Het statuut van de student

Ingevolge recente wetswijzigingen is het statuut van de student in verschillende domeinen gewijzigd. Voor zelfstandige studenten werd er een nieuw statuut in het leven geroepen en voor de studenten tewerkgesteld met een arbeidsovereenkomst worden de prestaties niet langer per dag bijgehouden maar per uur. Hieronder zetten wij de belangrijkste wijzigingen op een rij en geven we u een korte stand van zaken zodat u zich volledig ingelicht kan voorbereiden op het aankomende studentenjob-seizoen.

1. De student-zelfstandige

Ondernemende studenten die hun studies combineren met een zelfstandige beroepsactiviteit en die aan bepaalde voorwaarden voldoen, kunnen met ingang van 1 januari 2017 gebruik maken van het nieuwe statuut student-zelfstandige.

Nieuw statuut

Tot en met 31 december 2016 konden studenten met een zelfstandige activiteit gebruik maken van de gelijkstelling met een bijberoep (‘artikel 37’) om op die manier verminderde sociale bijdragen te betalen. Sinds de invoering van het nieuwe statuut van student-zelfstandige op 1 januari 2017 komen studenten niet meer in aanmerking voor de gelijkstelling met een bijberoep. 

Wat is er precies veranderd?


Afhankelijk van het netto belastbaar inkomen, moet de student-zelfstandige al dan niet sociale bijdragen betalen. Er bestaan drie categorieën:

  • De student-zelfstandige moet geen sociale bijdragen betalen als het inkomen lager ligt dan de helft van de minimumdrempel van een zelfstandige in hoofdberoep (minder dan € 6.648,12 in 2017).
  • Ligt het inkomen in 2017 tussen € 6.648,12 en € 13.296,25 dan betaalt de student-zelfstandige een sociale bijdrage van 21% op het stuk inkomen dat hoger ligt dan € 6.648,12.
  • De student-zelfstandige die in 2017 meer dan € 13.296,25 verdient, betaalt sociale bijdragen zoals elke zelfstandige in hoofdberoep.

Wat zijn de voorwaarden?

  • Om gebruik te maken van het nieuwe statuut van student-zelfstandige, moet de student zelf een aanvraag indienen bij het sociaal verzekeringsfonds. Dit nieuwe statuut wordt dus niet automatisch toegepast! Studenten die geen aanvraag indienen, zullen in de loop van de maand maart-april een uitnodiging ontvangen om de sociale bijdrage als zelfstandige in hoofdberoep te betalen. Het nieuw statuut komt in de plaats van de bestaande bijdrageregeling gekend onder artikel 37 voor studenten. Er is bijgevolg geen keuze mogelijk.
  • In principe komen alle studenten tussen 18 en 25 jaar oud in aanmerking. Starten als student-zelfstandige kan vanaf het kwartaal waarin ze 18 worden tot en met het derde kwartaal van het jaar waarin ze 25 worden.
  • Student-zelfstandigen moeten ingeschreven zijn aan een Belgische of buitenlandse onderwijsinstelling voor minstens 27 studiepunten of 17 lesuren per week. Het beoogde diploma moet erkend zijn door de bevoegde overheden. Aanvragers moeten een bewijs van inschrijving bezorgen aan hun sociaal verzekeringsfonds.
  • De studenten moeten bij hun sociaal verzekeringsfonds ook een verklaring indienen om te bevestigen dat ze regelmatig lessen volgen. Doen ze dat niet, dan dreigen ze het statuut van student-zelfstandige te verliezen.
  • De studenten moeten een zelfstandige activiteit uitoefenen zonder gezagsverhouding met een werkgever – of althans de intentie hiertoe hebben.

Hoe en wanneer loopt het statuut af?

Elke student-zelfstandige behoudt het speciale statuut in het jaar dat hij 25 jaar wordt tot het einde van het derde kwartaal. Pas vanaf het vierde kwartaal wordt het statuut gewijzigd naar dat van zelfstandige in hoofdberoep. Ook als de student afstudeert vóór zijn 25ste verjaardag, gebeurt de wijziging pas in het vierde kwartaal.

Let wel : als de student zijn studies vroegtijdig stopzet, wijzigt het statuut wél in het kwartaal van de stopzetting.

Worden er sociale rechten opgebouwd?


Bedraagt het jaarinkomen van de student-zelfstandige minder dan € 13.296,25 dan opent hij geen eigen rechten in de ziekteverzekering maar blijft hij ten laste van zijn ouders voor de geneeskundige zorgen. Het betalen van verminderde bijdragen kan onder bepaalde voorwaarden wel de wachttijd voor de verzekering arbeidsongeschiktheid doen lopen. Vanaf een inkomen van € 13.296,25 bouwt de student-zelfstandige dezelfde sociale rechten op als een zelfstandige in hoofdberoep.

2. De student-werknemer

De student die met een arbeidsovereenkomst voor tewerkstelling van studenten tewerkgesteld wordt, kan genieten van het voordelige statuut van “student-werknemer”.

Wat is er gewijzigd?

Het studentencontingent wordt niet langer in dagen geregistreerd maar in uren en de Dimona aangifte is gewijzigd.

Een student die met een overeenkomst voor studentenarbeid wordt tewerkgesteld mag gedurende een bepaalde periode tegen loon werken, in afwijking van de normale sociale zekerheidsbijdragen. In de plaats hiervan zijn de werkgever en de student-werknemer enkel een solidariteitsbijdrage verschuldigd, dewelke een stuk lager is dan de gewone sociale zekerheidsbijdrage.

Deze solidariteitsbijdrage bedraagt voor de werknemer 2.71% van het brutoloon en voor de werkgever 5.42% van het brutoloon.

Tot 1 januari 2017 beschikte de student over een studentencontingent van 50 dagen.

Sinds 1 januari 2017 is het bestaande contingent van 50 dagen omgezet in een contingent van 475 uren waarbinnen de student aan een gunstiger sociale zekerheidstarief studentenarbeid mag verrichten. Doordat niet langer met dagen wordt gewerkt, zal er bij een onvolledige dagprestatie niet langer een dag moeten worden afgetrokken van het contingent.

Zodra deze 475 uren worden overschreden, verliezen zowel de student als de werkgever die hem op het ogenblik van de overschrijding tewerkstelt hun sociaal voordeel en zijn ze vanaf het 476ste uur gewone sociale bijdragen verschuldigd.

Het saldo van het studentencontingent kan worden geraadpleegd via de toepassing ‘student@work’- tool die door de RSZ ter beschikking wordt gesteld.

Wat zijn de voorwaarden?

Om van deze gunstregeling gebruik te kunnen maken, moet de werkgever die een student tewerk wil stellen voortaan in de Dimona aangifte het aantal door de student gewerkte uren vermelden waarin hij werd tewerkgesteld onder de gunstregeling en niet langer het aantal dagen.

Daarenboven moet de volgende informatie worden meegedeeld:

  • De vermelding van de hoedanigheid van student;
  • het adres van de plaats van uitvoering van de arbeidsovereenkomst indien dat adres verschilt van het adres van de maatschappelijke zetel van de werkgever dat in de KBO vermeld staat;
  • de einddatum van de uitvoering van de overeenkomst;
  • per kwartaal het aantal uren (en niet langer dagen) waarin een student bij de werkgever kan worden tewerkgesteld onder de gunstregeling voor de sociale bijdragen.

3. Kinderbijslag en fiscaal statuut?

Zowel voor het statuut van de student-zelfstandige als voor het statuut van de student-werknemer dienen bepaalde grenzen in acht te worden genomen indien de student zijn/haar recht op kinderbijslag niet wil verliezen en ten laste wil blijven van de ouders.

Wat met kinderbijslag?

In principe heeft de student recht op kinderbijslag zolang hij studeert en tot hij 25 wordt.

Indien men werkt als student mag men voor de kwartalen 1, 2 en 4 niet meer dan 240 uur per kwartaal werken. Wordt deze drempel overschreden, dan verliest men zijn recht op kinderbijslag.

In kwartaal 3 (de zomer) mag de student onbeperkt werken zonder het recht op kinderbijslag te verliezen.

Fiscaal statuut

Om fiscaal ten laste te blijven van de ouders dienen volgende voorwaarden vervuld te worden:

  • Deel uitmaken van het gezin;
    Om ten laste te zijn voor het aanslagjaar 2017 moet de student-zelfstandige op 1 januari 2017 wettelijk gedomicilieerd zijn in het ouderlijke huis. Ook wie tijdelijk niet bij zijn ouders inwoont (vb. een kot- of Erasmusstudent), maakt wettelijk gezien nog steeds deel uit van het gezin.
  • Geen lonen ontvangen die beroepskosten zijn voor de ouders;Zodra zijn loon als beroepskost van hun inkomsten wordt afgetrokken, kan de student niet meer ten laste van zijn ouders zijn. 
  • De student-zelfstandige zijn netto belastbare jaarinkomen mag de volgende maximumbedragen niet overschrijden:
    - € 3.200, als zijn de ouders samen worden belast.
    - € 4.620, als de ouders afzonderlijk worden belast en de student fiscaal niet als gehandicapt wordt beschouwd.
    - € 5.860, als de ouders afzonderlijk worden belast en de student fiscaal als gehandicapt wordt beschouwd.

Voor inkomstenjaar 2017 wordt een eerste inkomstenschijf van € 2.660 uit een studentenjob vrijgesteld van de beoordeling of de student-ondernemer persoon ten laste is. Van de overgebleven som mogen de werkelijke of forfaitaire (20%) kosten in aftrek worden genomen.

Voorbeeld


Een studente werkt af en toe als model en verdient € 6.600 per jaar. De ouders zijn getrouwd en worden dus gezamenlijk belast. Van de studente haar inkomen als model wordt € 2.660 vrijgesteld. Van de overgebleven € 3.940 mag er 20% forfaitaire kosten* afgetrokken worden. Er blijft nog € 3.152  netto belastbaar inkomen over. Daarmee valt de studente net onder de grens van € 3.200 en blijft zij ten laste van de ouders.

*Aangezien de werkelijke kosten meestal minder bedragen, is dit in principe de meest voordelige optie.

Tax & Legal Services
2014 wordt het jaar van de vereffeningen
In het licht van de verhoging van de roerende voorheffing op de liquidatiebonus van 10% naar 25%, overwegen heel wat zelfstandigen om hun vennootschap te ontbinden. Doen ze dat nog vóór 1/10/2014, dan kunnen ze nog "genieten" van de verminderde voorheffing van 10%. We kunnen u alvast de boodschap meegeven dat u hier goed moet over nadenken en u goed moet laten adviseren vooraleer te besluiten to
Tax & Legal Services
Is de oprichting of het gebruik van een vennootschap anno 2014 nog wel zinvol?
Na de lawine aan fiscale maatregelen die de regering Di Rupo in de loop van 2012 en 2013 op de Belgische ondernemingen afvuurde, vragen vele zelfstandigen zich af of het nog wel zin heeft om hun bedrijfsactiviteiten te organiseren door middel van een vennootschap. Door de (soms forse) verhoogde belastbare basis van de voordelen in natura en de stijging van de roerende voorheffing op dividenden en
Tax & Legal Services
Cashbetalingen nog meer aan banden gelegd sinds 1 januari 2014
Met ingang van 1 januari 2014 treden een aantal bijkomende beperkingen in werking inzake betalingen in contanten. Hierna een beknopt overzicht van de huidige regelgeving. Verkoop van roerende goederen of dienstprestaties De betaling in contanten van roerende goederen of van dienstprestaties is voortaan beperkt tot 3.000 € of tot 10 % van de prijs als dit niet meer is dan 3.000 €, daar waar
Tax & Legal Services
De gewone investeringsaftrek wordt tijdelijk heringevoerd voor KMO-vennootschappen
Net voor Oudejaar werden nog een aantal nieuwe fiscale maatregelen gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Eén van de belangrijkste nieuwigheden is de tijdelijke herinvoering van de gewone investeringsaftrek voor KMO-vennootschappen. Hoog tijd dus om de voornaamste principes van de investeringsaftrek nog eens van onder het stof te halen en te bekijken hoe interessant die (tijdelijke) maatregel
Tax & Legal Services
Langer btw-kwartaalaangever blijven door nieuwe drempel
Vanaf 1 januari 2014 gelden nieuwe drempels voor de overgang van kwartaal- naar maandaangevers. Naar schatting 30.000 btw-belastingplichtigen die momenteel maandelijks hun btw-aangiftes indienen kunnen daardoor terug op kwartaalbasis hun aangifte indienen. Hoort u daarbij? Nieuwe drempelbedragen Vanaf 1 januari 2014 zijn kwartaalaangiftes mogelijk indien: de jaaromzet, exclusief btw, vo
Tax & Legal Services
De wettelijke erfgename als begunstigden van een levensverzekering
Bij het afsluiten van een levensverzekering moet u aanduiden wie bij uw overlijden het kapitaal van uw levensverzekering zal ontvangen. De begunstigden kan u aanduiden bij naam en toenaam of met een generieke term zoals de echtgeno(o)t(e), uw kinderen of de wettelijke erfgenamen. Het is voor die laatste groep, de wettelijke erfgenamen, dat de regels voor de toebedeling van het overlijdenskapit
Tax & Legal Services
Een bedrijfsmiddel: drempel van €250 wordt verhoogd naar €1.000 €
Indien uw onderneming klein materieel, klein gereedschap of kantoormaterieel aankoopt, dan moet u de keuze maken om deze goederen als gewone onkosten te beschouwen of te boeken als een investering waarop wordt afgeschreven. De bedrijfsleiding zal daarbij haar keuze baseren op subjectieve elementen. Op het vlak van de btw-wetgeving is dergelijke subjectieve beoordeling niet mogelijk. Daar werd een
Tax & Legal Services
De incorporatie van belaste reserves in kapitaal: wanneer er wel voor opteren en wanneer niet?
In het vorige nummer van Accountancy Actualiteit hebben we de belangrijkste principes toegelicht die van toepassing zijn op de nieuwe overgangsmaatregel waarbij een vennootschap een deel van haar belaste reserves kan incorporeren in kapitaal aan 10% roerende voorheffing[1]. Voor heel wat vennootschappen is het een noodzaak om dergelijke incorporatie te overwegen. Maar geldt dit wel voor alle venno
Tax & Legal Services
Hoeveel registratierechten bent u verschuldigd bij de toebedeling van onroerende goederen n.a.v. de vereffening van uw vennootschap?
Naar aanleiding van de nakende verhoging van de roerende voorheffing op de liquidatiebonus, overwegen heel wat bedrijfsleiders om hun vennootschap te ontbinden en te vereffenen. Zij hebben nog tot en met 30 september 2014 de tijd om tot actie over te gaan indien zij willen genieten van het "gunsttarief" van 10%. Vanaf 1 oktober 2014 verhoogt dat tarief immers naar 25% wat uiteraard een slok op de
Tax & Legal Services
Aftrek voor risicokapitaal verder beperkt voor vennootschappen die beleggen in bepaalde aandelen
De aftrek voor risicokapitaal is een maatregel om de belastbare basis van uw vennootschap te verminderen met als positief gevolg dat uw vennootschap minder vennootschapsbelasting betaalt. Om onrechtmatige aftrek van risicokapitaal te vermijden, dient de berekeningsbasis onder andere te worden verminderd met de fiscale nettowaarde van bepaalde aandelen. Recent heeft onze regering evenwel beslist om

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief