Belgische administratie wordt teruggefloten: exit “subject-to-tax clause”?

Het Hof van Cassatie heeft op 25 januari 2018 een opmerkelijke uitspraak gedaan in het kader van de toewijzing van heffingsbevoegdheid voor beroepsinkomen in een internationale context.

De betwisting
Concreet handelde de zaak over het beroepsinkomen verkregen door een professionele wielrenner. In de periode 2007-2009 was de wielrenner door een Belgische werkgever tewerkgesteld en nam hij deel aan meerdere wedstrijden in het buitenland. Op basis van artikelen 17 en 23, §1 a van het desbetreffende dubbelbelastingverdrag werden de inkomsten in het buitenland belastbaar en werd er een vrijstelling (met progressievoorbehoud) gevraagd in de aangifte personenbelasting in België.

Aangezien de Belgische administratie hier niet akkoord mee was, kwam het tot een rechtszaak. In eerste aanleg en in beroep ving de administratie echter bot: gezien het feit dat de wielrenner hoofdzakelijk verloond werd door zijn werkgever op basis van de deelname aan wedstrijden, zag de rechtbank er geen probleem in om de heffingsbevoegdheid toe te kennen aan de landen waar de wedstrijd doorging, op basis van het aantal wedstrijddagen in het buitenland gepresteerd.

De Belgische administratie was echter van mening dat er effectieve belastbaarheid nodig was in de landen waar de wedstrijd doorging om een vrijstelling te kunnen verkrijgen in de Belgische aangifte personenbelasting.  In het bijzonder werd aangehaald dat het inkomen met betrekking tot de Nederlandse wedstrijden niet belastbaar was in Nederland volgens de Nederlandse interne belastingwetgeving en daarom niet vrijgesteld kon worden in België. De administratie trok bijgevolg naar het Hof van Cassatie, maar ook hier zonder succes.  

De “subject to tax – clause”, lezing volgens het Hof van Cassatie
Artikel 23 §1 a van het dubbelbelastingverdrag gesloten tussen België en Nederland luidt als volgt:

“In België wordt dubbele belasting op de volgende wijze vermeden:

Indien een inwoner van België inkomsten verkrijgt, andere dan dividenden, interest of royalty's als zijn bedoeld in artikel 12, paragraaf 5, of bestanddelen van een vermogen bezit die ingevolge de bepalingen van dit Verdrag, in Nederland zijn belast, stelt België deze inkomsten of deze bestanddelen van vermogen vrij van belasting, maar om het bedrag van de belasting op het overige inkomen of vermogen van die inwoner te berekenen mag België het belastingtarief toepassen dat van toepassing zou zijn indien die inkomsten of die bestanddelen van het vermogen niet waren vrijgesteld.”

In de gezamenlijke artikelsgewijze toelichting met betrekking tot artikel 21 wordt verduidelijkt wanneer een inkomensbestanddeel “belast” is, namelijk indien het daadwerkelijk wordt begrepen in de grondslag waarnaar de belasting wordt geheven. Bijgevolg meent de fiscus dat de inkomsten alsnog in België belastbaar zijn, bij gebrek aan belasting in Nederland.

Het Hof van Cassatie is het echter niet eens met de fiscus. De allocatie waarbij de heffingsbevoegdheid wordt toegekend aan het land op basis van het aantal wedstrijddagen waaraan deelgenomen werd, is volgens het Hof niet in strijd met de wet. Daarnaast stelt het Hof dat effectieve belastbaarheid niet vereist is in het kader van de toewijzing van de heffingsbevoegdheid van artikel 17 van het verdrag (of andere toewijzingsregels zoals artikel 15 of 16).

In dit kader stelt de advocaat-generaal verder dat een argumentum a contrario niet toegelaten is: het is namelijk niet mogelijk om de heffingsbevoegdheid terug naar België te brengen op basis van artikel 23 van het Verdrag. Indien België een bestanddeel zou willen belasten dat op basis van de toewijzingsregels onder de bevoegdheid van Nederland valt, maar in Nederland vrijgesteld is, dient het verdrag aangepast te worden om een ‘credit-systeem’ op te nemen.  

De redenering van artikel 21 van het verdrag waarbij de niet-belastbaarheid in de ene Staat tot gevolg heeft dat de andere Staat alsnog mag belasten (subject-to-tax clausule)  kan niet doorgetrokken worden naar de andere inkomensbestanddelen waarvan de heffingsbevoegdheid wordt geregeld in de andere artikelen van het verdrag. De vereiste van effectieve belastbaarheid dient gelimiteerd gelezen te worden zodanig dat deze tot doel heeft om te zorgen dat een vrijstelling kan verkregen worden voor inkomsten die niet onder de andere allocatieregels vallen. De concrete toewijzing van de heffingsbevoegdheid van een bepaald inkomensbestanddeel in een eerder artikel werkt bijgevolg absoluut en de subject-to-tax clausule van artikel 21 betreft enkel andere inkomsten dan deze in een eerder artikel besproken.

Het arrest van het Hof van Cassatie kan zonder meer revolutionair genoemd worden, aangezien deze regelrecht ingaat tegen eerdere standpunten van de Belgische belastingadministratie. Het Hof is duidelijk van mening dat er geen ruimte is voor de zogenaamde subject-to-tax clausule, hetgeen volgens hen faalt naar recht.

7 gevolgen van een foutieve inschrijving
Het belang van een correcte KBO-inschrijving anno 2019
Elke onderneming heeft zijn unieke inschrijving in de KBO, vaak wordt echter vergeten deze inschrijving up-to-date te houden. Dit kan onaangename gevolgen hebben. ​De Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) is een register van de FOD Economie waarin alle basisgegevens van ondernemingen en hun vestigingseenheden verzameld zijn. Ze centraliseren de basisgegevens en vestigings
Is het nu 50% of 100% aftrekbaar?
Receptiekosten van een publicitair evenement slechts beperkt aftrekbaar
Volgens de letter van de wet (art. 53, 8° WIB) zijn beroepsmatig gedane receptiekosten slechts voor 50% aftrekbaar. Er bestaat sinds lange tijd discussie over de vraag of die aftrekbeperking ook geldt als de receptiekosten worden gemaakt in het kader van een publicitair evenement. Behouden deze kosten de aard van receptiekosten, ook als ze een publicitair doel hebben? Of vallen ze onder een
Juridisch is dit niet zo vanzelfsprekend
Herstructureren? Denk aan uw bestuursmandaten
Bij de herstructurering van vennootschappen komt heel wat kijken. Een element dat daarbij geregeld uit het oog wordt verloren betreft de bestuursmandaten die de overgenomen vennootschap waarneemt in een aantal andere vennootschappen. De vraag is wat het lot is van deze bestuursmandaten eens de besturende vennootschap verdwijnt ingevolge fusie of splitsing. In vele gevallen is het de bedo
Vanaf 1 jan 2020 enkel nog nieuwe formulieren
Nieuwe publicatieformulieren voor het Belgisch Staatsblad
Vennootschappen, verenigingen en stichtingen die teksten, zoals bv. oprichtingsaktes, benoemingen bestuurders etc., moeten neerleggen op de griffie van de ondernemingsrechtbank dienen hiervoor speciale formulieren te gebruiken. Op 30 april 2019 verscheen in het Belgisch Staatsblad het nieuwe Koninklijk Besluit van 29 april 2019 tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
Dit jaar zal het vaker voorkomen dat er moet gereageerd worden
Voorstel van vereenvoudigde aangifte? Kijk goed na en reageer tijdig!
Reeds sinds enkele jaren zit het aantal voorstellen van vereenvoudigde aangifte in de lift. Dit jaar zullen meer dan 3,2 miljoen Belgen zo’n voorstel krijgen. Als er niets moet worden gewijzigd, moet u ook niet reageren. Maar als er toch iets moet worden aangepast (lees: de fiscus heeft onjuiste of onvolledige gegevens), dan moet u tijdig reageren. Dit jaar zal het&
Ook ondernemingen moeten nu uitdrukkelijk de procedure volgen
Belangenconflict in het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen
Sinds 1 mei 2019 is het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) in werking getreden. Het WVV voorziet in een ruimere en strengere regeling inzake de belangenconflicten die zich mogelijks kunnen voordoen binnen een onderneming. De verruiming bestaat erin dat de bestuurders van coöperatieve vennootschappen, vzw’s&nb
Belangrijke tips bij een schenking
Enkele do’s en don'ts bij de bankgift
De bankgift is nog steeds een zeer geliefde techniek voor de overdracht van geld bij wijze van schenking. Dit is niet zo verwonderlijk aangezien de bankgift een geldige schenking geeft zonder (al te veel) formalisme en zonder schenkbelasting, indien deze volgens de regels van het spel wordt uitgevoerd. Toch zijn er enkele spelregels die roet in het eten dreigen te gooien, indien ze niet corre
Het verdere verloop van de relatie tussen het VK, de EU en de EER
Welke impact heeft de Brexit op uw vennootschapsbelasting?
Op vandaag hoort het Verenigd Koninkrijk (VK) nog steeds tot de Europese Unie (EU) evenals tot de Europese Economische Ruimte (EER). Intussen kreeg het VK namelijk tot ten laatste 31 oktober 2019 de tijd om de Brexit te realiseren. Dit betekent dan ook dat grensoverschrijdende transacties die met het VK worden verricht nog steeds binnen het toepassingsgebied van de Europese richtlijnen vallen. Na
Minder streng circulaire voor horecasector
Nieuw circulaire voor BTW tarief bij restaurant- en cateringdiensten
Op 1 januari 2010 werd het btw tarief voor restaurant- en cateringdiensten verlaagd naar 12%. Dit tarief geldt enkel voor het eten. De dranken (ook de niet-alcoholische en de koffie en thee) zijn nog onderworpen aan het standaard btw-tarief van 21%. De Administratie publiceerde op 23 december 2009 een toelichting waarin ze besprak hoe een enige prijs voor een menu (inclusief drank) voor het bepale
Wordt uw bestuurdersaansprakelijkheid eindelijk beperkt?
Bestuurdersaansprakelijkheid in het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen
Wordt uw bestuurdersaansprakelijkheid eindelijk beperkt onder het nieuwe WVV? Het nieuw Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) werd, na een hobbelig parcours te hebben doorlopen, op 28 februari 2019 gestemd in de Kamer. Een van de meest in het oog springende vernieuwingen die het WVV doorvoert is de invoering van een beperking op de bestuurdersaansprakelijkheid in artikel 2:57. Va
Hoe aftrekbaar zijn uw restaurantkosten?Download de fiscale gids

Word jij onze nieuwe collega?

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief