Btw op eigen werk in onroerende staat: wetswijziging toegelicht

Op 29 november 2017 werd het BTW – Wetboek gewijzigd op enkele punten. Op 12 februari heeft de administratie deze wetswijziging toegelicht (Circulaire 2018/C/20). In dit artikel willen we even stilstaan bij de gevolgen van de wetswijziging voor vennootschappen die hun eigen bedrijfsgebouw oprichten of hieraan zelf herstellings-, onderhouds- of reinigingswerken uitvoeren.

Vroegere situatie
Wanneer een btw – belastingplichtige zijn eigen bedrijfsgebouw oprichtte voor zijn economische activiteit, verrichte deze op basis van artikel 19, §2, 1e lid W.BTW een dienst aan zichzelf. Hiervoor diende een “stuk” (interne factuur) te worden opgesteld met als maatstaf van heffing “de normale waarde” van de verrichte diensten en daarover 21% btw gerekend. De normale waarde is de prijs dewelke tussen twee onafhankelijke partijen zou worden aangerekend voor deze werken. De btw kon dan door die belastingplichtige vervolgens terug in aftrek worden genomen in de mate dat deze recht op aftrek had. Voor nieuwe gebouwen geldt een herzieningstermijn van 15 jaar. Dus de btw op de normale waarde was onderworpen aan de 15- jarige herzieningstermijn.

Voorbeeld
Bij de oprichting van een nieuw gebouw door de vennootschap voor zijn btw- plichtige activiteit werd voor 500.000 EUR (excl. Btw) aan materiaal aangekocht. Mochten zij de oprichting door een derde – aannemer hebben laten doen, dan zou dit 800.000 EUR hebben gekost. Er zou in dit geval een intern stuk voor een dienst aan zichzelf voor 800.000 EUR + 21% btw (168.000 EUR) moeten worden opgemaakt. De btw kon door de vennootschap in dezelfde aangifte terug in aftrek worden gebracht, maar was wel onderworpen aan de 15-jarige herzieningstermijn.

Op de vingers getikt door Europa
De Europese commissie had kritiek geuit over de verenigbaarheid van onze wetgeving met de Europese regelgeving. De Europese regelgeving bepaalt namelijk dat als voorwaarde voor de gelijkstelling met een dienst onder bezwarende titel, de bedoelde belastingplichtige geen volledig recht op aftrek van de belasting zou hebben (artikel 27, van de btw-richtlijn). Onze nationale wetgeving was te ruim omdat de gelijkstelling met een dienst gold voor alle belastingplichtigen, ongeacht zij volledig, gedeeltelijk of geen recht op aftrek hadden.

Wetswijziging
De wetswijziging van 29 november 2017 heeft ons Belgisch BTW – wetboek in lijn gebracht met de Europese regelgeving, door artikel 19, §2 aan te passen. Voortaan zal de belastingplichtige op het moment van de voltooiing van de werken niet langer geacht worden een met een dienst onder bezwarende titel gelijkgestelde handeling te verrichten. De belastingplichtige zal derhalve op dat moment ook geen “stuk” (interne factuur) meer moeten opmaken dat die belastbare handeling vaststelt en hij zal evenmin nog btw moeten afdragen over een dergelijke handeling. De oprichting van een nieuw gebouw blijft nog wel een bedrijfsmiddel, Derhalve zal de btw die volledig in aftrek werd gebracht over de uitgaven die werden verricht om het gebouw op te richten (bv. de aankoop van materialen) moeten worden beschouwd als btw geheven van bedrijfsmiddelen die onderworpen is aan herziening gedurende een termijn van 15 jaar. De nodige gegevens moeten derhalve worden opgenomen in de tabel der bedrijfsmiddelen om dit te kunnen opvolgen.

Het essentiële verschil tussen de oude en de nieuwe regeling op het vlak van de herzieningsverplichting is dus de omvang van het btw-bedrag dat aan herziening onderworpen is mocht het gebouw na de oprichting een gehele of gedeeltelijke bestemmingswijziging ondergaan die geen recht op btw- aftrek verleent. Onder de oude regeling was het btw-bedrag dat aan herziening is onderworpen bij de oprichting van een gebouw, immers het volledig in aftrek gebrachte btw-bedrag dat verschuldigd werd over de met een dienst verricht onder bezwarende titel gelijkgestelde handeling, berekend over de normale waarde. Onder de nieuwe regeling is het voor herziening vatbare btw-bedrag daarentegen beperkt tot het volledig in aftrek gebrachte btw-bedrag dat verschuldigd werd over de uitgaven die werden gedaan om het gebouw op te richten.  

In ons voorbeeld zal voor de oprichting van hetzelfde gebouw, waarbij voor 500.000 EUR aan materiaal werd aangekocht, slechts 105.000 EUR btw aan de 15 – jarige btw herzieningstermijn onderworpen zijn (ipv 168.000 EUR onder de oude wetgeving).

7 gevolgen van een foutieve inschrijving
Het belang van een correcte KBO-inschrijving anno 2019
Elke onderneming heeft zijn unieke inschrijving in de KBO, vaak wordt echter vergeten deze inschrijving up-to-date te houden. Dit kan onaangename gevolgen hebben. ​De Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) is een register van de FOD Economie waarin alle basisgegevens van ondernemingen en hun vestigingseenheden verzameld zijn. Ze centraliseren de basisgegevens en vestigings
Is het nu 50% of 100% aftrekbaar?
Receptiekosten van een publicitair evenement slechts beperkt aftrekbaar
Volgens de letter van de wet (art. 53, 8° WIB) zijn beroepsmatig gedane receptiekosten slechts voor 50% aftrekbaar. Er bestaat sinds lange tijd discussie over de vraag of die aftrekbeperking ook geldt als de receptiekosten worden gemaakt in het kader van een publicitair evenement. Behouden deze kosten de aard van receptiekosten, ook als ze een publicitair doel hebben? Of vallen ze onder een
Juridisch is dit niet zo vanzelfsprekend
Herstructureren? Denk aan uw bestuursmandaten
Bij de herstructurering van vennootschappen komt heel wat kijken. Een element dat daarbij geregeld uit het oog wordt verloren betreft de bestuursmandaten die de overgenomen vennootschap waarneemt in een aantal andere vennootschappen. De vraag is wat het lot is van deze bestuursmandaten eens de besturende vennootschap verdwijnt ingevolge fusie of splitsing. In vele gevallen is het de bedo
Vanaf 1 jan 2020 enkel nog nieuwe formulieren
Nieuwe publicatieformulieren voor het Belgisch Staatsblad
Vennootschappen, verenigingen en stichtingen die teksten, zoals bv. oprichtingsaktes, benoemingen bestuurders etc., moeten neerleggen op de griffie van de ondernemingsrechtbank dienen hiervoor speciale formulieren te gebruiken. Op 30 april 2019 verscheen in het Belgisch Staatsblad het nieuwe Koninklijk Besluit van 29 april 2019 tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
Dit jaar zal het vaker voorkomen dat er moet gereageerd worden
Voorstel van vereenvoudigde aangifte? Kijk goed na en reageer tijdig!
Reeds sinds enkele jaren zit het aantal voorstellen van vereenvoudigde aangifte in de lift. Dit jaar zullen meer dan 3,2 miljoen Belgen zo’n voorstel krijgen. Als er niets moet worden gewijzigd, moet u ook niet reageren. Maar als er toch iets moet worden aangepast (lees: de fiscus heeft onjuiste of onvolledige gegevens), dan moet u tijdig reageren. Dit jaar zal het&
Ook ondernemingen moeten nu uitdrukkelijk de procedure volgen
Belangenconflict in het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen
Sinds 1 mei 2019 is het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) in werking getreden. Het WVV voorziet in een ruimere en strengere regeling inzake de belangenconflicten die zich mogelijks kunnen voordoen binnen een onderneming. De verruiming bestaat erin dat de bestuurders van coöperatieve vennootschappen, vzw’s&nb
Belangrijke tips bij een schenking
Enkele do’s en don'ts bij de bankgift
De bankgift is nog steeds een zeer geliefde techniek voor de overdracht van geld bij wijze van schenking. Dit is niet zo verwonderlijk aangezien de bankgift een geldige schenking geeft zonder (al te veel) formalisme en zonder schenkbelasting, indien deze volgens de regels van het spel wordt uitgevoerd. Toch zijn er enkele spelregels die roet in het eten dreigen te gooien, indien ze niet corre
Het verdere verloop van de relatie tussen het VK, de EU en de EER
Welke impact heeft de Brexit op uw vennootschapsbelasting?
Op vandaag hoort het Verenigd Koninkrijk (VK) nog steeds tot de Europese Unie (EU) evenals tot de Europese Economische Ruimte (EER). Intussen kreeg het VK namelijk tot ten laatste 31 oktober 2019 de tijd om de Brexit te realiseren. Dit betekent dan ook dat grensoverschrijdende transacties die met het VK worden verricht nog steeds binnen het toepassingsgebied van de Europese richtlijnen vallen. Na
Minder streng circulaire voor horecasector
Nieuw circulaire voor BTW tarief bij restaurant- en cateringdiensten
Op 1 januari 2010 werd het btw tarief voor restaurant- en cateringdiensten verlaagd naar 12%. Dit tarief geldt enkel voor het eten. De dranken (ook de niet-alcoholische en de koffie en thee) zijn nog onderworpen aan het standaard btw-tarief van 21%. De Administratie publiceerde op 23 december 2009 een toelichting waarin ze besprak hoe een enige prijs voor een menu (inclusief drank) voor het bepale
Wordt uw bestuurdersaansprakelijkheid eindelijk beperkt?
Bestuurdersaansprakelijkheid in het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen
Wordt uw bestuurdersaansprakelijkheid eindelijk beperkt onder het nieuwe WVV? Het nieuw Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) werd, na een hobbelig parcours te hebben doorlopen, op 28 februari 2019 gestemd in de Kamer. Een van de meest in het oog springende vernieuwingen die het WVV doorvoert is de invoering van een beperking op de bestuurdersaansprakelijkheid in artikel 2:57. Va
Hoe aftrekbaar zijn uw restaurantkosten?Download de fiscale gids

Word jij onze nieuwe collega?

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief