Starterskorting op sociale bijdragen voor zelfstandigen

De starterskorting is een onderdeel van het zomerakkoord en is ingegaan op 1 april 2018. Via deze weg wil de regering de financiële last van startende zelfstandigen, die bij het begin van hun activiteit vaak lage inkomsten hebben, verminderen en zo het ondernemerschap stimuleren. 

Welke zelfstandigen komen in aanmerking? 
De kortingsmaatregel geldt voor alle startende zelfstandigen die zich op 1 april 2018 in het eerste tot en met het vierde kwartaal van activiteit bevinden, zijnde:

  • Alle startende zelfstandigen in hoofdberoep
  • Alle zelfstandigen in bijberoep die de aansluiting wijzigen naar hoofdberoep
  • Alle student-zelfstandigen die de aansluiting wijzigen naar hoofdberoep

Een bijkomende voorwaarde is dat de starter de 20 kwartalen voorafgaand aan de starterskorting geen zelfstandige in hoofdberoep was. 

Hoeveel bedraagt de starterskorting 
De sociale bijdragen worden normaliter berekend op basis van het jaarlijks belastbaar inkomen. Als starter betaal je de eerste drie jaar sowieso een minimumbijdrage van 715,64 euro per kwartaal. Deze bijdrage werd forfaitair vastgelegd, omdat de inkomsten van een starter vaak moeilijk te bepalen zijn. Van zodra het sociaal verzekeringsfonds het werkelijk inkomen doorkrijgt via de FOD Financiën, ontvangt de zelfstandige een definitieve afrekening. In de meeste gevallen krijgt men deze definitieve afrekening na ongeveer twee jaar. De definitieve afrekening wordt berekend op het effectieve inkomen, met een minimum van 369,56 euro per kwartaal. Als blijkt dat er te weinig voorlopige bijdragen werden betaald, moet er bijbetaald worden. Werden er daarentegen teveel bijdragen betaald, dan worden deze terugbetaald. De starter geniet dus automatisch van de korting als de inkomsten laag genoeg zijn. 

De startende zelfstandige die onmiddellijk wenst te genieten van de kortingsmaatregel, kan de voorlopige kwartaalbijdrage laten verminderen tot één van de volgende bedragen:

  • 369,57 euro als het geschatte netto beroepsinkomen maximum 6.997,55 euro bedraagt of
  • 477,10 euro als het geschatte netto beroepsinkomen tussen 6.997,56 euro en 9.033,67 euro bedraagt
  • Bedraagt het geschatte netto beroepsinkomen meer dan  9.033,67 euro is er geen vermindering en betaalt de starter normaliter de gewone minimumbijdrage van 715,64 euro

Let wel als de starter in dat eerste jaar toch – onverwacht – veel meer verdient en de starterskorting ten onrechte aanvraagt, dan moet de starter niet alleen opleggen, de overheid zal bovendien een boete aanrekenen. 

Hoe wordt de starterskorting aangevraagd? 
De starterskorting wordt schriftelijk aangevraagd bij het sociaal verzekeringsfonds en dient gemotiveerd te worden.  

Waardering vruchtgebruik
Nu ook klopjacht op verkoop van vruchtgebruik?
In voorgaande edities is al geschreven over de waardering van het vruchtgebruik bij de verwerving van onroerende goederen, maar er duiken de laatste tijd ook regelmatig berichten op over controles op de waardering van het vruchtgebruik bij de doorverkoop. De rechtspraak heeft echter tot nu toe het standpunt van de belastingplichtige gevolgd. Situatieschets Er is sinds enkele jaren heel wat te
De arbeidsmarkt van de toekomst
Flexibel onbelast (bij)verdienen
In België kennen we drie wettelijke sociale statuten, (i) de werknemer, (ii) de zelfstandige en (iii) de ambtenaar. Evenwel wordt vaak de vraag gesteld of deze opdeling nog afgestemd is op de snel evoluerende arbeidsmarkt waarin flexibiliteit vereist wordt en er heel wat mensen kiezen voor een ‘freelance–statuut’ of verscheidene statuten wensen te combineren. Voka pleitte in dit kader re
Belangrijke gevolgen voor burgerlijke vennootschappen en tijdelijke handelsvennootschappen
Hervorming van het ondernemingsrecht
De wet van 15 april 2018 houdende hervorming van het ondernemingsrecht treedt in werking op 1 november 2018. Deze wet introduceert een nieuw en ruim begrip “onderneming”. Hieronder worden enkele in het oog springende gevolgen toegelicht.  De burgerlijke vennootschap verdwijnt  Vanaf 01 november 2018 verdwijnt het onderscheid tussen de burgerlijke en de handelsvennootschap uit het
Vlabel spreekt verzoenende taal
Zorgt de daling van de Vlaamse verkooprechten voor een stijging van de kosten bij aankoop vruchtgebruik?
De recente tariefdaling (naar 7,00%) voor aankopen van gezinswoningen gaat gepaard met een aantal voorwaarden. Zo moet de koper een natuurlijk persoon zijn.
Wat zijn de gevolgen?
Vlabel teruggefloten door Raad van State inzake de gesplitste verkrijging en inschrijving van blote eigendom en vruchtgebruik
Na een jarenlange betwisting tussen belastingplichtigen en Vlabel, heeft de Raad van State het standpunt van Vlabel vernietigd.
Beperking van het aantal vennootschapsvormen
Help, mijn vennootschapsvorm bestaat binnenkort niet meer!
Het WVV is op komst Op 4 juni 2018 werd het “wetsontwerp tot invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen” ingediend in de kamer, waarmee we aan de vooravond staan van de grootste hervorming van het vennootschapsrecht sinds de invoering van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen de dato 30 november 1935. Deze grondige hervorming van het vennootschapsrecht g
Is uw organisatie meldingsplichtig?
Goed begonnen is half werk: Bereid uw organisatie voor op de go live van het UBO-register
Op 31 oktober 2018 gaat het register van uiteindelijke begunstigden (het “UBO-register”) live. Wij overlopen voor u waar uw organisatie mee rekening moet houden. 
Één van de actiepunten van de ATAD-richtlijn
Impact invoering Belgische CFC wetgeving: de facto verstrenging van de transfer pricing regels?
Vanaf 1 januari 2019 (aanslagjaar 2020) zal in België, omwille van de implementatie van de ATAD-richtlijn1, de nieuw te introduceren CFC-regel in werking treden. Deze nieuwe wetgeving dient in het ruimere kader van het Zomerakkoord en de hervormingen in de Belgische vennootschapsbelasting geplaatst te worden, die net zoals de CFC-wetgeving mede voortvloeien uit de reeds ruim besproken implementat
Een kort overzicht
Wat te verwachten op (nationaal) btw-vlak?
Ondanks het feit dat velen onder ons nog in zomer(-vakantie)modus verkeren, staan we in dit artikel graag toch al eens even stil bij de btw-wijzigingen die we (mogelijks) in de nabije toekomst mogen verwachten. Het betreft hier een kort overzicht. Voor een diepgaandere toelichting kunnen jullie uiteraard steeds contact opnemen met ons btw-team.  Vouchers (1 januari 2019)  In juni 201
Afhankelijk van de aard en herhaling van de overtreding
Boeteschalen vastgelegd voor de niet-naleving van de transfer pricing documentatieplicht
Vanaf aanslagjaar 2017, meer bepaald sinds de inwerkingtreding van de verplichte transfer pricing documentatieplicht, werd onmiddellijk opgenomen dat er vanaf een tweede overtreding waarbij men niet voldoet aan de transfer pricing verplichtingen een boete kan opgelegd worden gaande  van 1.250 EUR tot 25.000 EUR (Artikel 445, §3 Wetboek Inkomstenbelastingen 1992). De schalen van de administra
Hoe aftrekbaar zijn uw restaurantkosten?Download de fiscale gids

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief