Voortaan fiches en bedrijfsvoorheffing bij voordelen toegekend door buitenlandse ondernemingen

Moet, op een voordeel ontvangen van een buitenlandse vennootschap, bedrijfsvoorheffing worden ingehouden en moet dit worden aangegeven op een fiche? Die vraag dient thans in de meeste situaties negatief te worden beantwoord. Daar zal in de toekomst echter verandering in komen.Een nieuw wetsontwerp d.d. 18 december 2018 voorziet immers in de invoering van een fiscale fictie die de (Belgische) werkgever van de begunstigde werknemer ertoe verplicht om op dergelijke toekenningen door verbonden buitenlandse groepsvennootschappen niet alleen bedrijfsvoorheffing in te houden, maar deze ook te onderwerpen aan een ficheverplichting.

Welke “voordelen”?
Naast de gebruikelijke bezoldigingen kan een werkgever zijn personeel verlonen door het toekennen van bijvoorbeeld aandelenopties, gratis aandelen, cash- of loonbonussen, winstpremies, Restricted Stock Units (RSU’s),… Het voordeel dat voortvloeit uit bv. het gratis toekennen van aandelenopties, is een belastbaar voordeel van alle aard, dat deel uitmaakt van de bezoldiging van de werknemer waarop de werkgever bedrijfsvoorheffing moet inhouden.

Voordelen door buitenlandse groepsvennootschappen
In onze huidige mondiale economie komt het in de praktijk wel eens vaker voor dat aandelenopties, aandelen met korting, gratis aandelen of andere voordelen van alle aard worden verleend door een niet in België gevestigde onderneming die verbonden is met de werkgever, aan een begunstigde Belgisch inwoner. De buitenlandse groepsvennootschap wil de werknemers in een bepaald land belonen en doet dit door bv. aandelenopties, aandelen met korting, gratis aandelen toe te kennen aan de werknemers van haar Belgische groepsvennootschap.

Vandaag de dag is er voor situaties waarin voordelen worden toegekend door buitenlandse ondernemingen geen wetgeving voorhanden die voorziet in een verplichting tot betaling en inhouding van bedrijfsvoorheffing of in een ficherapporteringsverplichting (uitgezonderd in geval de voordelen op de resultaten van een vaste inrichting worden toegerekend). Noch de buitenlandse toekenner, noch de Belgische werkgever (op voorwaarde dat deze niet actief tussenkomt) zijn gehouden het voordeel te rapporteren of er bedrijfsvoorheffing over in te houden. De buitenlandse groepsonderneming kan immers moeilijk onderworpen worden aan een uit het Belgische recht voorvloeiende verplichting, terwijl de Belgische onderneming er niet toe gehouden kan worden om bedrijfsvoorheffing in te houden als zij zelf niet tussenkomt in de verrichting.

Uitzondering hierop betreft de ficheverplichting voor aandelenopties voorzien in artikel 44 van de Aandelenoptiewet van 26 maart 1999. Die bepaling stelt dat indien een buitenlandse onderneming belastbare voordelen voortkomende uit opties toekent, wegens of naar aanleiding van de beroepswerkzaamheid van de begunstigde ten behoeve van een Belgische belastingplichtige (d.i. de Belgische vennootschap-werkgever), deze Belgische belastingplichtige de vereiste individuele fiches en samenvattende opgaven dient over te leggen. Bij ontstentenis daarvan worden de voordelen als abnormaal of goedgunstig aangemerkt en bij de eigen belastbare inkomsten van de Belgische onderneming gevoegd. Voor de Belgische werkgever is het dus van belang steeds op de hoogte te zijn ingeval er aandelenopties vanuit de buitenlandse groepsvennootschap worden toegekend aan één van haar werknemers of bedrijfsleiders.

Verkregen door de genieter
Ondanks de afwezigheid van de bedrijfsvoorheffingsplicht of ficheverplichting vormt een van een buitenlandse groepsvennootschap verkregen voordeel nochtans wel een belastbaar inkomen. Belastbare bezoldigingen in fiscalibus omvatten namelijk alle beloningen die zijn verkregen uit hoofde of naar aanleiding van het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid. De genieter dient een verkregen voordeel derhalve op te nemen in zijn aangifte in de personenbelasting (of desgevallend aangifte niet-inwoners). Zowel bezoldigingen van werknemers, als bezoldigingen van bedrijfsleiders worden beoogd.

In het verleden hebben belastingplichtigen dikwijls geprobeerd de dans van de belastingheffing te ontspringen wanneer zij RSU’s vanuit een buitenlandse vennootschap toegekend kregen, al dan niet wetende dat het correct innen van de belasting voor de fiscus vaak geen evidentie is. De ontstentenis van enige ficherapporteringsverplichting of verplichting tot inhouding van bedrijfsvoorheffing, gecombineerd met het feit dat de eventuele opbrengsten van de RSU’s vaak worden gestort op een buitenlandse effectenrekening, kan belastingplichtigen immers doen geloven dat deze opbrengsten niet onderworpen moeten worden aan belastingheffing in België.

De Belgische belastingadministratie, in het bijzonder dan de BBI, richt haar pijlen op werknemers die voordelen toegekend krijgen door buitenlandse vennootschappen-multinationals, bij wijze van een georganiseerde controleactie. Is het verkregen voordeel niet onderworpen aan inhouding van bedrijfsvoorheffing, dan gaat de Administratie na of het voordeel wel in de aangifte personenbelasting werd opgenomen en gaat zij bij ontstentenis daarvan desgevallend over tot belastingheffing, verhogingen inbegrepen.

De (ontwerp)regeling
Het wetsontwerp doelt een regeling in te voeren waardoor voortaan een Belgisch belastingplichtige vennootschap wiens werknemer wegens of naar aanleiding van het uitoefenen van zijn beroepsactiviteit voordelen ontvangt vanwege een met die belastingplichtige verbonden buitenlandse vennootschap, geacht zal worden die voordelen zelf te hebben toegekend. Verbonden ondernemingen zijn deze die beantwoorden aan de criteria van artikel 11 van het Wetboek van vennootschappen.

Het ontwerp roept een fiscale fictie in het leven die voor de werkgever van de genieter van het voordeel de verplichting invoert om enerzijds het voordeel te rapporteren op een fiche en samenvattende opgave, en anderzijds bedrijfsvoorheffing in te houden en door te storten naar de Schatkist. Zelfs indien de Belgische werkgever bij de verrichting niet tussenkomt (als schuldenaar, bewaarder, mandataris of als tussenpersoon) is zij op basis van de fictie dus gehouden deze verplichtingen te vervullen. De ficheverplichting zal reeds gelden voor de kwalificerende bezoldigingen en voordelen van alle aard toegekend of betaalbaar gesteld gedurende het kalenderjaar 2018. De door de Minister van Financiën op te stellen modelfiche dient via elektronische weg aan de FOD Financiën te worden bezorgd vóór 1 maart 2019. Bij afwezigheid, onvolledigheid of laattijdigheid van de bedoelde fiche zal een boete van 10% van het bedrag van het toegekende voordeel verschuldigd zijn.

De fictie met betrekking tot de bedrijfsvoorheffing zal op haar beurt dienen te worden toegepast op bezoldigingen die vanaf 1 januari 2019 worden toegekend of betaalbaar gesteld. Verkrijgt een door een Belgische werkgever tewerkgestelde belastingplichtige vanaf 1 januari 2019 een voordeel vanuit de buitenlandse verbonden groepsvennootschap van zijn werkgever, dan dient deze Belgische vennootschap-werkgever de bedrijfsvoorheffing in te houden en af te dragen. Gezien de Belgische vennootschap in principe niet tussenkomt, zal het dus van belang zijn de interne bedrijfspolicies af te stemmen op de nieuwe regeling, zodat de werkgever steeds op de hoogte wordt gebracht van vanuit het buitenland toegekende voordelen zodat zij haar meldings- en inhoudingsverplichtingen kan volbrengen.

Conclusie
Hoewel in de huidige stand van wetgeving er geen verplichting is tot inhouding van bedrijfsvoorheffing en tot ficherapportering bij voordelen verkregen van een buitenlandse groepsvennootschap, is een dergelijk voordeel steeds verplicht op te nemen in de aangifte personenbelasting. Aangezien de bedrijfsvoorheffing louter een voorschot op de definitieve inkomstenbelasting betreft, kunnen werkgevers de voorheffing natuurlijk ook gewoon vrijwillig inhouden.

Voor de belastingplichtige genieters van de voordelen die in het verleden in het ongewisse bleven of zij al dan niet aan belastingheffing onderworpen zouden worden, kan het ontwerp daarom worden toegejuicht. Alle voordelen zullen voortaan immers moeten worden gemeld en onderworpen worden aan bedrijfsvoorheffing. Degenen die gebruik probeerden te maken van de vaagheid van het stelsel van de belastbaarheid over vanuit het buitenland verkregen voordelen, zullen zich op hun beurt niet meer kunnen beroepen op hun goede trouw wanneer zij naheffing ontvangen over een ‘vergeten’ niet-aangegeven voordeel.

Daarnaast zal de ontworpen regeling de moeilijkheden verhelpen waarmee de fiscus te kampen had aangaande het correct innen van de belasting over vanuit het buitenland toegekende voordelen. De uitbreiding van de ficheverplichting heeft tenslotte tot gevolg dat er veel meer verkregen voordelen dienen te worden gemeld, waardoor de fiscus alvast een beter overzicht heeft van over welke voordelen zij bedrijfsvoorheffingen moet ontvangen. 

Heeft het nieuw ondernemingsbegrip gevolgen voor u?
Ruimere inschrijvingsplicht in de KBO – verduidelijking voor ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid
In een vorig artikel lichtten we al toe dat de invoering van het begrip ‘onderneming’ in het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) ook gevolgen heeft voor de inschrijving in de KBO (Kruispuntbank van Ondernemingen). Hier willen we dieper ingaan op de inschrijvingsplicht voor ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid.  Gevolg verruimd ondernemingsbegrip  Door h
Voelbare gevolgen op fiscaal vlak
Impact van de Brexit op de registratie- en erfbelasting
De spanning in het Verenigd Koninkrijk is te snijden. De initiële datum van de Brexit, 29 maart 2019, werd inmiddels opgeschoven. Naargelang er een akkoord wordt goedgekeurd of niet op 29 maart, wordt de datum van de Brexit opgeschoven naar 12 april in geval van een harde Brexit (zonder akkoord) en naar 22 mei in geval van een zachte Brexit (met akkoord). Het is een evidentie dat de Brexit z
Een versoepeling voor KMO's
Nieuwe interestaftrekbeperking biedt vooral ook opportuniteiten
Als onderdeel van de hervorming van de vennootschapsbelasting van eind 2017 werd ook een nieuwe interestaftrekbeperking ingevoerd.
Enkele belangrijke tijdstippen uitgelicht
Het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen
Reeds geruime tijd werd het nieuwe vennootschaps- en verenigingsrecht aangekondigd en op 28 februari 2019 werd de wet goedgekeurd door de Kamer. Hieronder geven we een korte toelichting over enkele belangrijke tijdstippen die gepaard gaan met de inwerkingtreding van deze nieuwe wetgeving.   Invoering van de nieuwe wetgeving  De wet tot invoering van het Wetboek van Ven
Vanaf 1 mei 2019
Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen goedgekeurd
Op 28 februari 2019 heeft de Kamer het langverwachte Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (afgekort WVV) dan toch goedgekeurd. Vanaf 1 mei 2019 heeft ons land bijgevolg een nieuw vennootschapsrecht. Het huidige Wetboek van Vennootschappen - dat reeds van 7 mei 1999 dateert – is niet langer aangepast aan de hedendaagse behoeften van het bedrijfsleven. Met het WVV tracht de wetgever Belg
De revival van opstal
Opstal als stealth-vruchtgebruik?
Recent werd een opmerkelijk arrest door het Hof van Beroep van Brussel geveld inzake de belasting van te goedkope natrekking bij opstal (23 januari 2019). Ook in het verleden waren hier al een aantal uitspraken over gedaan (zie onder meer het Hof te Gent van 31 oktober 2017). De interesse omtrent het einde van opstal bestaat duidelijk bij de fiscus en de beide arresten tonen ook aan dat er soms we
Paradepaardje of toch eerder louter doekje tegen het bloeden?
Het Belgisch fiscaal consolidatieregime
Het algemene opzet met de invoering van een fiscaal consolidatieregime was duidelijk, met name het Belgische fiscale stelsel terug positief in de kijker zetten. Vele van de ons omringende landen kennen immers al jaar en dag een systeem van fiscale consolidatie en België scoorde daardoor slecht op dit punt wanneer internationale groepen een investeringslocatie moeten kiezen. De vraag die op ied
De nieuwe regels voor btw-behandeling van vouchers
De wondere wereld van btw en bonnen
Bonnen zijn een zeer populair marketing instrument. Er zijn diverse soorten bonnen: kortingsbonnen uitgegeven door een fabrikant, in te ruilen bij om het even welk verkooppunt in België, kortingsbonnen gratis verstrekt door retailers, bonnen waarmee een nieuw gelanceerd artikel gratis kan worden verkregen, cadeaucheques die kunnen worden ingewisseld voor een heel gamma producten of diensten, elek
'Pauliaanse vordering' schiet te hulp
De fiscus buitenspel zetten door het verwerpen van de nalatenschap: kan dat?
In het erfrecht hebben verschillende erfgenamen een reservataire aanspraak. Zij hebben dus recht op een minimum erfdeel. Sinds de nieuwe erfwet mag men vrij beschikken over de helft van zijn vermogen. Dit noemt men het beschikbaar deel. Als het beschikbaar deel overschreden wordt door giften, kunnen de reservataire erfgenamen de inkorting vragen. Via de inkorting eisen de reservataire erfgenamen,
Ruimere inschrijvingsplicht in de KBO
Registratie in de KBO onder het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen
In het streven naar een aantrekkelijker ondernemingsklimaat werd er gesleuteld aan het ondernemingsrecht. Het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (“WVV”) schaft het begrip ‘handelaar’ af en voert het nieuwe begrip ‘onderneming’ in. Het nieuwe ondernemingsbegrip heeft gevolgen voor de inschrijving in de KBO (Kruispuntenbank van Ondernemingen).  Ruim
Hoe aftrekbaar zijn uw restaurantkosten?Download de fiscale gids

Word jij onze nieuwe collega?

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief