Actua uit btw- en douaneland

Een onregelmatige of onvolledige factuur zal niet langer de uitoefening van btw-aftrek automatisch verhinderen.
Sinds jaren wordt een correcte factuur als het sluitstuk beschouwd om het recht op aftrek van btw te kunnen uitoefenen. Dit leidde er vaak toe dat de btw-aftrek werd verworpen omwille van bijvoorbeeld een foute of onvolledige vermelding op de factuur of het ontbreken van een btw-nummer, hoewel het duidelijk was dat de gedane aankoop een beroepsmatig karakter vertoonde en de belastingplichtige ten gronde wel degelijk een recht op aftrek zou moeten hebben.

Hoewel er zich een evolutie aftekende in de Europese rechtspraak waarbij het Hof telkens opnieuw het standpunt innam dat een onregelmatige factuur niet noodzakelijk mag leiden tot een verwerping van het recht op aftrek, bleef de administratie in vele gevallen sterk vasthouden aan het formele aspect als reden van een verwerping van btw-aftrek. Onder druk van deze Europese evolutie werd op 12 oktober 2017 een circulaire gepubliceerd waarbij de administratie zich neerlegt bij het Europese standpunt en zich schikt naar het ‘substance over form’ principe. Bij de beoordeling van het recht op aftrek zal zij voortaan inhoudelijke criteria laten primeren over vormelijke vereisten.

Zeer concreet betekent dit dat, indien een belastingplichtige tijdens een btw-controle geconfronteerd wordt met een factuur die niet regelmatig is of niet alle verplichte vermeldingen bevat, de administratie het recht op aftrek maar definitief zal beoordelen, op basis van:

  • gecorrigeerde facturen die nog worden voorgelegd en/of;
  • aanvullende bewijsstukken die door de btw-plichtige worden bijgebracht en waarvan duidelijk is dat deze ondubbelzinnig betrekking hebben op de onregelmatige facturen. Het kan hier gaan om contracten, bestelbonnen, offertes, andere correspondentie tussen de contractpartijen,…

Deze aanvullende stukken kunnen nog worden voorgelegd zolang de belastingcontrole duurt, en uiterlijk vóór de beëindiging ervan. Indien deze bijkomende stukken voldoende gegevens bezorgen aan de administratie om vast te stellen dat voldaan is aan de materiële voorwaarden voor het recht op aftrek, namelijk als zij kan vaststellen dat de gedane aankopen gebruikt worden voor het verrichten van handelingen die recht op aftrek geven, kan zij de aftrek niet langer verwerpen. Waar tot heden het voorleggen van bijkomend bewijs tijdens een btw-controle vaak niet werd aanvaard, wordt dit nu dus wel mogelijk zolang de controle niet afgerond werd.

Het is onnodig te zeggen dat het uiteraard nog steeds vereist is dat ook de materiële voorwaarden van het recht op aftrek vervuld moeten zijn en dat er geen sprake mag zijn van fraude en/of misbruik, en dat de belastingplichtige niet wist en niet had mogen weten dat de handeling waarvoor hij recht op aftrek vraagt, onderdeel is van fraude of misbruik. 

Het Europees Hof van Justitie verhindert de toepassing van de btw-vrijstelling op zelfstandige groeperingen in welbepaalde sectoren zoals o.a. de financiële en onroerend goed sector. 
Midden vorig jaar voerde de Belgische wetgever een nieuwe wetsbepaling in omtrent de btw-vrijstelling voor zelfstandige groeperingen van personen (daarvoor “kostendelende verenigingen”). Zelfstandige groeperingen van personen kunnen hun diensten aan hun leden van btw vrijstellen indien:

  • hun leden op geregelde en overwegende wijze een vrijgestelde activiteit uitoefenen (o.b.v. artikel 44 W. BTW) of een activiteit waarvoor ze niet belastingplichtig zijn;
  • het overwegend deel van de activiteiten van de groepering erin bestaat diensten te verlenen aan haar leden die direct nodig zijn voor hun vrijgestelde of niet-belastingplichtige activiteit;
  • de vergoeding of retributie die de groepering aan de leden aanrekent enkel de terugbetaling vertegenwoordigt van hun aandeel in de door de groepering gedane gezamenlijke uitgaven; EN
  • de vrijstelling niet tot concurrentieverstoring leidt. 

Een half jaar na de inwerkingtreding van deze nieuwe wetsbepaling (artikel 44, §2bis W. BTW) publiceerde de btw-administratie een circulaire waarin ze meer toelichting gaf omtrent de vorm van de zelfstandige groepering, de hierboven opgesomde voorwaarden, het recht op aftrek van de leden en de groepering, de te vervullen btw-formaliteiten, etc. (Circulaire AAFisc nr. 31/2016, E.T.127.540 dd. 12 december 2016). De Belgische wetgever beperkte de toepassing van deze btw-vrijstelling niet tot welbepaalde van btw vrijgestelde sectoren. De vraag stelt zich thans of ze dit in de toekomst misschien gaat doen. Immers heeft het Hof van Justitie recent geoordeeld dat diensten van zelfstandige groeperingen van personen waarvan de leden een economische activiteit op het gebied van financiële diensten uitoefenen, niet in aanmerking komen voor de btw-vrijstelling (H.v.J. 21 september 2017, zaken C-605/15, Aviva, C-326/15, DNB Banka en C-616/15, Commissie t. Duitsland). In een bericht van 27 september 2017 liet de fiscale administratie weten dat ze momenteel de mogelijke gevolgen onderzoekt van deze arresten op de Belgische btw-vrijstelling voor zelfstandige groeperingen van personen en dat een officieel standpunt later zal volgen.  

De vraag stelt zich dus of de Belgische btw-administratie haar Belgische standpunt gaat aanpassen en zo ja, voor welke sectoren de btw-vrijstelling dan nog behouden blijft. Het Europees Hof oordeelde in voormeld arrest immers dat de btw-vrijstelling enkel toepasselijk is wanneer de leden van de groepering vrijgestelde activiteiten uitoefenen die opgenomen zijn in artikel 132 van Richtlijn 2006/112/EG (activiteiten van algemeen belang: de (para)medische sector, onderwijs, sport, cultuur, syndicale organisaties, …). Oefenen de leden activiteiten uit die vrijgesteld zijn op basis van een ander artikel uit de btw-richtlijn, zoals bijvoorbeeld financiële en verzekeringsdiensten en onroerende verhuurdiensten, (deze vallen onder artikel 135 van Richtlijn 2006/112/EG), dan kan de zelfstandige groepering niet genieten van de btw-vrijstelling. 

Het Europees Hof oordeelt wel dat de lidstaten eerst hun btw-wetgeving zullen moeten aanpassen alvorens ze huidige rechtspraak zullen kunnen inroepen tegen hun onderdanen. Zolang de Belgische wetgever bijgevolg artikel 44, §2bis W. BTW niet heeft aangepast aan dit Europese standpunt, moeten zelfstandige groeperingen in de financiële en onroerende sector niet vrezen. Van zodra echter artikel 44, §2bis W. BTW wordt aangepast, zullen ze op zoek moeten gaan naar andere optimalisaties.  

Tenslotte kunnen we nog meedelen dat ook de lang verwachte FAQ’s omtrent bepaalde samenwerkingsvormen in de medische sector nog steeds niet gepubliceerd werden. Op 31 maart 2017 had de FOD Financiën op haar website gepubliceerd dat de meldingsplicht die het gevolg was van de nieuwe btw-vrijstelling voor zelfstandige groeperingen van personen, moeilijkheden aan het licht had gebracht op het vlak van de btw-behandeling van sommige samenwerkingsvormen, vnl. in de (para)medische sector, die geen zelfstandige groeperingen van personen zijn. Ze zou in de ‘nabije’ toekomst een FAQ publiceren waarin deze samenwerkingsvormen en de gevolgen ervan op het vlak van btw aan bod zouden komen. Van zodra er meer nieuws is omtrent deze FAQ’s en het standpunt van de btw-administratie n.a.v. voormeld arrest van het Hof van Justitie, berichten wij jullie verder.    

Verlaagd btw-tarief voor defibrillatoren en producten voor intieme hygiënische bescherming. 
Op 6 oktober heeft de Ministerraad een ontwerp van K.B. goedgekeurd waardoor producten voor intieme hygiënische bescherming (zoals o.a. tampons, maandverband, inlegkruisjes) en externe defibrillatoren (o.a. AED-toestellen) zullen kunnen genieten van het verlaagde btw-tarief van 6 % in plaats van het standaardbtw-tarief van 21 %. Hopelijk heeft deze toekomstige tariefverlaging voor gevolg dat nog meer AED-toestellen op allerhande publieke plaatsen en bedrijven gaan voorkomen, daar hun aanwezigheid mensenlevens kan redden. Of de btw-verlaging op intieme hygiënische beschermingsproducten ook daadwerkelijk voelbaar gaat zijn in de portemonnee van de consument, zal nog moeten blijken.  

Nieuwe informatiepagina omtrent Brexit op website FOD Financiën.
In het referendum van 23 juni 2016 heeft de meerderheid van de bevolking van het Verenigd Koninkrijk zich positief uitgesproken over het beëindigen van het EU-lidmaatschap. Op 29 maart 2017 heeft de Britse premier, Theresa May, vervolgens de ‘artikel 50-procedure’ in gang gezet waardoor het proces van het uittreden van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie officieel van start is gegaan. In principe zal het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie op 29 maart 2019 onherroepelijk verlaten (tenzij in unaniem akkoord de termijn nog verlengd zou worden met een periode van twee jaar). Dit heeft tot gevolg dat er (in principe) niet langer sprake zal zijn van een vrije markt tussen België en het Verenigd Koninkrijk, wat belangrijke implicaties kan hebben voor de logistieke afhandeling van goederenverkeer, zowel op vlak van douane als op vlak van btw.

De AAD&A heeft daarom in samenwerking met de AAFisc. een webpagina gelanceerd om ondernemers wegwijs te maken in de douane- en btw-materie naar aanleiding van deze nakende brexit. Op deze webpagina wordt onder meer informatie gegeven omtrent de procedures bij in- en uitvoer, de verschillende douaneregelingen, frequent gebruikte begrippen, faciliteringsmogelijkheden, gevolgen op vlak van douane en accijnzen, … Drijft men handel met het Verenigd Koninkrijk, is het van belang de ontwikkelingen omtrent de brexit-onderhandelingen op te volgen en zich tijdig te informeren. Ook wij volgen uiteraard deze onderhandelingen op en berichten U tijdig over nieuwe informatie.  

Nieuwe spelregels rond pensioensparen
Gewijzigde regels voor een Vrij Aanvullend Pensioen voor startende zelfstandigen in bijberoep
Sinds de nieuwe bijdrageregeling voor zelfstandigen van kracht is, zijn de regels voor een Vrij Aanvullend Pensioen (VAP) voor startende zelfstandigen in bijberoep veranderd. Tot 1 januari 2015 kon een startende zelfstandige in bijberoep onmiddellijk aan aanvullend pensioensparen doen. De voorwaarde was dat hij/zij minstens dezelfde sociale bijdrage betaalde als een zelfstandige in hoofdbe
Opvallende zaken uit het regeerakkoord op een rij
Nederlands regeerakkoord 2017-2021: fiscale krachtlijnen
Op 10 oktober is het Nederlandse regeerakkoord 2017-2021 gepubliceerd. Opvallende zaken vanuit fiscaal oogpunt hierin zijn: De invoering van een bronheffing op royalty’s en rente van uitgaande stromen naar landen met zeer lage belastingen; De tarieven in de inkomstenbelasting zullen in de toekomst wijzigen naar twee tariefschijven (36,93 % en 49,5 %) en de heffingskortingen zullen worden
Een aantal nieuwigheden in de kijker
Nieuw Vlaams huurdecreet in de steigers
De Vlaamse Regering keurde op 14 juli 2017 het voorontwerp van het Huurdecreet goed. Hiermee wil Vlaanderen meer rechtszekerheid bieden in de contractuele relatie tussen huurder en verhuurder. In afwachting van de behandeling van het Huurdecreet door het Vlaams Parlement, zetten we alvast een aantal nieuwigheden uit het voorontwerp in de kijker. Naar een ruimer toepassingsveld: “een voor bewo
Belangrijke aandachtspunten & valkuilen op een rij
Werken met zelfstandigen: aandachtspunten voor de zelfstandige samenwerkingsovereenkomst
Samenwerken met een zelfstandige dienstverlener is voor de meeste ondernemingen dagdagelijkse praktijk. 
De basisvereisten blijven identiek
Het nieuwe insolventierecht: voortaan ook voor de vrije beroeper
Insolventie van ondernemingen Minister van Justitie Koen Geens schakelt rustig door, na een verregaande hervorming van het Wetboek van Vennootschappen en de codificatie van het ondernemingsrecht in het Wetboek voor Economisch Recht, is een codificatie en update van het insolventierecht een feit. Door de wet van 11 augustus 2017 werd een splinternieuw en behoorlijk lijvig boek XX aan het Wetb
De basis voor de opheffing van het Zwitsers bankgeheim
Inwerkingtreding Avenant bij dubbelbelastingverdrag België – Zwitserland
Op 10 april 2014 ondertekenden België en Zwitserland een Avenant tot wijziging van de overeenkomst ter vermijding van dubbele belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen. Zoals wij begin 2016 uitgebreider toelichtten brengt dit Avenant een aantal belangrijke nieuwigheden met zich mee. Zo introduceert dit Avenant een artikel inzake de uitwisseling van inlichtingen in het
Oprichting, vereisten en gevolgen van de btw-eenheid
De invloed van het zomerakkoord op de btw-eenheid
Oprichting btw-eenheid om verlies van recht op aftrek van voorbelasting wegens onroerende verhuur te vermijden Binnen een groep van vennootschappen gebeurt het regelmatig dat de ene vennootschap (bv. een patrimoniumvennootschap), een onroerend goed koopt of opricht, dat zij vervolgens ter beschikking gaat stellen aan een andere vennootschap (bv. een werkvennootschap). Die laatste oefent er dan ha
Nieuwe mogelijkheden voor de uitwerking of actualisatie van uw erfenisplanning
Nieuw erfrecht: wat betekent dit voor u?
Na meer dan 200 jaar heeft ons erfrecht eindelijk zijn lang verwachte facelift ondergaan. De wijzigingen zullen ingrijpend zijn en bieden nieuwe mogelijkheden voor de uitwerking of actualisatie van uw erfenisplanning.
De belangrijkste hervormingen op een rijtje
Voorontwerp nieuw ondernemings- en vennootschapsrecht goedgekeurd
Goedgekeurd op de ministerraad van 20 juli 2017.
Een tweetrapsraket: 2018 & 2020
Het zomerakkoord: Wat verandert er voor de vennootschapsbelasting?
In de talrijke persberichten heeft u ongetwijfeld reeds gelezen dat onze federale regering op 26 juli 2017 een akkoord heeft bereikt omtrent de hervorming en verlaging van de vennootschapsbelasting. Andere maatregelen uit het zgn. zomerakkoord zijn de belasting op effectenrekeningen, de uitbreiding van de flexi-jobs, de optie om onroerende verhuur aan btw te onderwerpen en de hervorming van d
 

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief