Wat te verwachten op (nationaal) btw-vlak?

Ondanks het feit dat velen onder ons nog in zomer(-vakantie)modus verkeren, staan we in dit artikel graag toch al eens even stil bij de btw-wijzigingen die we (mogelijks) in de nabije toekomst mogen verwachten. Het betreft hier een kort overzicht. Voor een diepgaandere toelichting kunnen jullie uiteraard steeds contact opnemen met ons btw-team. 

Vouchers (1 januari 2019) 
In juni 2016 heeft Europa de btw-behandeling van vouchers vastgelegd (Richtlijn (EU)2016/1065 van de Raad van 27 juni 2016 tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat de behandeling van vouchers betreft). De lidstaten, waaronder dus ook België, moeten deze nieuwe regelgeving omzetten en toepassen op alle vouchers die na 31 december 2018 uitgegeven worden. Een voucher is een (fysiek of elektronisch) instrument dat ingeruild kan worden voor een goed of een dienst. Het wordt met andere woorden beschouwd als een gehele of gedeeltelijke tegenprestatie van die levering of dienst. Kortingsbonnen worden niet beoogd door de nieuwe regels. De voucher zelf of de erbij horende documentatie vermeldt de goederenlevering of te verrichten dienst, of de identiteit van de potentiële leverancier/dienstverrichter, alsook de voorwaarden voor gebruik van de voucher.  

Deze nieuwe regelgeving maakt een onderscheid tussen enkelvoudige en meervoudige vouchers wat het tijdstip van opeisbaarheid betreft:           

  • Weet men op het ogenblik van uitgifte van de voucher reeds over welke btw-handeling het gaat, waar deze plaats zal vinden en hoeveel het toepasselijke btw-tarief zal bedragen over het bedrag van de voucher, dan is er sprake van een enkelvoudige voucher (bv. een voucher die toegang geeft tot een Belgische sauna). De btw wordt dan opeisbaar op het ogenblik van uitgifte van de voucher, alsook op elke verdere overdracht volgens het btw-regime dat toepasselijk is op de betreffende goederenlevering of dienst waartegen de voucher ingeruild kan worden, doch niet meer op het ogenblik de voucher verzilverd wordt.
  • In alle andere gevallen is er sprake van een meervoudige voucher (bv. een restaurantbon die verzilverd kan worden binnen de Benelux). De btw wordt dan slechts opeisbaar op het moment van verzilvering van de voucher (en dus niet bij uitgifte noch bij overdracht), over:
    • ofwel de tegenprestatie die betaald is voor de voucher;
    • dan wel (bij gebrek aan kennis hierover), de monetaire waarde vermeld op de voucher of in de erbij horende documentatie, verminderd met het btw-bedrag over de levering of dienst. We vermoeden dat de btw-administratie in het tweede deel van 2018 nog wel berichtgeving hierover zal lanceren.  

Optionele belastingheffing bij professionele onroerende verhuur (1 januari 2019)
Als het wetsontwerp van 31 juli 2018 wordt goedgekeurd, zullen de verhuurder en huurder van een onroerend goed gezamenlijk vanaf 1 januari 2019 ervoor kunnen opteren om deze verhuur aan btw te onderwerpen. Wel moeten verschillende voorwaarden vervuld zijn. Zo mag de huurder het onroerend goed bijvoorbeeld enkel maar gebruiken voor zijn btw-plichtige activiteit en geldt de optie enkel maar voor de verhuur van nieuwe gebouwen waarvan de btw op de oprichtingswerken slechts opeisbaar is geworden na 1 oktober 2018 (uitgezonderd opslagplaatsen). Voor een uitgebreide bespreking van deze nieuwe, te verwachten, regelgeving verwijzen we naar ons recent gepubliceerde artikel hierover.

Verplichte btw-heffing op kortdurende onroerende verhuur (1 januari 2019) 
Hetzelfde wetsontwerp van 31 juli 2018 voorziet eveneens in de invoering van een verplichte btw-heffing op (welbepaalde) kortdurende onroerende verhuur vanaf 1 januari 2019. Op de verhuur van congreszalen, tentoonstellingsruimten, vergaderzalen, seminarieruimten, etc. welke voor niet meer dan 6 maanden worden verhuurd, zal bijgevolg verplicht btw geheven moeten worden (uitgezonderd in enkele vrijstellingsgevallen zoals bv. bij verhuur aan een erkende jeugdbeweging). Ook voor een uitgebreide bespreking van deze nieuwe regeling, verwijzen we naar ons recent gepubliceerd artikel.

Ontslag van aansprakelijkheid om btw te voldoen in hoofde van aannemer  
Op 1 juni 2018 werd een wetsontwerp ingediend bij De Kamer waarin verschillende btw-wijzigingen werden opgetekend. Dit wetsontwerp werd ondertussen aangenomen en ligt thans ter bekrachtiging voor aan de Koning. Eén van de wijzigingen die worden beoogd, betreft het ontslag van aansprakelijkheid voor voldoening van de btw in hoofde van de aannemer wanneer een ‘kleine onderneming’ (artikel 56bis W. BTW) of ‘landbouwonderneming’ (artikel 57 W. BTW) zijn btw-nummer aan hem meedeelt.  

Waarover gaat dit concreet? Een Belgische aannemer die in België werk in onroerende staat (of ermee gelijkgestelde handelingen) verricht voor:

  • een Belgische klant die periodiek btw-aangiften indient; of
  • een niet in België gevestigde klant die in België een individuele aansprakelijke vertegenwoordiger heeft laten erkennen;

moet verplicht de btw over zijn dienstverlening verleggen naar deze klant. Wanneer klanten een BE btw-nummer meedelen aan de aannemer, gaat deze er vaak (al te snel) van uit dat de klant ook periodiek btw-aangiften indient, hoewel dit niet steeds het geval is. Een onderneming die onderworpen is aan de kleine ondernemingsregeling of de bijzondere landbouwregeling beschikt bijvoorbeeld over een btw-identificatienummer dat de letters BE bevat, hoewel hij geen periodieke btw-aangiften indient. De verleggingsregel kan dan niet spelen, ook al deelt deze onderneming zijn btw-nummer mee aan de aannemer.  

Om enerzijds het risico te vermijden dat de btw op aannemingswerken uiteindelijk niet wordt voldaan en anderzijds de toepassing van de verleggingsregel in hoofde van aannemers te vergemakkelijken, gaat de btw-wetgever kleine ondernemingen en ondernemingen die genieten van de bijzondere landbouwregeling voortaan verbieden om hun btw-nummer mee te delen aan hun aannemer. Doen ze dit toch, dan zal de btw-administratie de verschuldigde btw bij niet-betaling enkel bij hen kunnen navorderen. De aannemer zal voortaan dus ‘buiten schot’ blijven (tenzij in geval van samenspanning tussen de partijen).  

Inwerkingtreding: 1 november 2018, tenzij een vroegere inwerkingtreding door de Koning wordt bepaald. Merk op dat het sinds enige tijd ook mogelijk is om op basis van een btw-nummer op de Intervat website na te gaan of en met welke regelmaat btw-aangiften ingediend worden door de houder van het btw-nummer.

Btw-aftrek geestrijke dranken  
Een andere vermeldenswaardige wijziging dewelke terug te vinden is in het wetsontwerp van 1 juni 2018, behelst de btw-aftrek van geestrijke dranken, zijnde alcoholische dranken zoals cognac, whisky, jenever en likeuren. Binnenkort zal het uitdelen van handelsmonsters van geestrijke dranken en het schenken van geestrijke dranken in het kader van proeverijen, de btw-aftrek op de aankoop of intracommunautaire verwerving van deze geestrijke dranken mogelijk maken. Op heden is btw-aftrek op de aankoop of verwerving enkel maar mogelijk wanneer de geestrijke drank bestemd is om te worden verkocht of bijvoorbeeld in het kader van een restaurantdienst te worden geserveerd. Deze lijst van uitzonderingen zal dus worden uitgebreid omwille van het publicitaire karakter van deze specifieke handelingen. Inwerkingtreding: 10 dagen na de bekendmaking van de wet in het Belgisch Staatsblad, dus 20 augustus. 

Vereenvoudiging van de aangifte bouwwaarde  
Zij die een nieuwe woning hebben opgericht, kennen het wel, de tijdrovende en omslachtige aangifte bouwwaarde welke binnen drie maanden na de datum van betekening van het kadastraal inkomen moet worden ingediend bij de btw-administratie. In deze aangifte moet tot op de dag van vandaag een gedetailleerd overzicht worden gegeven van alle ontvangen facturen (zowel voor ontvangen diensten als voor de loutere aankoop van materialen), inclusief een duidelijk overzicht van het eigen verrichte werk/werk verricht door familieleden en de nog af te werken/uit te voeren handelingen. Naast deze opgave moeten ook alle originele facturen, plannen en bestekken overgemaakt worden.  

Indien het wetsontwerp van 1 juni 2018 erdoor komt, zal deze omslachtige, tijdrovende en belastende verplichting vereenvoudigd worden. Het zal dan volstaan om slechts enkele specifieke inlichtingen betreffende de nieuwbouw mee te delen via een speciaal formulier, zonder dat nog documenten meegestuurd moeten worden. Als de administratie deze documenten toch nog wenst te zien, kan ze op eenvoudig verzoek vragen dat deze haar voorgelegd worden. Ze moeten immers, net zoals daarvoor, gedurende vijf jaar bewaard worden vanaf de datum van betekening van het kadastraal inkomen. Inwerkingtreding: 10 dagen na de bekendmaking van de wet in het Belgisch Staatsblad, zijnde 20 augustus.  

FAQ’s n.a.v. de btw-vrijstelling voor zelfstandige groeperingen van personen        
Sinds 1 juli 2016 kunnen zelfstandige groeperingen van personen die diensten verrichten aan hun leden, deze diensten onder welbepaalde voorwaarden van btw vrijstellen. Voorheen bestond er reeds een gelijkaardige btw-vrijstelling voor ‘kostendelende verenigingen’, doch een aanpassing van deze regeling drong zich op nadat België opmerkingen had gekregen over deze vrijstellingsregeling vanwege de Europese Commissie. De btw-administratie heeft deze nieuwe regeling in een uitgebreide circulaire van 12 december 2016 verder toegelicht (AAFisc. nr. 31/2016). Reeds in eerdere artikels berichtten we omtrent deze nieuwe wetgeving (Verwijzen naar artikel: ‘btw-vrijstelling voor kostendelende verenigingen ‘new style’ vanaf 1 juli 2016’ en naar artikel ‘Nieuwe regels kostendelende vereniging – snelle actie vereist’). 

Zelfstandige groeperingen moeten zich sindsdien melden bij de btw-administratie. Deze meldingsplicht bracht echter moeilijkheden aan het licht op het vlak van de btw-behandeling van sommige samenwerkingsvormen die volgens de btw-administratie geen zelfstandige groeperingen van personen zijn in de zin van artikel 44, §2bis W. BTW (noch op basis van de oude btw-wetgeving). In een persbericht van 31 maart 2017 liet de administratie weten dat deze problemen zich vooral zouden voordoen in de (para)medische sector. Ze zou deze samenwerkingsvormen intussen geïdentificeerd hebben en deze zouden, inclusief de gevolgen ervan op het vlak van btw, aan bod komen in een FAQ welke ze in de ‘nabije toekomst’ zouden publiceren.  We wachten nog steeds op deze FAQ’s en aldus verdienen ze ook een vermelding. 

Auteur: Evy Maurits

Afhankelijk van de aard en herhaling van de overtreding
Boeteschalen vastgelegd voor de niet-naleving van de transfer pricing documentatieplicht
Vanaf aanslagjaar 2017, meer bepaald sinds de inwerkingtreding van de verplichte transfer pricing documentatieplicht, werd onmiddellijk opgenomen dat er vanaf een tweede overtreding waarbij men niet voldoet aan de transfer pricing verplichtingen een boete kan opgelegd worden gaande  van 1.250 EUR tot 25.000 EUR (Artikel 445, §3 Wetboek Inkomstenbelastingen 1992). De schalen van de administra
Wat zijn de gevolgen?
Vlabel teruggefloten door Raad van State inzake de gesplitste verkrijging en inschrijving van blote eigendom en vruchtgebruik
Na een jarenlange betwisting tussen belastingplichtigen en Vlabel, heeft de Raad van State het standpunt van Vlabel vernietigd.
Er worden maar liefst 31 vragen beantwoord
FAQ rond de aftrek voor innovatie-inkomsten gepubliceerd
Op 26 juli 2018 publiceerde de FOD Financiën op Fisconet - u kan zich gratis registreren om de FAQ te raadplegen - de langverwachte FAQ met betrekking tot de aftrek voor innovatie-inkomsten. Sinds de wet van 9 februari 2017 tot invoering van de aftrek voor innovatie-inkomsten volgt aldus nu de eerste bijkomende commentaar bij de wetsbepalingen van art. 205/1 t.e.m. 205/4 Wetboek Inkomsten
De belangrijkste wijzigingen voor u opgelijst
Onroerende verhuur met btw | versie 2.0
Het wetsontwerp van 30 maart 2018 werd na advies van de Raad van State nog op diverse punten aangepast en op 31 juli 2018 ingediend bij het Parlement. Hieronder geven we de belangrijkste wijzigingen mee. Optie tot verhuring van gebouwen met btw  Basisvoorwaarden De basisvoorwaarden om de optie tot verhuur van een gebouw met btw te kunnen uitoefenen blijven ongewijzigd: Het moet g
Het verschil in behandeling wordt weggewerkt
VAA onroerende goederen: fiscus legt zich (voorlopig) neer bij rechtspraak
De FOD Financiën publiceerde op 15 mei 2018 een circulaire 2018/C/57 met betrekking tot de forfaitaire waardering van het voordeel van alle aard.
Een boeiende uiteenzetting rond MBI, opnieuw in oktober
Management Buy-In: spannend én uitdagend
Op Donderdag 7 juni organiseerde Moore Stephens Belgium in de Drongense S.M.A.K lounge, in samen werking met 3W Executive Interim Management alsook met onze partners Sherpa Law en het Business Coaches Network, een interactieve lezing omtrent Management Buy-In (MBI). Filip Van de Vliet kwam zijn persoonlijke Management Buy-In ervaring delen. Lars Raedschelders gaf meer duiding over de financieri
De vastgoedplanning verkeert in woelige wateren
Waardering vruchtgebruik: in volle (R)evolutie?
Er wordt de laatste jaren veel gezegd en geschreven over de waardering van vruchtgebruik en waar het fiscale schoentje knelt. Hieronder geven we een overzicht van de problematiek inzake waardering, de huidige tendensen  en  werpen we ook een blik op toekomstige vastgoedplanning. Waardering vruchtgebruik Waardering van vruchtgebruik: een wereld in verandering Vruchtgebruik is één
De 'use and enjoyment' regels concreet toegelicht
Goederenvervoer en daarmee nauw samenhangende diensten: nieuwe regels verduidelijkt in een circulaire
Op 31 oktober 2017 werd (oud) KB nr. 57, dat handelt over de plaats van de dienst voor goederenvervoerdiensten en daarmee samenhangende diensten, vervangen door een nieuw KB.  Dat KB trad in werking op 23 november 2017. Het verduidelijkt het oude KB deels en voert daarnaast een nieuwe regel in. Teneinde de (nieuwe) regels te verduidelijken en te bespreken, heeft de fiscus op 31 mei 2018 in da
Krachtlijnen
Belangrijke wijzigingen in de verplichtingen voor maatschappen
De op 27 april 2018 gepubliceerde wet over de hervorming van het ondernemingsrecht brengt een aantal wijzigingen aan in het wetboek van vennootschappen en in het wetboek van economisch recht. Deze nieuwe regelgeving treedt in werking op 1 november 2018. Ook voor de maatschappen zullen er  enkele regels wijzigen. Hoewel er nog verduidelijkingen zullen worden gepubliceerd, geven wij hieronder r
UBO (Ultimate Beneficial Owner): de uiteindelijke begunstigden
Het UBO-register: nieuwe informatieverplichtingen op komst voor het bestuursorgaan van uw vennootschap
Door invoeging van artikelen 14/1 en 14/2 in het Wetboek van vennootschappen zijn alle vennootschappen er voortaan toe gehouden toereikende, accurate en actuele informatie over hun "uiteindelijke begunstigden" (ook wel “Ultimate Beneficial Owner” of “UBO” genoemd) in te winnen en bij te houden en te registreren in het nieuwe “UBO-register”: een centraal register waarin gegevens worde
Hoe aftrekbaar zijn uw restaurantkosten?Download de fiscale gids

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief