VAA onroerende goederen: fiscus legt zich (voorlopig) neer bij rechtspraak

De FOD Financiën publiceerde op 15 mei 2018 een circulaire 2018/C/57 met betrekking tot de forfaitaire waardering van het voordeel van alle aard voor de kosteloze terbeschikkingstelling van een onroerend goed of een gedeelte van een onroerend goed aan werknemers of bedrijfsleiders. De forfaitaire raming van deze voordelen is vastgelegd door het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (KB/WIB 92). De hoven van beroep van Gent en Antwerpen bevestigden recent dat het onderscheid in de berekening van het belastbaar voordeel naargelang dat voordeel wordt toegekend door een natuurlijk persoon of een rechtspersoon, ongrondwettelijk is. Om die verschillende behandeling weg te werken, moet artikel 18, § 3, 2 KB/WIB 92 worden aangepast. Momenteel wordt bekeken hoe dat best kan gebeuren.

Koninklijk besluit ongrondwettelijk, wat nu?
In afwachting van dat wetgevend ingrijpen beslist de fiscus nu om de voormelde rechtspraak te volgen. In het geval dat een rechtspersoon een woning ter beschikking stelt aan een werknemer of een bedrijfsleider zal het belastbaar voordeel bijgevolg worden geraamd op 100/60 van het geïndexeerd kadastraal inkomen van die woning, in voorkomend geval verhoogd met 2/3 wanneer het een gemeubileerde woning is.

De fiscus bevestigt verder dat voor wat betreft de behandeling van bezwaarschriften en de rechtsprocedures die daaruit zijn voortgevloeid, akkoord kan worden gegaan dat bij de berekening van een voordeel van alle aard voor de terbeschikkingstelling van een onroerend goed of een gedeelte daarvan toepassing wordt gemaakt van artikel 18, § 3, 2, eerste lid, KB/WIB 92, ongeacht de persoon die het onroerend goed ter beschikking stelt.

Ontheffing van ambtswege?
Minder evident is dat de fiscus in dezelfde circulaire aangeeft dat vragen tot ontheffing van ambtswege zullen worden afgewezen. Een verzoek tot ambtshalve ontheffing kan worden ingediend binnen de vijf jaar te rekenen vanaf één januari van het aanslagjaar onder meer in het geval zich een nieuw feit voordoet waarvan het laattijdig inroepen door gewettigde redenen wordt verantwoord. Volgens de fiscale administratie wordt een wijziging in de jurisprudentie niet als nieuw gegeven beschouwd. En dus kan men zich niet beroepen op voormelde rechtspraak om – zelfs na het verstrijken van de gewone bezwaartermijn – een verzoek tot ambtshalve ontheffing in te dienen. Dit laatste punt is toch enigszins voor betwisting vatbaar.

De wet stelt weliswaar dat een “wijziging van jurisprudentie” niet als een nieuw feit kan beschouwd worden, maar volgens vaststaande rechtspraak geldt dit niet voor arresten van het Grondwettelijk Hof. Dergelijke arresten kwalificeren dus wel als een “nieuw feit” op grond waarvan een ambtshalve ontheffing kan gevraagd worden.  

Er zou kunnen geargumenteerd worden dat dezelfde redenering opgaat voor de aangehaalde arresten van de hoven van beroep, aangezien de forfaitaire waardering van het voordeel van alle aard niet is opgenomen in het Wetboek Inkomstenbelastingen zelf, maar in artikel 18 van het uitvoeringsbesluit. Aangezien het niet mogelijk is om de rechtsgeldigheid van een Koninklijk Besluit te laten toetsen door het Grondwettelijk Hof (het Hof is enkel bevoegd om wetskrachtige normen te toetsen), zijn de rechtbanken en hoven op grond van artikel 159 G.W. verplicht om zelf de wettigheid te toetsen van de bepalingen van een Koninklijk Besluit. In deze context, m.n. het toetsen van de rechtsgeldigheid van een bepaling van een Koninklijk Besluit aan de Grondwet, zou kunnen verdedigd worden dat een arrest van bv. een hof van beroep dat een uitspraak doet over de wettigheid van een Koninklijk Besluit kan gelijkgesteld worden met een arrest van het Grondwettelijk Hof.

Parlementaire vraag bevestigt  “nieuw feit”
De Minister van Financiën heeft overigens een tijd geleden in antwoord op een parlementaire vraag gesteld dat de jurisprudentie waarnaar artikel 376, §2 WIB 92 verwijst enkel bestaat uit de interpretatie en toepassing van wettelijke bepalingen waarvan de geldigheid niet wordt betwist. Beslissingen over de rechtsgeldigheid van de wet zelf zouden om die reden geen deel uit maken van de door artikel 376, §2 WIB 92 geviseerde jurisprudentie. Ook op basis van deze parlementaire vraag kan o.i. dus geargumenteerd worden dat de betrokken arresten een “nieuw feit” uitmaken daar zij niet uitgesloten worden door artikel 376, §2 WIB 92 als een “wijziging van jurisprudentie”.

7 gevolgen van een foutieve inschrijving
Het belang van een correcte KBO-inschrijving anno 2019
Elke onderneming heeft zijn unieke inschrijving in de KBO, vaak wordt echter vergeten deze inschrijving up-to-date te houden. Dit kan onaangename gevolgen hebben. ​De Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) is een register van de FOD Economie waarin alle basisgegevens van ondernemingen en hun vestigingseenheden verzameld zijn. Ze centraliseren de basisgegevens en vestigings
Is het nu 50% of 100% aftrekbaar?
Receptiekosten van een publicitair evenement slechts beperkt aftrekbaar
Volgens de letter van de wet (art. 53, 8° WIB) zijn beroepsmatig gedane receptiekosten slechts voor 50% aftrekbaar. Er bestaat sinds lange tijd discussie over de vraag of die aftrekbeperking ook geldt als de receptiekosten worden gemaakt in het kader van een publicitair evenement. Behouden deze kosten de aard van receptiekosten, ook als ze een publicitair doel hebben? Of vallen ze onder een
Juridisch is dit niet zo vanzelfsprekend
Herstructureren? Denk aan uw bestuursmandaten
Bij de herstructurering van vennootschappen komt heel wat kijken. Een element dat daarbij geregeld uit het oog wordt verloren betreft de bestuursmandaten die de overgenomen vennootschap waarneemt in een aantal andere vennootschappen. De vraag is wat het lot is van deze bestuursmandaten eens de besturende vennootschap verdwijnt ingevolge fusie of splitsing. In vele gevallen is het de bedo
Vanaf 1 jan 2020 enkel nog nieuwe formulieren
Nieuwe publicatieformulieren voor het Belgisch Staatsblad
Vennootschappen, verenigingen en stichtingen die teksten, zoals bv. oprichtingsaktes, benoemingen bestuurders etc., moeten neerleggen op de griffie van de ondernemingsrechtbank dienen hiervoor speciale formulieren te gebruiken. Op 30 april 2019 verscheen in het Belgisch Staatsblad het nieuwe Koninklijk Besluit van 29 april 2019 tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
Dit jaar zal het vaker voorkomen dat er moet gereageerd worden
Voorstel van vereenvoudigde aangifte? Kijk goed na en reageer tijdig!
Reeds sinds enkele jaren zit het aantal voorstellen van vereenvoudigde aangifte in de lift. Dit jaar zullen meer dan 3,2 miljoen Belgen zo’n voorstel krijgen. Als er niets moet worden gewijzigd, moet u ook niet reageren. Maar als er toch iets moet worden aangepast (lees: de fiscus heeft onjuiste of onvolledige gegevens), dan moet u tijdig reageren. Dit jaar zal het&
Ook ondernemingen moeten nu uitdrukkelijk de procedure volgen
Belangenconflict in het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen
Sinds 1 mei 2019 is het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) in werking getreden. Het WVV voorziet in een ruimere en strengere regeling inzake de belangenconflicten die zich mogelijks kunnen voordoen binnen een onderneming. De verruiming bestaat erin dat de bestuurders van coöperatieve vennootschappen, vzw’s&nb
Belangrijke tips bij een schenking
Enkele do’s en don'ts bij de bankgift
De bankgift is nog steeds een zeer geliefde techniek voor de overdracht van geld bij wijze van schenking. Dit is niet zo verwonderlijk aangezien de bankgift een geldige schenking geeft zonder (al te veel) formalisme en zonder schenkbelasting, indien deze volgens de regels van het spel wordt uitgevoerd. Toch zijn er enkele spelregels die roet in het eten dreigen te gooien, indien ze niet corre
Het verdere verloop van de relatie tussen het VK, de EU en de EER
Welke impact heeft de Brexit op uw vennootschapsbelasting?
Op vandaag hoort het Verenigd Koninkrijk (VK) nog steeds tot de Europese Unie (EU) evenals tot de Europese Economische Ruimte (EER). Intussen kreeg het VK namelijk tot ten laatste 31 oktober 2019 de tijd om de Brexit te realiseren. Dit betekent dan ook dat grensoverschrijdende transacties die met het VK worden verricht nog steeds binnen het toepassingsgebied van de Europese richtlijnen vallen. Na
Minder streng circulaire voor horecasector
Nieuw circulaire voor BTW tarief bij restaurant- en cateringdiensten
Op 1 januari 2010 werd het btw tarief voor restaurant- en cateringdiensten verlaagd naar 12%. Dit tarief geldt enkel voor het eten. De dranken (ook de niet-alcoholische en de koffie en thee) zijn nog onderworpen aan het standaard btw-tarief van 21%. De Administratie publiceerde op 23 december 2009 een toelichting waarin ze besprak hoe een enige prijs voor een menu (inclusief drank) voor het bepale
Wordt uw bestuurdersaansprakelijkheid eindelijk beperkt?
Bestuurdersaansprakelijkheid in het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen
Wordt uw bestuurdersaansprakelijkheid eindelijk beperkt onder het nieuwe WVV? Het nieuw Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) werd, na een hobbelig parcours te hebben doorlopen, op 28 februari 2019 gestemd in de Kamer. Een van de meest in het oog springende vernieuwingen die het WVV doorvoert is de invoering van een beperking op de bestuurdersaansprakelijkheid in artikel 2:57. Va
Hoe aftrekbaar zijn uw restaurantkosten?Download de fiscale gids

Word jij onze nieuwe collega?

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief