De invloed van de ATAD-richtlijn(en) op het zomerakkoord

Het is inmiddels geen nieuws meer dat het zomerakkoord de Belgische vennootschapsbelasting grondig zal hervormen. De voorgestelde hervormingen zoals opgenomen in de voorbereidende teksten van de Programmawet en de Relancewet werden op 27 oktober goedgekeurd in de Ministerraad. Het wetsontwerp van de Programmawet werd op 6 november 2017 door de regering ingediend in de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Het wetsontwerp van de Relancewet (waarin de hervorming van de vennootschapsbelasting werd opgenomen) laat nog even op zich wachten. Inmiddels werd uit het voorontwerp van de Relancewet, dat op dit ogenblik voor advies bij de Raad van State ligt, duidelijk welke hervormingen door de regering werden weerhouden. Een aantal van deze hervormingen zijn ingegeven door Europese regelgeving en meer bepaald door de Europese ATAD-richtlijn1. Deze Europese antimisbruikrichtlijn combineert een aantal  actiepunten van het BEPS-plan² van de OESO met een aantal andere internationale antimisbruikmaatregelen.

De oorspronkelijke ATAD-richtlijn omvat 5 concrete actiepunten:

  • Een interestaftrekbeperking;
  • Een Exit Tax;
  • Een CFC regeling;
  • Een maatregel om hybride mismatches te vermijden; en tot slot
  • Een algemene anti-misbruikbepaling. 

De eerste 4 actiepunten maken tevens deel uit van de hervormingsmaatregelen in de vennootschapsbelasting zoals deze momenteel in het voorontwerp van de Relancewet zijn opgenomen. Hieronder vindt u een meer uitgebreide toelichting van de verschillende ATAD-maatregelen en het voorstel tot omzetting in de Belgische wetgeving. Op heden zijn er nog geen definitieve wetteksten beschikbaar waardoor bepaalde wijzigingen nog steeds mogelijk zijn. 

Interestaftrekbeperking
Het zomerakkoord introduceert een nieuwe onderkapitalisatiemaatregel onder de vorm van een beperking van de aftrekbaarheid van vreemd vermogen. Deze maatregel beoogt de uitholling van de belastbare basis van vennootschappen tegen te gaan door middel van gebruik van excessieve interestbetalingen. Het excessief karakter van interestbetalingen wordt beoordeeld door het verschil tussen de verschuldigde en de verkregen interesten en andere kosten die economisch equivalent zijn aan interesten te vergelijken met de winst voor interest, belasting en afschrijvingen (EBITDA) van de betrokken belastingplichtige. Het begrip EBITDA krijgt een fiscale invulling, hetgeen meer concreet inhoudt dat enkel belastbare inkomsten in aanmerking worden genomen. Belastingvrije inkomsten komen dus niet in aanmerking voor de bepaling van de EBITDA. Deze maatregel vervangt de huidige Belgische fiscale wetgeving inzake onderkapitalisatie die sinds 1 juli 2012 werd ingevoerd onder de vorm van een debt/equity ratio waarbij de verhouding tussen vreemd vermogen en eigen vermogen werd vastgelegd op 5:1. De ATAD-richtlijn bood de lidstaten verschillende mogelijke opties van onderkapitalisatiemaatregelen.

In het huidige voorontwerp stelt de regering voor om de onderkapitalisatiemaatregel in België als volgt om te zetten:

  • De nieuwe maatregel zal van toepassing zijn op leningen afgesloten vanaf 17 juni 2016. Interesten verschuldigd ingevolge leningsovereenkomsten afgesloten voor deze datum blijven onder het toepassingsgebied van de huidige onderkapitalisatieregeling vallen (i.e. debt/equity ratio van 5:1). Hiervoor wordt een overgangsmaatregel voorzien;
  • Er geldt een de minimis-drempel van € 3.000.000,00. Dit houdt in dat (ongeacht de samenstelling van de EBITDA) interesten aftrekbaar zullen blijven ten belope van € 3.000.000,00;
  • Om te vermijden dat interestbetalingen aan belastingparadijzen door de voornoemde de minimis-regeling volledig aftrekbaar zouden worden, blijft de bestaande onderkapitalisatieregeling van toepassing op interesten die worden betaald aan belastingparadijzen (i.e. debt/equity ratio van 5:1);
  • Binnenlandse vennootschappen en Belgische inrichtingen die deel uitmaken van een groep dienen hun EBITDA en de de minimis-drempel te beoordelen op geconsolideerde wijze;
  • Interesten die niet kunnen worden afgetrokken door de toepassing van de nieuwe aftrekbeperking kunnen onbeperkt worden overgedragen naar volgende jaren;
  • De aftrekbeperking geldt niet voor leningen die worden gesloten in uitvoering van een project van publiek-private samenwerking gegund na inmededingingstelling conform de reglementering inzake overheidsopdrachten;
  • Op zichzelf staande entiteiten (vennootschappen die geen deel uitmaken van een geconsolideerde groep, niet verbonden zijn met andere ondernemingen en geen vaste inrichtingen hebben) en financiële ondernemingen zoals gedefinieerd in de ATAD-richtlijn zijn uitgesloten van het toepassingsgebied van deze maatregel.

De inwerkingtreding van deze nieuwe onderkapitalisatieregel is voorzien voor aanslagjaar 2021 (verbonden aan een belastbaar tijdperk dat ten vroegste aanvangt vanaf 1 januari 2020).  

Exit taxatie (en step up regeling)
De ATAD-richtlijn legt aan lidstaten ook de verplichting op om een exit tax te heffen ingeval activa worden overgebracht van de ene staat naar een andere. Op deze manier wil men vermijden dat de nationale heffingsbevoegdheid verloren gaat. Immers, volgens deze regeling moeten ondernemingen eerst ‘afrekenen’ vooraleer zijn hun activiteiten kunnen overbrengen naar een andere (al dan niet EU) staat. De Belgische wetgeving kent vandaag reeds een exit heffing ingeval van zetelverplaatsing van vennootschappen, alsook ingeval van onttrekking van activa aan een Belgische inrichting. Op basis van de ATAD-richtlijn, zoals deze werd omgezet in het voorontwerp van de Relancewet, zou het toepassingsgebied van de huidige exit tax nu uitgebreid worden naar de overdracht van activa van een Belgische vennootschap naar een buitenlandse vaste inrichting.

Teneinde te vermijden dat dergelijke exit heffing een inbreuk vormt op de principes van vrijheid van vestiging binnen de Europese Economische Ruimte, wordt een mogelijkheid voorzien (bij overdrachten binnen de Europese Economische Ruimte) om de belasting gespreid in te vorderen. Deze modaliteit werd onder invloed van heersende Europese rechtspraak reeds in de Belgische wetgeving ingevoegd door de Wet van 1 December 2016 en geeft aan de belastingplichtige de mogelijkheid om te kiezen tussen een onmiddellijke betaling van de exitheffing dan wel de gespreide invordering van het “resterend verschuldigd gedeelte van de inkomstenbelasting³” over maximum 5 jaar.

De nieuwe aspecten van de regelgeving inzake de exit tax zouden van toepassing zijn op overdrachten die plaatsvinden vanaf 1 januari 2020. Daarnaast werd, onder invloed van de voorschriften van de richtlijn, tevens een step up regeling voorzien ingeval van de overdracht van activabestanddelen, een vaste inrichting  of de fiscale woonplaats van een onderneming naar België. Deze regeling houdt in dat de waarde van de overgedragen bestanddelen die is vastgesteld in de lidstaat van oorsprong (n.a.v. exitheffing) als beginwaarde zal worden aanvaard in België, tenzij deze niet overeenstemt met de marktwaarde. Bij wijze van uitbreiding wordt de Belgische regelgeving ook van toepassing op voornoemde overdrachten vanuit niet EU lidstaten.  

CFC –regelgeving
Een ander belangrijk actiepunt van de ATAD-richtlijn en voor de Belgische fiscale wetgeving een grote nieuwigheid is de verplichting voor de lidstaten om CFC-regels in te voeren.CFC (‘Controlled Foreign Companies’) regels zijn antimisbruikregels die erop gericht zijn om in het ‘thuisland’ van de controlerende aandeelhouders/belastingplichtigen de niet uitgekeerde winsten te belasten die behaald worden in of middels laagbelaste buitenlandse dochterondernemingen of vaste inrichtingen. Op deze manier kan men het kunstmatig verschuiven van winst naar deze buitenlandse entiteiten of vaste inrichtingen tegengaan.  

In het betreffende artikel van de ATAD-richtlijn wordt voorzien om de CFC regels zowel op buitenlandse vennootschappen als op buitenlandse inrichtingen toe te passen. De reden hiervoor is dat sommige EU-Lidstaten er internrechtelijk voor opteren om winst die wordt behaald in vaste inrichtingen gelegen in een land waarmee geen dubbelbelastingverdrag werd gesloten, vrij te stellen. Dergelijke regel is evenwel niet voorzien in het Belgisch intern recht. Immers volgens het interne Belgische fiscale recht worden binnenlandse vennootschappen onverkort belast op hun globale winst, tenzij deze winst wordt vrijgesteld krachtens een dubbelbelastingverdrag. Deze vrijstelling wordt enkel door de toepasselijke dubbelbelastingverdragen geregeld. Om niet te raken aan de samenhang van het systeem van de Belgische inkomstenbelasting en om geen bepalingen in de interne wet te introduceren die inwerken op de bepalingen die in de door België afgesloten dubbelbelastingverdragen werden overeengekomen, werd besloten om bij de omzetting van de CFC-regelgeving in de Belgische wetgeving de buitenlandse inrichtingen uit het toepassingsgebied te weren. België opteert er wel voor om een gelijkaardige maatregel uit te werken die buitenlandse inrichtingen en buitenlandse vennootschappen gelijk behandelt. 

De ATAD-richtlijn geeft de EU lidstaten verschillende opties om nationale CFC-wetgeving in te voeren. In het ontwerp van de nieuwe Belgische CFC-regelgeving wordt gekozen voor de ‘transactionele benadering’. De transactionele benadering zoals opgenomen in het voorontwerp neemt de vorm aan van een winstcorrectie in hoofde van de Belgische vennootschap. De winst van een buitenlandse vennootschap die voortkomt uit kunstmatige constructies die zijn opgezet met als wezenlijk doel een belastingvoordeel te verkrijgen, wordt geviseerd. Deze benadering geniet ook de voorkeur van de OESO aangezien zij accurater en proportioneler is om CFC-inkomen te belasten. Alsook lijkt deze benadering beter verzoenbaar met de door België gesloten dubbelbelastingverdragen. De Belgische CFC-bepaling zou inwerkingtreden vanaf aanslagjaar 2021 (verbonden aan een belastbaar tijdperk dat ten vroegste aanvangt vanaf 1 januari 2020).

Strijd tegen hybride mismatches
Tot slot is ook de strijd tegen hybride mismatches een actiepunt dat wordt beoogd door de ATAD-richtlijn alsook door ATAD II4. ATAD II breidt de oorspronkelijke richtlijn op dit vlak uit. Hybride mismatches kunnen worden gedefinieerd als regelingen die inspelen op de verschillen in de fiscale behandeling van een entiteit of betaling in de wetgeving van twee of meer fiscale rechtsgebieden en die hierdoor in hoofde van één of meerdere belanghebbenden aanleiding kunnen geven tot een dubbele aftrek of een aftrek van bepaalde kosten zonder corresponderende belasting in het land van de ontvanger. 

In navolging van ATAD, zoals aangepast door ATAD II, introduceert het voorontwerp van de Relancewet regelgeving om dergelijke hybride mismatches waarvan kan worden aangenomen dat ze werden opgezet om de belastbare grondslag van de betrokken vennootschappen te ‘regelen’, aan te pakken. Het betreft onder meer constructies opgezet tussen verbonden ondernemingen, tussen belanghebbenden die deel uitmaken van dezelfde onderneming of die handelen in het kader van een regeling waarvan het verkregen belasting voordeel reeds in de voorwaarden is ingecalculeerd of dat opgezet werd om dergelijk belastingvoordeel op te leveren. De voorgestelde maatregelen beogen de aftrek in de staat van de betaler te weigeren; de opname van een corresponderend inkomen in de belastbare inkomsten van de ontvanger; of in een beperking van de verrekening van het forfaitair gedeelte van de buitenlandse belasting. De inwerkingtreding van de regelgeving ter bestrijding van de gevolgen van hybride mismatches is voorzien voor aanslagjaar 2021 (verbonden aan een belastbaar tijdperk dat ten vroegste aanvangt vanaf 1 januari 2020). 

Zoals in het begin van dit artikel reeds vermeld, is er op heden nog geen definitieve wetgeving. Het spreekt voor zich dat wij de verdere ontwikkelingen aangaande deze materie en de overige hervormingsmaatregelen van de Belgische vennootschapsbelasting op de voet opvolgen.  

Auteurs: An Lettens & Anne-Sophie Van den Bosch

1. Anti Tax Avoidance Directive – Richtlijn (EU) 2016/1164 van de Raad van 12 juli 2016 tot vaststelling van regels ter bestrijding van belastingontwijkingspraktijken welke rechtstreeks van invloed zijn op de werking van de interne markt.
2. Base Erosion and Profit Shifting: Het BEPS-plan bevat 15 actiepunten tegen internationale belastingontwijking en winstverschuiving. Deze actiepunten zijn voornamelijk opgebouwd rond drie pijlers: coherentie, substantie en transparantie.
3. De gespreide invordering van de exitheffing kan slechts worden toegepast op het “resterend verschuldigd gedeelte van de inkomstenbelastingen”, hetgeen overeenkomt met het bedrag aan verschuldigde inkomstenbelasting, vermeerderd met eventuele belastingverhogingen en na verwerking van de verrekenbare bestanddelen (vb. roerende voorheffing, FBB, belastingkredieten, …) en de gestorte voorafbetalingen. Dit totaalbedrag wordt dan beperkt tot het evenredige aandeel van de exitheffing in de totale belastingschuld.
4. Richtlijn (EU) 2017/952 van de Raad van 29 mei 2017 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2016/1164 wat betreft hybridemismatches met derde landen.

Vanaf 1 mei 2019
Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen goedgekeurd
Op 28 februari 2019 heeft de Kamer het langverwachte Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (afgekort WVV) dan toch goedgekeurd. Vanaf 1 mei 2019 heeft ons land bijgevolg een nieuw vennootschapsrecht. Het huidige Wetboek van Vennootschappen - dat reeds van 7 mei 1999 dateert – is niet langer aangepast aan de hedendaagse behoeften van het bedrijfsleven. Met het WVV tracht de wetgever Belg
De revival van opstal
Opstal als stealth-vruchtgebruik?
Recent werd een opmerkelijk arrest door het Hof van Beroep van Brussel geveld inzake de belasting van te goedkope natrekking bij opstal (23 januari 2019). Ook in het verleden waren hier al een aantal uitspraken over gedaan (zie onder meer het Hof te Gent van 31 oktober 2017). De interesse omtrent het einde van opstal bestaat duidelijk bij de fiscus en de beide arresten tonen ook aan dat er soms we
Paradepaardje of toch eerder louter doekje tegen het bloeden?
Het Belgisch fiscaal consolidatieregime
Het algemene opzet met de invoering van een fiscaal consolidatieregime was duidelijk, met name het Belgische fiscale stelsel terug positief in de kijker zetten. Vele van de ons omringende landen kennen immers al jaar en dag een systeem van fiscale consolidatie en België scoorde daardoor slecht op dit punt wanneer internationale groepen een investeringslocatie moeten kiezen. De vraag die op ied
De nieuwe regels voor btw-behandeling van vouchers
De wondere wereld van btw en bonnen
Bonnen zijn een zeer populair marketing instrument. Er zijn diverse soorten bonnen: kortingsbonnen uitgegeven door een fabrikant, in te ruilen bij om het even welk verkooppunt in België, kortingsbonnen gratis verstrekt door retailers, bonnen waarmee een nieuw gelanceerd artikel gratis kan worden verkregen, cadeaucheques die kunnen worden ingewisseld voor een heel gamma producten of diensten, elek
'Pauliaanse vordering' schiet te hulp
De fiscus buitenspel zetten door het verwerpen van de nalatenschap: kan dat?
In het erfrecht hebben verschillende erfgenamen een reservataire aanspraak. Zij hebben dus recht op een minimum erfdeel. Sinds de nieuwe erfwet mag men vrij beschikken over de helft van zijn vermogen. Dit noemt men het beschikbaar deel. Als het beschikbaar deel overschreden wordt door giften, kunnen de reservataire erfgenamen de inkorting vragen. Via de inkorting eisen de reservataire erfgenamen,
Ruimere inschrijvingsplicht in de KBO
Registratie in de KBO onder het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen
In het streven naar een aantrekkelijker ondernemingsklimaat werd er gesleuteld aan het ondernemingsrecht. Het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (“WVV”) schaft het begrip ‘handelaar’ af en voert het nieuwe begrip ‘onderneming’ in. Het nieuwe ondernemingsbegrip heeft gevolgen voor de inschrijving in de KBO (Kruispuntenbank van Ondernemingen).  Ruim
Het voordeel is een belastbaar VAA
Voortaan fiches en bedrijfsvoorheffing bij voordelen toegekend door buitenlandse ondernemingen
Moet, op een voordeel ontvangen van een buitenlandse vennootschap, bedrijfsvoorheffing worden ingehouden? Die vraag dient thans in de meeste situaties negatief te worden beantwoord.
Juridisch meest correcte oplossing
Successief vruchtgebruik: Vlabel bevestigt de heffingswijze van de registratierechten
Op 10 december 2018 werd een opmerkelijk standpunt gepubliceerd op de website van Vlabel (Standpunt nr. 18083 van 26 november 2018). De vastgoedfiscaliteit wordt steeds verfijnder met steeds meer (fiscale) voordelen. De vraag moet dan ook gesteld worden of de alom gekende “eenvoudige” vruchtgebruiken niet deels zullen vervangen worden door verrichtingen met een dubbel of successief  vruch
Vanaf 1 januari 2019
Nieuw Vlaams Huurdecreet
Op 24 oktober 2018 keurde het Vlaams parlement het nieuwe Vlaamse Huurdecreet goed. In onze nieuwsbrief van 26 oktober 2017 gaven we reeds een eerste aanzet van de wijzigingen welke dit nieuwe decreet met zich meebrengen. Een van de belangrijkste veranderingen blijft het ruime toepassingsgebied van het decreet. Enerzijds wordt in een uitgebreide regelgeving voorzien voor de huur van een woning bes
Schriftelijk bevestigd aan ons kantoor
Bevestigd: zowel vruchtgebruiker als naakte eigenaar op te nemen in UBO-register
Op 31 oktober 2018 is het register van uiteindelijke begunstigden (het “UBO register”) officieel in werking getreden. Op basis van de wetteksten en de verklarende toelichting, dienen als uiteindelijke begunstigde(n) van vennootschappen in de eerste plaats te worden meegedeeld, de natuurlijke perso(o)n(en) die rechtstreeks of onrechtstreeks een toereikend percentage van de stemrechten of van he
Hoe aftrekbaar zijn uw restaurantkosten?Download de fiscale gids

Word jij onze nieuwe collega?

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief