Onroerende verhuur met btw: vanaf 1 oktober 2018!

 

Hoewel het nog maar een wetsontwerp is en dus nog onderhevig kan zijn aan wijzigingen, willen we toch al de krachtlijnen meegeven van de nakende revolutie in het btw landschap: onroerende verhuur met optie tot onderwerping aan btw.

Historiek

Van oudsher is de verhuur van onroerende goederen in principe vrijgesteld van btw (artikel 44 §3, 2° W.BTW). Er zijn slechts enkele, specifiek afgebakende, uitzonderingen op deze btw vrijstelling. De keerzijde van deze btw- vrijstelling is dat er geen recht op aftrek is van de btw bij de aankoop, oprichting, renovatie van het onroerend goed in kwestie.

In de praktijk leidde dit vaak tot allerlei creatieve oplossingen zoals de oprichting van btw- eenheden, dienstencentra, actieve terbeschikkingstellingen, onroerende leasing structuren om toch maar recht op aftrek te hebben met betrekking tot de aankoop, oprichting en renovatiekosten betreffende het gebouw in kwestie. Bij het Zomerakkoord was er reeds sprake van de invoering van de optie om te verhuren met btw, doch dit werd op 22 oktober 2017 terug geschrapt om budgettaire redenen.

Wetsontwerp

De Ministerraad keurde op 30 maart 2018 een voorontwerp van wet goed waarin de optie tot verhuur met btw werd opgenomen. Dit voorontwerp ligt nu voor bij de Raad van State voor advies. De geplande inwerkingtreding is 1 oktober 2018. Hieronder bespreken we hetgeen momenteel is opgenomen in het wetsontwerp. Let wel dat er nog wijzigingen kunnen worden doorgevoerd n.a.v. de eventuele opmerkingen van de Raad van State.

Optie tot verhuring van gebouwen met btw

Om de optie tot verhuur van een gebouw met btw te kunnen uitoefenen, zou het moeten gaan om (gedeelte) van een gebouw, eventueel met bijhorende terrein én moet de huurder een btw- plichtige zijn die het goed uitsluitend voor zijn economische activiteit gebruikt. De huurder mag ook een vrijgestelde btw plichtige zijn (bv. een dokter). Onder een gedeelte van een gebouw wordt voor deze wetgeving verstaan een gedeelte dat economisch zelfstandig geëxploiteerd kan worden (verhuurd en gebruikt). Er moet van buitenaf toegang zijn tot de verhuurde ruimtes, zonder dat men hiervoor door ruimtes moet gaan die uitsluitend voor andere dan beroepsdoeleinden worden gebruikt. Onder bijhorend terrein wordt verstaan het kadastraal persceel waarop het gebouw is opgericht en dat samen met het gebouw wordt verhuurd.

De optie om de verhuur aan btw te onderwerpen moet gezamenlijk worden uitgeoefend door de verhuurder en de huurder samen. Het is enkel mogelijk om te opteren voor nieuwe gebouwen of vernieuwbouw (i.e. grondig gerenoveerde gebouwen die na renovatie terug als nieuw kwalificeren voor btw-doeleinden) waarbij de btw opeisbaar is geworden vanaf 1 oktober 2018. Volgens de memorie van toelichting bij het wetsontwerp mag noch op de materiële bouwkosten noch op  de voorbereidende werkzaamheden (bv. architectenkosten) btw opeisbaar zijn geworden voor 1 oktober 2018. Er mag voor die datum dus ook nog geen factuur zijn uitgereikt of voorschot zijn ontvangen met betrekking tot het nieuwe gebouw. Is dit wel het geval, zal optie voor verhuur met btw niet mogelijk zijn.

De enige uitzondering hierop zijn de (gedeelten van) gebouwen bestemd voor het opslaan van goederen. Hiervoor is niet vereist dat het gaat om nieuwe gebouwen waarbij de start van de werkzaamheden pas na 1 oktober 2018 plaatsvindt. De optie om te verhuren met btw zal met ander woorden ook voor ‘bestaande’ gebouwen kunnen uitgeoefend worden. De huidige uitzondering op de vrijgestelde onroerende verhuur voor opslagruimtes zal na de inwerkingtreding van de nieuwe regels enkel nog toepasselijk zijn als het niet mogelijk is om de optie tot verhuur met btw uit te oefenen (bv. bij verhuur aan een particulier). Indien de uitoefening van de optie dus theoretisch mogelijk is, zal  bij de verlenging van bestaande huurcontracten en het afsluiten van nieuwe huurcontracten met betrekking tot opslagruimte na 1 oktober 2018, steeds moeten worden geopteerd om deze aan btw te onderwerpen. Nieuw is ook dat de vroegere 10% regel (waarbij max 10% van gebouw mag worden gebruikt als kantoor voor het beheer van de goederen) voor het kwalificeren van het gebouw als bergruimte voor het opslaan van goederen wordt verlaten. Voortaan volstaat het dat het gebouw ‘hoofdzakelijk’ wordt gebruikt voor het opslaan van goederen.

Wanneer men opteert om de verhuur te onderwerpen aan btw, dan geldt deze optie voor de gehele duur van de huurovereenkomst. Bij het afsluiten van een nieuwe huurovereenkomst of een verlenging van een bestaande overeenkomst zal telkens opnieuw moeten worden geopteerd om deze te onderwerpen aan btw.
Er zal bij de optie om de verhuur te onderwerpen aan btw ook een ‘normale waarde’ ingevoerd worden voor de huurvergoedingen, zijnde een minimumwaarde van de huurvergoeding (als belastbare basis voor de berekening van de btw) teneinde te vermijden dat een belachelijk lage huurvergoeding wordt aangerekend om toch maar recht op aftrek te hebben bij de oprichting of de vernieuwbouw van het gebouw. Onder normale waarde wordt verstaan de marktprijs voor verhuur in gelijkaardige omstandigheden. Deze ‘normale waarde’ zal slechts spelen indien aan volgende voorwaarden voldaan is:

  • De tegenprestatie van de huurder is lager dan de normale waarde;
  • De huurder heeft geen volledig recht op aftrek; en
  • De huurder en de verhuurder zijn met elkaar verbonden op basis van persoonlijke, financiële of organisatorische banden.

Een andere nieuwigheid waarvan sprake is, betreft een nieuwe specifieke herzieningstermijn van 25 jaar voor gebouwen die worden verhuurd met optie tot onderwerping aan btw. Dit is een bijkomende herzieningstermijn, momenteel is er sprake van een 5-jarige herzieningstermijn voor roerende bedrijfsmiddelen en renovatiewerken en een 15-jarige herzieningstermijn voor de oprichting van nieuwe gebouwen. Daar waar de herziening van de initieel uitgeoefende btw aftrek momenteel op jaarbasis dient te gebeuren, zal deze voor de 25-jarige herzieningstermijn ook jaarlijks moeten gebeuren, maar zal deze op maandbasis geëvalueerd worden. De verdere modaliteiten zouden nog worden uitgewerkt in een K.B. (o.a. uitzonderingen voor leegstand van het gebouw tussen twee huurperiodes,  ingevallen van overmacht, …).

Verplichte onderwerping aan btw van kortdurende verhuur

Onder kortdurende verhuur wordt verstaan de verhuur voor een periode die niet meer dan 6 maanden bedraagt. De gebruiksduur zoals deze wordt voorzien in de huurovereenkomst wordt hierbij in aanmerking genomen. Als er opeenvolgende contracten worden afgesloten tussen dezelfde partijen met betrekking tot hetzelfde (gedeelte van een) gebouw, dan zal er worden gekeken naar de totale duur.

Bij kortdurende verhuur is het niet nodig dat er wordt geopteerd om de verhuur te onderwerpen aan btw, dit zal automatisch het geval zijn. Hier is de hoedanigheid van de huurder ook van geen belang (dus ook bij verhuur aan particulieren, overheidsinstellingen, …).

Er zijn wel twee uitzonderingen op de onderwerping van kortdurende verhuur van gebouwen aan btw namelijk:

  • Wanneer de (gedeelten van) gebouwen worden aangewend voor bewoning
  • Wanneer de (gedeelten van) gebouwen worden aangewend voor handelingen die zijn vrijgesteld op basis van artikel 44 §§ 1-2 W.BTW. in concreto zijn dit de btw- vrijstellingen voor handelingen van medische, sociale en culturele aard.

Enkele toepassingsgevallen van deze nieuwe verplichte onderwerping van kortdurende verhuur van gebouwen aan btw zijn de verhuur van zalen voor seminaries, events, beurzen, … maar ook de verhuur van bergruimte voor een periode korter dan 6 maanden. De verplichte onderwerping van kortdurende verhuur aan btw primeert op de optie om verhuur te onderwerpen aan btw, m.a.w. bij een kortdurende verhuur zal er steeds btw van toepassing zijn.

Conclusie

Deze nieuwe mogelijkheid om onroerende verhuur te onderwerpen aan btw, zal één van de grootste btw – revoluties zijn van de laatste jaren. Hoewel het nog wachten is op het advies van de Raad van State, kan er al wel worden gedacht aan een planning voor nieuwbouwprojecten.

Het verdere verloop van de relatie tussen het VK, de EU en de EER
Welke impact heeft de Brexit op uw vennootschapsbelasting?
Op vandaag hoort het Verenigd Koninkrijk (VK) nog steeds tot de Europese Unie (EU) evenals tot de Europese Economische Ruimte (EER). Intussen kreeg het VK namelijk tot ten laatste 31 oktober 2019 de tijd om de Brexit te realiseren. Dit betekent dan ook dat grensoverschrijdende transacties die met het VK worden verricht nog steeds binnen het toepassingsgebied van de Europese richtlijnen vallen. Na
Minder streng circulaire voor horecasector
Nieuw circulaire voor BTW tarief bij restaurant- en cateringdiensten
Op 1 januari 2010 werd het btw tarief voor restaurant- en cateringdiensten verlaagd naar 12%. Dit tarief geldt enkel voor het eten. De dranken (ook de niet-alcoholische en de koffie en thee) zijn nog onderworpen aan het standaard btw-tarief van 21%. De Administratie publiceerde op 23 december 2009 een toelichting waarin ze besprak hoe een enige prijs voor een menu (inclusief drank) voor het bepale
Wordt uw bestuurdersaansprakelijkheid eindelijk beperkt?
Bestuurdersaansprakelijkheid in het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen
Wordt uw bestuurdersaansprakelijkheid eindelijk beperkt onder het nieuwe WVV? Het nieuw Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) werd, na een hobbelig parcours te hebben doorlopen, op 28 februari 2019 gestemd in de Kamer. Een van de meest in het oog springende vernieuwingen die het WVV doorvoert is de invoering van een beperking op de bestuurdersaansprakelijkheid in artikel 2:57. Va
Voortaan ook ‘hoge’ forfaitaire kostenaftrek voor zelfstandigen.
Aangifteformulier personenbelasting AJ 2019: enkele nieuwigheden toegelicht
Voortaan ook ‘hoge’ forfaitaire kostenaftrek voor zelfstandigen en andere wijzigingen. Het nieuwe aangifteformulier personenbelasting voor aanslagjaar 2019 werd op 7 april gepubliceerd, het startschot voor de jaarlijkse aangifterace is dus gegeven. Voor de Vlaamse aangifte zijn er “slechts” 6 codes bijgekomen en voor de Waalse en de Brusselse aangifte telkens “slechts” 7 codes. Toch
Heeft het nieuw ondernemingsbegrip gevolgen voor u?
Ruimere inschrijvingsplicht in de KBO – verduidelijking voor ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid
In een vorig artikel lichtten we al toe dat de invoering van het begrip ‘onderneming’ in het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) ook gevolgen heeft voor de inschrijving in de KBO (Kruispuntbank van Ondernemingen). Hier willen we dieper ingaan op de inschrijvingsplicht voor ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid.  Gevolg verruimd ondernemingsbegrip  Door h
Voelbare gevolgen op fiscaal vlak
Impact van de Brexit op de registratie- en erfbelasting
De spanning in het Verenigd Koninkrijk is te snijden. De initiële datum van de Brexit, 29 maart 2019, werd inmiddels opgeschoven. Naargelang er een akkoord wordt goedgekeurd of niet op 29 maart, wordt de datum van de Brexit opgeschoven naar 12 april in geval van een harde Brexit (zonder akkoord) en naar 22 mei in geval van een zachte Brexit (met akkoord). Het is een evidentie dat de Brexit z
Een versoepeling voor KMO's
Nieuwe interestaftrekbeperking biedt vooral ook opportuniteiten
Als onderdeel van de hervorming van de vennootschapsbelasting van eind 2017 werd ook een nieuwe interestaftrekbeperking ingevoerd.
Enkele belangrijke tijdstippen uitgelicht
Het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen
Reeds geruime tijd werd het nieuwe vennootschaps- en verenigingsrecht aangekondigd en op 28 februari 2019 werd de wet goedgekeurd door de Kamer. Hieronder geven we een korte toelichting over enkele belangrijke tijdstippen die gepaard gaan met de inwerkingtreding van deze nieuwe wetgeving.   Invoering van de nieuwe wetgeving  De wet tot invoering van het Wetboek van Ven
Vanaf 1 mei 2019
Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen goedgekeurd
Op 28 februari 2019 heeft de Kamer het langverwachte Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (afgekort WVV) dan toch goedgekeurd. Vanaf 1 mei 2019 heeft ons land bijgevolg een nieuw vennootschapsrecht. Het huidige Wetboek van Vennootschappen - dat reeds van 7 mei 1999 dateert – is niet langer aangepast aan de hedendaagse behoeften van het bedrijfsleven. Met het WVV tracht de wetgever Belg
De revival van opstal
Opstal als stealth-vruchtgebruik?
Recent werd een opmerkelijk arrest door het Hof van Beroep van Brussel geveld inzake de belasting van te goedkope natrekking bij opstal (23 januari 2019). Ook in het verleden waren hier al een aantal uitspraken over gedaan (zie onder meer het Hof te Gent van 31 oktober 2017). De interesse omtrent het einde van opstal bestaat duidelijk bij de fiscus en de beide arresten tonen ook aan dat er soms we
Hoe aftrekbaar zijn uw restaurantkosten?Download de fiscale gids

Word jij onze nieuwe collega?

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief