Welke interest mag u nu betalen op uw rekening-courant?

Een vordering van een aandeelhouder of bedrijfsleider ten opzichte van de vennootschap kan een zeer interessante belegging zijn. De interesten die op deze rekening-courant worden betaald zijn in principe aftrekbaar voor de vennootschap, terwijl ze bij de bestuurder/aandeelhouder slechts aan 25% roerende voorheffing onderworpen zijn. Wat zijn de voorwaarden?

Principe
Een dergelijke vordering op uw vennootschap levert fiscaal gezien interessante inkomsten op. Deze interesten ondergaan slechts een belastingdruk van 25%. Dividenden en bezoldiging komen snel uit op meer dan 50%. Het is dus zeer verleidelijk om zoveel mogelijk geld aan uw vennootschap te lenen en er uiteraard zoveel mogelijk interest op aan te rekenen. De wetgever is akkoord met een dergelijke financieringsstructuur, maar vindt dat er niet mag overdreven worden. Daarom heeft de wetgever 2 belangrijke beperkingen ingevoerd.

Beperking 1: maximumstand rekening-courant

De stand van de rekening-courant op het einde van het boekjaar, mag volgens de wetgever niet hoger zijn dan de som van (i) het fiscaal volstort kapitaal op het einde van het boekjaar en (ii) de som van alle reeds belaste reserves bij het begin van dit boekjaar. Dit heeft tot gevolg dat een kapitaalverhoging tijdens het boekjaar de maximumgrens voor uw rekening-courant reeds verhoogt, terwijl de winst van het boekjaar zelf nog niet mag meegerekend worden. Omgekeerd geldt hetzelfde. Een kapitaalvermindering tijdens het boekjaar zal onmiddellijk effect hebben op de maximum-stand van uw rekening-courant, terwijl een verlies van het boekjaar (of uitkering van een dividend met aanrekening op de belaste reserves) pas vanaf het volgende jaar uitwerking zal vinden.

Een voorbeeld verduidelijkt veel:

INF148-1

Voor de vennootschap met het hierboven afgebeelde eigen vermogen, mag de stand van de rekening-courant op het einde van het boekjaar niet meer bedragen dan de som van:

Het fiscaal volstort kapitaal aan het einde van het boekjaar, namelijk € 612.630

De som van de belaste reserves aan het einde van het vorige boekjaar, namelijk € 24.381 + € 60.000 + € 3.116

Het saldo van de rekening-courant credit voor de bedrijfsleiders/aandeelhouders mag aldus de € 700.127 niet overschrijden.

Dit is de zogenaamde 1 op 1 thin capitalization regel. De wetgever wil hiermee vermijden dat vennootschappen louter met vreemd vermogen worden gefinancierd, en geen eigen kapitaal hebben.

Wanneer uw rekening courant een hoger saldo vertoont dan de hierboven berekende grens, zullen de interesten die op deze rekening courant worden aangerekend pro rata worden geherkwalificeerd in een dividend. Stel dat in hogervermeld voorbeeld de stand van de rekening-courant € 800.000 zou bedragen, en er werd € 40.000 interest op toegekend, dan zal een deel van de interest worden geherkwalificeerd in een dividend:

INF148-2

Van de € 40.000 toegekende interesten zal aldus € 4.993,65 fiscaal als dividend worden aanzien (en derhalve belast in de vennootschap). Het overschot blijft uiteraard als interest beschouwd.

Beperking 2: maximum rentevoet

De tweede beperking betreft de rentevoet die mag aangerekend worden. De wetgever bepaalt hier dat de rentevoet op deze rekening-courant niet hoger mag zijn dan de marktrente. De interest die wordt toegekend bovenop de marktrente, wordt eveneens geherkwalificeerd in een dividend.

In hogergenoemd geval, waarbij wij op een rekening-courant stand van € 800.000 een interest hebben ontvangen van € 40.000, hebben we gewerkt met een rentevoet van 5%. Stel dat in dit geval de marktrente 4% zou zijn. Dan zal slechts de eerste 4% als interest worden aanzien. Het surplus van 1% wordt dan opnieuw geherkwalificeerd in een dividend.

Wat is de marktrentevoet?

Beperking 1 is redelijk duidelijk, en heel eenvoudig te berekenen en laat geen interpretatie toe. Het is beperking 2 die uiteraard de meeste problemen oplevert. De belastingplichtige wenst uiteraard zoveel mogelijk interest te ontvangen, terwijl de fiscus met een herkwalificatie in dividenden meer belastingen zal kunnen innen, waardoor de fiscus liever een zo laag mogelijke rentevoet zal willen hanteren.

Dat dit aanleiding geeft tot veel discussie hoeven we u dus niet te vertellen.

Vergelijking met de wettelijk vastgelegde rentevoeten voor debetstand rekening-courant
Wanneer een vennootschap bepaalde voordelen kosteloos of tegen verminderde kost toestaat aan haar bedrijfsleiders (en ook aan andere personeelsleden), geeft dit aanleiding tot een belastbaar voordeel van alle aard. Om de waarde hiervan te bepalen heeft de wetgever bepaalde voordelen wettelijk gewaardeerd. Zo ook het toestaan van een lening aan de bedrijfsleider tegen een verminderde, of zelfs zonder interest.

De wetgever stelt hier dat indien de bedrijfsleider geld van de vennootschap leent (dus voor een rekening-courant debetstand), er voor 2013 minimaal 8,8% interest dient te worden aangerekend als voordeel van alle aard. De wetgever voorziet hier dus in een waardering van de interest op een rekening courant aan 8,8% als marktconform.

Standpunt fiscus
De vraag die zo voor de hand ligt is of deze wettelijk vastgelegde rentevoet ook mag worden gehanteerd voor een creditstand van de rekening-courant.

De fiscus is van mening dat deze wettelijk vastgelegde rentevoet enkel geldt voor de debetstand van de rekening courant en niet zomaar kan worden overgenomen voor een creditstand. Volgens de fiscus is dit geen marktconforme rentevoet.

Om problemen met de fiscus te vermijden is het onze ervaring dat de fiscus meestal wel akkoord gaat met een rentevoet die wordt bepaald door de rentevoeten zoals gepubliceerd op de website van de Nationale Bank. Namelijk de rentetarieven voor rekening-courant kredieten aan niet financiële ondernemingen met een stand van minder dan 1mio euro. Dit is een specifieke, apart vermelde rentevoet op de website van de Nationale Bank en uit onze ervaring weten we dat de fiscus hiermee wel akkoord gaat als marktconforme rentevoet.

Toch is deze vraag voorgelegd aan de rechtbank. De rechtbank te Bergen heeft zich hierover op 6 december 2012 uitgesproken. Volgens de rechtbank te Bergen is de forfaitair bepaalde rentevoet voor de debetstand van uw rekening-courant, zoals wettelijk vastgelegd, verondersteld om de werkelijke waarde van het voordeel bij de genieter te weerspiegelen. Aldus weerspiegelt deze rentevoet eveneens de marktrente. De rechtbank stelt hier terecht dat van aan de ene kant van de balans geldt, eveneens aan de andere kan dient te gelden. Namelijk de marktconforme rentetarieven voor een debetstand of een creditstand rekening-courant kunnen gelijk zijn.

Meer recent heeft ook het hof van beroep te Antwerpen zich hierover uitgesproken. Op 22 april 2014 stelde het hof inderdaad dat een wettelijk vastgelegde rentevoet voor een debetstand eveneens als richtinggevend kan worden aanzien voor een marktconforme rentevoet van een creditstand rekening-courant.

Betekent dit dan dat we steeds de hogere rentevoeten (8,8% voor 2013) mogen toepassen?Neen! Het hof van beroeps stelt in voormeld arrest heel duidelijk dat deze rentevoeten richtinggevend zijn voor rekening-courant kredieten, maar dat de vennootschap wel moet kunnen aantonen dat het effectief om een rekening-courant krediet gaat.

Een rekening-courant krediet dat lang ongewijzigd blijft, of een rekening-courant die gemakkelijk door de vennootschap zou kunnen afgelost worden, en enkel blijft open staan omdat het voor de bedrijfsleider/aandeelhouder fiscaal interessant is, zal dus geen kwalificatie als rekening-courant opgelegd krijgen, maar zal door de fiscus (en zo ook door hogergenoemd arrest van het hof van beroep) eerder als een investeringskrediet bekeken worden. En hier gelden lagere rentevoeten!

Welke rentevoet hanteren?
Uw vennootschap kan op die manier verder overleven, haar kosten betalen en van zodra de vennootschap terug voldoende cash heeft, betaalt zij de rekening-courant terug. In dit geval zal de fiscus, gelet op de uitspraak van het hof van beroep te Antwerpen zich moeten neerleggen bij een rentevoet van 8,8% voor 2013. Het typische kenmerk van een rekening-courant krediet is dus dat deze schommelt. Een kaskrediet bij een bank laat u ook niet zomaar openstaan indien u voldoende financiële middelen heeft om ze terug te betalen.

Een rekening-courant die gedurende lange tijd ongewijzigd blijft, zal door de fiscus eerder als een investeringskrediet worden bekeken, waarop uiteraard lagere rentevoeten van toepassing zullen zijn.

Het grootste risico loopt u als vennootschap indien u een rekening-courant heeft, terwijl uw vennootschap een overschot aan liquide middelen ter beschikking heeft.

Stel dat u een rekening-courant credit aan uw vennootschap ter beschikking stelt van € 100.000. Uw vennootschap heeft echter heel wat liquide middelen, een heeft € 50.000 op een zichtrekening staan en bv. € 200.000 op een termijnrekening. Hiermee toont de vennootschap aan dat zij die € 200.000 niet onmiddellijk nodig heeft, en het voor de vennootschap dus veel logischer zou zijn om de rekening-courant (aan hoge rentevoeten) af te lossen in plaats van dit bedrag te gaan investeren op een termijnrekening met dus veel lagere rentevoeten.

In een dergelijk geval heeft de fiscus reeds succesvol de markrente kunnen bepalen op de interest die eveneens op de termijnrekening wordt betaald. Met als gevolg dat natuurlijk het grootste stuk van de interest op uw rekening-courant als dividend zal worden geherkwalificeerd.

Maar zoals steeds is niet iedere casus dezelfde en kunnen er toch valabele redenen voorhanden zijn om een krediet in rekening-courant aan te houden en te blijven aanhouden.

Besluit
Zorg er eerst en vooral voor dat uw rekening-courant niet te groot wordt, rekening houdende met de eerste beperking.

Verder dient u een marktconforme rentevoet te bepalen. Indien het effectief om een rekening-courant gaat, die aangroeit en terug afneemt op een 'cash-need' basis, kan u perfect de hogere wettelijk vastgelegde rentevoeten hanteren. U mag zelfs nog hogere rentevoeten hanteren als u kan aantonen dat die marktconform zijn. Vraag bv. bij uw bank naar de rentevoeten die zullen gehanteerd worden als uw vennootschap een kaskrediet zou aanvragen. Uw huisbankier is namelijk perfect geplaatst om deze marktconformiteit te beoordelen, hij kent uw situatie perfect.

Indien het door u aan uw vennootschap ter beschikking gestelde geld eerder het karakter van een investeringskrediet heeft, past u beter de rentevoet naar beneden aan.

Tot slot bestaat het risico dat de fiscus uw rekening-courant gewoon als een termijnbelegging zal bekijken indien het saldo jaar na jaar weinig wijzigt én uw vennootschap duidelijk voldoende cash heeft om de rekening-courant (al dan niet volledig) terug te betalen en met dit geld zelf niet veel opbrengst genereert.

Auteurs: Marc Ottevaere & Roel Van Hemelen

Wat zijn de gevolgen?
Vlabel teruggefloten door Raad van State inzake de gesplitste verkrijging en inschrijving van blote eigendom en vruchtgebruik
Na een jarenlange betwisting tussen belastingplichtigen en Vlabel, heeft de Raad van State het standpunt van Vlabel vernietigd.
Beperking van het aantal vennootschapsvormen
Help, mijn vennootschapsvorm bestaat binnenkort niet meer!
Het WVV is op komst Op 4 juni 2018 werd het “wetsontwerp tot invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen” ingediend in de kamer, waarmee we aan de vooravond staan van de grootste hervorming van het vennootschapsrecht sinds de invoering van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen de dato 30 november 1935. Deze grondige hervorming van het vennootschapsrecht g
Één van de actiepunten van de ATAD-richtlijn
Impact invoering Belgische CFC wetgeving: de facto verstrenging van de transfer pricing regels?
Vanaf 1 januari 2019 (aanslagjaar 2020) zal in België, omwille van de implementatie van de ATAD-richtlijn1, de nieuw te introduceren CFC-regel in werking treden. Deze nieuwe wetgeving dient in het ruimere kader van het Zomerakkoord en de hervormingen in de Belgische vennootschapsbelasting geplaatst te worden, die net zoals de CFC-wetgeving mede voortvloeien uit de reeds ruim besproken implementat
Is uw organisatie meldingsplichtig?
Goed begonnen is half werk: Bereid uw organisatie voor op de go live van het UBO-register
Op 31 oktober 2018 gaat het register van uiteindelijke begunstigden (het “UBO-register”) live. Wij overlopen voor u waar uw organisatie mee rekening moet houden. 
Een kort overzicht
Wat te verwachten op (nationaal) btw-vlak?
Ondanks het feit dat velen onder ons nog in zomer(-vakantie)modus verkeren, staan we in dit artikel graag toch al eens even stil bij de btw-wijzigingen die we (mogelijks) in de nabije toekomst mogen verwachten. Het betreft hier een kort overzicht. Voor een diepgaandere toelichting kunnen jullie uiteraard steeds contact opnemen met ons btw-team.  Vouchers (1 januari 2019)  In juni 201
Afhankelijk van de aard en herhaling van de overtreding
Boeteschalen vastgelegd voor de niet-naleving van de transfer pricing documentatieplicht
Vanaf aanslagjaar 2017, meer bepaald sinds de inwerkingtreding van de verplichte transfer pricing documentatieplicht, werd onmiddellijk opgenomen dat er vanaf een tweede overtreding waarbij men niet voldoet aan de transfer pricing verplichtingen een boete kan opgelegd worden gaande  van 1.250 EUR tot 25.000 EUR (Artikel 445, §3 Wetboek Inkomstenbelastingen 1992). De schalen van de administra
Brexit, e-commerce & VAT action plan komen aan bod
Verwachte wijzigingen op internationaal btw-vlak
In vorige editie hebben we de te verwachten wijzigingen op nationaal btw- vlak besproken en in dit artikel gaan we kort stilstaan bij de btw- wijzigingen die verwacht worden op internationaal gebied.                Brexit  In principe zouden we op 30 maart 2019 werkelijk kunnen spreken van een ‘Brexit’. Het Ver
Er worden maar liefst 31 vragen beantwoord
FAQ rond de aftrek voor innovatie-inkomsten gepubliceerd
Op 26 juli 2018 publiceerde de FOD Financiën op Fisconet - u kan zich gratis registreren om de FAQ te raadplegen - de langverwachte FAQ met betrekking tot de aftrek voor innovatie-inkomsten. Sinds de wet van 9 februari 2017 tot invoering van de aftrek voor innovatie-inkomsten volgt aldus nu de eerste bijkomende commentaar bij de wetsbepalingen van art. 205/1 t.e.m. 205/4 Wetboek Inkomsten
De belangrijkste wijzigingen voor u opgelijst
Onroerende verhuur met btw | versie 2.0
Het wetsontwerp van 30 maart 2018 werd na advies van de Raad van State nog op diverse punten aangepast en op 31 juli 2018 ingediend bij het Parlement. Hieronder geven we de belangrijkste wijzigingen mee. Optie tot verhuring van gebouwen met btw  Basisvoorwaarden De basisvoorwaarden om de optie tot verhuur van een gebouw met btw te kunnen uitoefenen blijven ongewijzigd: Het moet g
Het verschil in behandeling wordt weggewerkt
VAA onroerende goederen: fiscus legt zich (voorlopig) neer bij rechtspraak
De FOD Financiën publiceerde op 15 mei 2018 een circulaire 2018/C/57 met betrekking tot de forfaitaire waardering van het voordeel van alle aard.
Hoe aftrekbaar zijn uw restaurantkosten?Download de fiscale gids

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief