De wondere wereld van btw en bonnen

Bonnen zijn een zeer populair marketing instrument. Er zijn diverse soorten bonnen: kortingsbonnen uitgegeven door een fabrikant, in te ruilen bij om het even welk verkooppunt in België, kortingsbonnen gratis verstrekt door retailers, bonnen waarmee een nieuw gelanceerd artikel gratis kan worden verkregen, cadeaucheques die kunnen worden ingewisseld voor een heel gamma producten of diensten, elektronische bonnen, …
Weet u meteen wat gedaan wanneer een klant met een bon in uw zaak “betaalt”? Hoe dient u uw btw-omzet te bepalen en te rapporteren? Overweegt u om zelf bonnen uit te geven en wilt u zeker zijn dat u niet te veel of te vroeg btw afdraagt? Ziet u ook soms door de ‘bonnen’ het bos niet meer?

Begrijpelijk, want de toepasselijke regels zijn complex. De nieuwe regels voor de btw-behandeling van vouchers die de Europese Richtlijn 2016/1065 omzetten in het Belgische btw-Wetboek werden goedgekeurd in de Kamer op 31 januari. Deze nieuwe regels zijn ingegaan op 1 januari 2019. De btw-administratie had reeds eerder toelichting geboden bij de nieuwe regels door middel van een circulaire opgesteld onder de vorm van een FAQ-lijst.

Begrip ‘voucher’
Zowel de wettekst als de circulaire verduidelijken vooreerst wat precies moet worden verstaan onder het begrip ‘voucher’. Deze definitie is erop gericht vouchers te onderscheiden van kortingsbonnen enerzijds en betaalinstrumenten anderzijds. Een voucher wordt gedefinieerd als:

“een instrument dat door bepaalde leveranciers aanvaard wordt als gehele of gedeeltelijke tegenprestatie voor de levering van bepaalde goederen of diensten”

Dit onderscheidt een voucher van een (algemeen) betaalinstrument. De nieuwe regels betreffen louter vouchers die verkocht worden. Gratis uitgegeven waardebonnen (die in feite pure kortingsbonnen vormen) vallen dus niet onder deze nieuwe regels.

Onder andere volgende instrumenten moeten dus als vouchers worden beschouwd:

  • maaltijd- en ecocheques;
  • bioscoopbonnen;
  • armbandjes waarmee eten en drank kan worden gekocht op een festival;
  • waardebonnen waarmee een verblijf in diverse hotels kan worden betaald, etc.

Volgende instrumenten zijn geen vouchers zoals bedoeld in de nieuwe btw-regeling:

  • spaarkaarten;
  • kortingsbonnen;
  • prepaid betaalkaarten en prepaid telefoonkaarten;
  • bonnen die recht geven op een gratis product uitgegeven ter promotie van een nieuw product, etc.

SPV of MPV
Vouchers worden vervolgens onderverdeeld in twee categorieën, de voucher voor enkelvoudig gebruik (single purpose voucher of SPV) en de voucher voor meervoudig gebruik (multi purpose voucher of MPV). Een voucher wordt aangemerkt als een SPV wanneer op het moment van uitgifte geweten is:

  • waar de handeling btw-technisch zal plaatsvinden (dit is: in welke EU- lidstaat, zodat bepaald is welke btw verschuldigd is)
  • wat het toepasselijke btw-tarief zal zijn

Wanneer een van deze voorwaarden (of beiden) niet is voldaan, spreekt men van een MPV. Een voucher voor een overnachting met ontbijt in een hotel in België, zal dus als een SPV moeten worden aangemerkt. Zowel de overnachting als het ontbijt zijn onderworpen aan het 6% btw-tarief. Indien men met dezelfde voucher bijvoorbeeld ook in een hotel in Nederland kan overnachten, zal de voucher als een MPV moeten worden beschouwd. Hetzelfde geldt als de voucher recht geeft op een arrangement bestaande uit overnachting, ontbijt en een gastronomisch diner, in een Belgisch hotel, te kiezen uit een selectie van twintig hotels. Het diner is immers onderworpen aan het 12% btw-tarief en er kan op voorhand niet bepaald worden hoe het hotel het arrangement opdeelt tussen overnachting met ontbijt enerzijds en het diner anderzijds.

Opeisbaarheid btw
Het moment waarop de btw opeisbaar wordt, verschilt al naargelang de bon als een SPV dan wel een MPV moet worden aangemerkt. Bij een SPV wordt de btw verschuldigd op het moment van uitgifte. Elke volgende overdracht van een SPV die de finale inwisseling vooraf gaat, zorgt er eveneens voor dat de btw verschuldigd en opeisbaar wordt. De finale inwisseling van de voucher voor goederen en/of diensten, leidt niet tot enige opeisbaarheid van btw. Als een SPV wordt uitgegeven door een persoon die niet de leverancier is van de goederen/diensten waarvoor de voucher wordt uitgereikt, zal de leverancier geacht worden de goederen/diensten te leveren aan de uitgever van de voucher en dit op het moment dat de voucher wordt ingewisseld. Wanneer bv. een supermarktketen eigen vouchers voor een toegang tot een pretpark naar keuze in België verkoopt, wordt de btw verschuldigd op het moment van uitgifte (lidstaat van verbruik en btw-tarief zijn immers gekend). Op het moment dat de voucher vervolgens wordt ingewisseld, verricht het gekozen pretpark een (btw-belaste) dienst voor de supermarktketen, waarvoor zij een factuur dient op te maken aan deze laatste. Merk op dat de feitelijke inwisseling van de voucher door de bezoeker dus niet aan de btw is onderworpen. Dit maakt dat de verwerking van ontvangen vouchers in de kassa’s van heel wat ondernemingen bijzondere aandacht verdient!

De btw-behandeling van een MPV vormt het spiegelbeeld; de uitgifte en volgende overdrachten van de MPV zijn niet aan de btw onderworpen. Slechts op het moment dat de MPV wordt ingewisseld kan het bedrag van de verschuldigde btw worden vastgesteld en wordt deze opeisbaar. Zolang de voucher niet wordt ingewisseld, dient er dus ook geen btw te worden afgedragen, terwijl deze wel reeds ontvangen werd. De prijs vermeld op de voucher is in de regel een inclusief btw prijs. Dit leidt dus tot een cashflow-voordeel.

Wat dan met vervallen vouchers die niet ingewisseld worden? Over een vervallen SPV werd de btw reeds verschuldigd op het moment van uitgifte. Deze btw kan bij verval van de voucher dan ook niet worden teruggestort. Uitgezonderd natuurlijk de situatie waarbij de voucher wordt teruggenomen en wordt terugbetaald. Wanneer een MPV daarentegen vervalt, is nog geen btw opeisbaar geworden en zal dit ook niet meer gebeuren. Een MPV die vervalt, leidt dus niet tot verschuldigde btw, zelfs al werd bij het bepalen van de prijs principieel rekening gehouden met de toekomstige verschuldigde btw.

Optimalisatiemogelijkheden
Afhankelijk van uw specifieke situatie, kan het gebruik van voucher geoptimaliseerd worden. De optimalisatie wordt mee bepaald door het soort voucher dat gebruikt wordt. Hieronder geven wij alvast enkele voorbeelden.

Zoals hierboven al aangegeven zal een MPV die niet tijdig wordt ingeruild, tot een grotere omzet leiden dan wanneer een SPV vervalt. Op het moment dat een SPV wordt uitgereikt, moet immers de verschuldigde btw worden afgedragen. Bij uitgifte van een MPV wordt er nog geen btw verschuldigd. Deze dient pas te worden afgedragen op het moment dat de inwisseling plaatsvindt. Als de voucher niet ingewisseld wordt, bestaat de omzet dus uit de betaalde waarde voor de voucher inclusief het btw-bedrag waarmee rekening werd gehouden bij het bepalen van de verkoopprijs van de voucher.

Een SPV kan daarentegen in sommige gevallen de kosten beperken van diegene die deze aankoopt. Neem bv. een bedrijf dat als eindejaarscadeau aan haar werknemers een voucher uitdeelt (we veronderstellen hier dat dit eindejaarscadeau aan de voorwaarden voor recht op aftrek voldoet, bv. kostprijs lager dan 50 EUR excl. btw). De aankoop van MPV’s leidt in dit verband niet tot opeisbaarheid van de btw, waardoor het bedrijf ook geen btw over de aankoop in aftrek kan brengen. De kosten van het bedrijf bestaan dan uit de volledige prijs betaald voor de MPV’s. Als daarentegen SPV’s worden aangekocht door het bedrijf, wordt de btw wél verschuldigd, en het bedrijf zal deze principieel in aftrek kunnen brengen. De kosten zullen in dit verband bestaan uit het betaalde bedrag voor SPV’s verminderd met de aftrekbare btw.

Hoewel de Belgische wetgever de Europese Richtlijn nauwgezet heeft omgezet, zijn er nog een aantal specifieke situaties die niet duidelijk bepaald zijn. Het valt te verwachten dat er in de toekomst (zeker bij grensoverschrijdend gebruik van vouchers) nog heel wat discussies zullen zijn.

En hoe zat het nu weer met kortingsbonnen?
Zoals hiervoor vermeld vallen kortingsbonnen niet onder de nieuwe regels. Hoe verwerkt u deze kortingsbonnen als retailer? Stel uw klant overhandigt zijn bon aan u. Het betreft een door een fabrikant gratis verspreide kortingsbon (bv. € 5 korting bij aankoop van een bepaald product of een tegoedbon voor een gratis product), die de fabrikant daaropvolgend vergoedt aan de winkelier. In dat geval moet u de waarde van de bon (waaruit u de btw haalt) bij de levering van het goed mee in aanmerking nemen om uw btw-omzet te bepalen. De terugbetaling van de bon door de uitgever ervan leidt dan niet tot een verschuldigde btw bij de winkelier. Indien u zelf als retailer gratis bonnen verspreidt moet u geen btw afdragen over de bonnen die ingeruild worden. Deze vormen een door uzelf toegestane korting.

7 gevolgen van een foutieve inschrijving
Het belang van een correcte KBO-inschrijving anno 2019
Elke onderneming heeft zijn unieke inschrijving in de KBO, vaak wordt echter vergeten deze inschrijving up-to-date te houden. Dit kan onaangename gevolgen hebben. ​De Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) is een register van de FOD Economie waarin alle basisgegevens van ondernemingen en hun vestigingseenheden verzameld zijn. Ze centraliseren de basisgegevens en vestigings
Is het nu 50% of 100% aftrekbaar?
Receptiekosten van een publicitair evenement slechts beperkt aftrekbaar
Volgens de letter van de wet (art. 53, 8° WIB) zijn beroepsmatig gedane receptiekosten slechts voor 50% aftrekbaar. Er bestaat sinds lange tijd discussie over de vraag of die aftrekbeperking ook geldt als de receptiekosten worden gemaakt in het kader van een publicitair evenement. Behouden deze kosten de aard van receptiekosten, ook als ze een publicitair doel hebben? Of vallen ze onder een
Juridisch is dit niet zo vanzelfsprekend
Herstructureren? Denk aan uw bestuursmandaten
Bij de herstructurering van vennootschappen komt heel wat kijken. Een element dat daarbij geregeld uit het oog wordt verloren betreft de bestuursmandaten die de overgenomen vennootschap waarneemt in een aantal andere vennootschappen. De vraag is wat het lot is van deze bestuursmandaten eens de besturende vennootschap verdwijnt ingevolge fusie of splitsing. In vele gevallen is het de bedo
Vanaf 1 jan 2020 enkel nog nieuwe formulieren
Nieuwe publicatieformulieren voor het Belgisch Staatsblad
Vennootschappen, verenigingen en stichtingen die teksten, zoals bv. oprichtingsaktes, benoemingen bestuurders etc., moeten neerleggen op de griffie van de ondernemingsrechtbank dienen hiervoor speciale formulieren te gebruiken. Op 30 april 2019 verscheen in het Belgisch Staatsblad het nieuwe Koninklijk Besluit van 29 april 2019 tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
Dit jaar zal het vaker voorkomen dat er moet gereageerd worden
Voorstel van vereenvoudigde aangifte? Kijk goed na en reageer tijdig!
Reeds sinds enkele jaren zit het aantal voorstellen van vereenvoudigde aangifte in de lift. Dit jaar zullen meer dan 3,2 miljoen Belgen zo’n voorstel krijgen. Als er niets moet worden gewijzigd, moet u ook niet reageren. Maar als er toch iets moet worden aangepast (lees: de fiscus heeft onjuiste of onvolledige gegevens), dan moet u tijdig reageren. Dit jaar zal het&
Ook ondernemingen moeten nu uitdrukkelijk de procedure volgen
Belangenconflict in het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen
Sinds 1 mei 2019 is het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) in werking getreden. Het WVV voorziet in een ruimere en strengere regeling inzake de belangenconflicten die zich mogelijks kunnen voordoen binnen een onderneming. De verruiming bestaat erin dat de bestuurders van coöperatieve vennootschappen, vzw’s&nb
Belangrijke tips bij een schenking
Enkele do’s en don'ts bij de bankgift
De bankgift is nog steeds een zeer geliefde techniek voor de overdracht van geld bij wijze van schenking. Dit is niet zo verwonderlijk aangezien de bankgift een geldige schenking geeft zonder (al te veel) formalisme en zonder schenkbelasting, indien deze volgens de regels van het spel wordt uitgevoerd. Toch zijn er enkele spelregels die roet in het eten dreigen te gooien, indien ze niet corre
Het verdere verloop van de relatie tussen het VK, de EU en de EER
Welke impact heeft de Brexit op uw vennootschapsbelasting?
Op vandaag hoort het Verenigd Koninkrijk (VK) nog steeds tot de Europese Unie (EU) evenals tot de Europese Economische Ruimte (EER). Intussen kreeg het VK namelijk tot ten laatste 31 oktober 2019 de tijd om de Brexit te realiseren. Dit betekent dan ook dat grensoverschrijdende transacties die met het VK worden verricht nog steeds binnen het toepassingsgebied van de Europese richtlijnen vallen. Na
Minder streng circulaire voor horecasector
Nieuw circulaire voor BTW tarief bij restaurant- en cateringdiensten
Op 1 januari 2010 werd het btw tarief voor restaurant- en cateringdiensten verlaagd naar 12%. Dit tarief geldt enkel voor het eten. De dranken (ook de niet-alcoholische en de koffie en thee) zijn nog onderworpen aan het standaard btw-tarief van 21%. De Administratie publiceerde op 23 december 2009 een toelichting waarin ze besprak hoe een enige prijs voor een menu (inclusief drank) voor het bepale
Wordt uw bestuurdersaansprakelijkheid eindelijk beperkt?
Bestuurdersaansprakelijkheid in het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen
Wordt uw bestuurdersaansprakelijkheid eindelijk beperkt onder het nieuwe WVV? Het nieuw Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) werd, na een hobbelig parcours te hebben doorlopen, op 28 februari 2019 gestemd in de Kamer. Een van de meest in het oog springende vernieuwingen die het WVV doorvoert is de invoering van een beperking op de bestuurdersaansprakelijkheid in artikel 2:57. Va
Hoe aftrekbaar zijn uw restaurantkosten?Download de fiscale gids

Word jij onze nieuwe collega?

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief