Oldtimers: een interessante investering vanuit fiscaal oogpunt?

Gepassioneerde liefhebbers van "collectievoertuigen" kochten in het verleden, en doen dit tegenwoordig nog steeds, talloze zogenaamde Oldtimers uit voorliefde voor "oude auto’s". Maar de laatste jaren worden oldtimers meer en meer als een belegging of investering aangekocht door al dan niet vermogende particulieren. Wanneer wordt zulke investering nu fiscaal interessant: bij private aankoop of bij aankoop via de vennootschap? Wij geven u graag een overzicht van de fiscale gevolgen van beide mogelijkheden.

1. Oldtimers - statuut
U kan zowel als natuurlijk persoon als rechtspersoon een oldtimer aankopen. Hiervoor gelden andere regels dan de aankoop van een gewoon voertuig. Om te kunnen kwalificeren als oldtimer, dient het voertuig minstens 25 jaar in het Vlaams en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en 30 jaar in het Waals Gewest in gebruik te zijn én een kentekenplaat te hebben dewelke begint met een "O". Dit wil zeggen dat het voertuig reeds 25 jaar geleden of langer voor een eerste keer is ingeschreven om te mogen rijden op de openbare weg. Slechts dan kan er een O-kentekenplaat aangevraagd worden. Deze O-plaat is noodzakelijk om te kunnen genieten van de jaarlijkse verlaagde forfaitaire verkeersbelasting van € 35,10 en een Belasting op Inverkeersstelling (BIV) tussen € 43,99 en € 61,50, afhankelijk van de regio waarin u woonachtig bent (Vlaams – Brussels Hoofdstedelijk – Waals Gewest). Deze laatste belasting is slechts eenmaal verschuldigd, namelijk bij de inschrijving van uw oldtimer op uw naam.

Sinds het nieuwe oldtimerstatuut, dat van toepassing is vanaf 1 juli 2013, worden belangrijke beperkingen opgeheven. Zo kan er nu dag en nacht gereden worden met een oldtimer, daar waar het voordien slechts toegelaten was om binnen een straal van 25 km, tussen zonsopgang en zonsondergang of in het kader van een manifestatie gebruik te maken van een oldtimer. Doch, het nieuwe oldtimerstatuut brengt ook nieuwe (en andere) beperkingen met zich mee.

Het is sinds 1 juli 2013 verboden om een oldtimer te gebruiken voor volgende handelingen:

  • Commerciële handelingen die gericht zijn op zakelijk of persoonlijk financieel gewin;
  • Professionele handelingen ten behoeve van de beroepsuitoefening of de bedrijfsvoering;
  • Woon-werkverkeer en woon-schoolverkeer;
  • Bezoldigd vervoer en met bezoldigd vervoer van personen gelijkgesteld gratis vervoer;
  • Handelingen waarbij een oldtimer gebruikt wordt als werktuig of als werkmiddel, alsook handelingen voor interventieopdrachten.

Bovendien werd er in 2014 ook een Europese Richtlijn gestemd inzake de technische keuring van motorvoertuigen van historisch belang. Hierin wordt er benadrukt dat een "voertuig van historisch belang" minstens 30 jaar geleden vervaardigd of voor de eerste keer ingeschreven moet zijn. Dit betekent dat de minimumleeftijd van 25 jaar nu definitief zal moeten worden opgetrokken naar 30 jaar om niet achterop te hinken op de andere Europese landen. Deze Richtlijn dient tevens ten laatste op 20 mei 2018 geïntegreerd te worden in de nationale wetgeving, tot op heden is de wetgeving in Vlaanderen en Brussel nog niet aangepast. In Vlaanderen zou de minimumleeftijd om een wagen als oldtimer in te schrijven vanaf 1 juli 2017 worden aangepast naar 30 jaar, met een overgangsregeling voor de reeds ingeschreven oldtimers tussen de 25 en 30 jaar oud.

2. Privé-aankoop
Oldtimers zijn over de jaren heen in waarde gestegen en lijken dit voor de eerstkomende jaren nog steeds te zullen doen, al dan niet aan een lager groeitempo. Wanneer u bovendien uw belegging rendement wil laten opbrengen, kijkt u volgens kenners best uit naar een topstuk, waarvan de prijs bijgevolg wel eens hoog kan oplopen. Voor u als particulier kan dit wel eens een (te) zware investering betekenen.

Echter, bij een latere verkoop van uw oldtimer met een gunstige meerwaarde zal deze meerwaarde onbelast blijven in de personenbelasting, indien deze verkoop binnen het normaal beheer van uw privé vermogen valt. Dit zal niet het geval zijn wanneer u oldtimers aankoopt en deze gedurende slechts een korte termijn bezit om deze daarna te verkopen met het oog op het realiseren van een meerwaarde (speculatie). In dat geval zal u in de personenbelasting belast worden tegen een afzonderlijk tarief van 33% op de gerealiseerde meerwaarde.  

3. Aankoop via de vennootschap
Indien u als particulier deze hoge investeringskost mogelijk niet kan of wil financieren en u zaakvoerder of bestuurder van een vennootschap bent, kan u als alternatief de oldtimer aankopen in de vennootschap. De wagen kan dan worden ingeschreven als oldtimer met een O-kentekenplaat of als een regulier voertuig met een normaal kenteken. Beide hebben voor- en nadelen.

Wanneer de aankoop via de vennootschap gebeurt en uw oldtimer ingeschreven wordt met een kwalificerende O- kentekenplaat, dient de regelgeving van 1 juli 2013 gevolgd te worden. De regelgeving herinnert ons eraan dat commercieel en professioneel gebruik van een kwalificerende oldtimer verboden is.

In dit geval zullen kosten met betrekking tot de oldtimer in een vennootschap echter altijd moeilijk aan de voorwaarden voor aftrekbaarheid kunnen voldoen. Kosten zijn namelijk pas aftrekbaar als o.a. kan worden aangetoond dat de kost gemaakt is met als doel belastbaar inkomen te verkrijgen of te behouden. Aangezien een oldtimer met O- plaat niet beroepsmatig noch commercieel mag worden gebruikt, zal het enige bewijs dat hier kan worden aangehaald de waardestijging zijn. Dit betekent niet dat kosten met betrekking tot de wagen nooit aftrekbaar kunnen zijn, maar er zal wel moeten aangetoond worden dat de kosten bijdragen aan de waardestijging van de wagen, en niet louter voor het gebruik ervan dienen. Want in dit laatste geval is deze kost steeds een niet-beroepsmatige kost, aangezien de oldtimer niet beroepsmatig mag worden gebruikt.

De oldtimer dient uiteraard in eerste instantie als belegging, maar de verleiding wordt uiteraard al snel zeer groot om die mooie Mercedes Gulwing uit 1956 of die Jaguar E-Type Roadster uit 1963 commercieel in te zetten. Een event van uw bedrijf waar zo’n klassieker staat te pronken verleent het geheel natuurlijk een grotere aantrekkingskracht. Het louter uitstallen van een oldtimer kan ons inziens moeilijk als commercieel "gebruik" beschouwd worden, maar let erop dat de wagen niet "gebruikt" (lees: gereden) wordt voor commerciële of professionele doelen.

Bovendien wensen we nog mee te geven dat indien de wagen in een vennootschap wordt ingeschreven met een O- kentekenplaat, en dus niet commercieel of professioneel kan worden aangewend, deze wagen zoals reeds gesteld wordt aanzien als een pure belegging die een meerwaarde zal opleveren. Beleggingen die niet voorbestemd zijn om periodiek inkomen voort te brengen, zoals bv. een oldtimer, dienen echter voor notionele interestaftrek doeleinden uit het eigen vermogen te worden geweerd. Dit wil zeggen dat uw eigen vermogen voor doeleinden van de notionele interestaftrek zal verminderen met de waarde van de oldtimer waardoor u minder notionele interestaftrek zal kunnen genieten. Maar aangezien de notionele interestaftrek op dit moment toch historisch laag staat en bovendien vaak ter discussie staat, kan die ene mooie oldtimer waarvan u uiteraard overtuigd bent dat die een mooie meerwaarde zal opleveren, dit verlies meer dan goedmaken.

Wenst u de wagen toch commercieel of professioneel te gebruiken, dan zal u de wagen moeten inschrijven met een regulier kenteken. Bij een gewone inschrijving van het voertuig blijven de verlaagde tarieven van de verkeersbelasting gewoon gelden, maar kan men niet meer genieten van een vereenvoudigde keuring, alsook vervalt de vrijstelling voor de technische keuring. Als voordeel heeft u natuurlijk wel dat een oldtimer die als gewoon voertuig is ingeschreven geen enkele wettelijke beperking qua gebruik kent. Dit voertuig mag u dus perfect beroepsmatig of commercieel aanwenden.

Let wel op dat het privé- gebruik van bedrijfsmiddelen steeds zal leiden tot het aanrekenen van een voordeel van alle aard (VAA). Wanneer u de oldtimer die door uw vennootschap is aangekocht, en dus als bedrijfsmiddel wordt beschouwd, privé gebruikt dient hiervoor, net zoals voor een gewone personenwagen, een voordeel van alle aard te worden aangerekend. Aangezien het nog steeds om een personenwagen gaat, moet ons inziens de forfaitaire berekeningsmethode voordelen alle aard personenwagens worden gebruikt.

Om het voordeel te kunnen berekenen dienen de cataloguswaarde en de CO2-uitstoot gekend te zijn. Enkel de CO2-uitstoot die op het inschrijvingsformulier vermeld is, komt hiervoor in aanmerking. Indien er geen CO2-uitstoot op het inschrijvingsformulier is vermeld, wat bij oldtimers steeds het geval zal zijn, wordt de CO2-uitstoot forfaitair vastgelegd op 205 g/km voor benzinewagens en op 195 g/km voor dieselwagens. Ook de cataloguswaarde zal niet eenvoudig te achterhalen zijn, maar indien deze berekeningsmethode dient te worden toegepast, heeft de minister duidelijk bevestigd dat dit de waarde bij nieuwe aanschaf is. Dit betekent dus de geldelijke waarde op het moment van aankoop als nieuwe wagen en niet de huidige marktwaarde. In de meeste gevallen zal er allicht wel ergens een historiek zijn van de gevraagde nieuwprijzen van deze wagens waardoor het voordeel in principe zou kunnen worden berekend. Bovendien zijn de nieuwprijzen van oldtimers vaak in huidige economische tijden vrij laag te noemen. Let wel op, dit voordeel alle aard houdt geen rekening met het aantal afgelegde kilometers in privé-verband. Of u nu 1 kilometer privé rijdt, of u rijdt er 10.000, de belasting zal gelijk blijven. Bij een zeer beperkt privé-gebruik zal deze belasting op het voordeel alle aard zeer zwaar doorwegen.  

4. Besluit
Een oldtimer koopt u in principe het best privé. In een vennootschap zullen de kosten vaak niet fiscaal aftrekbaar zijn en wordt u bovendien belast op de gerealiseerde meerwaarde, iets wat bij privé- bezit in principe niet het geval zal zijn. Jammer genoeg is het vaak de vennootschap die het meeste cash ter beschikking heeft. Toch doet u er financieel gezien voordeel aan om het vereiste bedrag via dividend uit te keren en de oldtimer privé aan te kopen. Het feit dat een meerwaarde achteraf meestal belastingvrij is, zal meer opleveren dan het initieel uitsparen van de roerende voorheffing op de dividend uitkering. Bovendien zal het geld (eens de oldtimer terug verkocht is) ooit toch uitgekeerd worden, waarbij u in de vennootschap opnieuw roerende voorheffing betaalt én de meerwaarde in de vennootschap reeds belast is geweest.

Zoals u kan lezen, bestaat een kant-en-klaar advies omtrent het fiscale beleid rond oldtimers dus jammer genoeg niet. Heeft u hierover specifieke vragen of wenst u dit graag in een cijfervoorbeeld uitgewerkt te zien? Contacteer de Moore Stephens Business Tax afdeling, zij bekijken dit graag met u in detail.

Beperking van het aantal vennootschapsvormen
Help, mijn vennootschapsvorm bestaat binnenkort niet meer!
Het WVV is op komst Op 4 juni 2018 werd het “wetsontwerp tot invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen” ingediend in de kamer, waarmee we aan de vooravond staan van de grootste hervorming van het vennootschapsrecht sinds de invoering van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen de dato 30 november 1935. Deze grondige hervorming van het vennootschapsrecht g
Wat zijn de gevolgen?
Vlabel teruggefloten door Raad van State inzake de gesplitste verkrijging en inschrijving van blote eigendom en vruchtgebruik
Na een jarenlange betwisting tussen belastingplichtigen en Vlabel, heeft de Raad van State het standpunt van Vlabel vernietigd.
Één van de actiepunten van de ATAD-richtlijn
Impact invoering Belgische CFC wetgeving: de facto verstrenging van de transfer pricing regels?
Vanaf 1 januari 2019 (aanslagjaar 2020) zal in België, omwille van de implementatie van de ATAD-richtlijn1, de nieuw te introduceren CFC-regel in werking treden. Deze nieuwe wetgeving dient in het ruimere kader van het Zomerakkoord en de hervormingen in de Belgische vennootschapsbelasting geplaatst te worden, die net zoals de CFC-wetgeving mede voortvloeien uit de reeds ruim besproken implementat
Een kort overzicht
Wat te verwachten op (nationaal) btw-vlak?
Ondanks het feit dat velen onder ons nog in zomer(-vakantie)modus verkeren, staan we in dit artikel graag toch al eens even stil bij de btw-wijzigingen die we (mogelijks) in de nabije toekomst mogen verwachten. Het betreft hier een kort overzicht. Voor een diepgaandere toelichting kunnen jullie uiteraard steeds contact opnemen met ons btw-team.  Vouchers (1 januari 2019)  In juni 201
Is uw organisatie meldingsplichtig?
Goed begonnen is half werk: Bereid uw organisatie voor op de go live van het UBO-register
Op 31 oktober 2018 gaat het register van uiteindelijke begunstigden (het “UBO-register”) live. Wij overlopen voor u waar uw organisatie mee rekening moet houden. 
Afhankelijk van de aard en herhaling van de overtreding
Boeteschalen vastgelegd voor de niet-naleving van de transfer pricing documentatieplicht
Vanaf aanslagjaar 2017, meer bepaald sinds de inwerkingtreding van de verplichte transfer pricing documentatieplicht, werd onmiddellijk opgenomen dat er vanaf een tweede overtreding waarbij men niet voldoet aan de transfer pricing verplichtingen een boete kan opgelegd worden gaande  van 1.250 EUR tot 25.000 EUR (Artikel 445, §3 Wetboek Inkomstenbelastingen 1992). De schalen van de administra
Brexit, e-commerce & VAT action plan komen aan bod
Verwachte wijzigingen op internationaal btw-vlak
In vorige editie hebben we de te verwachten wijzigingen op nationaal btw- vlak besproken en in dit artikel gaan we kort stilstaan bij de btw- wijzigingen die verwacht worden op internationaal gebied.                Brexit  In principe zouden we op 30 maart 2019 werkelijk kunnen spreken van een ‘Brexit’. Het Ver
Er worden maar liefst 31 vragen beantwoord
FAQ rond de aftrek voor innovatie-inkomsten gepubliceerd
Op 26 juli 2018 publiceerde de FOD Financiën op Fisconet - u kan zich gratis registreren om de FAQ te raadplegen - de langverwachte FAQ met betrekking tot de aftrek voor innovatie-inkomsten. Sinds de wet van 9 februari 2017 tot invoering van de aftrek voor innovatie-inkomsten volgt aldus nu de eerste bijkomende commentaar bij de wetsbepalingen van art. 205/1 t.e.m. 205/4 Wetboek Inkomsten
De belangrijkste wijzigingen voor u opgelijst
Onroerende verhuur met btw | versie 2.0
Het wetsontwerp van 30 maart 2018 werd na advies van de Raad van State nog op diverse punten aangepast en op 31 juli 2018 ingediend bij het Parlement. Hieronder geven we de belangrijkste wijzigingen mee. Optie tot verhuring van gebouwen met btw  Basisvoorwaarden De basisvoorwaarden om de optie tot verhuur van een gebouw met btw te kunnen uitoefenen blijven ongewijzigd: Het moet g
Het verschil in behandeling wordt weggewerkt
VAA onroerende goederen: fiscus legt zich (voorlopig) neer bij rechtspraak
De FOD Financiën publiceerde op 15 mei 2018 een circulaire 2018/C/57 met betrekking tot de forfaitaire waardering van het voordeel van alle aard.
Hoe aftrekbaar zijn uw restaurantkosten?Download de fiscale gids

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief