Glijdende uurroosters: eindelijk een wettelijk kader

Sinds de invoering van de Wet Werkbaar Wendbaar Werk kan de onderneming ervoor kiezen om in lijn met nieuwe wettelijke bepalingen een glijdend uurrooster in te voeren. Tot voor kort werden glijdende werkuren weliswaar in de praktijk toegepast, maar was het een concept dat niet in de wetgeving was ingeschreven en slechts onder bepaalde omstandigheden werd gedoogd. Glijdende uurroosters zijn een flexibiliteitsinstrument voor werknemers waardoor zij enerzijds op autonome wijze hun werk kunnen plannen in functie van de werkbehoeften en anderzijds hun werk beter kunnen combineren met hun privéleven. 

Begrip glijdende uurroosters
In het kader van glijdende uurroosters kan de werknemer zelf het begin en het einde van zijn arbeidsprestaties en zijn pauzes bepalen mits naleving van vastgelegde stam- en glijtijden.De uren van de verplichte aanwezigheid op de arbeidsplaats zijn de stamtijden, de periodes tijdens dewelke de werknemer het begin en het einde van zijn arbeidsdag kan moduleren alsook eventueel voorziene pauzes zijn de glijtijden. Glijdende uurroosters zijn mogelijk voor zowel voltijds als voor deeltijds vaste uurroosters. 

Evenwel mogen de glijdende uurroosters geen afbreuk doen aan de effectieve arbeidsorganisatie en kan de werkgever in bepaalde situaties alsnog vragen om aanwezig te zijn, bijvoorbeeld voor het bijwonen van vergaderingen. Het systeem van de glijdende uurroosters werd door de Wet Werkbaar Wendbaar Werk ingevoerd in het nieuwe artikel 20 ter van de Arbeidswet met uitwerking vanaf 1 februari 2017. Ondernemingen die, in afwijking van de nieuwe regels, hun bestaande systemen van glijdende uurroosters wensen te behouden, dienden tegen uiterlijk 30 juni 2017 hun bestaande regelingen te formaliseren in een cao of in het arbeidsreglement. 

Invoering in de onderneming – systeem van tijdsopvolging
De werkgever kan het gebruik van glijdende uurroosters invoeren in zijn onderneming via een cao of via het arbeidsreglement. Deze cao of arbeidsreglement moeten een aantal verplichte vermeldingen bevatten waaronder:

  • de uren van verplichte aanwezigheid van de werknemer in de onderneming (stamtijd);
  • de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur die moet nageleefd worden binnen een referteperiode van 3 maanden tenzij de cao of arbeidsreglement een andere duur bepaalt voor de referteperiode (max. 1 jaar);
  • de uren van de variabele periodes (glijtijd) waarbinnen de werknemer zelf zijn aankomst, vertrek en pauzes bepaalt;
  • het aantal uren dat in min of in meer kan worden gepresteerd;
  • het aantal uren dat in min of in meer kan worden gepresteerd en dat na het verstrijken eventueel kan worden overgedragen naar de volgende referteperiode. 

Vervolgens moet er een verplicht systeem van tijdsopvolging worden ingevoerd. Dit systeem bevat voor elke werknemer minstens (i) de identiteit van de werknemer, (ii) de duur van de arbeidsprestaties per dag en (iii) voor deeltijdse werknemers met een vast uurrooster begin en einde van zijn prestaties alsook zijn rustpauzes.Deze gegevens moeten minimum 5 jaar worden bijgehouden.

Marge van flexibiliteit
In de toepassing van de glijdende uurroosters moet steeds rekening worden gehouden met de grens van maximum 9 uren per dag en maximum 45 uren per week.De werknemer zal zijn normale wekelijkse arbeidsduur moeten naleven binnen de toepasselijke referteperiode die standaard 3 kalendermaanden bedraagt tenzij in de cao of het arbeidsreglement deze referteperiode is aangepast (maximum 1 jaar). De werkgever is geen overloon verschuldigd aan de werknemer zolang de prestaties worden verricht met naleving van de voorwaarden en grenzen van het systeem van glijdende uurroosters. Een werknemer tewerkgesteld op basis van glijdende uurroosters kan wel nog steeds op vraag van de werkgever de grenzen van zijn glijdend uurrooster overschrijden binnen de wettelijke voorwaarden van overwerk (vb. buitengewone vermeerdering van werk). Desgevallend zal er wel overloon verschuldigd zijn. 

Loonbetaling
De werknemer heeft steeds recht op zijn gewoon loon voor de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur (= normaal maandelijks loon). Op die manier geniet de werknemer van een loonbetaling die niet afhankelijk is van het aantal uren dat hij meer of minder zou hebben gepresteerd dan de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur. De werknemer is zelf verantwoordelijk om ervoor te zorgen dat hij het systeem van de glijdende werkuren naleeft en toepast binnen de voorgeschreven grenzen en voorwaarden. 

Indien binnen de referteperiode of op het einde van de arbeidsovereenkomst er minder uren zijn gepresteerd dan de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur dan kan de werkgever het ‘teveel’ betaalde loon inhouden.Werden er binnen de referteperiode of op het einde van de referteperiode evenwel meer uren gepresteerd dan de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur, dan worden enkel de uren verricht op vraag van de werkgever betaald. 

Besluit
Sinds de inwerkingtreding van de Wet Werkbaar Werkbaar werk kan men een gereglementeerd systeem van glijdende uurroosters invoeren in de onderneming. Hiertoe moeten volgende zaken worden ondernomen:

  • arbeidsreglement aanpassen m.b.t. glijdende uurroosters
  • bijlage arbeidsreglement waarin het geheel van regels van toepassing op glijdende uurroosters gedetailleerd wordt uitgelegd voor de werknemer
  • voorzien in systeem van tijdsopvolging 
Een geliefde controlestructuur
De almachtige zaakvoerder van een burgerlijke maatschap : altijd fictie geweest ?
De burgerlijke maatschap is al lang een geliefde controlestructuur bij vermogensplanners. In veel gevallen willen schenkers hun vermogen niet volledig uit handen geven en wensen zij toch nog een zekere controle te behouden over hetgeen ze schenken. Zeker bij de overdracht van familiale vennootschappen willen de schenkers (vaak ouders of familieleden) nog steeds zeggenschap houden over de gang van
Het fiscale kader
Subsidies in de vennootschap: vrijgesteld of niet?
In het artikel van onze collega’s van Strategy en Operations werden kort enkele subsidies omschreven. Ze gaven daarbij aan u en uw vennootschap te kunnen bijstaan voor wat betreft subsidiebegeleiding van A tot Z.1In het kader hiervan bespreken we graag het fiscale kader rond subsidies: hoe worden de ontvangen subsidies fiscaal behandeld binnen de vennootschap? Zijn deze subsidies vrijgestel
Recht op btw-aftrek mogelijk voor kosten gemaakt bij de aankoop van aandelen
Het Ryanair arrest
Ook recht op btw-aftrek mogelijk voor kosten gemaakt bij de aankoop van aandelen indien koop finaal niet (volledig) plaatsvindt Het Europees Hof van Justitie bevestigde recent dat de btw over kosten gemaakt met betrekking tot de verwerving van aandelen aftrekbaar kan zijn, zélfs indien de verwerving uiteindelijk niet (volledig) wordt verwezenlijkt. Hiermee bevestigt het Hof van Justitie opnieu
Het kan een groter fiscaal voordeel opleveren
De investeringsaftrek: een illustratie van de opties
Ondernemingen en natuurlijke personen krijgen de mogelijkheid om hun belastbare winst te verminderen met een deel van de aanschaffings- of beleggingswaarde van investeringen.
Waardering vruchtgebruik
Nu ook klopjacht op verkoop van vruchtgebruik?
In voorgaande edities is al geschreven over de waardering van het vruchtgebruik bij de verwerving van onroerende goederen, maar er duiken de laatste tijd ook regelmatig berichten op over controles op de waardering van het vruchtgebruik bij de doorverkoop. De rechtspraak heeft echter tot nu toe het standpunt van de belastingplichtige gevolgd. Situatieschets Er is sinds enkele jaren heel wat te
De arbeidsmarkt van de toekomst
Flexibel onbelast (bij)verdienen
In België kennen we drie wettelijke sociale statuten, (i) de werknemer, (ii) de zelfstandige en (iii) de ambtenaar. Evenwel wordt vaak de vraag gesteld of deze opdeling nog afgestemd is op de snel evoluerende arbeidsmarkt waarin flexibiliteit vereist wordt en er heel wat mensen kiezen voor een ‘freelance–statuut’ of verscheidene statuten wensen te combineren. Voka pleitte in dit kader re
Vlabel spreekt verzoenende taal
Zorgt de daling van de Vlaamse verkooprechten voor een stijging van de kosten bij aankoop vruchtgebruik?
De recente tariefdaling (naar 7,00%) voor aankopen van gezinswoningen gaat gepaard met een aantal voorwaarden. Zo moet de koper een natuurlijk persoon zijn.
Belangrijke gevolgen voor burgerlijke vennootschappen en tijdelijke handelsvennootschappen
Hervorming van het ondernemingsrecht
De wet van 15 april 2018 houdende hervorming van het ondernemingsrecht treedt in werking op 1 november 2018. Deze wet introduceert een nieuw en ruim begrip “onderneming”. Hieronder worden enkele in het oog springende gevolgen toegelicht.  De burgerlijke vennootschap verdwijnt  Vanaf 01 november 2018 verdwijnt het onderscheid tussen de burgerlijke en de handelsvennootschap uit het
Wat zijn de gevolgen?
Vlabel teruggefloten door Raad van State inzake de gesplitste verkrijging en inschrijving van blote eigendom en vruchtgebruik
Na een jarenlange betwisting tussen belastingplichtigen en Vlabel, heeft de Raad van State het standpunt van Vlabel vernietigd.
Beperking van het aantal vennootschapsvormen
Help, mijn vennootschapsvorm bestaat binnenkort niet meer!
Het WVV is op komst Op 4 juni 2018 werd het “wetsontwerp tot invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen” ingediend in de kamer, waarmee we aan de vooravond staan van de grootste hervorming van het vennootschapsrecht sinds de invoering van de gecoördineerde wetten op de handelsvennootschappen de dato 30 november 1935. Deze grondige hervorming van het vennootschapsrecht g
Hoe aftrekbaar zijn uw restaurantkosten?Download de fiscale gids

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief