Samenwerkingsverbanden in de medische sector: btw-administratie verduidelijkt wat kan onder vrijstelling van btw!

Prestaties van artsen, tandartsen, kinesitherapeuten, verpleegkundigen en medische verzorging door ziekenhuizen en psychiatrische instellingen zijn vrijgesteld van de btw. Steeds frequenter werken (para)medici samen, waarbij ze bepaalde kosten delen (bvb. gemeenschappelijk kabinet met secretariaat) of soms zelfs inkomsten poolen. Deze samenwerkingen tussen (para)medici kunnen evenwel tot btw-problemen leiden als de associatie zelf btw moet aanrekenen op haar ondersteunende prestaties voor de leden van het samenwerkingsverband.  De associatie verricht in de regel immers geen “medische prestaties” naar de artsen, maar doet mogelijks wel aan de btw onderworpen ondersteunende diensten naar de leden van de associatie. Deze leden kunnen de btw niet in aftrek brengen. Onder strikte voorwaarden kan een samenwerkingsverband beroep doen op de btw-vrijstelling voor “zelfstandige groeperingen” (voorheen: “kostendelende vereniging”) in de mate dat de associatie louter de terugbetaling van het aandeel van ieder lid van de associatie in de gezamenlijke uitgaven in rekening brengt.

Drie jaar na de invoering van de nieuwe wetgeving omtrent de btw-vrijstelling van de zelfstandige groeperingen  verduidelijkt de Administratie eindelijk haar standpunt over een aantal belangrijke praktische vragen voor de btw-behandeling van diverse vormen van samenwerkingsverbanden in de medische sector. De algemene Circulaire van 12 december 2016 besprak de btw-regeling van zelfstandige groeperingen immers louter in algemene termen, waarbij veel vragen over de concrete toepassing van de vrijstelling in de medische sector onbeantwoord bleven. De nieuwe Circulaire 2019/C/46 dd. 05/06/2019 omschrijft duidelijk welke samenwerkingsvormen in de (para)medische sector onder de vrijstelling van btw kunnen en welke vormen van samenwerking toch tot een btw-heffing aanleiding geven.

Bestaande samenwerkingsvormen zullen moeten afgetoetst worden aan de nieuwe circulaire. De nieuwe regels moeten in elk geval toegepast worden vanaf 1 januari 2020.

De nieuwe circulaire bespreekt zowel associaties zonder rechtspersoonlijkheid (maatschap of feitelijke vereniging) als associaties onder de vorm van een aparte rechtspersoon.

Telkens wordt de regeling in detail besproken. De juiste analyse is afhankelijk van het feit of de maatschap zich al dan niet apart heeft geïdentificeerd voor btw-doeleinden (hiervoor moeten bepaalde voorwaarden vervuld zijn). Verder onderscheid wordt gemaakt naargelang de kosten van de associatie gedeeltelijk gefinancierd worden door de “globaal medisch dossier”-vergoedingen (wat een courante praktijk is), rekening houdende met de wijze waarop deze vergoedingen aan de verschillende leden toegerekend worden. De circulaire bepaalt ook duidelijk wat de impact is indien ook inkomsten gepoold worden in de associatie. Bij associaties met rechtspersoonlijk wordt een onderscheid gemaakt naargelang de ontvangstbewijzen-getuigschriften worden uitgereikt op naam en ondernemingsnummer van de individuele (para)medische beroepsbeoefenaars, dan wel wanneer deze het ondernemingsnummer van de associatie bevatten. Verder worden de voorwaarden waaronder de terbeschikkingstelling van uitgeruste praktijkruimte onderworpen is aan de btw nauwkeurig bepaald en wordt de regeling toegelicht indien een associatie een niet-lid laat werken voor de associatie.

Tot slot wordt ook bevestigd dat inhoudingen verricht door een ziekenhuis op de centraal geïnde erelonen van artsen vrijgesteld zijn van de btw.

In deze langverwachte circulaire bepaalt de btw-Administratie aldus haar standpunt over heel wat heikele punten in de toepassing van de btw-vrijstelling in de medische sector.

Hoe aftrekbaar zijn uw restaurantkosten?Download de fiscale gids

Word jij onze nieuwe collega?

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief