Interesten op buitenlandse spaarboekjes: België opnieuw op de vingers getikt over de vrijstelling

Met de nakende aangifteperiode in het vooruitzicht is het niet onbelangrijk de huidige stand van zaken omtrent de belastingvrijstelling voor interesten op spaarboekjes nog eens even op een rij te zetten.

De algemene regel omtrent de vrijstelling
Op heden is de eerste schijf van € 1.880 (voor aj. 2018, basisbedrag € 1.250) van de inkomsten uit gereglementeerde spaarboekjes vrijgesteld voor zover de genieter een natuurlijk persoon is. Op basis van een wettelijke fictiebepaling worden de interesten van minderjarige kinderen bij de interesten van hun ouders geteld. Onder de huidige regeling wordt de eerste schijf van € 1.880 dus niet aangemerkt als roerend inkomen zodat de belastingplichtige deze inkomsten niet dient te vermelden in zijn aangifte in de personenbelasting.Indien de grens van € 1.880 wel overschreden wordt en de roerende voorheffing niet werd ingehouden, moet de belastingplichtige het gedeelte van de genoten interesten boven de € 1.880 wel in zijn  personenbelasting aangifte (of aangifte als niet- inwoner indien het interesten van Belgische bron betaald aan een niet-inwoner betreft) vermelden, met het oog op de belasting ervan tegen 15%.  

Noteer, dat dit fiscaal voordeel in het verleden reeds verschillende keren onder vuur heeft gelegen. Zo hebben financiële experts die in opdracht van de regering hervormingsvoorstellen voor de financiële sector moesten uitwerken, destijds ook al een voorstel geformuleerd om de fiscaliteit van de spaarboekjes grondig te hervormen. Daarnaast heeft deze regeling ook al het voorwerp uitgemaakt van een veroordeling door het Hof van Justitie. 

Waar wrong het schoentje in Europese context? 
In haar uitspraak van 6 juni 2013 oordeelde het Hof van Justitie dat het systeem van de vrijstelling van belasting op interesten op Belgische spaarboekjes, strijdig was met de Europese beginselen van het vrij verkeer van diensten (art. 56 VWUE) en kapitaal (art. 63 VWUE) aangezien diezelfde vrijstelling niet gold voor interesten afkomstig van andere financiële instellingen gelegen binnen de EER. Op basis van dezelfde argumentatie als het Hof van Justitie oordeelde het Grondwettelijk hof vervolgens dat, naast de vrijstelling op Belgische spaarboekjes, ook het gunsttarief van 15% dat van toepassing is op het niet-vrijgestelde gedeelte van de verkregen interesten op de Belgische spaarboekjes, strijdig was met het grondwettelijke gelijkheidsbeginsel en de Europese vrijheden.

In antwoord op een parlementaire vraag van tevens 6 juni 2013 antwoordde toenmalig minister van Financiën Koen Geens vervolgens dat de consequentie van voormelde beslissing van het Hof Van Justitie eenvoudig was: voor Belgische en Europese banken, met of zonder vestiging in België, diende eenzelfde belastingregeling te gelden voor de interesten op spaarboekjes. De gevolgen die aan het arrest moesten worden gekoppeld, waren volgens hem zeer duidelijk. Het fiscaal regime van interesten op spaarboekjes moet hetzelfde zijn, ongeacht of deze interesten worden betaald op Belgische deposito's die in België worden aangehouden of op Europese deposito's die in andere landen van de Europese Unie worden aangehouden, zelfs als deze geen inrichting in België hebben. Het is alleen wanneer er daar een volledig gelijke behandeling is, dat de spaarder volledig vrij zal zijn in zijn keuze van de plaats waar hij spaart. De regering zou een standpunt innemen en daarbij rekening houden met tal van overwegingen.

Uitbreiding vrijstelling, maar toch nog niet voldoende …
In antwoord op voorgaande werd de vrijstellingsregeling voor de eerste schijf van interesten van € 1.880 van ‘Belgische’ gereglementeerde spaardeposito’s en het afzonderlijk tarief van 15% op het saldo dat die vrijstellingsdrempel overschrijdt, vanaf het aanslagjaar 2013 uitgebreid tot spaardeposito’s gehouden door kredietinstellingen gevestigd in de EER. De uitbreiding gold voor de inkomsten toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1 januari 2012. Verder werd gestipuleerd dat de voorwaarden waaraan de spaarboekjes die gehouden worden in andere EER-lidstaten moeten voldoen om voor de vrijstelling in aanmerking te komen, analoog zijn aan deze voor de Belgische gereglementeerde spaarboekjes. En net de praktische invulling van die laatste zin, zorgde ervoor dat België recent opnieuw diende te verschijnen voor het Hof van Justitie. 

In de praktijk bleek immers dat (zo goed als) geen enkele buitenlandse kredietinstelling spaarproducten aanbiedt die voldoen aan de strenge voorwaarden zoals gesteld in de Belgische wetgeving: het dient te gaan om spaardeposito’s zonder overeengekomen vaste termijn of opzeggingstermijn, de opvragingmogelijkheden zijn beperkt, de vergoeding bestaat verplicht en uitsluitend uit een basisrente en een getrouwheidspremie waarvan het niveau en de berekening zijn vastgesteld, enz. (cfr. artikel 21,al 1, 5° WIB 1992 en artikel 2 KB/WIB 1992). Verder onderzoek doet besluiten dat de combinatie van een basisrente en getrouwheidspremie een bijzonder kenmerk lijkt te vormen van de Belgische bankenmarkt. Bijgevolg worden Belgische ingezetenen ervan weerhouden om spaarrekeningen te houden bij buitenlandse bankinstellingen, daar  deze instellingen nooit aan de opgelegde voorwaarden zullen voldoen en de ontvangen interesten aldus niet onder de vrijstellingsregeling zullen vallen.  

De rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, stelde daarom op 9 november 2015 aan het Hof van Justitie de vraag, of de bepaling onder haar huidige regeling (die vereist dat voldaan wordt aan voorwaarden die analoog zijn aan deze opgenomen in artikel 2 KB/WIB 1992 die de facto eigen zijn aan de Belgische markt en buitenlandse dienstverrichters bijgevolg ernstig belemmert hun diensten aan te bieden binnen België) een schending inhoudt van het Europees recht. Het Hof antwoordde in een recente beslissing van 8 juni dat de Belgische wetgeving in haar huidige vorm inderdaad een verboden belemmering van de vrijheid van dienstverrichting kan vormen. Het argument van de Belgische Staat die de bescherming van de consument als rechtvaardigingsgrond aanvoert, wordt daarbij door het Hof afgewezen. Wel stelt het Hof vervolgens dat het toekomt aan de rechter van de rechtbank van eerste aanleg die de zaak aanhangig heeft gemaakt, om finaal te beoordelen of er in concreto ook effectief verboden belemmering bestaat. 

Hoewel niet volledig te voorspellen, lijkt het gelet op de argumentatie en huidige stand van de wetgeving te verwachten dat de rechtbank zal oordelen dat er wel degelijk sprake is van een verboden belemmering van het vrij verkeer van diensten. Als de rechtbank effectief tot dit besluit komt, is het aan de wetgever om hieraan het gepaste gevolg te geven. En dit kan op twee manieren gebeuren: ofwel worden de voorwaarden om te genieten van het stelsel zodanig gewijzigd dat de specifieke Belgische kenmerken verlaten worden, ofwel wordt er gekozen voor een volledige afschaffing van het belastingvoordeel.  

Besluit  
Omdat het niet zeker is wat de uiteindelijke beslissing zal zijn, is het meest voorzichtige standpunt om op heden nog geen vrijstelling te claimen voor interesten op buitenlandse spaarboekjes. Mocht nadien de wetgeving gewijzigd worden, kan er nog steeds om teruggave gevraagd worden via de bezwaarprocedure. Als de vrijstelling nu reeds wordt geclaimd in de aangifte, kan dit aanleiding geven tot vragen om inlichtingen of een bericht van wijziging van de fiscus. Zoals wel vaker het geval is bij het Belgische wetgevingsproces, kunnen we u momenteel meedelen: to be continued… 

Tax & Legal Services
De fiscus zwaait voortaan met hoge BTW-boetes voor wie de BTW-formaliteiten niet strikt naleeft
Vanaf 17 juli 2012 worden een ganse rits van BTW-boetes verhoogd. Wie voortaan zijn BTW-verplichtingen niet strikt naleeft, zal dat in zijn of haar portemonnee voelen. Voortaan zal nog weinig door de vingers worden gezien. Een verwittigd ondernemer is er alvast twee waard! Verhoging niet-proportionele BTW-boeten Het BTW-wetboek voorziet in proportionele en niet-proportionele geldboeten. Het
Tax & Legal Services
Een inkoop van eigen aandelen kan een interessante manier zijn om een medevennoot uit te kopen
Heel wat zelfstandigen richten samen met één of meerdere familieleden, vrienden of kennissen een vennootschap op. In de beginjaren is alles meestal koek en ei en heeft iedereen nog zin om er stevig in te vliegen. Maar het enthousiasme durft bij sommige aandeelhouders al wel eens te bekoelen of er ontstaan strubbelingen tussen de vennoten wegens een verschillende visie. Vaak zit er dan niets an
Tax & Legal Services
Vergeet geen voordeel in natura aan te geven voor uw iPad of die van uw personeel
Heel wat bedrijfsleiders schaffen zich via hun vennootschap een tablet-PC aan. Ook het personeel kan van dergelijke technologische snufjes meer en meer gebruik maken. Vaak is dat zelfs van commercieel belang om bij klanten of leveranciers bvb. een nieuw product voor te stellen. De mogelijkheden met zo'n tablet zijn immers enorm en het oogt modern. Maar meestal wordt over het hoofd gezien dat er
Tax & Legal Services
Kiest u beter voor een lang of kort eerste boekjaar bij de oprichting van uw vennootschap?
Bij de oprichting van een vennootschap blijkt dat het eerste boekjaar van de vennootschap in bijna alle gevallen langer of korter dan 12 maanden duurt. In de meeste gevallen wordt geopteerd voor een duurtijd van meer dan 12 maanden. Maar is dat wel altijd interessant? Het eerste boekjaar na oprichting In de oprichtingsakte van de vennootschap wordt het begin en het einde van het boekjaar verme
Tax & Legal Services
Soms hoeft u zich geen 36.000 € brutoloon toe te kennen om van het verlaagd tarief te kunnen genieten
In de praktijk kennen heel wat bedrijfsleiders aan zichzelf een brutobezoldiging toe van minstens 36.000 €. Dat bedrag is niet zomaar uit de lucht gegrepen, maar is gebaseerd op de fiscale regel dat aan minstens één bedrijfsleider (natuurlijk persoon) van de vennootschap een brutoloon van 36.000 € moet worden toegekend opdat deze van het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting zou kunne
Tax & Legal Services
Een V.O.F. oprichten heeft niet alleen voordelen maar ook nadelen
Een vennootschap onder firma (afgekort V.O.F.) is een weinig gereglementeerde vennootschapsvorm die in België niet zo vaak voorkomt. In de praktijk wordt meestal voor dergelijke vennootschapsvorm geopteerd omdat er geen financieel plan nodig is bij de oprichting, de vennootschap kan worden opgericht via een onderhandse akte (lees: u hebt geen notaris nodig) en omdat u geen jaarrekening hoeft te p
Tax & Legal Services
De verdeeltaks in Vlaanderen stijgt naar 2,50%
De laatste maanden is er al heel wat te doen geweest omtrent de verhoging van de registratierechten bij het uit onverdeeldheid treden. Uiteindelijk werd er begin juli door de Vlaamse regering beslist om de verdeeltaks te verhogen van 1% naar 2,50%. Voor wie uit onverdeeldheid wil treden uit één of meerdere onroerende goederen betekent dit alvast een flinke stijging van de registratierechten.
Tax & Legal Services
Een tankkaart als alternatieve loonsverhoging
In de praktijk komt het wel eens voor dat een werkgever een gratis tankkaart toekent aan zijn personeel i.p.v. een firmawagen. Hoe wordt dit voordeel op fiscaal en sociaal vlak behandeld bij de werkgever en de werknemer? Fiscale behandeling bij de werknemer De werknemer zal worden belast op een voordeel van alle aard dat dient te worden gewaardeerd op de werkelijke waarde voor de verkrijger va
Tax & Legal Services
Bezorg de fiscus en de RSZ tijdig de vereiste certificaten bij de overname van een handelszaak
Wie een handelszaak overneemt, begint meestal met vol enthousiasme aan een nieuwe uitdaging in zijn of haar carrière. Maar dat enthousiasme zou wel eens snel bekoeld kunnen zijn indien blijkt dat de overlater nog sociale en/of belastingschulden heeft. Uit de fiscale[1] en de sociale wetgeving[2] blijkt immers dat de overnemer van een handelszaak in bepaalde gevallen moet opdraaien voor de sociale
Tax & Legal Services
Hogere belastingtarieven in het verschiet op uw pensioenkapitaal uit uw groepsverzekering
Over de verhoging van de minimumpensioenleeftijd is de afgelopen maanden heel wat commotie ontstaan. Dat er iets moet gebeuren, staat in elk geval als een paal boven water. Zoniet wordt de kost van de vergrijzing onbetaalbaar. Zo zal vanaf 2016 de minimale pensioenleeftijd in principe 62 jaar bedragen. Om u te ontmoedigen vroeger te stoppen met werken, zal ook uw appeltje voor de dorst onder de vo

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief