Een nieuwe vergoedingsplicht in het wettelijk stelsel

Wat als een echtgenoot zijn beroep uitoefent in een vennootschap, waarvan alle aandelen “eigen” zijn ?

De wet van 22 juli 2018 heeft aanzienlijke wijzigingen aangebracht in het huwelijksvermogensrecht. Met dit artikel gaan wij in op een specifieke aanvulling in het huwelijksvermogensrecht, namelijk de mogelijke benadeling van de gemeenschap bij de beroepsuitoefening door middel van een eigen vennootschap1

Waarover gaat het?
De nieuwe regeling heeft enkel belang voor mensen die gehuwd zijn onder het gemeenschapsstelsel. In dat geval bestaan er drie vermogens: het eigen vermogen van iedere echtgenoot en het gemeenschappelijk vermogen. Bij de ontbinding van het huwelijk moeten deze vermogens met elkaar afrekenen indien het ene vermogen zich heeft verrijkt ten koste van een ander vermogen, dat zich heeft verarmd. Wanneer bijvoorbeeld het gemeenschappelijke vermogen werken heeft gefinancierd aan een eigen goed van een echtgenoot, dat is het eigen vermogen van die echtgenoot rijker geworden en is het gemeenschappelijke vermogen armer geworden. Bij de ontbinding van het stelsel wordt dit afgerekend door de zogenaamde vergoedingsrekeningen: het rijker geworden vermogen zal aan het verarmde vermogen een vergoeding verschuldigd zijn, op deze manier wordt het evenwicht tussen de echtgenoten weer hersteld.

Welnu, wanneer de aandelen van een vennootschap geheel eigen zijn aan een echtgenoot, die in die vennootschap zijn beroep uitoefent, dan gebeurt het dat de inkomsten die in de vennootschap vallen, niet worden uitgekeerd. Hierdoor ontstaat een waardestijging van die aandelen, waarvoor in beginsel geen vergoeding verschuldigd is; geen enkel vermogen heeft zich immers verarmd om die waardestijging mogelijk te maken. Dit betekent dat bij het einde van het stelsel die echtgenoot de waardestijging mag behouden zonder af te rekenen met de andere echtgenoot.

Nochtans bepaalt artikel 1405, §1, 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) dat binnen het wettelijk stelsel de beroepsinkomsten tot de gemeenschap behoren. In ons voorbeeld zien we dus dat de arbeid van de echtgenoot aanleiding geeft tot inkomsten, die niet in de huwgemeenschap vallen, maar in de eigen vennootschap van die echtgenoot. Op die manier beschouwd leidt de huwgemeenschap een nadeel door het uitoefenen door de ene echtgenoot van zijn beroep via een vennootschap: de ene echtgenoot (eigenaar van de aandelen) draagt misschien niet bij doordat hij zijn beroepsinkomsten oppot in zijn vennootschap. Aan deze situatie wil het nieuwe artikel 1432, tweede lid BW verhelpen. 

Hoe werkt dit nieuwe mechanisme?
Men dient een onderscheid te maken tussen aandelen in een professionele vennootschap verkregen met gemeenschapsgelden dan wel met eigen gelden.

Aandelen verkregen met gemeenschapsgelden
Wanneer de verkrijging van de aandelen in een professionele vennootschap met gemeenschapsgelden gefinancierd werd, dan bepaalt artikel 1401, §1,5 BW dat de lidmaatschapsrechten verbonden aan deze aandelen tot het eigen vermogen van deze echtgenoot behoren indien het gaat om de professionele vennootschap van die echtgenoot of wanneer de persoon van die echtgenoot cruciaal is in de vennootschap (hetgeen blijkt uit beperkingen inzake de aandelenoverdracht).

De vermogenswaarde van deze aandelen vormt daarentegen een gemeenschapsgoed op basis van artikel 1405,§1,5 BW. Zodoende wordt door de wet een duidelijk onderscheid gemaakt tussen ‘titre’ (lidmaatschapsrechten) en ‘finance’ (vermogenswaarde). Indien deze echtgenoot zijn beroepsinkomsten “parkeert” in zijn vennootschap, leidt de gemeenschap op termijn geen nadeel: de waarde van die aandelen behoort immers tot de huwgemeenschap. Er hoeft dan ook geen vergoeding tussen de vermogens  plaats te vinden.

Aandelen verkregen met eigen gelden
De aandelen in de professionele vennootschap zullen evenwel tot het eigen vermogen van de echtgenoot behoren, indien deze echtgenoot de aandelen ofwel reeds voor het huwelijk heeft verworven ofwel tijdens het huwelijk heeft verkregen hetzij via eigen gelden hetzij via erfenis of gift. Het is in het kader van deze aandelen, behorend tot het eigen vermogen van een echtgenoot, dat artikel 1432, lid 2 BW in het leven werd geroepen. Wanneer immers deze echtgenoot zichzelf slechts een geringe vergoeding uitkeert voor zijn gedane prestaties binnen zijn eigen vennootschap, zal de gemeenschap wel een nadeel ondervinden. De gemeenschap ontvangt namelijk niet de hogere opbrengst die zij redelijkerwijze zou verkrijgen indien de echtgenoot zijn professionele activiteit zou uitoefenen als zelfstandige of werknemer. Meer nog, de eigen vennootschap zal de rest van de verwezenlijkte winsten kunnen reserveren of kapitaliseren, waardoor de waarde van de eigen aandelen en bijgevolg eveneens het eigen vermogen van deze beroepsactieve echtgenoot zal stijgen.

Daarom bepaalt artikel 1432, lid 2 BW dat, indien de gemeenschap zulk nadeel ondervindt, de gemeenschap vergoed hoort te worden voor de netto beroepsinkomsten die zij niet heeft verkregen en die zij “redelijkerwijze” had kunnen verkrijgen indien het beroep niet via een eigen vennootschap werd beoefend. Deze eis tot vergoeding kan worden ingesteld door de mede-echtgenoot bij de ontbinding van het huwelijk en houdt niet de gehele waardevermeerdering van de aandelen in, maar slechts een compensatie voor de door de gemeenschap mislopen inkomsten.

De beroepsactieve echtgenoot kan zich tegen deze eis tot compensatie verweren door aan te tonen dat de uitkering van een hogere c.q. normale vergoeding niet wenselijk was om diverse redenen: de financiële toestand van de vennootschap als gevolg van bijvoorbeeld zware verliezen of grote investeringen,  slechte conjunctuur dan wel  wegens economische of concurrentiegebonden redenen, etc. De echtgenoot dient zijn verweer te staven met de nodige documenten. Indien het een complexe situatie aanbelangt, en partijen geen akkoord vinden, zal er een deskundige aangesteld worden.

Let wel: het uitoefenen van een beroep via een eigen vennootschap mag niet steeds als negatief worden ervaren ten aanzien van de gemeenschap. Zo zijn aan de tussenkomst van een vennootschap vaak eveneens voordelen verbonden voor de gemeenschap. Zo denken wij aan een (gezins)woning die werd aangekocht door de vennootschap en waarvoor het gezin geen huur hoeft te betalen of de aankoop van een wagen via de vennootschap. 

Toepassing in de tijd
Deze vergoedingsregel is van toepassing op alle echtgenoten die gehuwd zijn na 1 september 2018. Diegene die reeds gehuwd waren op 1 september 2018 kunnen deze vergoeding slechts eisen voor de “gederfde” inkomsten vanaf 1 september 2018. Vroegere “gederfde” inkomsten kunnen niet meer worden gerecupereerd op basis van het nieuwe artikel 1432, lid 2 BW.

[1] (artikel 1432, lid 2 BW)

Het verdere verloop van de relatie tussen het VK, de EU en de EER
Welke impact heeft de Brexit op uw vennootschapsbelasting?
Op vandaag hoort het Verenigd Koninkrijk (VK) nog steeds tot de Europese Unie (EU) evenals tot de Europese Economische Ruimte (EER). Intussen kreeg het VK namelijk tot ten laatste 31 oktober 2019 de tijd om de Brexit te realiseren. Dit betekent dan ook dat grensoverschrijdende transacties die met het VK worden verricht nog steeds binnen het toepassingsgebied van de Europese richtlijnen vallen. Na
Minder streng circulaire voor horecasector
Nieuw circulaire voor BTW tarief bij restaurant- en cateringdiensten
Op 1 januari 2010 werd het btw tarief voor restaurant- en cateringdiensten verlaagd naar 12%. Dit tarief geldt enkel voor het eten. De dranken (ook de niet-alcoholische en de koffie en thee) zijn nog onderworpen aan het standaard btw-tarief van 21%. De Administratie publiceerde op 23 december 2009 een toelichting waarin ze besprak hoe een enige prijs voor een menu (inclusief drank) voor het bepale
Wordt uw bestuurdersaansprakelijkheid eindelijk beperkt?
Bestuurdersaansprakelijkheid in het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen
Wordt uw bestuurdersaansprakelijkheid eindelijk beperkt onder het nieuwe WVV? Het nieuw Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) werd, na een hobbelig parcours te hebben doorlopen, op 28 februari 2019 gestemd in de Kamer. Een van de meest in het oog springende vernieuwingen die het WVV doorvoert is de invoering van een beperking op de bestuurdersaansprakelijkheid in artikel 2:57. Va
Voortaan ook ‘hoge’ forfaitaire kostenaftrek voor zelfstandigen.
Aangifteformulier personenbelasting AJ 2019: enkele nieuwigheden toegelicht
Voortaan ook ‘hoge’ forfaitaire kostenaftrek voor zelfstandigen en andere wijzigingen. Het nieuwe aangifteformulier personenbelasting voor aanslagjaar 2019 werd op 7 april gepubliceerd, het startschot voor de jaarlijkse aangifterace is dus gegeven. Voor de Vlaamse aangifte zijn er “slechts” 6 codes bijgekomen en voor de Waalse en de Brusselse aangifte telkens “slechts” 7 codes. Toch
Heeft het nieuw ondernemingsbegrip gevolgen voor u?
Ruimere inschrijvingsplicht in de KBO – verduidelijking voor ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid
In een vorig artikel lichtten we al toe dat de invoering van het begrip ‘onderneming’ in het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) ook gevolgen heeft voor de inschrijving in de KBO (Kruispuntbank van Ondernemingen). Hier willen we dieper ingaan op de inschrijvingsplicht voor ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid.  Gevolg verruimd ondernemingsbegrip  Door h
Voelbare gevolgen op fiscaal vlak
Impact van de Brexit op de registratie- en erfbelasting
De spanning in het Verenigd Koninkrijk is te snijden. De initiële datum van de Brexit, 29 maart 2019, werd inmiddels opgeschoven. Naargelang er een akkoord wordt goedgekeurd of niet op 29 maart, wordt de datum van de Brexit opgeschoven naar 12 april in geval van een harde Brexit (zonder akkoord) en naar 22 mei in geval van een zachte Brexit (met akkoord). Het is een evidentie dat de Brexit z
Een versoepeling voor KMO's
Nieuwe interestaftrekbeperking biedt vooral ook opportuniteiten
Als onderdeel van de hervorming van de vennootschapsbelasting van eind 2017 werd ook een nieuwe interestaftrekbeperking ingevoerd.
Enkele belangrijke tijdstippen uitgelicht
Het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen
Reeds geruime tijd werd het nieuwe vennootschaps- en verenigingsrecht aangekondigd en op 28 februari 2019 werd de wet goedgekeurd door de Kamer. Hieronder geven we een korte toelichting over enkele belangrijke tijdstippen die gepaard gaan met de inwerkingtreding van deze nieuwe wetgeving.   Invoering van de nieuwe wetgeving  De wet tot invoering van het Wetboek van Ven
Vanaf 1 mei 2019
Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen goedgekeurd
Op 28 februari 2019 heeft de Kamer het langverwachte Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (afgekort WVV) dan toch goedgekeurd. Vanaf 1 mei 2019 heeft ons land bijgevolg een nieuw vennootschapsrecht. Het huidige Wetboek van Vennootschappen - dat reeds van 7 mei 1999 dateert – is niet langer aangepast aan de hedendaagse behoeften van het bedrijfsleven. Met het WVV tracht de wetgever Belg
De revival van opstal
Opstal als stealth-vruchtgebruik?
Recent werd een opmerkelijk arrest door het Hof van Beroep van Brussel geveld inzake de belasting van te goedkope natrekking bij opstal (23 januari 2019). Ook in het verleden waren hier al een aantal uitspraken over gedaan (zie onder meer het Hof te Gent van 31 oktober 2017). De interesse omtrent het einde van opstal bestaat duidelijk bij de fiscus en de beide arresten tonen ook aan dat er soms we
Hoe aftrekbaar zijn uw restaurantkosten?Download de fiscale gids

Word jij onze nieuwe collega?

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief