Europa kondigt grootse btw-hervorming aan: eerste wijzigingen in werking vanaf 1 januari 2019

Vanuit het besef dat het huidige btw-systeem niet meer aangepast is aan de steeds sneller evoluerende digitale en mobiele economie, ijvert de Europese Commissie sinds jaren voor een diepgaande modernisering van het btw-stelsel. Een grondige studie en zoektocht naar de manier waarop dit concreet vorm kon gegeven worden, resulteerden in december 2016 in een voorstel van de Commissie waarin vereenvoudiging, fraudebestendigheid en toegankelijkheid voor de ondernemer voorop staan. Dit voorstel wordt het ‘VAT Action Plan’ genoemd. De hervorming is opgebouwd rond een viertal grote pijlers en zal gefaseerd in werking treden, te beginnen vanaf 2019 om ergens rond 2021 in haar definitieve vorm in werking te treden.

Op 5 december 2017 werd al een pakket maatregelen goedgekeurd door ECOFIN waarbij een eerste set van regels omtrent e-commerce vanaf 1 januari 2019 in werking zal treden. Het verminderen van de administratieve lasten voor de (kleinere) bedrijven is hierbij één van de belangrijkste aandachtspunten.

Wat verandert er concreet vanaf 1 januari 2019 in het kader van elektronische, telecom- en communicatiediensten in een B2C-context?
Langs elektronische weg verrichte diensten voor particulieren en andere niet-btw plichtige afnemers worden volgens de btw lokalisatieregels geacht plaats te vinden in het land waar de ontvanger zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft. Op deze diensten zal met ander woorden btw moeten geheven worden in het land waar de particuliere klant zijn woonplaats heeft. Dezelfde regel geldt voor telecom- en omroepdiensten.

Bijvoorbeeld: indien men als Belgische onderneming e-books of gedigitaliseerde software verkoopt aan particulieren gevestigd in Frankrijk, Spanje en Nederland, betekent dit dat men in elk van die landen een btw-nummer moet hebben om de lokale btw aldaar te kunnen voldoen. Dit is in principe zo vanaf de eerste handeling die men stelt.

Om een lokale btw-registratie in elke Europese lidstaat te vermijden, kan men als Europese dienstverrichter gebruik maken van de MOSS-regeling (= Mini One Stop Shop). Dit is een vereenvoudigde regeling waarbij men als dienstverrichter via één elektronische kwartaalaangifte, in te dienen in de lidstaat van vestiging, de btw kan afdragen die in elke lidstaat verschuldigd is.

Hoewel de MOSS een vereenvoudiging is, kan niet ontkend worden dat ondernemers toch met een heleboel administratieve verplichtingen worden geconfronteerd. Ondernemingen die verder willen kijken dan hun landsgrenzen worden dus geconfronteerd met bijkomende kosten, hetgeen vooral een barrière vormt voor de kleinere ondernemingen.

Plaatsbepaling – drempel € 10.000
Met een vergemakkelijking en vereenvoudiging van de e-commerce in het achterhoofd, zal vanaf 1 januari 2019 een nieuwe drempel van € 10.000 worden ingevoerd.

Zolang deze drempel niet overschreden is in het huidige en vorige kalenderjaar, mag de dienstverrichter op langs elektronische weg verrichte diensten, telecom- en communicatiediensten, aan particulieren de btw van zijn land van vestiging aanrekenen. Hij zal zich dus niet onmiddellijk vanaf de eerste handeling moeten registreren in andere lidstaten of de MOSS moeten toepassen.

Pas vanaf het overschrijden van een omzet van € 10.000 zal men btw moeten aanrekenen van het land van de woonplaats van de ontvanger. Dit zal onmiddellijk moeten gebeuren voor de rest van het kalenderjaar en het daaropvolgende kalenderjaar. Let erop dat voor het bepalen van de jaardrempel van € 10.000 de desbetreffende diensten aan particulieren in alle EU lidstaten moeten opgeteld worden. Het is uiteraard mogelijk om reeds vanaf de eerste dienst btw van het land van de woonplaats van de klant aan te rekenen.

Let erop dat deze vereenvoudiging niet geldt voor niet-EU ondernemingen. Zij zullen vanaf de eerste euro btw moeten aanrekenen van het land van de particuliere koper.

Indien we het voorbeeld hierboven hernemen, zou de Belgische dienstverrichter Belgische btw op zijn diensten kunnen aanrekenen, totdat hij gedurende een bepaald jaar de drempel van € 10.000 overschrijdt voor al zijn diensten aan de Franse, Spaanse en Nederlandse particuliere klanten tezamen. Vanaf de dienst waarbij de drempel van € 10.000 wordt overschreden, dient hij zich in elke lidstaat voor btw te registreren dan wel een MOSS aangifte in te dienen.

Indien een Zwitserse onderneming dezelfde diensten zou verrichten, dient deze zich in Frankrijk, Spanje en Nederland te identificeren voor btw doeleinden vanaf de eerste euro die hij aanrekent.

Bewijs woonplaats afnemer – slechts 1 bewijselement nodig
De woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats van een particulier is het beslissende criterium dat bepaalt in welk land btw wordt geheven. Het is de verantwoordelijkheid van de dienstverrichter om de juiste btw aan te rekenen, en dus te weten in welk land de klant zijn woonplaats heeft.

Stel dat een particulier vanop zijn hotelkamer op zijn vakantiebestemming  een muziekbestand aankoopt en download. De dienstverrichter dient hierop de btw aan te rekenen van het land waarin de particuliere koper woont. Het is dus aan de dienstverrichter om deze op één of andere manier zien te achterhalen.

Omdat het niet steeds gemakkelijk is om te achterhalen waar de woonplaats van een particuliere koper zich bevindt, heeft de Uitvoeringsverordening nr. 282/2011 van 15 maart 2011 hieromtrent een aantal vermoedens ingevoerd. Zo geldt bijvoorbeeld het vermoeden dat bij het afnemen van een langs elektronische weg verrichte dienst via een WIFI-hotspot, hotellobby, internetcafé,… waarbij men fysiek op die plaats aanwezig moet zijn, de afnemer op die fysieke plaats zijn woonplaats heeft.

In niet-specifiek aangehaalde gevallen, kan de dienstverrichter de woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats van zijn klant bewijzen aan de hand van twee afzonderlijke, niet-tegenstrijdige bewijsstukken (zoals bijvoorbeeld factuuradres, IP adres, bankgegevens, mobiele landencode van een SIM kaart,…). Vanaf 2019 zullen er niet twee, maar voortaan slechts één bewijselement nodig zijn om de woonplaats van zijn koper aan te tonen, althans voor zover de jaaromzet behaald voor elektronische, telecom- of omroepdiensten niet hoger is dan € 100.000.

Facturatieregels – lidstaat van identificatie
Voor handelingen in een internationale context bestaan regels die bepalen welke lidstaat bevoegd is voor de facturatieregels. De bevoegde lidstaat kan de inhoud, uitreikingstermijn en modaliteiten van de facturatie bepalen. Voor afstandsverkopen (=verkopen van goederen aan particulieren waarbij de verkoper zorgt voor het vervoer van de goederen naar een andere lidstaat) en voor langs elektronische weg verrichte diensten, telecom- en oproepdiensten, is de lidstaat waar de klant gevestigd is of zijn woonplaats heeft, bevoegd. Dit betekent dat de dienstverrichter de facturatieregels van het land van zijn particuliere klant moet eerbiedigen, en bijgevolg ook met verschillende regelgevingen, naar gelang de woonplaats of vestigingsplaats van de klant, moet rekening houden.

Vanaf 1 januari 2019 treedt hier een vereenvoudiging in werking en zal de leverancier of dienstverrichter in de hierboven bedoelde gevallen enkel met de facturatieregels van zijn eigen lidstaat van vestiging moeten rekening houden.

Ondernemingen buiten de EU gevestigd – MOSS regeling
Voor ondernemingen buiten de EU gevestigd die langs elektronische weg verrichte diensten, telecom- en communicatiediensten verrichten voor particulieren gevestigd in Europa, geldt een vereenvoudigingsregeling gelijkaardig aan de MOSS regeling zoals hierboven beschreven. Deze regeling vermijdt dat zij zich in elke EU lidstaat moeten registreren waar zij met particuliere klanten werken, en zorgt ervoor dat zij zich slechts in 1 lidstaat moeten registeren voor de btw.

Echter kunnen ondernemingen die buiten de EU gevestigd zijn, maar om één of andere reden wel reeds over een btw-nummer in een lidstaat beschikken, geen gebruik maken van de huidige MOSS- regeling. Zij vallen bijgevolg uit de boot en zien zich verplicht om in alle lidstaten waar zij btw moeten aanrekenen, een btw-nummer aan te vragen. Om aan dit probleem tegemoet te komen, zullen niet EU ondernemingen met een EU btw-nummer vanaf 1 januari 2019 niet langer uitgesloten zijn van de MOSS regeling.

Te verwachten wijzigingen  tegen 2021
Naast de hierboven omschreven wijzigingen, met een focus op online diensten, liggen er nog een heleboel andere voorstellen op de plank. Zo is het de bedoeling dat de MOSS regeling vanaf 1 januari 2021 verder uitgebreid zal worden naar de grensoverschrijdende verkoop van goederen (vb. de webshops) en zullen de huidige drempels voor verkopen op afstand afgeschaft worden. Voor verkoopplatformen van goederen zullen nieuwe btw regels gelden en op vlak van tarifering kunnen we ons aan een grondige hervorming verwachten. Verder zal de vrijstellingsdrempel van € 22 voor invoer van kleine zendingen worden afgeschaft en zal ook hier van een MOSS aangifte gebruik kunnen gemaakt worden. Op deze latere wijzigingen zal in een toekomstige editie verder worden ingegaan.

Een geliefde controlestructuur
De almachtige zaakvoerder van een burgerlijke maatschap : altijd fictie geweest ?
De burgerlijke maatschap is al lang een geliefde controlestructuur bij vermogensplanners. In veel gevallen willen schenkers hun vermogen niet volledig uit handen geven en wensen zij toch nog een zekere controle te behouden over hetgeen ze schenken. Zeker bij de overdracht van familiale vennootschappen willen de schenkers (vaak ouders of familieleden) nog steeds zeggenschap houden over de gang van
Het fiscale kader
Subsidies in de vennootschap: vrijgesteld of niet?
In het artikel van onze collega’s van Strategy en Operations werden kort enkele subsidies omschreven. Ze gaven daarbij aan u en uw vennootschap te kunnen bijstaan voor wat betreft subsidiebegeleiding van A tot Z.1In het kader hiervan bespreken we graag het fiscale kader rond subsidies: hoe worden de ontvangen subsidies fiscaal behandeld binnen de vennootschap? Zijn deze subsidies vrijgestel
Recht op btw-aftrek mogelijk voor kosten gemaakt bij de aankoop van aandelen
Het Ryanair arrest
Ook recht op btw-aftrek mogelijk voor kosten gemaakt bij de aankoop van aandelen indien koop finaal niet (volledig) plaatsvindt Het Europees Hof van Justitie bevestigde recent dat de btw over kosten gemaakt met betrekking tot de verwerving van aandelen aftrekbaar kan zijn, zélfs indien de verwerving uiteindelijk niet (volledig) wordt verwezenlijkt. Hiermee bevestigt het Hof van Justitie opnieu
Het kan een groter fiscaal voordeel opleveren
De investeringsaftrek: een illustratie van de opties
Ondernemingen en natuurlijke personen krijgen de mogelijkheid om hun belastbare winst te verminderen met een deel van de aanschaffings- of beleggingswaarde van investeringen.
Waardering vruchtgebruik
Nu ook klopjacht op verkoop van vruchtgebruik?
In voorgaande edities is al geschreven over de waardering van het vruchtgebruik bij de verwerving van onroerende goederen, maar er duiken de laatste tijd ook regelmatig berichten op over controles op de waardering van het vruchtgebruik bij de doorverkoop. De rechtspraak heeft echter tot nu toe het standpunt van de belastingplichtige gevolgd. Situatieschets Er is sinds enkele jaren heel wat te
De arbeidsmarkt van de toekomst
Flexibel onbelast (bij)verdienen
In België kennen we drie wettelijke sociale statuten, (i) de werknemer, (ii) de zelfstandige en (iii) de ambtenaar. Evenwel wordt vaak de vraag gesteld of deze opdeling nog afgestemd is op de snel evoluerende arbeidsmarkt waarin flexibiliteit vereist wordt en er heel wat mensen kiezen voor een ‘freelance–statuut’ of verscheidene statuten wensen te combineren. Voka pleitte in dit kader re
Vlabel spreekt verzoenende taal
Zorgt de daling van de Vlaamse verkooprechten voor een stijging van de kosten bij aankoop vruchtgebruik?
De recente tariefdaling (naar 7,00%) voor aankopen van gezinswoningen gaat gepaard met een aantal voorwaarden. Zo moet de koper een natuurlijk persoon zijn.
Belangrijke gevolgen voor burgerlijke vennootschappen en tijdelijke handelsvennootschappen
Hervorming van het ondernemingsrecht
De wet van 15 april 2018 houdende hervorming van het ondernemingsrecht treedt in werking op 1 november 2018. Deze wet introduceert een nieuw en ruim begrip “onderneming”. Hieronder worden enkele in het oog springende gevolgen toegelicht.  De burgerlijke vennootschap verdwijnt  Vanaf 01 november 2018 verdwijnt het onderscheid tussen de burgerlijke en de handelsvennootschap uit het
Wat zijn de gevolgen?
Vlabel teruggefloten door Raad van State inzake de gesplitste verkrijging en inschrijving van blote eigendom en vruchtgebruik
Na een jarenlange betwisting tussen belastingplichtigen en Vlabel, heeft de Raad van State het standpunt van Vlabel vernietigd.
Beperking van het aantal vennootschapsvormen
Help, mijn vennootschapsvorm bestaat binnenkort niet meer!
Het WVV is op komst Op 4 juni 2018 werd het “wetsontwerp tot invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen” ingediend in de kamer, waarmee we aan de vooravond staan van de grootste hervorming van het vennootschapsrecht sinds de invoering van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen de dato 30 november 1935. Deze grondige hervorming van het vennootschapsrecht g
Hoe aftrekbaar zijn uw restaurantkosten?Download de fiscale gids

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief