Reeks fiscale eindejaar optimalisaties – voorafbetalingen

We gaan weer de laatste maand van het jaar in, en voor het gros van de vennootschappen betekent dat eveneens de laatste maand van het boekjaar. Dit is het moment waarop nog een en ander kan worden geoptimaliseerd vooraleer het boekjaar effectief ten einde loopt. In deze reeks geven we u enkele mogelijke fiscale optimalisatietechnieken mee.

1. Inleiding – ratio legis van de voorafbetalingen

Om de vennootschapsbelasting van een vennootschap te berekenen, dient een vennootschap een aangifte in de vennootschapsbelasting in te dienen. Vennootschappen met een boekhouding die per kalenderjaar loopt, dienen de aangifte vennootschapsbelasting meestal ergens in de loop van september van het jaar daarop in. Vennootschappen met een boekhouding die niet per kalenderjaar loopt moeten hun aangifte in de vennootschapsbelasting indienen op het einde van de maand volgend op de maand van de algemene vergadering, zonder dat dit meer dan 6 maanden na afsluiting van het boekjaar mag zijn. 

De belastingadministratie berekent dan de belastingen nadat deze aangifte is ontvangen en op basis hiervan wordt een aanslagbiljet verstuurd. Pas op het einde van de tweede maand volgend op de verzending van het aanslagbiljet moet de belasting effectief betaald worden. Vaak meer dan een jaar na afsluiting van het boekjaar. Om dit ‘cashflow-probleem’ voor de overheid weg te werken, heeft de overheid een systeem van voorafbetalingen ingevoerd, om de vennootschappen (en andere belastingplichtigen) er toe aan te zetten de belastingen al tijdens de looptijd van het boekjaar te betalen. 

2. Voorafbetalingen

Hoe wordt dit gestimuleerd? Door de belastingen die worden berekend te verhogen met een bepaald percentage. In aanslagjaar 2017 (boekjaar 2016) is dit 1,125%. Zonder voorafbetalingen zal u dus 1,125% méér belastingen betalen dan fiscaal technisch wordt berekend.

U kan deze verhoging echter neutraliseren door voldoende voorafbetalingen te doen. Deze voorafbetalingen gebeuren in 4 kwartalen, waarbij elk kwartaal zijn eigen voordeel kent. Voor boekjaren die niet langer of korter dan 1 jaar duren, geldt het eerste kwartaal voor alle voorafbetalingen die gebeuren tot en met de 10de van de 4de maand van het boekjaar. Kwartaal twee voor alle betalingen die gebeuren tot de 10de van de 7de maand, kwartaal drie tot de 10de van de 10de maand en de voorafbetalingen van het vierde kwartaal moeten uiterlijk op de 20ste van de laatste maand toekomen. Indien voormelde dagen in een weekend of op een feestdag vallen, wordt de eerstvolgende werkdag genomen. 

Elk kwartaal kent zo zijn eigen voordelen. Voor aanslagjaar 2017 geldt een voordeel voor kwartaal 1 van 1,5%, kwartaal 2 levert 1,25% voordeel op, kwartaal drie 1% en in kwartaal 4 krijgt de vennootschap nog slechts 0,75% voordeel. Deze voordelen kunnen dan de verhoging neutraliseren.

Belangrijk om te onthouden is echter dat op dit moment nog wettelijk gezien geen verhoging wordt toegepast indien de totale verhoging minder is dan € 40 of minder is dan 1% van de te betalen belasting. Het is de laatste beperking die dit jaar de regering parten speelt. 

3. Beperkte impact voor dit jaar

Stel u heeft een vennootschap die al jaren ongeveer € 100.000 aan belastingen betaalt. De verhoging wegens onvoldoende voorafbetalingen bedraagt dan € 1.125. Deze verhoging kan u perfect compenseren door elk kwartaal € 25.000 vooraf te betalen. In combinatie met de voordelen hierboven vermeld, levert dit een netto-verhoging van € 0 op. 

Alleen… stel dat we in kwartaal 1 slechts € 10.000 zouden vooraf betalen, dan krijgen we een voordeel van € 10.000 x 1,5% = € 150. Onze netto-verhoging bedraagt op dat ogenblik € 1.125 - € 150 = € 975 ofwel minder dan 1% van de te betalen belasting (100.000 x 1% = 1.000) en dus is er helemaal geen verhoging verschuldigd. U kan dus zonder sanctie uw zuurverdiende centen even bijhouden en pas volgend jaar aan vadertje staat doorstorten wanneer het aanslagbiljet toekomt.

4. Nog snel vooraf betalen?

Stel u bent vergeten vooraf te betalen. Hoeveel dient u dan vooraf te betalen in kwartaal 4 (vóór 20 december 2016) om de verhoging wegens onvoldoende voorafbetalingen te vermijden? 

In hetzelfde voorbeeld als daarnet, met € 100.000 verwachtte vennootschapsbelasting, zal de verhoging € 1.125 zijn. Van zodra we de netto-verhoging, na compensatie met de voordelen voor de voorafbetalingen onder de € 1.000 (zijnde 1% van de te betalen belasting) krijgen, valt de volledige verhoging weg. We moeten dus op zijn minst € 126 voordeel krijgen aan een percentage van 0,75%. Dit levert in ons voorbeeld een minimum-voorafbetaling op van € 16.800 of 16,8%.

Indien u dus vergeten bent om vooraf te betalen, kan u vóór 20 december 2016 nog 16,8% van uw verwachtte vennootschapsbelasting vooraf betalen en u vermijdt de volledige verhoging wegens onvoldoende voorafbetalingen. Aangezien de uiteindelijke vennootschapsbelasting natuurlijk niet volledig accuraat in te schatten valt voor het einde van het boekjaar, kan u natuurlijk best een veiligheidsmarge inbouwen en ongeveer 20% vooraf betalen.

5. Wettelijke aanpassing

De overheid heeft dit voordeel natuurlijk ook snel gezien, en heeft ondertussen de wet al gewijzigd, waardoor de verhoging wegens onvoldoende voorafbetalingen vanaf aanslagjaar 2018 steeds minimaal 2,25% bedraagt. Het wordt dus terug een stuk interessanter om vooraf te betalen.

Ook belangrijk in dit verband is dat de 1% grens is weggevallen. U zal dus steeds een verhoging wegens onvoldoende voorafbetalingen verschuldigd zijn, zelfs al is de netto-verhoging minder dan 1% van de totaal te betalen belastingen. De grens van € 40 blijft wel bestaan. 

6. Besluit

Ook al is het niet echt interessant om dit jaar vooraf te betalen, u doet er toch goed aan een klein deel van uw belastingen vooraf te betalen, om zo een verhoging wegens onvoldoende voorafbetalingen te vermijden. Vanaf volgend jaar zal het terug interessanter zijn om voorafbetalingen te verrichten door de combinatie van de verdubbeling van het percentage en het wegvallen van 1% grens.

De belangrijkste wijzigingen voor u opgelijst
Onroerende verhuur met btw | versie 2.0
Het wetsontwerp van 30 maart 2018 werd na advies van de Raad van State nog op diverse punten aangepast en op 31 juli 2018 ingediend bij het Parlement. Hieronder geven we de belangrijkste wijzigingen mee. Optie tot verhuring van gebouwen met btw  Basisvoorwaarden De basisvoorwaarden om de optie tot verhuur van een gebouw met btw te kunnen uitoefenen blijven ongewijzigd: Het moet g
Het verschil in behandeling wordt weggewerkt
VAA onroerende goederen: fiscus legt zich (voorlopig) neer bij rechtspraak
De FOD Financiën publiceerde op 15 mei 2018 een circulaire 2018/C/57 met betrekking tot de forfaitaire waardering van het voordeel van alle aard.
Een boeiende uiteenzetting rond MBI, opnieuw in oktober
Management Buy-In: spannend én uitdagend
Op Donderdag 7 juni organiseerde Moore Stephens Belgium in de Drongense S.M.A.K lounge, in samen werking met 3W Executive Interim Management alsook met onze partners Sherpa Law en het Business Coaches Network, een interactieve lezing omtrent Management Buy-In (MBI). Filip Van de Vliet kwam zijn persoonlijke Management Buy-In ervaring delen. Lars Raedschelders gaf meer duiding over de financieri
De vastgoedplanning verkeert in woelige wateren
Waardering vruchtgebruik: in volle (R)evolutie?
Er wordt de laatste jaren veel gezegd en geschreven over de waardering van vruchtgebruik en waar het fiscale schoentje knelt. Hieronder geven we een overzicht van de problematiek inzake waardering, de huidige tendensen  en  werpen we ook een blik op toekomstige vastgoedplanning. Waardering vruchtgebruik Waardering van vruchtgebruik: een wereld in verandering Vruchtgebruik is één
De 'use and enjoyment' regels concreet toegelicht
Goederenvervoer en daarmee nauw samenhangende diensten: nieuwe regels verduidelijkt in een circulaire
Op 31 oktober 2017 werd (oud) KB nr. 57, dat handelt over de plaats van de dienst voor goederenvervoerdiensten en daarmee samenhangende diensten, vervangen door een nieuw KB.  Dat KB trad in werking op 23 november 2017. Het verduidelijkt het oude KB deels en voert daarnaast een nieuwe regel in. Teneinde de (nieuwe) regels te verduidelijken en te bespreken, heeft de fiscus op 31 mei 2018 in da
Krachtlijnen
Belangrijke wijzigingen in de verplichtingen voor maatschappen
De op 27 april 2018 gepubliceerde wet over de hervorming van het ondernemingsrecht brengt een aantal wijzigingen aan in het wetboek van vennootschappen en in het wetboek van economisch recht. Deze nieuwe regelgeving treedt in werking op 1 november 2018. Ook voor de maatschappen zullen er  enkele regels wijzigen. Hoewel er nog verduidelijkingen zullen worden gepubliceerd, geven wij hieronder r
UBO (Ultimate Beneficial Owner): de uiteindelijke begunstigden
Het UBO-register: nieuwe informatieverplichtingen op komst voor het bestuursorgaan van uw vennootschap
Door invoeging van artikelen 14/1 en 14/2 in het Wetboek van vennootschappen zijn alle vennootschappen er voortaan toe gehouden toereikende, accurate en actuele informatie over hun "uiteindelijke begunstigden" (ook wel “Ultimate Beneficial Owner” of “UBO” genoemd) in te winnen en bij te houden en te registreren in het nieuwe “UBO-register”: een centraal register waarin gegevens worde
De krachtlijnen op een rijtje
Onroerende verhuur met btw: vanaf 1 oktober 2018!
  Hoewel het nog maar een wetsontwerp is en dus nog onderhevig kan zijn aan wijzigingen, willen we toch al de krachtlijnen meegeven van de nakende revolutie in het btw landschap: onroerende verhuur met optie tot onderwerping aan btw. Historiek Van oudsher is de verhuur van onroerende goederen in principe vrijgesteld van btw (artikel 44 §3, 2° W.BTW). Er zijn slechts enkele, spe
De invoering van het huwelijksvermogensrecht
Einde van het finaal verrekenbeding of alsnog nieuw leven?
Over het finaal verrekenbeding is de laatste jaren al veel stof opgewaaid. Nadat het Hof van Cassatie in 2017 besliste in het voordeel van de belastingplichtige dat de vordering aftrekbaar was in het kader van de verschuldigde successierechten, heeft de Vlaamse decreetgever de fiscus een handje toegestoken door middel van een wetswijziging. 1. Wat is een finaal verrekenbeding en hoe werkt
Sneller systeemrisico's detecteren
Zonder Legal Entity Identifier doet uw bedrijf geen beurstransacties in 2018
Sinds 3 januari 2018 dient elke rechtspersoon die financiële instrumenten aan-of verkoopt te beschikken over een Legal Entity Identifier of kort LEI. 1. Legal Entity Identifier Een LEI is een unieke alfanumerieke code met 20 tekens waarmee elke juridische entiteit die actief is op de (al dan niet internationale) financiële markten op snelle wijze kan worden geïdentificeerd. De LEI st

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief