen), met name afkoop van de geschonken polis (waardoor de begiftigde begunstigde blijft, zij het van een afgeroomd bedrag) of wijziging van de begunstigde. 

Indien u in de toekomst (toch nog) zou overwegen een verzekeringsgift te doen, raden wij aan hiervoor beroep te doen op een specialist terzake, die u - in de mate van het mogelijke - kan inlichten over de fiscale gevolgen op dat ogenblik. Met wat geluk heeft Vlabel tegen dan haar standpunt wederom herzien. Dat is dan onze nieuwjaarswens voor u : dat Vlabel 2016 het goede voornemen heeft om standpunten die juridisch geen steek houden, te herformuleren. Op de terugkomst van de rechtszekerheid!

Redactie afgesloten op 15 december 2015. Eventuele wijzigingen in regelgeving of in standpunten na voormelde datum, werden dan ook niet verwerkt in deze bijdrage. 

 Auteur: Ellen Hemelaer

7 gevolgen van een foutieve inschrijving
Het belang van een correcte KBO-inschrijving anno 2019
Elke onderneming heeft zijn unieke inschrijving in de KBO, vaak wordt echter vergeten deze inschrijving up-to-date te houden. Dit kan onaangename gevolgen hebben. ​De Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) is een register van de FOD Economie waarin alle basisgegevens van ondernemingen en hun vestigingseenheden verzameld zijn. Ze centraliseren de basisgegevens en vestigings
Is het nu 50% of 100% aftrekbaar?
Receptiekosten van een publicitair evenement slechts beperkt aftrekbaar
Volgens de letter van de wet (art. 53, 8° WIB) zijn beroepsmatig gedane receptiekosten slechts voor 50% aftrekbaar. Er bestaat sinds lange tijd discussie over de vraag of die aftrekbeperking ook geldt als de receptiekosten worden gemaakt in het kader van een publicitair evenement. Behouden deze kosten de aard van receptiekosten, ook als ze een publicitair doel hebben? Of vallen ze onder een
Juridisch is dit niet zo vanzelfsprekend
Herstructureren? Denk aan uw bestuursmandaten
Bij de herstructurering van vennootschappen komt heel wat kijken. Een element dat daarbij geregeld uit het oog wordt verloren betreft de bestuursmandaten die de overgenomen vennootschap waarneemt in een aantal andere vennootschappen. De vraag is wat het lot is van deze bestuursmandaten eens de besturende vennootschap verdwijnt ingevolge fusie of splitsing. In vele gevallen is het de bedo
Vanaf 1 jan 2020 enkel nog nieuwe formulieren
Nieuwe publicatieformulieren voor het Belgisch Staatsblad
Vennootschappen, verenigingen en stichtingen die teksten, zoals bv. oprichtingsaktes, benoemingen bestuurders etc., moeten neerleggen op de griffie van de ondernemingsrechtbank dienen hiervoor speciale formulieren te gebruiken. Op 30 april 2019 verscheen in het Belgisch Staatsblad het nieuwe Koninklijk Besluit van 29 april 2019 tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
Dit jaar zal het vaker voorkomen dat er moet gereageerd worden
Voorstel van vereenvoudigde aangifte? Kijk goed na en reageer tijdig!
Reeds sinds enkele jaren zit het aantal voorstellen van vereenvoudigde aangifte in de lift. Dit jaar zullen meer dan 3,2 miljoen Belgen zo’n voorstel krijgen. Als er niets moet worden gewijzigd, moet u ook niet reageren. Maar als er toch iets moet worden aangepast (lees: de fiscus heeft onjuiste of onvolledige gegevens), dan moet u tijdig reageren. Dit jaar zal het&
Ook ondernemingen moeten nu uitdrukkelijk de procedure volgen
Belangenconflict in het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen
Sinds 1 mei 2019 is het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) in werking getreden. Het WVV voorziet in een ruimere en strengere regeling inzake de belangenconflicten die zich mogelijks kunnen voordoen binnen een onderneming. De verruiming bestaat erin dat de bestuurders van coöperatieve vennootschappen, vzw’s&nb
Belangrijke tips bij een schenking
Enkele do’s en don'ts bij de bankgift
De bankgift is nog steeds een zeer geliefde techniek voor de overdracht van geld bij wijze van schenking. Dit is niet zo verwonderlijk aangezien de bankgift een geldige schenking geeft zonder (al te veel) formalisme en zonder schenkbelasting, indien deze volgens de regels van het spel wordt uitgevoerd. Toch zijn er enkele spelregels die roet in het eten dreigen te gooien, indien ze niet corre
Het verdere verloop van de relatie tussen het VK, de EU en de EER
Welke impact heeft de Brexit op uw vennootschapsbelasting?
Op vandaag hoort het Verenigd Koninkrijk (VK) nog steeds tot de Europese Unie (EU) evenals tot de Europese Economische Ruimte (EER). Intussen kreeg het VK namelijk tot ten laatste 31 oktober 2019 de tijd om de Brexit te realiseren. Dit betekent dan ook dat grensoverschrijdende transacties die met het VK worden verricht nog steeds binnen het toepassingsgebied van de Europese richtlijnen vallen. Na
Minder streng circulaire voor horecasector
Nieuw circulaire voor BTW tarief bij restaurant- en cateringdiensten
Op 1 januari 2010 werd het btw tarief voor restaurant- en cateringdiensten verlaagd naar 12%. Dit tarief geldt enkel voor het eten. De dranken (ook de niet-alcoholische en de koffie en thee) zijn nog onderworpen aan het standaard btw-tarief van 21%. De Administratie publiceerde op 23 december 2009 een toelichting waarin ze besprak hoe een enige prijs voor een menu (inclusief drank) voor het bepale
Wordt uw bestuurdersaansprakelijkheid eindelijk beperkt?
Bestuurdersaansprakelijkheid in het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen
Wordt uw bestuurdersaansprakelijkheid eindelijk beperkt onder het nieuwe WVV? Het nieuw Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) werd, na een hobbelig parcours te hebben doorlopen, op 28 februari 2019 gestemd in de Kamer. Een van de meest in het oog springende vernieuwingen die het WVV doorvoert is de invoering van een beperking op de bestuurdersaansprakelijkheid in artikel 2:57. Va
Hoe aftrekbaar zijn uw restaurantkosten?Download de fiscale gids

Word jij onze nieuwe collega?

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief