Einde van het finaal verrekenbeding of alsnog nieuw leven?

Over het finaal verrekenbeding is de laatste jaren al veel stof opgewaaid. Nadat het Hof van Cassatie in 2017 besliste in het voordeel van de belastingplichtige dat de vordering aftrekbaar was in het kader van de verschuldigde successierechten, heeft de Vlaamse decreetgever de fiscus een handje toegestoken door middel van een wetswijziging.

1. Wat is een finaal verrekenbeding en hoe werkt het ?

Bij echtgenoten die gehuwd zijn onder het stelsel van scheiding van goederen, hebben velen toch een bescherming voorzien door middel van een “optioneel finaal verrekenbeding. Deze clausule in het huwelijkscontract kan de nare gevolgen van de zuivere scheiding van goederen wat temperen wanneer aan het huwelijk een einde komt.

In een zuivere scheiding van goederen is en blijft iedere echtgenoot eigenaar van zijn goederen en zijn de echtgenoten op het einde van het huwelijk (bij echtscheiding of overlijden) niets aan elkaar verschuldigd. In een gemeenschapsstelsel daarentegen zal in beginsel de helft van de gemeenschap toekomen aan de langstlevende, zodat die een zekere bescherming geniet. Het ook steeds mogelijk voor echtgenoten om ervoor te opteren  een groter deel dan de helft toe te bedelen aan de langstlevende.

Een optioneel finaal verrekenbeding zorgt ervoor dat ook de langstlevende in een stelsel van scheiding van goederen beschermd wordt door een aanspraak op het vermogen van de eerst overlijdende partner. Het beding is :

  1. Optioneel, omdat de begunstigde echtgenoot bepaalde keuzes zal kunnen uitoefenen ;
  2. Finaal, omdat het uitwerking krijgt bij het einde van het huwelijk (zowel door overlijden als door scheiding, maar waarbij de bescherming bij overlijden meestal sterker werkt dan bij echtscheiding) ;
  3. Gericht op verrekening, omdat de echtgenoten overeenkomen dat zij op het einde van de rit met elkaar zullen afrekenen met betrekking tot de eigen vermogens.

Voorbeeld: een echtpaar  dat gehuwd is onder scheiding van goederen met optioneel finaal verrekenbeding waarbij mevrouw 700 bezit en meneer 300. Deze vermogens komen voort uit beroepsinkomsten van na het huwelijk ( zogenaamde “aanwinsten”). Na het overlijden van mevrouw kan meneer er voor kiezen om  aanspraken te formuleren op het vermogen van mevrouw. Zo kan hij zich het gehele vermogen van mevrouw laten toebedelen (700). Er zijn ook andere mogelijkheden zoals de helft van de aanwinsten nemen (zodat hij boven zijn eigen 300 aanwinsten nog 200 van zijn echtgenote neemt) of helemaal niets te nemen, alles is mogelijk. De grote voordelen van deze regeling liggen hierin dat men toch een afgescheiden vermogen houdt (bijvoorbeeld omdat één van de echtgenoten een zelfstandige activiteit uitoefent), maar tegelijk een prima bescherming kan bieden aan de partner zodat die niet onbemiddeld hoeft achter te blijven.

Technisch gesproken kan meneer niet zomaar de goederen van mevrouw in bezit nemen.  Het huwelijkscontract verleent hem een vordering op het vermogen van mevrouw. Dit betekent dat het vermogen van mevrouw (dus 700)  in eerste instantie geërfd wordt door haar erfgenamen (bijvoorbeeld de kinderen), maar dat meneer zijn vordering van 700 kan uitoefenen en dit bedrag kan opeisen.

2.Hoe wordt dit finaal verrekenbeding fiscaal behandeld ?

Op het vlak van successierechten en erfbelasting was deze regeling zeer gunstig : doordat meneer deze bedragen niet “erft” van zijn echtgenote (ze komen hem immers toe via het contract) vallen deze ook niet onder de erfbelasting. Tegelijk betaalden ook de erfgenamen van mevrouw (bijvoorbeeld de kinderen) niets : zij erfden immers het vermogen van hun moeder, dat bestond uit een actief van 700, maar ook uit een passief van 700 (de vordering van meneer), zodat er niets te belasten viel. Welnu, dit laatste werd door de fiscus jarenlang betwist. Volgens de fiscus is de schuld van 700 aan meneer niet aftrekbaar. Daardoor zouden de kinderen volgens de fiscus toch erfbelasting moeten betalen op een bedrag van 700. Een groot verschil dus.

Na jarenlange procedures heeft het Hof van Cassatie in januari 2017 beslist dat de verrekenschuld (het bedrag dat aan meneer moet worden uitbetaald) wel degelijk aftrekbaar is van het geërfde vermogen.  In ons voorbeeld zou dus noch meneer, noch de kinderen enige erfbelasting betalen en komt het gehele vermogen van mevrouw van 700 belastingvrij toe aan meneer.

3. De Vlaamse Decreetgever komt de fiscus ter hulp

Nu het Hof van Cassatie de taxaties eigenlijk onderuit gehaald had, kon alleen een wetgevend ingrijpen nog de fiscus nog toelaten om de verrekenschuld te belasten.

Voor Vlaanderen is het Vlaams Parlement al aan de verzuchtingen van de Vlaamse Belastingdienst tegemoetgekomen door de invoering van het Decreet van 8 december 2017.  Hierin werd onder meer bepaald dat de verrekenschuld niet aftrekbaar is als passief in de nalatenschap van de eerststervende echtgenoot, zodat de facto op diens gehele vermogen erfbelasting wordt geheven. Op fiscaal vlak gaan de gunstige effecten van het finaal verrekenbeding dus verloren in Vlaanderen. Indien meneer nu 700 opvraagt, zal dit toch belast worden.

In de rechtsleer heeft menig auteur al vraagtekens geplaatst bij de huidige decretale regeling vraagtekens. Door deze nieuwe regeling zal wie in een stelsel van gemeenschap de aanwinsten van 1.000 zou opvragen (via verblijvingsbeding), erfbelasting moeten betalen op hetgeen hij bovenop de eigen helft krijgt. In ons voorbeeld zou er erfbelasting moeten betaald worden op 500 indien ons echtpaar onder een gemeenschapsstelsel gehuwd was.

Er ontstaat dus een verschil in fiscale behandeling voor echtgenoten die aan de langstlevende de aanwinsten toebedelen in het huwelijkscontract, naargelang zij onder een gemeenschapsstelsel waren gehuwd dan wel onder een stelsel van scheiding van goederen. Hierbij wordt de vraag gesteld of dit verschil de toetsing van het Grondwettelijk Hof kan doorstaan.

Voor Brussel en Wallonië wijzigt er voorlopig niets : ingevolge de rechtspraak van het Hof van Cassatie blijft het verrekenbeding daar voorlopig onbelast.

4. Het verrekenbeding gepromoot door de federale Wetgever – het nieuwe huwelijksvermogensrecht

Precies omdat het stelsel van scheiding van goederen in zijn meest pure vorm weinig solidariteit kent tussen de echtgenoten, voorziet het wetsvoorstel dat het huwelijksvermogensrecht zal wijzigen (in beginsel vanaf 1 september 2018) in een wettelijk kader dat de rechtszekerheid over de verrekenbedingen moet versterken. Het federale parlement zal daarom een aantal maatregelen nemen om de huwelijkse solidariteit in het stelsel van scheiding van goederen te verhogen.  Er zal dus een wettelijke regeling uitgewerkt worden die het verrekenbeding op civiel vlak een sterke basis geeft, waardoor dit des te meer aantrekkelijk wordt. Tegelijk worden deze bedingen fiscaal nu ongunstig behandeld, hetgeen op dat vlak toch om bijsturing vraagt.

5. Besluit

Het verrekenbeding blijft zijn nut houden op het burgerlijke vlak : de partners beschermen elkaar in een sfeer van huwelijkse solidariteit.
Dat er op deze bescherming voortaan erfbelasting wordt geheven is een ander paar mouwen, vooral omdat de verrekenbedingen zwaarder belast worden dan de bescherming via een gemeenschapsstelsel.

Gelukkig kan de solidariteit ook op andere manieren georganiseerd worden (via schenking, of aanwasovereenkomsten bijvoorbeeld).

In ieder geval is het aangewezen het huwelijkscontract goed na te lezen met de volgende vragen in het achterhoofd : zijn wij als partners goed beschermd in dit contract en wat zijn de fiscale gevolgen van deze bescherming?

De krachtlijnen op een rijtje
Onroerende verhuur met btw: vanaf 1 oktober 2018!
  Hoewel het nog maar een wetsontwerp is en dus nog onderhevig kan zijn aan wijzigingen, willen we toch al de krachtlijnen meegeven van de nakende revolutie in het btw landschap: onroerende verhuur met optie tot onderwerping aan btw. Historiek Van oudsher is de verhuur van onroerende goederen in principe vrijgesteld van btw (artikel 44 §3, 2° W.BTW). Er zijn slechts enkele, spe
UBO (Ultimate Beneficial Owner): de uiteindelijke begunstigden
Het UBO-register: nieuwe informatieverplichtingen op komst voor het bestuursorgaan van uw vennootschap
Door invoeging van artikelen 14/1 en 14/2 in het Wetboek van vennootschappen zijn alle vennootschappen er voortaan toe gehouden toereikende, accurate en actuele informatie over hun "uiteindelijke begunstigden" (ook wel “Ultimate Beneficial Owner” of “UBO” genoemd) in te winnen en bij te houden en te registreren in het nieuwe “UBO-register”: een centraal register waarin gegevens worde
Sneller systeemrisico's detecteren
Zonder Legal Entity Identifier doet uw bedrijf geen beurstransacties in 2018
Sinds 3 januari 2018 dient elke rechtspersoon die financiële instrumenten aan-of verkoopt te beschikken over een Legal Entity Identifier of kort LEI. 1. Legal Entity Identifier Een LEI is een unieke alfanumerieke code met 20 tekens waarmee elke juridische entiteit die actief is op de (al dan niet internationale) financiële markten op snelle wijze kan worden geïdentificeerd. De LEI st
Ook de ongelijke behandeling wordt onder de loep genomen
Voordeel alle aard bewoning: hoe anticiperen op het hoger of lager scenario?
De discriminatie met betrekking tot het voordeel van alle aard voor huisvesting is al meermaals aan bod gekomen. Meer bepaald betreft dit de ongelijke behandeling van dezelfde voordelen als het gaat om een terbeschikkingstelling door een eenmanszaak dan wel een terbeschikkingstelling door een rechtspersoon. In de meest voorkomende gevallen is het voordeel vanwege een vennootschap fiscaal zomaar ev
Om zo financiële last te verminderen
Starterskorting op sociale bijdragen voor zelfstandigen
De starterskorting is een onderdeel van het zomerakkoord en is ingegaan op 1 april 2018. Via deze weg wil de regering de financiële last van startende zelfstandigen, die bij het begin van hun activiteit vaak lage inkomsten hebben, verminderen en zo het ondernemerschap stimuleren.  Welke zelfstandigen komen in aanmerking?  De kortingsmaatregel geldt voor alle startende zelfstandigen
Het doolhof in de personenbelasting overzichtelijker gemaakt
De aangifte in de personenbelasting: wijzigingen in het formulier voor aanslagjaar 2018
Op 6 april 2018 werd het model van het aangifteformulier voor de personenbelasting met betrekking tot aanslagjaar 2018 gepubliceerd. 
Een volledig overzicht
Uw woonlening in de aangifte personenbelasting aanslagjaar 2018
Het nieuwe aangifteformulier in de personenbelasting voor aanslagjaar 2018 is inmiddels gepubliceerd en dus is het hoog tijd om na te gaan hoe u uw woonlening correct kan invullen in uw aangifte personenbelasting. De grootste wijziging in 2017 heeft zich voorgedaan in de woonfiscaliteit van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De overige gewesten hebben een status quo gehanteerd tegenover vorig jaa
Revolutionair arrest
Belgische administratie wordt teruggefloten: exit “subject-to-tax clause”?
Het Hof van Cassatie heeft op 25 januari 2018 een opmerkelijke uitspraak gedaan in het kader van de toewijzing van heffingsbevoegdheid voor beroepsinkomen in een internationale context. De betwisting Concreet handelde de zaak over het beroepsinkomen verkregen door een professionele wielrenner. In de periode 2007-2009 was de wielrenner door een Belgische werkgever tewerkgesteld en nam hij deel
We bekijken de krachtlijnen van deze hervorming
Na het nieuwe erfrecht volgt de ‘ingrijpende’ verlaging van de erfbelasting… of nog niet?
In navolging van de erfrechthervorming werd ook een aanpassing van de erfbelasting aangekondigd door de Vlaamse regering. 
Modernisering van het btw-stelsel
Europa kondigt grootse btw-hervorming aan: eerste wijzigingen in werking vanaf 1 januari 2019
Vanuit het besef dat het huidige btw-systeem niet meer aangepast is aan de steeds sneller evoluerende digitale en mobiele economie, ijvert de Europese Commissie sinds jaren voor een diepgaande modernisering van het btw-stelsel. Een grondige studie en zoektocht naar de manier waarop dit concreet vorm kon gegeven worden, resulteerden in december 2016 in een voorstel van de Commissie waarin vereenvou

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief