Wetsvoorstel tot hervorming van het erfrecht: wat mogen we verwachten?

Ons erfrecht, dat grotendeels nog afstamt van de Code Napoleon uit 1804, is aan een grondige herziening toe. De vraag naar een nieuw gemoderniseerd erfrecht, dat meer in evenwicht is met de huidige maatschappelijke noden, bestaat dan ook reeds geruime tijd. Op 25 januari 2017 werd daartoe een nieuw wetsvoorstel ingediend in het parlement, zijnde het wetsvoorstel tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de erfenissen en de giften betreft en tot wijziging van diverse andere bepalingen ter zake. Dit wetsvoorstel  komt tegemoet aan de problemen waar de praktijk, ingevolge de vorm het huidige erfrecht, mee geconfronteerd wordt en doet dit aan de hand van vier grote thema’s: de wijziging van de regels met betrekking tot de erfrechtelijke reserve, de wijziging van de regels met betrekking tot de inbreng van giften, de versoepeling van het huidige verbod op overeenkomsten over niet-opengevallen nalatenschappen en de aanpassing van de regels met betrekking tot de verdeling. 

1. Erfovereenkomsten

In het actuele erfrecht bestaat er een verbod om overeenkomsten te sluiten over niet-opengevallen nalatenschappen. Op dit verbod bestaan echter wel een aantal wettelijke uitzonderingen zoals bijvoorbeeld de zogenaamde Valkeniers-clausule (mogelijkheid voor echtgenoten om bij huwelijkscontract afstand te doen van de erfrechten in elkaars nalatenschap indien er kinderen zijn uit een eerste relatie).

Het wetsvoorstel beoogt een versoepeling van het verbod en probeert tegemoet te komen aan de bekommernis van vele ouders om zélf, en in overleg met de toekomstige erfgenamen, hun nalatenschap te regelen. Zo voert het wetsvoorstel de figuur van de ‘globale erfovereenkomst’ in. De globale erfovereenkomst geeft de ouders de mogelijkheid om tezamen met hun kinderen overeenkomsten te sluiten over de toewijzing en verdeling van hun nalatenschap. Op die manier creëert men gemoedsrust voor de ouders en vermindert men het risico op discussies tussen de kinderen op het moment van het overlijden van de ouders.

Naast de ‘globale erfovereenkomst’ beoogt dit wetsvoorstel eveneens de invoering van een aantal ‘punctuele erfovereenkomsten’. De ‘punctuele erfovereenkomsten’ omvatten onder andere de mogelijkheid om een erfovereenkomst af te sluiten over de waarde van de geschonken goederen met het oog op de inbreng van giften, over de verzaking door de reservataire erfgenamen aan de vordering tot inkorting of over de toestemming door de reservataire erfgenamen voor de vervreemding door de begiftigde van de goederen die aan hem geschonken werden.  

2. De erfrechtelijke reserve


Het wetsvoorstel brengt nog een ander “revolutionair” aspect met zich mee, zijnde de hervorming van het reservatair erfrecht van de kinderen. De globale reserve van de afstammelingen zal herleid worden tot 1/2de van de nalatenschap. Dit heeft als rechtstreeks gevolg dat ook het beschikbaar gedeelte van de nalatenschap “vastgeklikt” wordt op 1/2de. Op vandaag is de grootte van het beschikbaar gedeelte nog afhankelijk van het aantal kinderen. Bij 1 kind bedraagt het beschikbaar deel 1/2de van de nalatenschap, bij 2 kinderen 1/3de en vanaf 3 kinderen bedraagt het beschikbaar deel nog maar 1/4de van de nalatenschap. Het zijn dus voornamelijk de ouders van 2 of meer kinderen, die voortaan meer beschikkingsvrijheid zullen verwerven over hun nalatenschap. Rekening houdende met specifieke gezinssituaties kunnen de ouders hun nalatenschap meer naar hun hand zetten. We denken daarbij in eerste instantie aan de gezinnen met pluskinderen, het kind dat een bijzondere zorg nodig heeft, de bescherming van de ongehuwde partner, …

De ‘inkrimping’ van de reserve van de kinderen wordt in het wetsvoorstel wel enigszins gecompenseerd door een mindere belasting van de reserve met het vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot. De langstlevende echtgenoot behoudt in theorie wel nog steeds het vruchtgebruik op de gehele nalatenschap. Indien de langstlevende echtgenoot echter slechts gerechtigd is op het vruchtgebruik van een deel van de nalatenschap,  wordt dit vruchtgebruik bij voorrang aangerekend op het beschikbaar deel.

Daarnaast bespreekt het wetsvoorstel de afschaffing van de reserve van de ouders. De kinderloze erflater wiens ouders nog in leven zijn, mag op vandaag niet kiezen aan wie hij zijn vermogen overdraagt. Per ouder bestaat immers een reserve van 1/4de van de nalatenschap. Deze reserve van de ouders zou afgeschaft worden en vervangen worden door een onderhoudsvordering lastens de nalatenschap van de kinderloze erflater. De ouder kan de onderhoudsvordering instellen indien hij behoeftig is ten tijde van het overlijden en deze opvragen in een maandelijkse lijfrente dan wel in een kapitaal.

De kinderen, de reservataire erfgenamen, hebben op vandaag recht op hun reserve in natura. Indien de reserve van de kinderen geschonden wordt, doordat de erflater tijdens zijn leven te veel giften gedaan heeft, kunnen de kinderen de terugkeer van de geschonken goederen in natura naar de nalatenschap vorderen (=inkorting). Het hoeft geen verdere uitleg dat deze situatie heel wat onzekerheid met zich teweeg brengt, in het bijzonder voor de begiftigden van de schenkingen die de verkregen goederen opnieuw moeten afstaan. Om die reden zal de reserve in natura omgevormd worden naar een reserve in waarde. De reservataire erfgenamen kunnen dan enkel nog de tegenwaarde opeisen van de schenkingen die hun reserve aantasten, maar niet meer de geschonken goederen zelf.

De waardering van de schenkingen voor de samenstelling van de fictieve massa (met het oog op de eventuele inkorting van schenkingen) zou voortaan gebeuren op basis van de intrinsieke waarde van de geschonken goederen op de dag van de schenking, geïndexeerd tot de dag van het overlijden. Op vandaag gebeurt deze waardering nog op het tijdstip van het overlijden.  Door de schenkingen voor de samenstelling van de fictieve massa te waarderen op het moment van de schenking zelf, weliswaar geïndexeerd, wordt eenvormigheid bereikt met de waardering van de schenkingen met het oog op de inbreng (zie hierna).   

3. De inbreng van giften

Ook het mechanisme van de inbreng van giften is het voorwerp van een grondige herziening. De inbreng van giften gaat over de handeling waarbij de wettelijke erfgenaam, die een gift bij leven of via testament ontvangen heeft, de verkregen goederen (of de tegenwaarde ervan) opnieuw inbrengt in de massa van de bestaande goederen op het moment van het overlijden. Door dit te doen zullen de ingebrachte goederen verdeeld worden tussen alle erfgenamen waardoor de gelijkheid tussen de erfgenamen onderling gewaarborgd blijft. Er wordt immers vermoed dat de giften aan de wettelijke erfgenaam door de erflater gedaan zijn als ‘voorschot op erfdeel’. Dit wil zeggen dat de erflater slechts de bedoeling heeft gehad om een voorschot toe te kennen aan de begiftigde op wat hij zou verkrijgen uit de vereffening en verdeling van de nalatenschap. Daarom zal de begiftigde dit geschonken voorwerp, of de tegenwaarde ervan, opnieuw moeten inbrengen in de nalatenschap waarna vervolgens de verdeling zal gebeuren tussen de erfgenamen.

De inbreng van giften gebeurt op vandaag verschillend naargelang het gaat om roerende dan wel om onroerende goederen. De inbreng van onroerende goederen gebeurt in de regel in natura en volgens hun waarde op datum van de verdeling, terwijl de inbreng van roerende goederen gebeurt door mindere ontvangst (in waarde) en volgens de waarde op het ogenblik van de schenking. Dit onderscheid zorgt in de praktijk vaak voor onredelijke en unfaire situaties. Het wetsvoorstel komt hieraan tegemoet door te bepalen dat de inbreng voor alle goederen, zowel roerend als onroerend, zal gebeuren op dezelfde wijze. De inbreng van alle giften gebeurt voortaan in waarde, ongeacht de aard van de goederen, en op basis van de intrinsieke waarde van de geschonken goederen op de dag van de schenking, geïndexeerd tot op de dag van het overlijden.

Zowel de inkorting als de inbreng van schenkingen zullen hierdoor voortaan op een uniforme wijze gebeuren.

4. Verdeling van de schulden

Tot slot voorziet het wetsvoorstel ook in een meer duidelijke regeling voor de verdeling van de schulden. Het Burgerlijk Wetboek vermeldt op vandaag slechts het principe van de inbreng van de schulden, maar zegt niets over de modaliteiten. Om die reden wordt een nieuw artikel 821 B.W. voorgesteld, waarbij een nieuwe regeling voor de verdeling van de schulden wordt opgenomen.

De belangrijkste wijzigingen voor u opgelijst
Onroerende verhuur met btw | versie 2.0
Het wetsontwerp van 30 maart 2018 werd na advies van de Raad van State nog op diverse punten aangepast en op 31 juli 2018 ingediend bij het Parlement. Hieronder geven we de belangrijkste wijzigingen mee. Optie tot verhuring van gebouwen met btw  Basisvoorwaarden De basisvoorwaarden om de optie tot verhuur van een gebouw met btw te kunnen uitoefenen blijven ongewijzigd: Het moet g
Het verschil in behandeling wordt weggewerkt
VAA onroerende goederen: fiscus legt zich (voorlopig) neer bij rechtspraak
De FOD Financiën publiceerde op 15 mei 2018 een circulaire 2018/C/57 met betrekking tot de forfaitaire waardering van het voordeel van alle aard.
Een boeiende uiteenzetting rond MBI, opnieuw in oktober
Management Buy-In: spannend én uitdagend
Op Donderdag 7 juni organiseerde Moore Stephens Belgium in de Drongense S.M.A.K lounge, in samen werking met 3W Executive Interim Management alsook met onze partners Sherpa Law en het Business Coaches Network, een interactieve lezing omtrent Management Buy-In (MBI). Filip Van de Vliet kwam zijn persoonlijke Management Buy-In ervaring delen. Lars Raedschelders gaf meer duiding over de financieri
De vastgoedplanning verkeert in woelige wateren
Waardering vruchtgebruik: in volle (R)evolutie?
Er wordt de laatste jaren veel gezegd en geschreven over de waardering van vruchtgebruik en waar het fiscale schoentje knelt. Hieronder geven we een overzicht van de problematiek inzake waardering, de huidige tendensen  en  werpen we ook een blik op toekomstige vastgoedplanning. Waardering vruchtgebruik Waardering van vruchtgebruik: een wereld in verandering Vruchtgebruik is één
De 'use and enjoyment' regels concreet toegelicht
Goederenvervoer en daarmee nauw samenhangende diensten: nieuwe regels verduidelijkt in een circulaire
Op 31 oktober 2017 werd (oud) KB nr. 57, dat handelt over de plaats van de dienst voor goederenvervoerdiensten en daarmee samenhangende diensten, vervangen door een nieuw KB.  Dat KB trad in werking op 23 november 2017. Het verduidelijkt het oude KB deels en voert daarnaast een nieuwe regel in. Teneinde de (nieuwe) regels te verduidelijken en te bespreken, heeft de fiscus op 31 mei 2018 in da
Krachtlijnen
Belangrijke wijzigingen in de verplichtingen voor maatschappen
De op 27 april 2018 gepubliceerde wet over de hervorming van het ondernemingsrecht brengt een aantal wijzigingen aan in het wetboek van vennootschappen en in het wetboek van economisch recht. Deze nieuwe regelgeving treedt in werking op 1 november 2018. Ook voor de maatschappen zullen er  enkele regels wijzigen. Hoewel er nog verduidelijkingen zullen worden gepubliceerd, geven wij hieronder r
UBO (Ultimate Beneficial Owner): de uiteindelijke begunstigden
Het UBO-register: nieuwe informatieverplichtingen op komst voor het bestuursorgaan van uw vennootschap
Door invoeging van artikelen 14/1 en 14/2 in het Wetboek van vennootschappen zijn alle vennootschappen er voortaan toe gehouden toereikende, accurate en actuele informatie over hun "uiteindelijke begunstigden" (ook wel “Ultimate Beneficial Owner” of “UBO” genoemd) in te winnen en bij te houden en te registreren in het nieuwe “UBO-register”: een centraal register waarin gegevens worde
De krachtlijnen op een rijtje
Onroerende verhuur met btw: vanaf 1 oktober 2018!
  Hoewel het nog maar een wetsontwerp is en dus nog onderhevig kan zijn aan wijzigingen, willen we toch al de krachtlijnen meegeven van de nakende revolutie in het btw landschap: onroerende verhuur met optie tot onderwerping aan btw. Historiek Van oudsher is de verhuur van onroerende goederen in principe vrijgesteld van btw (artikel 44 §3, 2° W.BTW). Er zijn slechts enkele, spe
De invoering van het huwelijksvermogensrecht
Einde van het finaal verrekenbeding of alsnog nieuw leven?
Over het finaal verrekenbeding is de laatste jaren al veel stof opgewaaid. Nadat het Hof van Cassatie in 2017 besliste in het voordeel van de belastingplichtige dat de vordering aftrekbaar was in het kader van de verschuldigde successierechten, heeft de Vlaamse decreetgever de fiscus een handje toegestoken door middel van een wetswijziging. 1. Wat is een finaal verrekenbeding en hoe werkt
Sneller systeemrisico's detecteren
Zonder Legal Entity Identifier doet uw bedrijf geen beurstransacties in 2018
Sinds 3 januari 2018 dient elke rechtspersoon die financiële instrumenten aan-of verkoopt te beschikken over een Legal Entity Identifier of kort LEI. 1. Legal Entity Identifier Een LEI is een unieke alfanumerieke code met 20 tekens waarmee elke juridische entiteit die actief is op de (al dan niet internationale) financiële markten op snelle wijze kan worden geïdentificeerd. De LEI st

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief