Vlabel teruggefloten door Raad van State inzake de gesplitste verkrijging en inschrijving van blote eigendom en vruchtgebruik

Na een jarenlange betwisting tussen belastingplichtigen en de Vlaamse Belastingdienst (Vlabel), heeft de Raad van State het standpunt van Vlabel inzake gesplitste verkrijging en gesplitste inschrijving vernietigd. Hieronder leggen we uit waar het probleem zich situeerde en wat de gevolgen van het arrest van de Raad van State zijn in de praktijk.

De problematische situaties
Er zijn twee soorten situaties die geviseerd werden door het standpunt van Vlabel. De eerste soort  betrof de gesplitste verkrijging. Een voorbeeld ter illustratie: bij de dood van de vader blijkt dat hij de vruchtgebruiker was van een appartement aan de kust, en dat zijn enige dochter daarvan de blote eigenaar is. Dit vruchtgebruik zal uitdoven door de dood van de vader, zodat de dochter zonder enige erfbelasting nu “promoveert” van blote eigenaar naar volle eigenaar. Welnu, de wet  gaat uit van het vermoeden dat vader bij de aankoop van dit appartement wel alles zal betaald hebben: zowel zijn deel (vruchtgebruik) als het deel van zijn dochter (de blote eigendom). Als dat inderdaad zo is, dan heeft de dochter bij die verwerving dus een geschenk gekregen dat geheim bleef voor de buitenwereld (een “bedekte bevoordeling”, zegt de wet). Voor de erfbelasting zal men doen alsof het appartement eigenlijk aan vader toebehoorde en de dochter zal erfbelasting moeten betalen over de volle waarde ervan. Zij kan daaraan ontsnappen door een tegenbewijs te leveren.

De tweede soort probleemgevallen betrof de gesplitste inschrijving. Als voorbeeld geven we hier wanneer bij de dood van de moeder blijkt dat zij als vruchtgebruiker van een effectenportefeuille stond ingeschreven bij de bank, terwijl haar zoon als blote eigenaar stond ingeschreven. Vergelijkbaar met het voorgaande vermoedt de wet dat de moeder  de effecten al “op naam van de zoon” heeft gezet, gewoon door hem in de rekening te doen opnemen als blote eigenaar, wat dan weer een bedekte bevoordeling uitmaakt. De zoon zal erfbelasting moeten betalen op de waarde van de effecten, tenzij hij een tegenbewijs levert.

Hoe het tegenbewijs leveren – wijziging standpunt doorheen de jaren
Bij de gesplitste verwerving moet de blote eigenaar onder andere aantonen dat zij de nodige persoonlijke gelden bezat om de blote eigendom van het appartement aan te kopen én dat zij deze gelden bezat vóór de aankoop. De wijze waarop deze fondsen in zijn vermogen zijn gekomen, is van geen belang. De administratie heeft ettelijke tientallen jaren aanvaard dat deze gelden werden geschonken door de erflater op voorwaarde dat deze schenking de aankoop voorafging. Dat was voldoende. Er werd niet vereist dat bij deze voorafgaande schenking schenkbelasting werd betaald.

Vanaf 2013 veranderde de federale fiscus het geweer van schouder waarbij vanaf dan het tegenbewijs voor de bedekte bevoordeling niet langer kan worden geleverd door het bestaan van een voorafgaande schenking aan te tonen, tenzij die schenking aan het registratierecht (of schenkbelasting) werd onderworpen of tenzij de begiftigde vrij over de geschonken gelden heeft kunnen beschikken. Het nieuwe standpunt werd van toepassing verklaard op alle rechtshandelingen vanaf 1 september 2013. Vlabel heeft in 2015 het standpunt ingenomen om  deze zienswijze te volgen, waarbij als peildatum eveneens 1 september 2013 behouden bleef.

Daarenboven heeft Vlabel deze zienswijze ook uitgebreid tot de gesplitste inschrijvingen van effecten . Voor Vlaamse successies moet een schenking van de blote eigendom van de effecten, die aan de gesplitste inschrijving voorafgaat, dus worden geregistreerd (en afgerekend!) opdat zij als tegenbewijs kan dienen zodat later geen erfbelasting verschuldigd is. De vele families die een effectenportefeuille of aandelen van hun vennootschap onderbrachten in een maatschap, en daarvan reeds deelbewijzen schonken met voorbehoud van vruchtgebruik, werden getroffen door deze beslissing waardoor bijsturing noodzakelijk was.

Raad van State – vernietiging standpunt Vlabel
Dit standpunt vond echter geen genade in de praktijk, daar dit niet conform de lezing van de wet was. Ten slotte werd dit standpunt van Vlabel voorgelegd aan de Raad van State met het verzoek dit te vernietigen. In haar arrest doet de Raad van State zeer grondig onderzoek naar de totstandkoming van de wet van 1919 (artikel 9 W.Succ.) en besluit uiteindelijk dat de interpretatie die Vlabel geeft aan de wet en meer bepaald aan het begrip “bedekte bevoordeling” en het te leveren tegenbewijs, strijdig is met de wet. Het standpunt van Vlabel wordt dan ook integraal vernietigd.

Gevolgen en belang van het arrest
Het standpunt van Vlabel inzake de notie “bedekte bevoordeling” en het te leveren tegenbewijs wordt als ongeldig beschouwd wegens strijdigheid met de wet en wordt geacht nooit te hebben bestaan. Vlabel heeft in een bericht op zijn website gesteld dat zij “bij toekomstig te behandelen dossiers het vernietigde standpunt niet zal langer toepassen.”

Tevens meldt Vlabel dat een bezwaar kan worden ingediend binnen de 3 maanden na verzending van het aanslagbiljet. Hoewel daar op het eerste zicht niets mis mee is, rijzen er ook stemmen in de rechtsleer dat zich een vijfjarige termijn opent om teruggave van erfbelasting te vragen, hetzij vanaf 1 januari van het jaar waarin de aanslag gevestigd werd (toepassing van artikel 3.6.0.0.1 VCF – ambtshalve ontheffing), mogelijks zelfs vijf jaar vanaf 1 januari 2018 (toepassing van artikel 3.6.0.0.4 VCF – vermindering van het actief van de nalatenschap).

Bovendien leert het arrest ons ook dat de Raad van State de wetshistorische interpretatie van het artikel 9 W.Succ. aangrijpt om tot zijn verdict te komen. Het arrest is op het vlak van de interpretatie dus niet alleen van belang Vlaamse successies, maar ook voor Brusselse en Waalse successies. Hoewel het voorwerp van het geschil niet het federale standpunt over de voorafgaande schenking als tegenbewijs tot voorwerp had, is het duidelijk dat de interpretatie die de federale belastingadministratie sedert 2013 aanhoudt, evenzeer wordt afgewezen. Ook hier rijzen er stemmen dat erfgenamen die door het Brusselse of Waalse Gewest werden belast ingevolge deze wetsinterpretatie, teruggaaf kunnen vragen.

Een kort overzicht
Wat te verwachten op (nationaal) btw-vlak?
Ondanks het feit dat velen onder ons nog in zomer(-vakantie)modus verkeren, staan we in dit artikel graag toch al eens even stil bij de btw-wijzigingen die we (mogelijks) in de nabije toekomst mogen verwachten. Het betreft hier een kort overzicht. Voor een diepgaandere toelichting kunnen jullie uiteraard steeds contact opnemen met ons btw-team.  Vouchers (1 januari 2019)  In juni 201
Afhankelijk van de aard en herhaling van de overtreding
Boeteschalen vastgelegd voor de niet-naleving van de transfer pricing documentatieplicht
Vanaf aanslagjaar 2017, meer bepaald sinds de inwerkingtreding van de verplichte transfer pricing documentatieplicht, werd onmiddellijk opgenomen dat er vanaf een tweede overtreding waarbij men niet voldoet aan de transfer pricing verplichtingen een boete kan opgelegd worden gaande  van 1.250 EUR tot 25.000 EUR (Artikel 445, §3 Wetboek Inkomstenbelastingen 1992). De schalen van de administra
Er worden maar liefst 31 vragen beantwoord
FAQ rond de aftrek voor innovatie-inkomsten gepubliceerd
Op 26 juli 2018 publiceerde de FOD Financiën op Fisconet - u kan zich gratis registreren om de FAQ te raadplegen - de langverwachte FAQ met betrekking tot de aftrek voor innovatie-inkomsten. Sinds de wet van 9 februari 2017 tot invoering van de aftrek voor innovatie-inkomsten volgt aldus nu de eerste bijkomende commentaar bij de wetsbepalingen van art. 205/1 t.e.m. 205/4 Wetboek Inkomsten
De belangrijkste wijzigingen voor u opgelijst
Onroerende verhuur met btw | versie 2.0
Het wetsontwerp van 30 maart 2018 werd na advies van de Raad van State nog op diverse punten aangepast en op 31 juli 2018 ingediend bij het Parlement. Hieronder geven we de belangrijkste wijzigingen mee. Optie tot verhuring van gebouwen met btw  Basisvoorwaarden De basisvoorwaarden om de optie tot verhuur van een gebouw met btw te kunnen uitoefenen blijven ongewijzigd: Het moet g
Het verschil in behandeling wordt weggewerkt
VAA onroerende goederen: fiscus legt zich (voorlopig) neer bij rechtspraak
De FOD Financiën publiceerde op 15 mei 2018 een circulaire 2018/C/57 met betrekking tot de forfaitaire waardering van het voordeel van alle aard.
Een boeiende uiteenzetting rond MBI, opnieuw in oktober
Management Buy-In: spannend én uitdagend
Op Donderdag 7 juni organiseerde Moore Stephens Belgium in de Drongense S.M.A.K lounge, in samen werking met 3W Executive Interim Management alsook met onze partners Sherpa Law en het Business Coaches Network, een interactieve lezing omtrent Management Buy-In (MBI). Filip Van de Vliet kwam zijn persoonlijke Management Buy-In ervaring delen. Lars Raedschelders gaf meer duiding over de financieri
De vastgoedplanning verkeert in woelige wateren
Waardering vruchtgebruik: in volle (R)evolutie?
Er wordt de laatste jaren veel gezegd en geschreven over de waardering van vruchtgebruik en waar het fiscale schoentje knelt. Hieronder geven we een overzicht van de problematiek inzake waardering, de huidige tendensen  en  werpen we ook een blik op toekomstige vastgoedplanning. Waardering vruchtgebruik Waardering van vruchtgebruik: een wereld in verandering Vruchtgebruik is één
De 'use and enjoyment' regels concreet toegelicht
Goederenvervoer en daarmee nauw samenhangende diensten: nieuwe regels verduidelijkt in een circulaire
Op 31 oktober 2017 werd (oud) KB nr. 57, dat handelt over de plaats van de dienst voor goederenvervoerdiensten en daarmee samenhangende diensten, vervangen door een nieuw KB.  Dat KB trad in werking op 23 november 2017. Het verduidelijkt het oude KB deels en voert daarnaast een nieuwe regel in. Teneinde de (nieuwe) regels te verduidelijken en te bespreken, heeft de fiscus op 31 mei 2018 in da
Krachtlijnen
Belangrijke wijzigingen in de verplichtingen voor maatschappen
De op 27 april 2018 gepubliceerde wet over de hervorming van het ondernemingsrecht brengt een aantal wijzigingen aan in het wetboek van vennootschappen en in het wetboek van economisch recht. Deze nieuwe regelgeving treedt in werking op 1 november 2018. Ook voor de maatschappen zullen er  enkele regels wijzigen. Hoewel er nog verduidelijkingen zullen worden gepubliceerd, geven wij hieronder r
UBO (Ultimate Beneficial Owner): de uiteindelijke begunstigden
Het UBO-register: nieuwe informatieverplichtingen op komst voor het bestuursorgaan van uw vennootschap
Door invoeging van artikelen 14/1 en 14/2 in het Wetboek van vennootschappen zijn alle vennootschappen er voortaan toe gehouden toereikende, accurate en actuele informatie over hun "uiteindelijke begunstigden" (ook wel “Ultimate Beneficial Owner” of “UBO” genoemd) in te winnen en bij te houden en te registreren in het nieuwe “UBO-register”: een centraal register waarin gegevens worde
Hoe aftrekbaar zijn uw restaurantkosten?Download de fiscale gids

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief