De nieuwe wetgeving inzake autofiscaliteit: de motor op volle toeren

Traditiegetrouw staat de maand januari in België in teken van de auto. Het autosalon lokt jaarlijks 100.000en autoliefhebbers naar de Heizel. Dit jaar staan niet enkel de nieuwste automodellen in de schijnwerpers, maar ook de nieuwe wetgeving inzake autofiscaliteit gaat met de aandacht lopen. Immers op kerstdag van vorig jaar werd de nieuwe Wet tot hervorming van de vennootschapsbelasting bekrachtigd. De wettekst werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 29 december 2017. De voorstellen m.b.t. de hervorming van de vennootschapsbelasting werden (omwille van tijdsdruk) uit de uitgebreidere Relancewet gefilterd.

De wijzigingen inzake de autofiscaliteit zijn belangrijk voor zowel zelfstandigen als voor ondernemingen, de werkgevers en hun werknemers. De nieuwe fiscale spelregels gelden  namelijk zowel in de vennootschapsbelasting als de personenbelasting.

Nieuwe aftrekregels
Een eerste belangrijke wijziging bestaat in de nieuwe fiscale aftrekregeling voor auto- en brandstofkosten in zowel de vennootschapsbelasting als in de personenbelasting. In de personenbelasting (eenmanszaken) wordt met ingang van 1 januari 2018 de forfaitaire aftrek van 75% voor autokosten afgeschaft. Om de fiscale regeling inzake autokosten te harmoniseren, wordt een aftrekregeling zoals deze momenteel van toepassing is in de vennootschapsbelasting geïmplementeerd. Deze regeling stelt het aftrekpercentage afhankelijk van de CO2-uitstoot van het betrokken voertuig. Op deze manier worden ook zelfstandigen gestimuleerd om na te denken over de vergroening van hun wagenpark. Om rechtszekerheid te bewaren heeft de wetgever een overgangsregeling voorzien waarbij personenwagens die voor 1 januari 2018 waren aangeschaft (of besteld) of waarvan het leasecontract wordt afgesloten voor 1 januari 2018 voor minimum 75% aftrekbaar blijven zolang de desbetreffende personenwagen wordt gebruikt.

Met ingang van 1 januari 2020 wordt met de invoering van een vernieuwde en eenvormige aftrekregeling de fiscaliteit van alle voertuigen zowel in de personen- als in de vennootschapsbelasting volledig geharmoniseerd. De nieuwe aftrekregeling vanaf 2020 wordt hierna uiteengezet onder ‘Vennootschapsbelasting’. Parallel aan de vernieuwde wetgeving inzake de aftrek van autokosten wordt ook het fiscaal regime van professionele meerwaarden op auto’s in de personenbelasting gewijzigd. Met ingang van 1 januari 2018 wordt het belastbaar bedrag van de professionele meerwaarden (in de categorie ‘winsten’ en ‘baten’) vastgesteld op dezelfde manier als de regeling in de vennootschapsbelasting (in functie van de CO2-uitstoot). Dit om het gedeelte van de belastbare meerwaarde te doen overeenstemmen met het percentage dat gelijk is aan de verhouding tussen de fiscaal aangenomen afschrijvingen en de geboekte afschrijvingen. Vanaf 1 januari 2020 zullen ook op dit vlak de nieuwe geharmoniseerde regels van de autofiscaliteit spelen (zie hierna onder  ‘Vennootschapsbelasting’).

In de vennootschapsbelasting blijft de aftrekregeling van auto- en brandstofkosten zoals ze vandaag bestaat ongewijzigd tot en met 31 december 2019. Met ingang van 1 januari 2020 wordt de nieuwe wetgeving inzake autokosten van toepassing. Deze wijziging voert een nieuwe berekeningswijze in van het aftrekpercentage van zowel auto- en benzinekosten. Benzinekosten volgen immers vanaf 1 januari 2020 hetzelfde regime als autokosten en worden aldus aftrekbaar in functie van de CO2-uitstoot van het betrokken voertuig.

In de vernieuwde wetgeving wordt het aftrekpercentage berekend aan de hand van volgende formule: 120% - (0,5% * coëfficiënt * aantal gram CO2/km)

Waarbij het coëfficiënt als volgt wordt vastgesteld:

  • 1,00: voor voertuigen met een dieselmotor en dieselvarianten zoals bv. hybride diesels (voor de bijzondere regeling inzake hybride voertuigen, zie hierna).
  • 0,90: voor voertuigen met een motor op aardgas (CNG) met een belastbaar vermogen van minder dan 12 fiscale paardenkracht.
  • 0,95: voor alle voertuigen met een andere motor (benzine, LPG, biobrandstof, elektrische motor, …) dan hierboven vermeld.

Het volgens bovenstaande formule berekende percentage mag niet lager zijn dan 50% maar ook niet hoger dan 100%. Voor personenwagens met een CO2-uitstoot van 200 gram CO2/km of meer geldt slechts een aftrekpercentage van 40%. De 120% aftrek voor elektrische voertuigen wordt dus volledig afgeschaft. Het voorgaande kan worden verduidelijkt aan de hand van een aantal voorbeelden:

  • Een dieselwagen met CO2-uitstoot van 98 gram CO2/km  =>71% (ofwel 120%-(0,5%*1*98)).
  • Een benzinewagen met CO2-uitstoot van 98 gram CO2/km =>73,45% (ofwel 120%-(0,5%*0,95*98)).
  • Een dieselwagen met CO2-uitstoot van 25 gram CO2/km =>100% (maximum)
  • Een dieselwagen met CO2-uitstoot van 190 gram CO2/km => 50% (minimum)

Deze nieuwe berekeningswijze van het aftrekpercentage voor auto- en benzinekosten is met ingang van 1 januari 2020 van toepassing op alle bedrijfswagens. Ook de reeds voor 1 januari 2020 aangeschafte wagens en tweedehandswagens vallen onder de nieuwe wetgeving. De enige uitzondering heeft betrekking op bedrijfswagens die voor 1 januari 2018 werden besteld, aangekocht of geleased op naam van een eenmanszaak (zie hierboven: overgangsregeling personenbelasting). Kosten voor de financiering van een bedrijfswagen worden expliciet uitgesloten uit het toepassingsgebied van de nieuwe aftrekregeling en blijven dus voor 100% aftrekbaar.

Een bijzondere regeling wordt echter geïmplementeerd voor de ‘valse hybrides’. De aankoop van dergelijke voertuigen wordt vanaf 1 januari 2020 fiscaal afgestraft. Valse hybrides (zgn. plug-in hybrides) worden gedefinieerd als voertuigen die deels werken op brandstof en deels op een oplaadbare elektrische batterij, maar waarvan de capaciteit van de elektrische batterij slechts een beperkt gebruik toelaat zodat dergelijke voertuigen de facto maar een zeer korte afstand kunnen afleggen op hun batterij. Deze voertuigen waren de voorbije jaren zeer aantrekkelijk omwille van hun gunstige fiscale regime (hoge fiscale aftrekbaarheid en vrij laag voordeel van alle aard voor privé-gebruik).

Ondanks hun milieuvriendelijk imago en de zogezegde lage CO2 uitstoot, produceren deze “fake hybrides” toch een relatief grote CO2uitstoot. Immers gezien de beperkte capaciteit van de batterij wordt deze amper gebruikt of opgeladen en wordt het voertuig quasi uitsluitend met brandstof aangedreven. Het fiscale gunstregime waarvan dergelijke voertuigen vandaag kunnen genieten werd dan ook als unfair beschouwd. Met ingang van 1 januari 2020 voert de wetgever daarom voor fake hybrides een eigen berekening van de CO2-uitstoot in. De CO2 uitstoot is afhankelijk van de energiecapaciteit van de batterij in verhouding tot het autogewicht (uitgedrukt als kWh/100 kg) en van de meegedeelde CO2-uitstoot van de wagen:

  • Indien een voertuig uitgerust is met een elektrische batterij met een energiecapaciteit van < 0,5kWh per 100 kg wagengewicht of een uitstoot heeft van >50 gram CO2/km =>dan is het CO2-uitstootgehalte gelijk aan dit van een overeenstemmend voertuig in de niet-hybride versie. Indien er geen overeenstemmende niet-hybride versie beschikbaar is dan wordt het CO2-uitstootgehalte berekend door het meegedeelde CO2-uitstootgehalte van de hybride versie ter vermenigvuldigen met 2,5.
  • Indien een voertuig uitgerust is met een elektrische batterij met een energiecapaciteit van ≥0,5kWh per 100 kg wagengewicht en een uitstoot heeft van ≤50 gram CO2/km =>dan is het toepasselijke CO2-uitstootgehalte de meegedeelde uitstootwaarde van de hybride versie.

Omwille van rechtszekerheid heeft de wetgever ook hier in een overgangsregeling voorzien: voor hybride wagens die besteld of aangeschaft werden of waarvan het leasecontract werd afgesloten vóór 1 januari 2018 blijft het meegedeelde hybride CO2-uitstootgehalte ook na 1 januari 2020 van toepassing. Vanaf 1 januari 2020 zullen valse hybrides, net zoals alle andere bedrijfswagens, onderworpen zijn aan vernieuwde aftrekregeling voor auto- en benzinekosten. Evenwel zal men bij de berekening van het juiste aftrekpercentage voor valse hybrides desgevallend rekening moeten houden met een herberekend CO2-uitstootgehalte. Ook in de vennootschapsbelasting zal het belastbaar bedrag van de meerwaarden op auto’s vanaf 1 januari 2020 berekend worden overeenkomstig de nieuwe berekeningswijze van de aftrekbeperking. 

Verduidelijking en uitbreiding van de uitzondering op de aftrekbeperking voor autokosten toebehorend aan derden
Tot voor kort voorzag de wetgeving een uitzondering op de toepassing van de aftrekbeperking voor autokosten van voertuigen van taxibedrijven, voertuigen van erkende rijscholen en voertuigen die uitsluitend aan derden worden verhuurd. In deze gevallen waren de autokosten 100% aftrekbaar. De voornoemde belastingplichtigen konden evenwel niet van de uitzondering genieten indien zij niet zelf eigenaar waren van de voertuigen maar zij bijvoorbeeld zelf de voertuigen huurden van derden.

In de nieuwe wetgeving wordt de aftrekbeperking voor autokosten voor voertuigen toebehorend aan derden in de voornoemde gevallen beperkt tot de belastingplichtige die eindgebruiker is van deze voertuigen mits deze voertuigen uitsluitend worden verhuurd. Nieuw is ook dat voortaan, ingeval van doorrekening van autokosten, de aftrekbeperking dient toegepast te worden bij degene die de kosten doorgerekend krijgt en niet bij degene die ze doorrekent, mits deze kosten uitdrukkelijk en afzonderlijk op de factuur zijn vermeld.

Met deze wijzigingen wil de wetgever duidelijkheid creëren m.b.t. een specifieke problematiek van de toepassing van de aftrekbeperking voor autokosten. Op deze manier wordt tevens de economie van de algemene aftrekbeperking gerespecteerd. Deze beperking zal zich in de voornoemde gevallen voortaan slechts één keer voordoen in hoofde van de eindgebruiker.

Wat wijzigt er nu voor de werknemer?
Het voordeel alle aard voor bedrijfswagens wijzigt in het algemeen niet, behalve dan in het geval van de valse hybrides.In de berekening van het voordeel alle aard voor privé-gebruik van de valse hybride aangeschaft vanaf 1 januari 2018 zal men het CO2-uitstootgehalte gebruiken zoals dat van toepassing is voor de berekening van het aftrekpercentage in de vennootschapsbelasting. Naast voorgaande nieuwigheden is het ook belangrijk op te merken dat het wetsontwerp van 15 december 2017 (momenteel hangend in de Kamer) de mogelijkheid introduceert voor werknemers die lang genoeg over een bedrijfswagen beschikken, om deze in te leveren voor een mobiliteitsvergoeding die het zelfde fiscaal en sociaal voordelig statuut kent als de bedrijfswagen, de zogenaamde Mobiliteitsvergoeding, ook wel “Cash for Car” genoemd. Volgens de laatste berichten zou deze nieuwe wetgeving van toepassing zijn vanaf 1 januari 2018.

De mobiliteitsvergoeding is niet cumuleerbaar met verplaatsingsvergoedingen voor woon-werkverkeer en mag -voorafgaand aan het inruilen van de bedrijfswagen- geen aanleiding geven tot een vermindering van het loon. De hoogte van de mobiliteitsvergoeding wordt berekend op de catalogusprijs van de ingeleverde bedrijfswagen en wordt jaarlijks geïndexeerd. De mobiliteitsvergoeding zelf zal net zoals de bedrijfswagen onderworpen worden aan een solidariteitsbijdrage, is aftrekbaar voor de werkgever in dezelfde mate dat de kosten van de ingeleverde bedrijfswagen aftrekbaar waren en is bij de werknemer belastbaar ten belope van een bedrag dat vergelijkbaar is met het privé belastbaar voordeel alle aard voor zijn bedrijfswagen.

Indien u vandaag een nieuwe wagen wenst aan te kopen op naam van uw eenmanszaak of uw vennootschap, kan u zich beter goed informeren om uzelf fiscaal geen stokken in de wielen te rijden. Rond dit thema organiseren we in Sint-Niklaas (15/02), Aalst (21/02) & Aartselaar (08/03) een businessclass.
Interesse? Meer informatie vind u hier

Een boeiende uiteenzetting rond MBI, opnieuw in oktober
Management Buy-In: spannend én uitdagend
Op Donderdag 7 juni organiseerde Moore Stephens Belgium in de Drongense S.M.A.K lounge, in samen werking met 3W Executive Interim Management alsook met onze partners Sherpa Law en het Business Coaches Network, een interactieve lezing omtrent Management Buy-In (MBI). Filip Van de Vliet kwam zijn persoonlijke Management Buy-In ervaring delen. Lars Raedschelders gaf meer duiding over de financieri
De vastgoedplanning verkeert in woelige wateren
Waardering vruchtgebruik: in volle (R)evolutie?
Er wordt de laatste jaren veel gezegd en geschreven over de waardering van vruchtgebruik en waar het fiscale schoentje knelt. Hieronder geven we een overzicht van de problematiek inzake waardering, de huidige tendensen  en  werpen we ook een blik op toekomstige vastgoedplanning. Waardering vruchtgebruik Waardering van vruchtgebruik: een wereld in verandering Vruchtgebruik is één
De 'use and enjoyment" regels concreet toegelicht
Goederenvervoer en daarmee nauw samenhangende diensten: nieuwe regels verduidelijkt in een circulaire
Op 31 oktober 2017 werd (oud) KB nr. 57, dat handelt over de plaats van de dienst voor goederenvervoerdiensten en daarmee samenhangende diensten, vervangen door een nieuw KB.  Dat KB trad in werking op 23 november 2017. Het verduidelijkt het oude KB deels en voert daarnaast een nieuwe regel in. Teneinde de (nieuwe) regels te verduidelijken en te bespreken, heeft de fiscus op 31 mei 2018 in da
Het verschil in behandeling wordt weggewerkt
VAA onroerende goederen: fiscus legt zich (voorlopig) neer bij rechtspraak
De FOD Financiën publiceerde op 15 mei 2018 een circulaire 2018/C/57 met betrekking tot de forfaitaire waardering van het voordeel van alle aard.
Krachtlijnen
Belangrijke wijzigingen in de verplichtingen voor maatschappen
De op 27 april 2018 gepubliceerde wet over de hervorming van het ondernemingsrecht brengt een aantal wijzigingen aan in het wetboek van vennootschappen en in het wetboek van economisch recht. Deze nieuwe regelgeving treedt in werking op 1 november 2018. Ook voor de maatschappen zullen er  enkele regels wijzigen. Hoewel er nog verduidelijkingen zullen worden gepubliceerd, geven wij hieronder r
UBO (Ultimate Beneficial Owner): de uiteindelijke begunstigden
Het UBO-register: nieuwe informatieverplichtingen op komst voor het bestuursorgaan van uw vennootschap
Door invoeging van artikelen 14/1 en 14/2 in het Wetboek van vennootschappen zijn alle vennootschappen er voortaan toe gehouden toereikende, accurate en actuele informatie over hun "uiteindelijke begunstigden" (ook wel “Ultimate Beneficial Owner” of “UBO” genoemd) in te winnen en bij te houden en te registreren in het nieuwe “UBO-register”: een centraal register waarin gegevens worde
De krachtlijnen op een rijtje
Onroerende verhuur met btw: vanaf 1 oktober 2018!
  Hoewel het nog maar een wetsontwerp is en dus nog onderhevig kan zijn aan wijzigingen, willen we toch al de krachtlijnen meegeven van de nakende revolutie in het btw landschap: onroerende verhuur met optie tot onderwerping aan btw. Historiek Van oudsher is de verhuur van onroerende goederen in principe vrijgesteld van btw (artikel 44 §3, 2° W.BTW). Er zijn slechts enkele, spe
De invoering van het huwelijksvermogensrecht
Einde van het finaal verrekenbeding of alsnog nieuw leven?
Over het finaal verrekenbeding is de laatste jaren al veel stof opgewaaid. Nadat het Hof van Cassatie in 2017 besliste in het voordeel van de belastingplichtige dat de vordering aftrekbaar was in het kader van de verschuldigde successierechten, heeft de Vlaamse decreetgever de fiscus een handje toegestoken door middel van een wetswijziging. 1. Wat is een finaal verrekenbeding en hoe werkt
Sneller systeemrisico's detecteren
Zonder Legal Entity Identifier doet uw bedrijf geen beurstransacties in 2018
Sinds 3 januari 2018 dient elke rechtspersoon die financiële instrumenten aan-of verkoopt te beschikken over een Legal Entity Identifier of kort LEI. 1. Legal Entity Identifier Een LEI is een unieke alfanumerieke code met 20 tekens waarmee elke juridische entiteit die actief is op de (al dan niet internationale) financiële markten op snelle wijze kan worden geïdentificeerd. De LEI st
Ook de ongelijke behandeling wordt onder de loep genomen
Voordeel alle aard bewoning: hoe anticiperen op het hoger of lager scenario?
De discriminatie met betrekking tot het voordeel van alle aard voor huisvesting is al meermaals aan bod gekomen. Meer bepaald betreft dit de ongelijke behandeling van dezelfde voordelen als het gaat om een terbeschikkingstelling door een eenmanszaak dan wel een terbeschikkingstelling door een rechtspersoon. In de meest voorkomende gevallen is het voordeel vanwege een vennootschap fiscaal zomaar ev

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief