Nieuwe interestaftrekbeperking biedt vooral ook opportuniteiten

Als onderdeel van de hervorming van de vennootschapsbelasting van eind 2017 werd ook een nieuwe interestaftrekbeperking ingevoerd. Deze vormt een onderdeel van de tweede fase van de hervorming zodat deze in principe van toepassing is voor boekjaren die aanvangen vanaf 1 januari 2019 (aanslagjaar 2020). De nieuwe interestaftrekbeperking is er gekomen bij de omzetting van de Europese Anti-Tax Avoidance Directive (ATAD 1). De ATAD vormt op haar beurt de bindende richtlijn bij de toepassing van actiepunt 4 van het OESO-plan tegen Base Erosion and Profit Shifting (BEPS). 

De bedoeling van de nieuwe interestaftrekbeperking bestaat erin de erosie van de belastbare basis via interestaftrekken tegen te gaan. Nochtans komt deze beperking in België (deels) in plaats van de bestaande interestaftrekbeperking-regeling, waardoor in bepaalde gevallen de nieuwe regels voordeliger zullen zijn dan de reeds bestaande. 

Bestaande interestaftrekbeperking volgens balanstest 
Onder de reeds bestaande onderkapitalisatiemaatregel wordt de aftrek van betaalde interesten op leningen beperkt tot een bepaald bedrag van die leningen. Dat bedrag is niet hoger dan vijfmaal de som van de belaste reserves bij het begin van het boekjaar en het gestorte kapitaal op het einde van het boekjaar. De leningen die aan deze grenzen moeten worden getoetst, betreffen enerzijds leningen van verbonden ondernemingen en anderzijds leningen toegestaan door kredietverstrekkers uit zogenaamde belastingparadijzen. Leningen van banken zullen aldus in principe niet geviseerd worden. 

Nieuwe interestaftrekbeperking volgens EBITDA 
Onder de recent ingevoerde interestaftrekbeperking zal de aftrekbaarheid van de totale netto-interesten beperkt worden, het zogenaamde financieringskostensurplus. Dit financieringskostensurplus wordt berekend door het positieve verschil te nemen tussen financieringskosten en financieringsopbrengsten. Belangrijk is hierbij op te merken dat met deze nieuwe maatregel ook interesten betaald aan kredietinstellingen onderhevig zijn aan beperking (waar voordien enkel intragroepsinteresten en interesten betaald naar belastingparadijzen geviseerd werden). Binnenlandse intragroepsinteresten worden echter wel buiten beschouwing gelaten bij de berekening van het financieringskostensurplus. 

Het financieringskostensurplus wordt niet langer als beroepskost aanvaard voor het bedrag dat 30% van de fiscale EBITDA van de belastingplichtige overschrijdt. Omdat EBITDA in bedrijfsrapportering op tal van verschillende manieren wordt berekend, heeft de wetgever de manier waarop de fiscale EBITDA berekend moet worden opgenomen in de wet.  Ook is er een ondergrens van €3.000.000 (ter informatie: in Nederland bedraagt de ondergrens slechts €1.000.000). Een financieringskostensurplus dat onder deze de minimis-grens valt, zal dus niet aan een beperking onderhevig zijn. Daarnaast werd er ook voor gekozen om ‘standalone’ vennootschappen buiten het toepassingsgebied te houden. Aldus zullen vele KMO-vennootschappen door deze de minimis-regeling buiten het toepassingsgebied van de aftrekbeperking vallen.  

Het financieringskostensurplus dat niet aftrekbaar is in een bepaald fiscaal jaar mag worden overgedragen naar volgende jaren. 

Voor een uitgebreidere bespreking van de nieuwe regels, verwijzen we naar een artikel dat eerder verscheen op onze website op 28 november 2017. 

De interactie tussen de oude en de nieuwe regeling 
Zoals vermeld, komt de nieuwe regeling als aanvulling in onze Belgische fiscaliteit. De inwerkingtreding van de nieuwe interestaftrekbeperking betekent immers niet dat de bestaande onderkapitalisatiemaatregelen verdwijnen. Bij de berekening van bovenstaand beschreven financieringskostensurplus moet aldus worden bepaald welke leningen (en dus interesten) onder de nieuwe interestaftrekbeperking vallen, en welke onder de oude.  

De bestaande onderkapitalisatiemaatregelen blijven van toepassing op interesten betaald aan belastingparadijzen, ongeacht of deze interesten ook worden getroffen door de nieuwe interestaftrekbeperking. Ook wanneer de lening is aangegaan met een verbonden onderneming in een belastingparadijs, blijft de oude onderkapitalisatiemaatregel zonder meer van tel. Voor de overige intragroepsleningen wordt (vanaf aanslagjaar 2020) gekeken naar de datum van de leningovereenkomst.  

‘Oude leningen’ zijn leningen die vóór 17 juni 2016 werden gesloten. Deze blijven aan de oude interestaftrekbeperking onderworpen en worden uitgesloten van de nieuwe interestaftrekbeperking. Dit houdt in dat leningen tussen intragroepsvennootschappen, die vóór 17 juni 2016 werden afgesloten nog steeds zullen worden getoetst aan de onderkapitalisatiegrens. Voor het gedeelte van die lening dat deze grens overschrijdt worden de interesten verworpen als beroepskost. 

‘Nieuwe leningen’ zijn leningen die vanaf 17 juni 2016 zijn gesloten. Deze vallen in principe onder de nieuwe interestaftrekbeperking. Nieuwe leningen vallen, zoals eerder vermeld, echter ook nog onder de oude onderkapitalisatieregeling wanneer ze zijn aangegaan met partijen gevestigd in belastingparadijzen. 

Oude of nieuwe lening? 
Om als ‘oude lening’ aangemerkt te worden is bovendien vereist dat er sinds 17 juni 2016 geen fundamentele wijziging aan de leningsovereenkomst werd aangebracht. Of omgekeerd, de vernieuwing van een bestaande lening zal slechts als een nieuwe lening worden beschouwd wanneer deze wel een fundamentele wijziging ondergaat. 

Waar de Europese richtlijn enkel spreekt van ‘wijzigingen’, spreekt de Belgische omzetting over ‘fundamentele wijzigingen’. Een belangrijke nuance. Uit de parlementaire voorbereiding leren we dat men koos voor ‘fundamentele wijzigingen’ teneinde de wetgeving te doen aansluiten met de Europese richtlijn maar tegelijkertijd de redelijkheid en de praktische invulling van de richtlijn niet uit het oog te verliezen. Onder ‘fundamentele wijzigingen’ dienen we onder andere te verstaan: een aanpassing van de rentevoet, de partijen of de looptijd van de lening. Kleinere aanpassingen zoals het rekeningnummer waarop de annuïteiten gestort worden, zijn niet te kwalificeren als fundamentele wijzigingen. Voorts besluit de minister dat een herfinanciering van een lening beschouwd wordt als fundamentele wijziging.  

De vraag of wijzigingen al dan niet voldoende fundamenteel zijn om een ‘oude lening’ als ‘nieuwe lening’ te kunnen herkwalificeren zal dus mogelijks onderwerp van discussie vormen, omdat er in veel gevallen een conflict of interest kan ontstaan tussen belastingplichtige en administratie. Voor belastingplichtigen kan het belangrijk zijn een lening van een financiële instelling buiten het toepassingsgebied van de nieuwe interestaftrekbeperking te houden, aangezien deze door de oude regels niet werden beperkt. Wanneer er aan dergelijke lening die is afgesloten vóór 17 juni 2016 een ‘wijziging’ wordt aangebracht, wordt de vraag of deze wijziging ‘fundamenteel’ is voer voor discussie. Maar ook de fiscus kan er baat bij hebben een wijziging niet als fundamenteel te beschouwen wanneer een ‘oude lening’ wel zou kunnen worden beperkt via de 5/1-toets, maar deze als ‘nieuwe lening’ door bijvoorbeeld de de minimis-grens niet aan enige beperking onderhevig zou zijn. 

Conclusie 
Hoewel de nieuwe interestaftrekbeperking voor grote multinationals mogelijks een verstrenging zal betekenen, zal deze voor het gros van de kleine en middelgrote ondernemingen de facto eerder een versoepeling zijn. Op deze laatste groep zal de nieuwe maatregel door de de minimis-drempel van €3.000.000 immers weinig impact hebben. Daarbij zal het wel belangrijk zijn om te onderzoeken of de leningen wel degelijk onder de nieuwe regeling zullen vallen. Oude leningen (gesloten vóór 17 juni 2016) die geen fundamentele wijziging ondergingen, blijven onderworpen aan de oude regeling. Omgekeerd kan het overwogen worden om bestaande leningen (voldoende) te gaan hernieuwen of herfinancieren om zo de oude regeling uit te sluiten. 

Ook ondernemingen moeten nu uitdrukkelijk de procedure volgen
Belangenconflict in het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen
Sinds 1 mei 2019 is het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) in werking getreden. Het WVV voorziet in een ruimere en strengere regeling inzake de belangenconflicten die zich mogelijks kunnen voordoen binnen een onderneming. De verruiming bestaat erin dat de bestuurders van coöperatieve vennootschappen, vzw’s&nb
Belangrijke tips bij een schenking
Enkele do’s en don'ts bij de bankgift
De bankgift is nog steeds een zeer geliefde techniek voor de overdracht van geld bij wijze van schenking. Dit is niet zo verwonderlijk aangezien de bankgift een geldige schenking geeft zonder (al te veel) formalisme en zonder schenkbelasting, indien deze volgens de regels van het spel wordt uitgevoerd. Toch zijn er enkele spelregels die roet in het eten dreigen te gooien, indien ze niet corre
Het verdere verloop van de relatie tussen het VK, de EU en de EER
Welke impact heeft de Brexit op uw vennootschapsbelasting?
Op vandaag hoort het Verenigd Koninkrijk (VK) nog steeds tot de Europese Unie (EU) evenals tot de Europese Economische Ruimte (EER). Intussen kreeg het VK namelijk tot ten laatste 31 oktober 2019 de tijd om de Brexit te realiseren. Dit betekent dan ook dat grensoverschrijdende transacties die met het VK worden verricht nog steeds binnen het toepassingsgebied van de Europese richtlijnen vallen. Na
Minder streng circulaire voor horecasector
Nieuw circulaire voor BTW tarief bij restaurant- en cateringdiensten
Op 1 januari 2010 werd het btw tarief voor restaurant- en cateringdiensten verlaagd naar 12%. Dit tarief geldt enkel voor het eten. De dranken (ook de niet-alcoholische en de koffie en thee) zijn nog onderworpen aan het standaard btw-tarief van 21%. De Administratie publiceerde op 23 december 2009 een toelichting waarin ze besprak hoe een enige prijs voor een menu (inclusief drank) voor het bepale
Wordt uw bestuurdersaansprakelijkheid eindelijk beperkt?
Bestuurdersaansprakelijkheid in het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen
Wordt uw bestuurdersaansprakelijkheid eindelijk beperkt onder het nieuwe WVV? Het nieuw Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) werd, na een hobbelig parcours te hebben doorlopen, op 28 februari 2019 gestemd in de Kamer. Een van de meest in het oog springende vernieuwingen die het WVV doorvoert is de invoering van een beperking op de bestuurdersaansprakelijkheid in artikel 2:57. Va
Voortaan ook ‘hoge’ forfaitaire kostenaftrek voor zelfstandigen.
Aangifteformulier personenbelasting AJ 2019: enkele nieuwigheden toegelicht
Voortaan ook ‘hoge’ forfaitaire kostenaftrek voor zelfstandigen en andere wijzigingen. Het nieuwe aangifteformulier personenbelasting voor aanslagjaar 2019 werd op 7 april gepubliceerd, het startschot voor de jaarlijkse aangifterace is dus gegeven. Voor de Vlaamse aangifte zijn er “slechts” 6 codes bijgekomen en voor de Waalse en de Brusselse aangifte telkens “slechts” 7 codes. Toch
Heeft het nieuw ondernemingsbegrip gevolgen voor u?
Ruimere inschrijvingsplicht in de KBO – verduidelijking voor ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid
In een vorig artikel lichtten we al toe dat de invoering van het begrip ‘onderneming’ in het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) ook gevolgen heeft voor de inschrijving in de KBO (Kruispuntbank van Ondernemingen). Hier willen we dieper ingaan op de inschrijvingsplicht voor ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid.  Gevolg verruimd ondernemingsbegrip  Door h
Voelbare gevolgen op fiscaal vlak
Impact van de Brexit op de registratie- en erfbelasting
De spanning in het Verenigd Koninkrijk is te snijden. De initiële datum van de Brexit, 29 maart 2019, werd inmiddels opgeschoven. Naargelang er een akkoord wordt goedgekeurd of niet op 29 maart, wordt de datum van de Brexit opgeschoven naar 12 april in geval van een harde Brexit (zonder akkoord) en naar 22 mei in geval van een zachte Brexit (met akkoord). Het is een evidentie dat de Brexit z
Enkele belangrijke tijdstippen uitgelicht
Het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen
Reeds geruime tijd werd het nieuwe vennootschaps- en verenigingsrecht aangekondigd en op 28 februari 2019 werd de wet goedgekeurd door de Kamer. Hieronder geven we een korte toelichting over enkele belangrijke tijdstippen die gepaard gaan met de inwerkingtreding van deze nieuwe wetgeving.   Invoering van de nieuwe wetgeving  De wet tot invoering van het Wetboek van Ven
Vanaf 1 mei 2019
Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen goedgekeurd
Op 28 februari 2019 heeft de Kamer het langverwachte Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (afgekort WVV) dan toch goedgekeurd. Vanaf 1 mei 2019 heeft ons land bijgevolg een nieuw vennootschapsrecht. Het huidige Wetboek van Vennootschappen - dat reeds van 7 mei 1999 dateert – is niet langer aangepast aan de hedendaagse behoeften van het bedrijfsleven. Met het WVV tracht de wetgever Belg
Hoe aftrekbaar zijn uw restaurantkosten?Download de fiscale gids

Word jij onze nieuwe collega?

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief