Split bill-regeling kan een voordeel alle aard voor smartphone vermijden

Wanneer een werkgever aan een werknemer kosteloos een tablet, mobiele telefoon, telefoon- of data-abonnement ter beschikking stelt die gebruikt mag worden voor privédoeleinden, dan is dat een belastbaar voordeel van alle aard. Sinds begin dit jaar zijn er forfaitaire bedragen voor deze voordelen, maar in sommige gevallen kan een voordeel worden vermeden.

Forfaitaire voordelen alle aard vanaf 2018

Voor de meeste van dergelijke voordelen alle aard is een forfaitair bedrag vastgelegd. Tot voor kort bestond er voor de kosteloos ter beschikking gestelde tablet, mobiele telefoon, telefoon- of data-abonnement echter geen forfait. Deze voordelen dienden bijgevolg te worden gewaardeerd aan hun ‘werkelijke waarde’ in hoofde van de ontvanger. Het K.B. van 2 november 2017 heeft hier echter verandering ingebracht en volgende forfaits vastgelegd op jaarbasis die van toepassing zijn vanaf 1 januari 2018:

  • Kosteloos ter beschikking gestelde tablet of mobiele telefoon: 36 euro
  • Kosteloos ter beschikking gesteld telefoonabonnement (vast of mobiel): 48 euro
  • Kosteloos ter beschikking gestelde internetverbinding (vast of mobiel): 60 euro

Dit laatste bedrag van 60 euro per jaar is van toepassing, ongeacht het aantal toestellen dat gebruik kan maken van de internetaansluiting. 

Daar de bestaande forfaits (vnl. op gebied van sociale zekerheid) niet altijd als marktconform beschouwd konden worden, niet meer afgestemd waren op de werkelijkheid en er geen afstemming bestond tussen de verschillende instanties (zoals bijvoorbeeld tussen fiscus en sociale zekerheidsinstanties), drong een aanpassing zich op. Bovenstaande wijziging, samen met een aantal nieuwe (lagere) forfaits die van toepassing zijn vanaf 1 januari 2018, zorgt voor een harmonisatie en verduidelijking van de bestaande regels. 

Belangrijke opmerking hierbij is dat in sommige gevallen de bedragen moeten worden samengeteld. Zo zal het gratis ter beschikking stellen van een smartphone met data-abonnement en telefoonabonnement een  totaal voordeel alle aard ten belope van 144 euro opleveren.

Soms toch geen voordeel alle aard aan te rekenen

Als er enkel professioneel gebruik toegestaan is van de door de werkgever ter beschikking gestelde tools, dient er uiteraard geen voordeel alle aard te worden aangerekend. Indien er een systeem bestaat waarbij de werknemer het volledige privégebruik (vastgesteld volgens een realistisch systeem) ten laste neemt, dan dient er ook geen voordeel te worden aangegeven. Bij dergelijke split bill-regeling, zal de werkgever de kosten enkel ten laste nemen voor zover deze een welbepaalde limiet niet te boven gaan. Het bedrag dat de limiet overschrijdt, wordt rechtstreeks gefactureerd aan de ontvanger van het voordeel.

Deze laatste zienswijze werd recent bevestigd via het antwoord van de minister van Financiën op een mondelinge parlementaire vraag. Meer nog, de minister bevestigt niet enkel dat er in dergelijk geval geen belastbaar voordeel voor handen is voor het abonnement en de internetaansluiting, maar bovendien wordt er ook geen voordeel aangerekend voor het ter beschikking gestelde toestel. Dit werd in het verleden – toen er nog geen forfaits bestonden – ook reeds bevestigd door de rulingcommissie. Er wordt gesteld dat omdat in het voornoemde geval geen privégebruik van de smartphone meer ten laste is van de werkgever, er ook geen belastbaar voordeel voor het toestel zelf dient te worden aangerekend. 

Dit is op zich een verrassende, maar duidelijke uitspraak, die alleszins in het voordeel van de belastingplichtige werkt en bijgevolg enkel kan worden toegejuicht. 

Het bedrag waarboven elk gebruik geacht wordt privégebruik te zijn (6,5 euro belwaarde en 1,5 gigabyte per maand in het geval dat werd voorgelegd aan de minister), dient wel te worden vastgesteld overeenkomstig ernstige normen en criteria en dient derhalve overeen te stemmen met de werkelijkheid. Zo werd in het verleden reeds in tegenovergestelde zin door de rulingcommissie beslist dat een bepaalde regeling niet als ‘realistisch’ beschouwd kon worden, omdat uit de feiten bleek dat over het voorbij jaar de vastgelegde bedragen niet door de personeelsleden werden overschreden en er dus nooit privéfacturatie had plaatsgevonden.

Een boeiende uiteenzetting rond MBI, opnieuw in oktober
Management Buy-In: spannend én uitdagend
Op Donderdag 7 juni organiseerde Moore Stephens Belgium in de Drongense S.M.A.K lounge, in samen werking met 3W Executive Interim Management alsook met onze partners Sherpa Law en het Business Coaches Network, een interactieve lezing omtrent Management Buy-In (MBI). Filip Van de Vliet kwam zijn persoonlijke Management Buy-In ervaring delen. Lars Raedschelders gaf meer duiding over de financieri
De vastgoedplanning verkeert in woelige wateren
Waardering vruchtgebruik: in volle (R)evolutie?
Er wordt de laatste jaren veel gezegd en geschreven over de waardering van vruchtgebruik en waar het fiscale schoentje knelt. Hieronder geven we een overzicht van de problematiek inzake waardering, de huidige tendensen  en  werpen we ook een blik op toekomstige vastgoedplanning. Waardering vruchtgebruik Waardering van vruchtgebruik: een wereld in verandering Vruchtgebruik is één
De 'use and enjoyment" regels concreet toegelicht
Goederenvervoer en daarmee nauw samenhangende diensten: nieuwe regels verduidelijkt in een circulaire
Op 31 oktober 2017 werd (oud) KB nr. 57, dat handelt over de plaats van de dienst voor goederenvervoerdiensten en daarmee samenhangende diensten, vervangen door een nieuw KB.  Dat KB trad in werking op 23 november 2017. Het verduidelijkt het oude KB deels en voert daarnaast een nieuwe regel in. Teneinde de (nieuwe) regels te verduidelijken en te bespreken, heeft de fiscus op 31 mei 2018 in da
Het verschil in behandeling wordt weggewerkt
VAA onroerende goederen: fiscus legt zich (voorlopig) neer bij rechtspraak
De FOD Financiën publiceerde op 15 mei 2018 een circulaire 2018/C/57 met betrekking tot de forfaitaire waardering van het voordeel van alle aard.
Krachtlijnen
Belangrijke wijzigingen in de verplichtingen voor maatschappen
De op 27 april 2018 gepubliceerde wet over de hervorming van het ondernemingsrecht brengt een aantal wijzigingen aan in het wetboek van vennootschappen en in het wetboek van economisch recht. Deze nieuwe regelgeving treedt in werking op 1 november 2018. Ook voor de maatschappen zullen er  enkele regels wijzigen. Hoewel er nog verduidelijkingen zullen worden gepubliceerd, geven wij hieronder r
UBO (Ultimate Beneficial Owner): de uiteindelijke begunstigden
Het UBO-register: nieuwe informatieverplichtingen op komst voor het bestuursorgaan van uw vennootschap
Door invoeging van artikelen 14/1 en 14/2 in het Wetboek van vennootschappen zijn alle vennootschappen er voortaan toe gehouden toereikende, accurate en actuele informatie over hun "uiteindelijke begunstigden" (ook wel “Ultimate Beneficial Owner” of “UBO” genoemd) in te winnen en bij te houden en te registreren in het nieuwe “UBO-register”: een centraal register waarin gegevens worde
De krachtlijnen op een rijtje
Onroerende verhuur met btw: vanaf 1 oktober 2018!
  Hoewel het nog maar een wetsontwerp is en dus nog onderhevig kan zijn aan wijzigingen, willen we toch al de krachtlijnen meegeven van de nakende revolutie in het btw landschap: onroerende verhuur met optie tot onderwerping aan btw. Historiek Van oudsher is de verhuur van onroerende goederen in principe vrijgesteld van btw (artikel 44 §3, 2° W.BTW). Er zijn slechts enkele, spe
De invoering van het huwelijksvermogensrecht
Einde van het finaal verrekenbeding of alsnog nieuw leven?
Over het finaal verrekenbeding is de laatste jaren al veel stof opgewaaid. Nadat het Hof van Cassatie in 2017 besliste in het voordeel van de belastingplichtige dat de vordering aftrekbaar was in het kader van de verschuldigde successierechten, heeft de Vlaamse decreetgever de fiscus een handje toegestoken door middel van een wetswijziging. 1. Wat is een finaal verrekenbeding en hoe werkt
Sneller systeemrisico's detecteren
Zonder Legal Entity Identifier doet uw bedrijf geen beurstransacties in 2018
Sinds 3 januari 2018 dient elke rechtspersoon die financiële instrumenten aan-of verkoopt te beschikken over een Legal Entity Identifier of kort LEI. 1. Legal Entity Identifier Een LEI is een unieke alfanumerieke code met 20 tekens waarmee elke juridische entiteit die actief is op de (al dan niet internationale) financiële markten op snelle wijze kan worden geïdentificeerd. De LEI st
Ook de ongelijke behandeling wordt onder de loep genomen
Voordeel alle aard bewoning: hoe anticiperen op het hoger of lager scenario?
De discriminatie met betrekking tot het voordeel van alle aard voor huisvesting is al meermaals aan bod gekomen. Meer bepaald betreft dit de ongelijke behandeling van dezelfde voordelen als het gaat om een terbeschikkingstelling door een eenmanszaak dan wel een terbeschikkingstelling door een rechtspersoon. In de meest voorkomende gevallen is het voordeel vanwege een vennootschap fiscaal zomaar ev

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief