Flexibel onbelast (bij)verdienen

In België kennen we drie wettelijke sociale statuten, (i) de werknemer, (ii) de zelfstandige en (iii) de ambtenaar. Evenwel wordt vaak de vraag gesteld of deze opdeling nog afgestemd is op de snel evoluerende arbeidsmarkt waarin flexibiliteit vereist wordt en er heel wat mensen kiezen voor een ‘freelance–statuut’ of verscheidene statuten wensen te combineren.

Voka pleitte in dit kader reeds voor een debat over de arbeidsmarkt van de toekomst en denkt hierbij aan de invoering van een nieuw statuut. Het reguliere werknemersstatuut wordt immers soms als te duur en te rigide ervaren om te kunnen inspelen op flexibele vragen vanuit de markt. Volgens de werkgeversorganisatie VOKA zou  een nieuw statuut, tussen het statuut van werknemer en het statuut van zelfstandige in, een oplossing kunnen bieden. Dit nieuw statuut zou dan enerzijds voldoende bescherming en minimale rechten moeten garanderen en anderzijds ook ruimere flexibiliteit, inzetbaarheid en autonomie toelaten. Tot het zo ver is beperken we ons tot een overzicht van de voornaamste bestaande mogelijkheden om als zelfstandige al dan niet onbelast te kunnen bijverdienen.

Bijverdienen via de deeleconomie
Onder deeleconomie worden de diensten verstaan die worden geleverd via een erkend “deeleconomieplatform”. Sinds de invoering van de deeleconomie kunnen particulieren aan andere particulieren diensten leveren mits de tussenkomst van een door de overheid erkent online platform. Via het nieuwe wettelijke kader van de deeleconomie kan er tot maximaal 6.130,00 EUR per jaar worden bijverdiend. In dit bedrag zijn de eventuele verplaatsingskosten en onkosten inbegrepen.

De sociale zekerheidswetgeving sluit de personen die in België occasioneel activiteiten uitvoeren in het kader van de deeleconomie en waarvan het inkomen onder de hiervoor vastgestelde grens ligt, uit van de verzekeringsplicht in het sociaal statuut van de zelfstandigen (artikel 5ter van het KB nr. 38). Concreet wil dit zeggen dat er geen administratieve of registratieverplichtingen verbonden zijn aan het leveren van prestaties onder deze voorwaarden voor een dergelijk platform.

De inkomsten die men verdient via een deeleconomieplatform moeten enkel worden aangegeven in de aangifte personenbelasting en moeten dus (in tegenstelling tot de inkomsten uit verenigingswerk (zie 3) hieronder) niet worden aangegeven via de online dienst Bijklussen. Hierdoor moet men evenwel zelf bijhouden hoeveel de verdiensten in het kader van de deeleconomie op jaarbasis bedragen.

Statuut student-zelfstandige

Daar waar het werken via de deeleconomie inkomsten vrijstelt tot 6.130,00 EUR per jaar kunnen studenten in principe tot 7.073,00 EUR per jaar onbelast bijverdienen. Voor studenten is het dan vaak ook interessanter om te werken via het statuut student-zelfstandige. Sinds 1 januari 2017 kunnen ondernemende studenten die hun studies combineren met een zelfstandige beroepsactiviteit en die aan bepaalde voorwaarden voldoen, gebruik maken van het statuut student-zelfstandige.

Afhankelijk van het netto-belastbaar inkomen, moet de student al dan niet sociale bijdragen betalen. Er bestaan hierbij drie categorieën:

  • De student-zelfstandige moet geen sociale bijdragen betalen als het inkomen lager ligt dan de helft van de minimumdrempel van een zelfstandige in hoofdberoep, zijnde minder dan 6.775,25 EUR (geïndexeerd bedrag 2018);
  • Als het inkomen ligt tussen 6.775,25 EUR en 13.555,50 EUR (geïndexeerd bedrag 2018) betaalt de student-zelfstandige een verminderde bijdrage van 20,5 %, uitsluitend op het gedeelte van het inkomen dat boven de ondergrens ligt;
  • Als het inkomen gelijk is aan of hoger is dan 13.550,50 EUR (geïndexeerd bedrag 2018) betaalt de student de bijdragen als een zelfstandige in hoofdberoep op al zijn inkomsten. De bijdrage zal dus minstens 694,46 EUR (2018) per kwartaal bedragen.

In tegenstelling tot het bijverdienen via de deeleconomie zal de student-zelfstandige zich wel dienen aan te sluiten als zelfstandige bij het sociaal verzekeringsfonds en rusten er administratieve verplichtingen op de student-zelfstandige. Meer informatie omtrent de voorwaarden van het statuut student-zelfstandige treft u in onze Informatief van 30 maart 2017.

Verenigingswerk

In het kader van verenigingswerk mag men tot maximaal 6.310,00 EUR per jaar bijverdienen met bijklussen In dit bedrag zijn eventuele verplaatsingskosten en onkosten inbegrepen en het bedrag is van toepassing voor alle soorten klussen uit de deeleconomie, verenigingswerk en diensten van burger aan burger samen. Inkomsten uit het verenigingswerk en uit de diensten aan burgers mogen niet meer dan 510,83 EUR per maand bedragen. De activiteiten die kunnen worden uitgevoerd in het kader van verenigingswerk zijn beperkt tot een lijst van toegelaten activiteiten. Het verenigingswerk is evenwel beperkt tot werknemers die reeds minstens 4/5 werken, gepensioneerden en zelfstandigen. Het onbelast bijklussen voor verenigingswerk mag evenwel niet worden gecombineerd met professionele activiteiten voor dezelfde vereniging. Het is dus niet toegelaten om bij te klussen voor een vereniging waar je ook professionele werk levert of dat hebt gedaan in de afgelopen 12 maanden.

De vereniging moet via de onlinedienst "Bijklussen" aangifte doen van de activiteiten die onder dit regime werden verricht. In deze onlinedienst "Bijklussen" treft men als bijklusser een overzicht van alle klussen die voor zichzelf en door een vereniging werden aangegeven zodat men een overzicht heeft over hoeveel er nog kan worden bijgeklust. Diensten geleverd via een deeleconomieplatform zijn hier evenwel niet in opgenomen hoewel ze wel meetellen voor het maximum bedrag waarvoor kan worden bijverdiend.

Onbelast bijverdienen – diensten van burger aan burger
Tot slot is er nog de mogelijkheid om onbelast bij te klussen in het kader van occasionele, betaalde diensten van een privépersoon aan een andere privépersoon. Deze diensten mogen niet professioneel zijn of worden geleverd via het platform van de deeleconomie. Er werd een lijst van toegelaten activiteiten opgesteld die in dit kader mogen worden uitgevoerd. Het gaat hierbij om onder meer oppas van kinderen, gezinsondersteunende diensten, zorg voor zorgbehoevende personen, geven van sportlessen, kleine onderhoudswerken aan of rondom de woning, occasionele of kleine huishoudelijke taken, etc. Deze klussen mogen niet met een vaste regelmaat worden uitgevoerd.

Met bijklussen mag men 6.130,00 EUR per kalenderjaar verdienen met die beperking dat de inkomsten uit diensten aan burgers en verenigingswerk niet meer dan 510,83 EUR per maand mogen bedragen. Het bedrag van 6.130,00 EUR per kalenderjaar geldt voor alle inkomsten uit de drie soorten klussen samen, uit het verenigingswerk, uit het onbelast bijverdienen in het kader van diensten van burger aan burger en uit de activiteiten in de deeleconomie.

Voorbeeld: Jan werkt voor 4/5 als werknemer bij een winkelketen als bediende. In zijn vrije tijd is hij animator bij een jeugdbeweging. Hiervoor ontvangt hij een maandelijkse vergoeding van 150 EUR. Deze activiteit is toegelaten in het kader van verenigingswerk maar hij mag maandelijks niet meer dan 510,83 EUR per maand verdienen. Indien hij naast dit verenigingswerk nog wil bijverdienen door middel van diensten aan burgers, bijvoorbeeld op niet regelmatige wijze babysitten, moet hij rekening houden met zijn reeds verdienden inkomsten ten bedrage van 150 EUR per maand teneinde het bedrag van 510,83 EUR niet te overschrijden. Wenst hij bovendien nog als fietskoerier bij te verdienen via het erkend deeleconomieplatform van DELIVEROO BELGIUM, dan zal hij alle activiteiten samen moeten tellen teneinde onder het plafond van 6.130 EUR per maand te blijven.  

Zelfstandige in hoofdberoep of in bijberoep
Komt men niet in aanmerking om onbelast bij te klussen onder een van de hierboven vermelde regimes, bijvoorbeeld omdat er geen erkenning is voor een platform van de deeleconomie, dan zal men zich als zelfstandige in hoofdberoep of in bijberoep moeten registreren bij het sociaal verzekeringsfonds. Dit in tegenstelling tot het sociaal statuut voor de Zelfstandige Zonder Personeel (ZZP’er) in Nederland waar men op een eenvoudige wijze als freelancer diensten kan verlenen. Weliswaar kan een ZZP’er in Nederland geen aanspraak maken op de sociale zekerheid terwijl een zelfstandige in hoofdberoep of in bijberoep sociale zekerheidsrechten opbouwt. Hierdoor moet men uiteraard eveneens voldoen aan alle administratieve verplichtingen die het sociaal statuut voor de zelfstandige met zich meebrengt.

Het is mogelijk om zich te registreren als zelfstandige in bijberoep indien er voldaan is aan de volgende voorwaarden:

Naast de zelfstandige activiteit werkt men in loondienst voor een werkgever:

  • Als arbeider of bediende werkt men minstens de helft van het aantal uren van een voltijdse werknemer;
  • Als ambtenaar werkt men minstens de helft van het aantal arbeidsuren van een voltijdse betrekking. Een voltijdse betrekking loopt over den minste 8 maanden of 200 dagen per jaar;
  • Als onderwijzer met een vaste benoeming werkt men ten minsten 6/10 van een volledig uurrooster en als contractueel onderwijzer minstens 5/10 van een volledig uurrooster.

Indien u niet aan deze voorwaarden voldoet dan moet u verplicht als zelfstandige in hoofdberoep registreren en op basis van hoofdberoep sociale zekerheidsbijdragen betalen. In bepaalde gevallen kan evenwel het statuut van bijberoep worden gecombineerd met tijdskrediet of Vlaams Zorgkrediet.

Conclusie
De laatste jaren werden er reeds een aantal wettelijke mogelijkheden uitgewerkt om op beperkte schaal onbelast te kunnen bijverdienen zonder dat men zich als zelfstandige dient te registreren. Zodra men evenwel niet voldoet aan deze criteria en niet valt binnen het bestek van het onbelast bijverdienen dient men zich effectief als zelfstandige, al dan niet in bijberoep, te registreren hetgeen niet alleen een bijdrageverplichting, maar ook bijkomende administratieve verplichtingen met zich meebrengt.

De inschrijvingsplicht wordt ruimer
Meer ondernemers moeten zich inschrijven in de Kruispuntbank voor ondernemingen
In het streven naar een aantrekkelijker ondernemingsklimaat werd er onder meer gesleuteld aan het ondernemingsrecht. De wetgever afstapt van het begrip “handelaar”. In plaats daarvan wordt het begrip “onderneming” als overkoepelende term gebruikt. Het nieuwe ondernemingsbegrip  vormt niet alleen de bouwsteen voor zowel de regels van het Wetboek van economisch recht als in het gerechte
Meer specifiek: het huwelijksvermogensrecht
Een nieuwe vergoedingsplicht in het wettelijk stelsel
Wat als een echtgenoot zijn beroep uitoefent in een vennootschap, waarvan alle aandelen “eigen” zijn ? De wet van 22 juli 2018 heeft aanzienlijke wijzigingen aangebracht in het huwelijksvermogensrecht. Met dit artikel gaan wij in op een specifieke aanvulling in het huwelijksvermogensrecht, namelijk de mogelijke benadeling van de gemeenschap bij de beroepsuitoefening door middel van een eige
Veranderingen in de zorgvolmacht en vruchtgebruik
Vermogensplanning: enkele recente ontwikkelingen
De laatste maanden hebben we al regelmatig bericht over  de grote wijzigingen in de vermogens- en successieplanning. Hieronder bezorgen we nog een kleine update over enkele van deze wijzigingen.   De zorgvolmacht: uw vermogen veiligstellen voor later Het klassieke voorbeeld is hier dat van een persoon die omwille van een fysieke of mentale beperking (coma, dementie, …) tijdelijk of
Happy Brexmas?
Hoe bereidt u uw onderneming voor op Brexit?
Op 10 december besliste de Britse eerste minister om de stemming in het Britse Lagerhuis over Brexit-deal uit te stellen. De kans op een “no deal” rampscenario neemt verder toe. Wat zijn de belangrijke data? Het Verenigd Koninkrijk heeft de Europese Raad op 29 maart 2017 formeel kennis gegeven van het voornemen om uit de EU te treden (procedure voorzien in art. 50 EU Verdrag). Het Verenigd
Een geliefde controlestructuur
De almachtige zaakvoerder van een burgerlijke maatschap : altijd fictie geweest ?
De burgerlijke maatschap is al lang een geliefde controlestructuur bij vermogensplanners. In veel gevallen willen schenkers hun vermogen niet volledig uit handen geven en wensen zij toch nog een zekere controle te behouden over hetgeen ze schenken. Zeker bij de overdracht van familiale vennootschappen willen de schenkers (vaak ouders of familieleden) nog steeds zeggenschap houden over de gang van
Recht op btw-aftrek mogelijk voor kosten gemaakt bij de aankoop van aandelen
Het Ryanair arrest
Ook recht op btw-aftrek mogelijk voor kosten gemaakt bij de aankoop van aandelen indien koop finaal niet (volledig) plaatsvindt Het Europees Hof van Justitie bevestigde recent dat de btw over kosten gemaakt met betrekking tot de verwerving van aandelen aftrekbaar kan zijn, zélfs indien de verwerving uiteindelijk niet (volledig) wordt verwezenlijkt. Hiermee bevestigt het Hof van Justitie opnieu
Het fiscale kader
Subsidies in de vennootschap: vrijgesteld of niet?
In het artikel van onze collega’s van Strategy en Operations werden kort enkele subsidies omschreven. Ze gaven daarbij aan u en uw vennootschap te kunnen bijstaan voor wat betreft subsidiebegeleiding van A tot Z.1In het kader hiervan bespreken we graag het fiscale kader rond subsidies: hoe worden de ontvangen subsidies fiscaal behandeld binnen de vennootschap? Zijn deze subsidies vrijgestel
Het kan een groter fiscaal voordeel opleveren
De investeringsaftrek: een illustratie van de opties
Ondernemingen en natuurlijke personen krijgen de mogelijkheid om hun belastbare winst te verminderen met een deel van de aanschaffings- of beleggingswaarde van investeringen.
Waardering vruchtgebruik
Nu ook klopjacht op verkoop van vruchtgebruik?
In voorgaande edities is al geschreven over de waardering van het vruchtgebruik bij de verwerving van onroerende goederen, maar er duiken de laatste tijd ook regelmatig berichten op over controles op de waardering van het vruchtgebruik bij de doorverkoop. De rechtspraak heeft echter tot nu toe het standpunt van de belastingplichtige gevolgd. Situatieschets Er is sinds enkele jaren heel wat te
Vlabel spreekt verzoenende taal
Zorgt de daling van de Vlaamse verkooprechten voor een stijging van de kosten bij aankoop vruchtgebruik?
De recente tariefdaling (naar 7,00%) voor aankopen van gezinswoningen gaat gepaard met een aantal voorwaarden. Zo moet de koper een natuurlijk persoon zijn.
Hoe aftrekbaar zijn uw restaurantkosten?Download de fiscale gids

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief