De aangifte in de personenbelasting: wijzigingen in het formulier voor aanslagjaar 2018

Op 6 april 2018 werd het model van het aangifteformulier voor de personenbelasting met betrekking tot aanslagjaar 2018 gepubliceerd. De voornaamste wijziging is zonder twijfel de ‘regionalisering’ van het formulier. Daarnaast zijn er vooral enkele vormelijke wijzigingen doorgevoerd, vaak zonder grote gevolgen voor de belastingplichtige. Hierna bespreken we deze formele wijzigingen ten opzichte van vorig jaar vak per vak.

Regionale formulieren
Tot vorig jaar bestond het voorbereidende formulier voor de aangifte in de personenbelasting uit één formulier dat van toepassing was voor alle rijksinwoners, ongeacht in welk gewest die persoon gelokaliseerd was. Dit had tot gevolg dat er met voetnoten werd gewerkt om aan te tonen voor welk gewest bepaalde codes al dan niet van toepassing waren. Door vanaf dit jaar te werken met drie verschillende aangifteformulieren, zal dit niet langer nodig zijn. Zo zijn in de verschillende formulieren de codes met betrekking tot het federale gedeelte telkens identiek, maar worden wat betreft de gewestelijke materies uitsluitend de codes getoond die van toepassing zijn voor de inwoner van dat gewest. Zo zullen codes die enkel van toepassing zijn in Vlaanderen (zoals voor de geïntegreerde woonbonus) niet verschijnen op het formulier dat ingevuld dient te worden door een inwoner van Brussel.

Wijzigingen met betrekking tot Vak II: Persoonlijke gegevens en gezinslasten
Of u ongehuwd bent, uit de echt gescheiden of van tafel en bed gescheiden, het fiscale gevolg is hetzelfde: u wordt als alleenstaande belast. Daar waar er vorig jaar telkens een andere code ingevuld moest worden, zijn deze situaties vanaf aanslagjaar 2018 onder één en dezelfde code ondergebracht (i.e. code 1001-66). Ook wordt er niet meer gevraagd of u gedurende inkomstenjaar 2017 gescheiden bent, aangezien opnieuw het resultaat fiscaal hetzelfde zal zijn. Het gevolg hiervan: 4 codes minder! Dezelfde logica kon gevolgd worden voor gehuwden en wettelijk samenwonenden: zij dienen vanaf aanslagjaar 2018 dezelfde code aan te kruisen (code 1002-66) waardoor opnieuw 3 codes geschrapt konden worden.

Tenslotte werd ook de code 1027-40 geschrapt (een belastingplichtige die in het inkomstenjaar overleden was en bij het overlijden niet gehuwd, noch wettelijk samenwonend was en in dat jaar ook geen weduwnaar of weduwe was geworden) aangezien deze informatie kan afgeleid worden uit de overige codes. Naast deze schrappingen, komen er in vak II ook twee nieuwe codes. Aangezien er vanaf aanslagjaar 2018 bijkomende voordelen voorzien zijn voor belastingplichtigen die fiscaal als alleenstaande worden belast en kinderen ten laste hebben, is code 1101-63 toegevoegd. Via deze code bevestigt de belastingplichtige dat er geen andere personen deel uitmaakte van het gezin behalve (klein)kinderen, (groot)ouders, broers of zussen, waardoor hij (mits voldaan aan de andere voorwaarden) recht kan hebben op extra fiscale voordelen (verhoogde belastingvrije som en verhoogde vermindering voor uitgaven voor kinderoppas). Voor personen die niet gedurende het volledige jaar rijksinwoner waren, zullen vanaf aanslagjaar 2018 bepaalde maximumbedragen geprorateerd worden conform het aantal maanden dat hij rijksinwoner was. Om deze proratering te kunnen toepassen, dient de belastingplichtige tenslotte in de nieuwe code 1199-62 het aantal maanden dat hij als rijksinwoner beschouwd wordt in te vullen.  

Wijzigingen met betrekking tot Vak IV: Wedden, lonen, etc.
In het voorbereidende formulier evenals op de fiche 281.10 worden aandelenopties niet langer apart vermeld. Bijgevolg zijn de bijhorende codes (code 1249-12 en 1248-13) geschrapt. Deze inkomsten worden nu gewoon vermeld onder code 1250-11. Wat betreft de overuren in de horeca is er een tekstuele wijziging doorgevoerd, die zonder inhoudelijk gevolg is. Vanaf dit jaar wordt er namelijk verwezen naar de categorie van werkgever (met of zonder geregistreerd kassasysteem) in plaats van het maximaal aantal overuren waarvoor de regeling geldt.

Bij de werkloosheidsuitkeringen met bedrijfstoeslag (vroegere brugpensioenen) zijn er enkele codes toegevoegd. Vanaf aanslagjaar 2018 kan er namelijk sprake zijn van achterstallen met betrekking tot de periode vanaf 1 januari 2016. Om het onderscheid te maken met de gewone vergoedingen werd er ‘(≠ achterstallen)’ toegevoegd bij de bestaande codes en werden de code 1339-19 en 1340-18 toegevoegd waarbij de achterstallen kunnen aangegeven worden. Tenslotte wordt er voor de buitenlandse inkomsten niet langer melding gemaakt van ‘vrijgesteld bij  overeenkomst’ en dit om de nieuwe internrechtelijke vrijstelling voor bezoldigingen betaald of toegekend door ‘internationale tribunalen’ te kunnen implementeren.

Wijzigingen met betrekking tot Vak V: Pensioenen
In vak V is er vanaf dit jaar niet langer sprake van code 1425-30/2425-97 (vervroegde inning van de taks op het lange termijnsparen). Deze anticipatieve heffing van 1% per jaar tussen 2015 en 2019 werd aanvankelijk namelijk aangemerkt als een verrekenbare maar niet terugbetaalbare bedrijfsvoorheffing. De wetgever heeft echter beslist dat deze vervroegde inning behandeld moet worden als een gewone bedrijfsvoorheffing, waardoor het resterende bedrag onder de normale code 1225-36/2225-06 opgenomen kan worden (en bijgevolg terugbetaalbaar is).

Wijzigingen met betrekking tot Vak VII: Inkomsten van kapitalen en roerende goederen
Vanaf aanslagjaar 2018 dienen de dividenden van erkende coöperatieve vennootschapen waarop geen roerende voorheffing is ingehouden en de interesten en dividenden van erkende vennootschappen met een sociaal oogmerk (na aftrek van de vrijgestelde schijf van € 190) niet langer apart aangegeven te worden. Ze zullen gewoon vermeld worden bij de andere inkomsten zonder roerende voorheffing. Als gevolg hiervan werden er 12 rubrieken geschrapt. Uiteraard werd ook de tekst aangepast zodat rekening gehouden wordt met de verhoging van het algemene tarief van roerende voorheffing van 27% naar 30%.

Wijzigingen met betrekking tot Vak IX: Interesten, kapitaalaflossingen, etc.
De woonfiscaliteit is sinds de 6e staatshervorming wat betreft de eigen woning geregionaliseerd. De gewesten hebben hier dan ook allemaal hun eigen systemen kunnen invoeren. Als gevolg hiervan was er vorig jaar een overvloed aan specifieke codes (inclusief voetnoten) om alle verschillende systemen in één enkel formulier te kunnen genieten. Aangezien dit jaar een geregionaliseerd formulier verschenen is, worden er in dit vak dan ook enkel nog de toepasselijke codes weergegeven. Het vak is telkens opgebouwd uit 2 delen. In deel 1 worden de regionale codes weergegeven. Zo spreekt de Vlaamse versie over de ‘geïntegreerde woonbonus’, de Waalse versie over de ‘chèque habitat’ en is er in de Brusselse versie geen voordeel meer te bespeuren voor leningen afgesloten in 2017.

De nieuwe codes in dit deel van vak IX worden meestal opgevraagd om het juiste systeem en de juiste korf te kunnen bepalen. Meer informatie over de woonfiscaliteit (inclusief de juiste nieuwe codes en korven) kan u in het vinden in het artikel ” Uw woonlening in de aangifte personenbelasting aanslagjaar 2018”. Het tweede deel van dit vak heeft betrekking op de niet-eigen woning (federale materie) en is dan ook in de 3 versies identiek. Hieraan zijn geen wijzigingen gebeurd.

Wijzigingen met betrekking tot Vak X: (Uitgaven die recht geven op) belastingverminderingen
Ook in dit vak wordt de opsplitsing gemaakt tussen de gewestelijke (rubriek 1) en de federale verminderingen (rubriek 2). Bijgevolg is deel 2 in de 3 verschillende versies weer identiek. Ten opzichte van vorig jaar is er slechts 1 wijziging in dit vak opgenomen en dit in het kader van de federale vermindering voor de verwerving van nieuwe aandelen van startende ondernemingen. Bij de terugname van de voorheen verkregen vermindering (code 1328-30/2328-97) spreekt men niet langer van terugnames door de vervroegde overdracht van aandelen. Door de schrapping van deze woorden, wordt er duidelijk gemaakt dat er ook andere situaties zijn waarbij de eerder genoten belastingvermindering kan worden teruggenomen.

Wijzigingen met betrekking tot Vak XI: Gewestelijke belastingkredieten
Aangezien het gewestelijke materie betreft, zal het u niet verbazen dat ook dit vak verschilt naargelang u de Vlaamse, de Waalse of de Brusselse versie van de aangifte bekijkt. In Vlaanderen betreft het namelijk de ‘winwinlening’ terwijl Wallonië de ‘Coup de pouce’-lening kent. Aangezien er in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest momenteel geen gewestelijk belastingkrediet van toepassing is, is dit vak in de Brusselse versie dan ook leeg.

Wijzigingen met betrekking tot Vak XIV: Buitenlandse rekeningen, levensverzekeringen, juridische constructies en startersleningen
Met betrekking tot de juridische constructies, is er in het formulier van aanslagjaar 2018 niet langer sprake van een ‘derde begunstigde’ aangezien dit begrip geschrapt is. In de plaats hiervan dient de belastingplichtige aan te geven of hij, zijn partner of zijn kinderen een dividend of enig ander voordeel heeft ontvangen van een juridische constructie. Alle uitkeringen van zulke constructie zullen namelijk als dividend belast worden in hoofde van diegene die het ontvangt.

Wijzigingen met betrekking tot Vak XVI: Diverse inkomsten
Wat de diverse inkomsten betreft, zijn er 3 wijzigen terug te vinden. Ook hier is namelijk het verhoogde algemene tarief van de roerende voorheffing (30% i.p.v. 27%) geïmplementeerd. Vervolgens zijn de codes 1182-79/2182-49 en 1183-78/2183-48 voor meerwaarden verwezenlijkt bij de ‘snelle’ overdracht van aandelen (de zogenaamde speculatiebelasting) geschrapt wegens de afschaffing van deze belasting. Tenslotte zijn de codes in het kader van de deeleconomie opgenomen (nieuwe codes 1460-92/2460-62 en 1461-91/2461-61). Inkomsten van deeleconomie zullen namelijk beschouwd worden als divers inkomen voor zover zij lager zijn dan € 5.100. Bij het overschrijden van deze grens, zullen de inkomsten (behoudens tegenbewijs) beschouwd worden als beroepsinkomsten.

Wijzigingen met betrekking tot Vak XVII: Bezoldigingen bedrijfsleiders
Net zoals in vak IV, zijn de aparte codes voor aandelenopties geschrapt en dienen deze inkomsten vanaf aanslagjaar 2018 opgenomen te worden in code 1400-55/2400-25. Daarnaast is er voorzien in enkele uitsluitingen omtrent het inkomen dat in aanmerking genomen wordt om het “belastingkrediet voor laag activiteitsinkomen” te berekenen. Zo zullen niet langer enkel de bezoldigingen die een bedrijfsleider ontvangt in dienstverband uitgesloten worden maar ook de inkomsten als zelfstandige in bijberoep of de inkomsten als student-zelfstandige. Bijgevolg is de tekst bij code 1411-44/2411-14 aangepast.

Wijzigingen met betrekking tot Vak XVIII: Winst uit nijverheids-, handels- of landbouwondernemingen
Analoog aan de wijziging van Vak XVII, werd ook de tekst bij code 1617-32/2617-02 voorzien van de uitbreiding tot inkomsten verkregen als student-zelfstandige voor de correcte berekening van het belastingkrediet voor laag activiteitsinkomen.

Conclusie
Ondanks de vele kleine wijzigingen, merken we op dat het formulier er dit jaar overzichtelijker uitziet. Er werden vele codes geschrapt terwijl er slechts enkele werden toegevoegd. Dit is alvast een stap in de goede richting om de doolhof van de aangifte in de personenbelasting te voorzien van enkele richtingsaanwijzers zodanig dat een correcte aangifte ingediend kan worden.

De belangrijkste wijzigingen voor u opgelijst
Onroerende verhuur met btw | versie 2.0
Het wetsontwerp van 30 maart 2018 werd na advies van de Raad van State nog op diverse punten aangepast en op 31 juli 2018 ingediend bij het Parlement. Hieronder geven we de belangrijkste wijzigingen mee. Optie tot verhuring van gebouwen met btw  Basisvoorwaarden De basisvoorwaarden om de optie tot verhuur van een gebouw met btw te kunnen uitoefenen blijven ongewijzigd: Het moet g
Het verschil in behandeling wordt weggewerkt
VAA onroerende goederen: fiscus legt zich (voorlopig) neer bij rechtspraak
De FOD Financiën publiceerde op 15 mei 2018 een circulaire 2018/C/57 met betrekking tot de forfaitaire waardering van het voordeel van alle aard.
Een boeiende uiteenzetting rond MBI, opnieuw in oktober
Management Buy-In: spannend én uitdagend
Op Donderdag 7 juni organiseerde Moore Stephens Belgium in de Drongense S.M.A.K lounge, in samen werking met 3W Executive Interim Management alsook met onze partners Sherpa Law en het Business Coaches Network, een interactieve lezing omtrent Management Buy-In (MBI). Filip Van de Vliet kwam zijn persoonlijke Management Buy-In ervaring delen. Lars Raedschelders gaf meer duiding over de financieri
De vastgoedplanning verkeert in woelige wateren
Waardering vruchtgebruik: in volle (R)evolutie?
Er wordt de laatste jaren veel gezegd en geschreven over de waardering van vruchtgebruik en waar het fiscale schoentje knelt. Hieronder geven we een overzicht van de problematiek inzake waardering, de huidige tendensen  en  werpen we ook een blik op toekomstige vastgoedplanning. Waardering vruchtgebruik Waardering van vruchtgebruik: een wereld in verandering Vruchtgebruik is één
De 'use and enjoyment' regels concreet toegelicht
Goederenvervoer en daarmee nauw samenhangende diensten: nieuwe regels verduidelijkt in een circulaire
Op 31 oktober 2017 werd (oud) KB nr. 57, dat handelt over de plaats van de dienst voor goederenvervoerdiensten en daarmee samenhangende diensten, vervangen door een nieuw KB.  Dat KB trad in werking op 23 november 2017. Het verduidelijkt het oude KB deels en voert daarnaast een nieuwe regel in. Teneinde de (nieuwe) regels te verduidelijken en te bespreken, heeft de fiscus op 31 mei 2018 in da
Krachtlijnen
Belangrijke wijzigingen in de verplichtingen voor maatschappen
De op 27 april 2018 gepubliceerde wet over de hervorming van het ondernemingsrecht brengt een aantal wijzigingen aan in het wetboek van vennootschappen en in het wetboek van economisch recht. Deze nieuwe regelgeving treedt in werking op 1 november 2018. Ook voor de maatschappen zullen er  enkele regels wijzigen. Hoewel er nog verduidelijkingen zullen worden gepubliceerd, geven wij hieronder r
UBO (Ultimate Beneficial Owner): de uiteindelijke begunstigden
Het UBO-register: nieuwe informatieverplichtingen op komst voor het bestuursorgaan van uw vennootschap
Door invoeging van artikelen 14/1 en 14/2 in het Wetboek van vennootschappen zijn alle vennootschappen er voortaan toe gehouden toereikende, accurate en actuele informatie over hun "uiteindelijke begunstigden" (ook wel “Ultimate Beneficial Owner” of “UBO” genoemd) in te winnen en bij te houden en te registreren in het nieuwe “UBO-register”: een centraal register waarin gegevens worde
De krachtlijnen op een rijtje
Onroerende verhuur met btw: vanaf 1 oktober 2018!
  Hoewel het nog maar een wetsontwerp is en dus nog onderhevig kan zijn aan wijzigingen, willen we toch al de krachtlijnen meegeven van de nakende revolutie in het btw landschap: onroerende verhuur met optie tot onderwerping aan btw. Historiek Van oudsher is de verhuur van onroerende goederen in principe vrijgesteld van btw (artikel 44 §3, 2° W.BTW). Er zijn slechts enkele, spe
De invoering van het huwelijksvermogensrecht
Einde van het finaal verrekenbeding of alsnog nieuw leven?
Over het finaal verrekenbeding is de laatste jaren al veel stof opgewaaid. Nadat het Hof van Cassatie in 2017 besliste in het voordeel van de belastingplichtige dat de vordering aftrekbaar was in het kader van de verschuldigde successierechten, heeft de Vlaamse decreetgever de fiscus een handje toegestoken door middel van een wetswijziging. 1. Wat is een finaal verrekenbeding en hoe werkt
Sneller systeemrisico's detecteren
Zonder Legal Entity Identifier doet uw bedrijf geen beurstransacties in 2018
Sinds 3 januari 2018 dient elke rechtspersoon die financiële instrumenten aan-of verkoopt te beschikken over een Legal Entity Identifier of kort LEI. 1. Legal Entity Identifier Een LEI is een unieke alfanumerieke code met 20 tekens waarmee elke juridische entiteit die actief is op de (al dan niet internationale) financiële markten op snelle wijze kan worden geïdentificeerd. De LEI st

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief